Het lukt echt niet meer, hij wil zo graag naar school

Schooljaar 2015-2016. In de vakantie krijgen mijn collega en ik een telefoontje. Een kind dat bij ons in de klas komt heeft leukemie, voor de 2de keer. Een heftige tijd begint. Veel contact met de ouders en de leerling, allerlei instanties die ingeschakeld worden voor ondersteuning. Emotie op emotie, bij iedereen binnen ons team. Regelmatig stel ik mijzelf de vraag: wat kan ik nog voor dit gezin betekenen? Doe ik genoeg voor ze? Of misschien teveel? Lastig.

Dan gaat alles zijn gangetje. De behandeling gaat goed, rond Kerst krijgt hij een stamceltransplantatie. Hij herstelt hier wonderbaarlijk snel van. Het contact met de ouders via whatsapp is een uitkomst. Er wordt een “klasgenoot” in de klas geplaatst. Als die werkt kan er ingelogd worden en blijft hij contact houden met zijn klasgenoten. Als die werkt….Zijn moeder geeft hem, met ondersteuning van ons, thuis les. Dat gaat prima, het is een hele goede leerling. Superfijn natuurlijk, voor ons allemaal. Tot die dag in mei….

Ik sta na schooltijd met moeder te praten in de gang. Het is heerlijk weer, de ramen van mijn klas staan open, de zonneschermen zijn naar beneden. Irna, klinkt het, het lukt ECHT NIET meer!! Ik krijg hem niet meer aan de gang. Hij wil ZO graag naar school. (dit kan niet vanwege zijn verlaagde weerstand, op school is de kans te groot dat hij iets oploopt) Waar het idee vandaan komt weet ik niet, het borrelt zo omhoog mijn hoofd in. Als we hem eens bij het raam zetten, flap ik eruit. Moeder kijkt mij rustig en ook een beetje verbaasd aan. Jeetje, dat is een idee, zegt ze. Ik ga het overleggen met de arts in Utrecht.

Niet lang daarna komt van hem het groene licht. Hij vindt het een heel creatief idee, proberen maar. Na nog wat hindernissen op school gaat Johan, de concierge, aan de slag. Met behulp van leerlingen van gr 8 worden er struiken weggehaald bij onze klas. Er worden tegels neergelegd waar zijn tafel kan staan en waar hij, samen met een vriendje, kan zitten en de lessen kan volgen. Maar nog belangrijker…. weer contact kan maken met zijn klasgenoten. Het plekje is nog niet klaar of hij komt al kijken, samen met zijn moeder. Die middag zit hij al te stralen op zijn eigen plekje, buiten, maar wel erbij.


Er wordt nog een doek geregeld door Johan. Zo wordt er een mooi afgeschermd plekje voor hem gemaakt. Ook als het weer wat minder is kan hij toch komen. Op een donderdagmiddag zit hij er, komt recht uit het ziekenhuis, het infuus nog in zijn arm en een tas met de zak op de grond naast hem. Hoe graag wil je naar school….

Ik ben blij dat het idee geboren is, mensen mij geholpen hebben het te realiseren en ik een heel gezin heel gelukkig heb kunnen maken.
Voor mij een onderwijsmoment om nooit te vergeten.

Irna Mulder, leerkracht groep 5, De Korenaer in Oss

Een nieuw onderwijspad

Op 1 juni 2016 begon mijn nieuwe onderwijsleven. Van 4 dagen werken terug naar twee dagen. Van de eindverantwoordelijke van een school naar het begeleiden van 40 scholen rondom cultuureducatie in mijn stad Tilburg. Een hele verandering. Ik dacht dat snel te doen, maar onderschatte even wat het betekent om je leven opnieuw in te richten.

Praktisch gezien was het niet echt een probleem, maar emotioneel gezien gebeurde er heel wat met me. Als directeur van een school sta je toch een beetje op een voetstuk. Ik heb gedurende de afgelopen jaren daar af en toe een flinke hekel aan gehad, maar nu merkte ik dat ik het soms ook miste. Geen dagelijkse aandacht meer, geen leuke uitnodigingen voor borrels en netwerkbijeenkomsten, geen mailtjes meer waarin naar mijn mening werd gevraagd. Als klap op de vuurpijl volgde een onmiddellijke uitschrijving uit het schoolleidersregister.

Een nieuw netwerk opbouwen in een nieuwe omgeving en opnieuw mijn sporen verdienen en dat alles in twee dagen per week was echt een ander verhaal.

Langzaamaan begin ik mijn nieuwe werkomgeving te ontdekken en leer ik de mensen kennen. Ik voel dat ik word gewaardeerd en dat is fijn. Thuis ben ik er vaker. Ik heb zowaar momenten helemaal alleen voor mezelf en daar geniet ik enorm van. Ben op die momenten te vinden in mijn atelier, maar soms ben ik ook gewoon lekker thuis een beetje aan het aanrommelen en nadenken.

In mijn hoofd zit nog altijd een plan om iets echt voor mezelf te beginnen. Weet echter al heel lang niet waarin precies. Een tijdje terug heb ik mijn eigen website www.onderwijskoppen.nl opgezet. Dit allemaal zonder een uitgebreid vooropgezet plan. Ben in de gelukkige omstandigheid dat ik er geen inkomsten uit moet genereren dus is het voorlopig een mooie blogsite geworden. Het delen van leuke, mooie en ontroerende onderwijsverhalen uit de praktijk staan centraal. Ik zou naast het delen van onderwijsverhalen ook graag mensen in mijn atelier willen ontvangen voor een ontspannen schildermoment met een goed onderwijsgesprek. Een concreet idee hoe ik dat plan moet gaan realiseren heb ik nog niet.

In de afgelopen maanden is de site www.onderwijskoppen.nl voorzichtig gestart. Enkele lieve oud-collega’s hebben blogs geschreven en mij gesteund in dit initiatief. Inmiddels heb ik één collega echt aan het bloggen gekregen. Wat een leuke, sterke vrouw met diepgang blijkt zij te zijn en wat kan ze prachtig schrijven. Het geeft mij een geweldig gevoel dat ik haar gestimuleerd heb iets uit zichzelf te halen wat ook zo de moeite waard is voor anderen om te lezen.

Mijn pad voor de komende tijd is nog niet helemaal duidelijk, maar inmiddels houd ik mij vast aan het idee dat ik nog steeds mensen om mij heen een goed gevoel over zichzelf kan geven. Misschien is dat besef wel mijn eigen mooiste en belangrijkste onderwijsmoment.

Lieve Karin Winters,
Bedankt dat jij mij in de gelegenheid heb gesteld om de onderwijsmomenten van 2016 te delen op Onderwijskoppen. Ik heb me de afgelopen week suf getwitterd en heb vele malen ingelogd op mijn dashboard om alles goed te laten verlopen. Bewondering voor de wijze waarop jij dit initiatief eerder hebt opgezet. Het heeft mij veel leuke nieuwe contacten opgeleverd en ik hoop dat meer mensen in de toekomst willen bloggen op www.onderwijskoppen.nl

Lizette Knuvers Mijland,

projectleider Cultuur met Kwaliteit in Tilburg. Eigenaar www.onderwijskoppen.nl

Twittert op persoonlijke titel als @lmijland

2016 is het mooiste jaar van mijn leven, want ik heb eindelijk werk gevonden…

Dit verhaal gaat over een jongen. Veertien jaar is hij. Kort, bruin haar en grote blauwe ogen. Hij is gek op zijn kat. Zijn kat is zijn beste vriend. Hij houdt van woordgrapjes en van zijn computer. Hij sport graag, vechtsport. Onlangs haalde hij de oranje band. Trots stond hij met zijn nieuwe band op de foto. Hij is vast van plan door te gaan tot hij de zwarte band heeft. Meester in de vechtsport, dat wil hij worden. Net als zijn leraar. Als hij later groot is, wil hij kinderen helpen. Dat is zijn drijfveer. Zijn passie. Zijn droom.

Elke dag werkt hij aan deze droom. Een stukje van zijn droom heeft hij al verwezenlijkt, elke woensdagmiddag helpt hij zijn leraar met lesgeven aan kinderen met autisme. Makkelijk is het niet. Zijn autisme, angsten en psychosegevoeligheid maken dat hij van ver moet komen. In zijn jonge leven heeft hij al veel meegemaakt. School was traumatiserend voor hem gebleken. Het woord ‘school’ is al genoeg om een paniekaanval te krijgen. Hij is een thuiszitter. Nauwelijks leerbaar. Een klein stukje verwijderd van leerplichtontheffing.

Op een donderdagmiddag in december zaten we rond de tafel. De gemeente, twee VSO scholen, de begeleiding, zijn sportleraar en ik, zijn moeder. Passend onderwijs, jeugdhulp en netwerk samen. We hadden één gemeenschappelijk doel, met elkaar iets moois maken. Een plek creëren voor deze prachtige jongen, mijn zoon. Een uur later lag er een plan: een onderwijszorgplek op maat op de plek waar mijn zoon zich veilig voelt, waar er ontwikkeling is en waar hij contact maakt met anderen, op zijn sportvereniging. Op deze plek gaat hij niet naar ‘school’, maar hij gaat ‘werken’. Hij gaat niet ‘leren’, maar ‘trainen’. En hij krijgt ‘promotie’. Allemaal termen die helpend voor hem zijn en die zorgen dat er ontwikkeling plaatsvindt, growth mindset.

Na het overleg had ik het gevoel alsof er een grote steen uit mijn maag was verdwenen. Blijdschap en emotie wisselden elkaar af. Het kan echt! Samen iets moois maken. Samen iets creëren. Samen kijken naar wat er WEL kan. Het maakte niet uit wie aan de tafel van welk schot was, we waren allemaal gelijkwaardig. Allemaal een stukje van de puzzel. Allemaal bereid om buiten systemen te denken. Dit moment geeft hoop. Hoop voor de toekomst. Er zijn nog zoveel meer kinderen als mijn zoon. Al deze kinderen verdienen het dat er gekeken wordt naar wat er wel kan. Denken vanuit mogelijkheden in plaats van belemmeringen. Er is altijd een raampje dat nog open staat, al is het op een kiertje. Dat ene raampje is zoveel belangrijker dan al die dichte raampjes waar we ons zo vaak op blind staren.

‘Mama, 2016 is het mooiste jaar van mijn leven, want ik heb eindelijk werk gevonden…’ Met zijn mooie blauwe ogen kijkt hij me intens gelukkig aan. Na de kerstvakantie gaat hij beginnen, een nieuwe stap op weg naar zijn droom en zijn toekomst. Dankbaar ben ik voor al die mensen om ons heen die hebben geholpen om dit mogelijk te maken. Het meest gelukkig ben ik met de sportvereniging van mijn kind en met zijn sportleraar, die de gave heeft om bij elk kind met autisme het raampje te vinden naar contact, groei en ontwikkeling. Hij is het anker voor mijn zoon.

Dit was mijn onderwijsmoment van 2016, de dag dat we geschiedenis schreven en hebben laten zien dat ontschotten kan en dat het mogelijk is dat een kind op een andere plek onderwijs kan krijgen dan in een schoolgebouw. Kijken naar mogelijkheden en aansluiten bij het kind. Kansen creëren. Laten we hopen dat er nog veel van dit soort onderwijsmomenten komen. Ik ben er klaar voor. Jij ook?

Dit blog is geschreven door Natasja Hoogerheide, intern begeleider op een basisschool in Rotterdam en blogger voor Uitgeverij Pica https://www.uitgeverijpica.nl/blogs/229-natasja-hoogerheide

Daarnaast zet Natasja zich actief in voor een autismevriendelijke maatschappij, onder andere met de hulpwaaier Verborgen Regels, verwacht in april 2017 https://www.uitgeverijpica.nl/blogs/229-natasja-hoogerheide
Haar motto is Maak van een Mug een Vlinder!

Loslaten is ook groeien

Op Twitter riep ik ….ik heb dit jaar geen onderwijsmoment.
Dat is gek natuurlijk want ik ben zelf twee jaar geleden begonnen met de onderwijsmomenten.

Aan de koffie, een dag voor mijn jaarlijkse ‘heidagen’ ga ik ervoor zitten.
Hoezo geen onderwijsmomenten?

Het afgelopen jaar was het eerste hele jaar dat ik helemaal op eigen kracht mijn ondernemerschap moest bewijzen. Mijn eigen broek ophouden en denken vanuit bedrijfsdoelstellingen. Natuurlijk kan en wil ik dat helemaal niet..ik wil ‘erbij’ zijn en ‘erbij horen’ zonder gedoe.

Juist vanwege de afwisselende (onderwijs)opdrachten is het moeilijk om een onderwijsmoment te kiezen.
Bloggen is echter de rode draad door mijn leven, dus daar gaat mijn onderwijsmoment over.

Aan het eind van de zomervakantie 2016 (25 augustus) besloot ik de handdoek voor wat betreft bloggen en inhoudelijk twitteren over onderwijs in de ring te gooien.
Dat deed ik omdat een mijnheer mij bleef belasteren en ook commentaar na commentaar plaatste bij verschillende blogposts.
Op een gegeven moment stonden er ruim 20 commentaren in quarantaine op mijn weblog waarvan ik niet wist wat ik ermee aan moest.
Ook bleef hij naar mijn weblog (soms zelfs met een pdf) verwijzen via een website van een onderwijsorganisatie, vaak voorzien van zijn eigen commentaar.

Ik liep er schade van op, zakelijk gezien, want iemand die negatief beschreven wordt op een website en op Twitter gaat niet gebeld worden voor een opdracht.

Het heeft me echter persoonlijk een nog grotere knauw gegeven.
Op zo’n moment ga je twijfelen aan jezelf, aan je eigen kunnen en aan de relatie die je met anderen hebt. Wat heb ik gedaan om op zo’n manier ‘gepakt’ te worden?
De master leren en innoveren, werd bestempeld tot een non-opleiding.
Mijn professionaliteit en mijn opleiding werden openbaar in twijfel getrokken.
Dat is misschien voor sommige mensen iets om de schouders over op te halen en door te gaan met de alledaagse dingen, voor mij was het een forse les in eelt op mijn ziel kweken.

Tot op de dag van vandaag meng ik me niet meer in Twitter discussies over onderwijs, dat kost me soms moeite. Ik durf dingen niet meer openbaar in twijfel te trekken en houd me ver van onderzoeksresultaten en broodje aap verhalen.

Maar….ik miste regelmatig bloggen en om aan bomen te schudden.
Daarom heb ik eind december besloten de handdoek uit de ring te halen en dit jaar een poging te wagen tot 365 dagen bloggen. De betrokken mijnheer blijft geblockt en zijn reacties gaan direct de prullenbak in.

Wat ik wel hoop is dat we met elkaar proberen de toon op sociale media positiever te maken en elkaar (ook op weblogs) in waarde te laten.
Mensen realiseren zich wat mij betreft te weinig wat het met iemand doet om thuis achter een laptopje te lezen hoe een ander vanaf een laptopje modder naar hem/haar gesmeten wordt.

We gaan een roerig verkiezingsjaar in, waar ook daar de taal verruwd en ook daar op de man/vrouw gespeeld wordt.
Zullen we ‘mediawijsheid’ maar tot een professionaliseringeis in alle sectoren verheffen?

Karin Winters
Onderwijsondernemer met als slogan: onderwijshart met oog voor onderwijs. Nog steeds niemand gevonden die daar een leuk logo bij maakt. Edublogger op http://karinblogt.nl en hoofdredacteur van Vives Magazine.

Een kerstviering in de klas, die toch voor publiek werd opgevoerd

Het is oktober, in gedachte ben ik bezig met de periode herfstvakantie -kerstvakantie. Wij vieren op school het kerstfeest ’s avonds met de eigen groep. Dit jaar ben ik met mijn groep 6 (een kleine, nog jonge groep met maar 4 meisjes) meegegaan naar groep 7. De viering wil ik dus anders doen in vergelijking met vorig jaar.

Als ik aan de groep vraag of het leuk zou zijn om voor het kerstfeest een musical in te studeren, zijn de meesten laaiend enthousiast. Ik vertel welke rollen er zijn; rollen met veel tekst, zonder tekst, op de voorgrond, achtergrond enz. Ze mogen op een briefje schrijven welke rollen ze willen. We bekijken dan wie er het beste geschikt is voor welke rol. Als ik alle briefjes geïnventariseerd heb, blijkt dat ik heel veel herders heb zonder tekst. Er is geen Jozef ingevuld en er is maar 1 engel. Veel geluidsmensen, dat dan weer wel. Het is duidelijk dat niet alle jongens zin hebben om (veel) tekst in te studeren.

Een klein jongetje, die vorig jaar niet op het podium wilde, wil nu graag schaapje zijn. Ik had die rol niet in gedachten en vraag of hij dat echt wel wil. Is het niet te kinderachtig denk ik. Ik probeer hem een andere rol te geven maar nee hij vraagt het nog een keer en aangezien er een schapenvacht is denk ik, wie ben ik? Het belangrijkste is dat ze allemaal iets doen waar ze blij van worden. Een andere  jongen die vorig jaar niet enthousiast was bij optredens, wil wel herder zijn met tekst, dit is winst.

De eerste hindernis dient zich aan als de moeder van de beoogde Maria komt vragen wat we gaan doen. Zij wil niet dat haar dochter Maria is. Dochter wil wel, maar moeder wil het niet. Niet omdat ze moslim, joods zijn maar Kerstfeest een uit de hand gelopen heidens feest is waar de Christenen de geboorte van Jezus aangehangen hebben. Zij staat er niet achter. Hoeveel begrip ik ook toon, hoe ik ook mijn best doe om te laten zien dat haar dochter het leuk vindt. Het mag niet, ze mag gelukkig wel meezingen. Ik vind het jammer, als ik aan het meisje vraag hoe ze het vindt zegt ze; zingen vind ik ook leuk. Sommige kinderen zouden best opstandiger mogen zijn. De tweede hindernis komt als we het hebben over het zingen van de solo van Jozef.

Jozef wordt gevonden maar hij wil/kan niet solo zingen. Dit lost de groep gemakkelijk op ,de Engel wil wel zingen en Jozef playbackt. Het andere liedje van Jozef zingen ze allemaal. De solo’s, teksten worden thuis geoefend. Het decor wordt geschilderd. De figuren worden door 3 tekentalenten uit de klas uitvergroot en nagetekend, wat ben ik blij dat zij in mijn groep zitten.

Er zijn 2 jongens ook bereid om zich in engelenkleding te hijsen. Ons verhaal heeft  6 herders met 1 schaap. We kunnen geen apart koor vormen, zoveel kinderen zitten er niet in deze groep, alle spelers komen dus bij bepaalde liedjes weer op en zingen mee. Het cd-tje zorgt voor het volume van de koorzang. Er moet veel tekst geleerd worden, dit is toch eigenlijk jammer om dat alleen voor je eigen groep te doen. Zouden we bij de laatste keer oefenen de kleutergroepen laten kijken? Jaa dat is leuk. Dit wordt uiteindelijk een uitvoering op het podium voor alle kinderen van de school, want iedereen wil het wel zien.

Er moet zoveel geleerd worden en er is zoveel teken, schilderwerk verricht dat het leuk is als meer mensen hiervan kunnen genieten. En zo treden we ook op in het verpleeghuis waar de kinderen ook een aantal keer per jaar helpen bij een activiteit. Daar is ruimte genoeg en de ouders kunnen het daar ook zien. De leerlingen genieten, vinden het spannend, doen ontzettend hun best en staan er te stralen. Wat ben ik trots dat ze dit met elkaar hebben gedaan.

En donderdag, ja op donderdag is er ook nog de kerstviering in de klas; in de avond naar school, lichtjes op het plein, met samenzang op het plein, het kampvuur, drinken. De kerstmusical doen we weer, nu met en voor elkaar en dat is toch net anders. De één geniet meer met publiek en de ander is tevreden met de eigen kring.

Vonden jullie het leuk om te doen? Uit alle monden klinkt een hard of iets zachter jaa. Er roept er zelfs één; iedere maand. En ik? Ja ik heb ook genoten, niet gestrest, gekeken naar wat ze willen en kunnen, gesteund en gesouffleerd als het moest en genietend aan de zijkant.

Jongens, bij project De Gouden Eeuw zit ook een toneelstuk…………………………

Corien Simpelaar, leerkracht groep 7 van CBS Het Kristal

Als juf, maar ook als mens de liefde willen delen

Na de uitdaging die ik aannam – van iemand via Twitter – om mijn moment in het onderwijs te beschrijven loop ik al een paar dagen met de gedachte rond wat nu mijn moment is. Dat is nog niet zo eenvoudig. Wat is mijn moment? Of zijn er te veel mooie momenten en kan ik niet kiezen? Is het de eerste baan als juf, de bijlessen, werken als intern begeleider, ICTcoördinator of schoolleider? Ook wel, maar niet de essentie van mijn moment. Wat dan wel?

Vanaf 1985 ben ik werkzaam in het primair onderwijs. Verschillende groepen, verschillende scholen, verschillende functies en verschillende werktijdfactoren. Gevarieerde ervaringen met de groepen, scholen, collega’s en ouders. Er zijn mooie momenten en uiteraard ook momenten die minder leuk waren. Alles bij elkaar geeft het mij een rugzak vol bagage waarin ik nu mijn werk nog steeds vol passie kan en wil blijven doen.

Ik denk terug aan mijn allereerste school, waar ik na mijn stage zo ben ingerold. De eerste groep die ik had was groep 3 en dat vind ik nog steeds de mooiste groep van het basisonderwijs. De nieuwsgierigheid en de ontdekking. De kunst van het lezen. De wereld die opengaat. De volledige overgave van de leerlingen die dat belangrijke stapje doen. Ze kunnen ineens lezen. Al starten leerlingen nu vaak wel al eerder in de kleutergroepen. In die tijd deed ik ook de RTopleiding ernaast.

De wisselingen van school. Goed om verder te kijken. Goed om je grenzen te verleggen. Wat is leuk, wat kan ik, wat vind ik niet leuk, waar ga ik mee door. Zo komen er ook andere functies. Computers hebben mijn interesse – nog steeds overigens – en zo deed ik rond 2000 een computeropleiding om ICTcoördinator te worden. Wonderlijk dat ik toen nog collega’s moest leren e-mailen. Het werk van een intern begeleider is mooi om zowel leerlingen als leerkrachten te kunnen volgen en begeleiden naar beter onderwijs voor de leerlingen. De stap naar schoolleider heb ik toen – mede door de stimulans van mijn echtgenoot – gemaakt naar een kleine school van (toen nog) ca. 100 leerlingen. Het zijn mooie leerzame momenten. En ik leer nog steeds.

Als fysiek-emotioneel mens brengen al deze ervaringen ook emoties met zich mee. Soms blij, soms verrast, soms verdriet of teleurstelling. Emoties die horen bij het hele leven. Toch kan ik met die emoties mijn momenten aanwijzen.

Dat begon al toen ik nog lang niet in het onderwijs werkte en met buurmeisjes schooltje speelde, winkeltje deed of andere zaken ging bedenken om hen dingen te leren en van hen te leren. Op vakantie picknicken met vriendinnetjes was daar ook een onderdeel van. Heerlijk om allerlei zaken te doen. Ik leerde daar zelf veel van. Communiceren. Sociale vaardigheden. Nieuwe dingen ontdekken.

In het onderwijs zijn het de momenten waarbij je met de leerling contact maakt en hem of haar een stapje verder helpt. Of ik nu de juf ben van een groep, de ICTcoördinator, de intern begeleider of de schoolleider, dat contact met die leerling, het zien ontwikkelen, leren, groeien, ontdekken, proberen, leren leren, vallen en opstaan, stimuleren, enthousiasmeren van al mijn leerlingen is voor mij het moment. Omdat er vele momenten zijn, zijn de meeste dagen ook mooie dagen in het onderwijs. Het geeft de dag een goede balans waarin de stress van werkdruk tegengas krijgt en tot een goed evenwicht brengt.

Als juf, maar ook als mens die liefde wil delen, zijn mijn momenten wanneer ik extra aandacht geef aan die onzekere leerling, uitdaging bied aan die knappe kop, een aai over een bol kan geven als ik zie dat een kind het moeilijk heeft. Dat geldt ook als remedial teacher. Als ICTcoördinator en intern begeleider ben je ook veel met collega’s bezig. Maar altijd met de leerling in mijn achterhoofd. Als schoolleider, waarbij veel zaken minder direct om de leerlingen gaan, zal het toch uiteindelijk om die leerlingen draaien. Nu sta ik elke morgen bij de ingang van de school en begroet alle leerlingen. Ik ken hun namen. Zij doen ertoe. Zij moeten zich veilig voelen en zo tot leren kunnen komen. Ik doe klassenbezoeken, loop door de gangen en ga in gesprek met leerlingen. Zo weet ik wat hen bezighoudt en kan ik ze ook nog weleens uit de tent lokken. Kleuters hebben regelmatig een themahoek op de gang, waarin ik me verplaats in hen en die nieuwsgierige leerlingen iets kom vragen. Datzelfde probeer ik te doen met de collega’s. Vragen stellen, belangstelling tonen en complimenteren. Ruimte bieden om te groeien en toch de grote lijn in de gaten te houden. Zo zijn er vele mooie momenten in het onderwijs.

Conclusie:

Mijn moment in het onderwijs is het contact met leerlingen, collega’s en ouders om hen iets mee te geven, maar ook van hen te leren. Dat kan van alles zijn. Kennis, een vaardigheid, maar minstens zo belangrijk zijn waardering, warmte en liefde. Zo kunnen ze tot volle ontplooiing komen en ik ook.

Hanneke de Frel, schoolleider en blogger

Onderwijs is een vak, geen sprookje waar het middenstuk uit ontbreekt.

Een oproep voor onderwijsmomenten 2016. Komt van Karin, was vorig jaar leuk. Ja hoor, ik doe wel mee. Vervolgens komt er … NIETS.

Eerst denk ik dat het komt omdat ik moe ben. Het was een hevig eerste deel van het schooljaar. Met wennen aan een nieuw gebouw en een project curriculumvernieuwing ernaast. Flauwekul, want ik heb wel energie voor andere dingen die denkkracht en creativiteit vragen.

Vervolgens meen ik dat ik niet kan kiezen tussen de momenten. Moet het dat moment worden waarop die student zei “ik heb niets meegebracht” en vertelde dat hij van de stiltewandeling op de heide had geleerd dat hij/zij verder niets echt nodig heeft. Of dat moment in die vergadering dat we knopen doorhakken over de ontwerpprincipes van de kennisleerlijn en het modelproces van het communityleren. Of dat moment waarop de ondersteunende ict me in de steek laat, er geen hulp voorhanden is, ik accepteer dat het niet mijn fraaiste les wordt en ga improviseren. Of dat moment dat ik in een mentorgesprek zit, vragen stel, en ik de student tijdens het antwoorden tot het besef zie komen dat hij/zij een studie heeft gekozen die niet bij hem/haar past. Ook onzin, want ik heb wel een voorkeur, eentje die heel dicht komt bij mijn persoonlijke missie. Ook dat is niet de reden van het grote NIETS.

Ik ga wat hoger overvliegen. Het zijn allemaal momenten van persoonlijke ontwikkeling, van andere perspectieven zien. Al overvliegend voel ik ook de persoonlijke weerstand. Wie ben ik om het ene ontwikkelingsmoment mooier. beter, belangrijker te vinden dan het andere. Het gaat in tegen wat ik wil zijn: iemand die alle ontwikkeling, groot en klein, ziet en met je meeviert.

Het zijn hele gewone momenten, niks heldhaftigs, niet emotioneel. Het is dat zinnetje tussendoor, die rommelige vergadering waarin iets besloten wordt, het even in- en uitademen en opnieuw beginnen, die blik in de ogen tegenover je.

Wat ze verder nog gemeen hebben. Ze zijn niet vanzelf ontstaan.

Ze zijn het resultaat van buffelen en organiseren. Geheel niet sexy dus. Wie wil er nu lezen over focus en discipline. Want dat was ervoor nodig om die momenten te laten ontstaan. En zonder dat verhaal van buffelen, organisatie, focus en discipline is het een onvolledig verhaal, een sprookje waaruit het middenstuk ontbreekt.

Het buffelen (=discipline) zat in de uren gespendeerd aan persoonlijke ontwikkeling. In de uren gesprekken met collega’s, momenten waar angsten en twijfels er mochten zijn en uit de weg werden geruimd. Uren waarin ook succesjesverhalen werden gedeeld. De focus zit erin dat ik bijna volcontinue bezig ben met, of persoonlijke ontwikkeling, of rusten/vertragen. Dat je me zelden zal betrappen op een gesprek over koetjes en kalfjes. Alles is gericht op het vaker laten ontstaan van momenten waarop mensen in verbinding een persoonlijke ontwikkelingsstap kunnen maken.

Misschien haak je hier wel af, want ik ga nog even door over het buffelen, focus, organiseren en discipline van de bovengenoemde momenten.

Voor het eerste moment “niets meegebracht” waren een dialoogtraining van 3 dagen en 2 losse avondsessies nodig om het lef te laten ontstaan om samen met studenten op kamp te gaan en ‘s ochtends een stiltewandeling te organiseren. Hebben we een plek in het curriculum gezocht/gevonden. Hadden we discipline nodig om ondanks de te korte nacht toch vroeg op te staan. Hebben we een gids georganiseerd die het gebied goed kende en ons in stilte heeft meegenomen. En hebben we de vrijheid genomen om een dialoog/groepsreflectie te gebruiken als “toets” voor persoonlijke ontwikkeling.

Voor het tweede moment “knopen doorhakken” was veel persoonlijke discipline nodig. Uren van leren over onderwijsvernieuwing en afwegen wat bij ons zou kunnen werken. Uren benoemen van ontwerpprincipes en maken van het modelproces-voorstel. Opnieuw uitleggen met een iets andere focus. Opnieuw laten zien van hoe het kan zijn, andere woorden, andere beelden. Leren herkennen van angst en onzekerheid, soms vermomd als persoonlijke aanvallen. Zorgen dat het op de agenda komt met als doel een besluit te nemen. Tijdens de vergadering die focus vasthouden en tegelijkertijd laten zien dat ook ik het een enge/grote verantwoordelijkheid vind om te kiezen voor dat ene. Omdat zekerheid dat je de allerbeste keuze maakt er niet is.

Voor het derde moment “improviseren” was veel persoonlijk ontwikkelingswerk nodig. Iets met loslaten van perfectionisme, met durven laten zien dat iets niet perfect is en laten zien hoe ik daarmee omga.

En het laatste moment “inzicht” vroeg ook persoonlijk ontwikkelingswerk. Het goed leren kijken naar studenten in de les, goed luisteren naar wat ze zeggen tijdens een gesprek en dan die vraag vinden waardoor voor hen alles bij elkaar komt en het inzicht ontstaat. Dat persoonlijk gesprek is georganiseerd, er is een half uur ingepland met als doel het te hebben over die passende studiekeuze. De studenten hebben zich daar ook op voorbereid. Die focus van het gesprek en de voorbereiding helpen om die ene vraag te vinden.

Kiezen jullie dus maar “het moment”. Ik kan het niet.

Misschien is dit wel mijn moment, dit moment waarop ik al schrijvend

weiger het ene ontwikkelingsmoment mooier, belangrijker,
beter te vinden dan het andere
loslaat dat “groots” belangrijk is
loslaat dat het vanzelf zou moeten gaan.
nogmaals inzie, onderwijs is een vak, geen sprookje waar het
middenstuk uit ontbreekt.

Ilse Meelberghs, edublogger, Hogeschool ACC/BE

Jammer, nu moet ik weer een hele week wachten

Mijn onderwijsmomenten van 2016 zijn de vrijdagmiddagen. Op vrijdagmiddag geef ik samen met onze Techniek docent (Oscar Wouters) les in ons Mariëndael MaakLab. Er komen dan 2 tweede klassers en die gaan dingen maken in het Lab. We hebben een site gemaakt met 40 lessen waarin ze kunnen kiezen tussen Techniek, Elektriciteit, 3D en ICT. We hebben met behulp van een onderwijspioniers prijs hiervoor veel spullen kunnen aanschaffen. Zo hebben we nu een 3D printer, een lasercutter, arduino’s, osmo’s, 3D pennen. Omdat we in het technieklokaal zitten, hebben we boormachines, zaagmachines, soldeer apparatuur, gereedschap en nog veel meer materiaal tot onze beschikking. Maar het grootste verschil zit hem in dat ze zelf mogen verzinnen, wat ze willen maken.

De les begint om 13 uur. Maar om 12.30 komen de meeste al binnen en lunchen in het lokaal, zetten intussen de computers aan, starten alvast een 3D print. Ze pakken alvast al het materiaal uit de MaakLab kast en beginnen met vragen stellen. “Pauline, mag ik vandaag dit doen, ik heb het instructie filmpje op de site al gezien.”  “Pauline, ik zag dit op youtube, mag ik dat hier uitproberen.” En als mijn collega Oscar even later binnen komt (hij baalt ervan dat hij tot 13.00 uur moet lesgeven) is iedereen al bezig en lopen wij rond om hier en daar advies te geven of te helpen. Iedereen is druk bezig en als er collega’s komen kijken, weten ze niet wat ze zien. Het is druk in het lokaal, maar iedereen is bezig. We merken dat we op vrijdagmiddag een vaste stop zijn om nieuwe leerlingen en hun ouders rond te leiden. En de leerlingen laten dan trots hun werk zien en vertellen over de 3D printer of de lasercutter.

Een kwartier voor het einde van de les proberen we de les te stoppen zodat de leerlingen gaan opruimen. Dit is niet altijd even makkelijk. Zij willen niet stoppen. Eén van de leerlingen zei pas tegen me: “Jammer, nu moet ik weer een hele week wachten.”

Dat was voor mij mijn onderwijsmoment van 2016, want door met leerlingen dingen te maken, raken ze gemotiveerd in techniek en de maatschappij om hen heen.

Pauline Maas heeft al 12,5 jaar programmeren hoog in het vaandel staan en geeft ict in het speciaal onderwijs. Ze heeft in april 2015 het inspiratie boek CodeKlas uitgeven samen met 40 co-auteurs waarin 40 tools zijn beschreven om te leren programmeren. Ze heeft het afgelopen jaar de stichting CodeKlas opgezet om de website codekinderen.nl weer nieuw leven in te blazen. @4pip

“Ik kan het toch niet, ik wil het ook niet en jij kunt me zeker niet verder helpen.”

Ik ontmoette Denise (15) en haar ouders aan het eind van het schooljaar 2015-2016. Het was vlak voor de zomer. Ze had geen goed rapport en ze was blijven zitten in de vierde klas van het gymnasium. De drie eerste jaren van het gymnasium had Denise zonder problemen doorlopen. De schok was – vooral voor de ouders – groot dat Denise, die op de basisschool slechts negens en tienen haalde, nu een jaar over moest doen.
Denise haalde moedeloos haar schouders op, toen ik haar voor het eerst sprak. “Ik kan het toch niet, ik wil het ook niet en jij kunt me zeker niet verder helpen.” Wat ze precies met ‘het’ bedoelde, wist ik toen nog niet. Ik vroeg haar of ze het goed vond, als we tenminste één keer samen in gesprek zouden gaan.
Haar ouders zetten grote ogen op: “Wat? Eén gesprek? Was het niet beter om meteen een coachtraject van een aantal sessies af te spreken?” Nee, dus. Mijn uitgangspunt is namelijk dat iemand (in dit geval Denise) bereid moet zijn om met me aan de slag te gaan. En dat bereid zijn bestaat soms slechts uit 1% welwillendheid om eens samen te praten en je verhaal te doen. Gehoord willen worden zonder dat er geoordeeld wordt, lijkt een universele basisbehoefte, dus tot nu toe heeft dat ene gesprek altijd plaatsgevonden.
Ouders schrikken daar nogal eens van en hebben vaak hele andere verwachtingen. In de afgelopen jaren heb ik steeds vaker gemerkt dat het helder krijgen – en waar nodig bijstellen – van verwachtingen van ouders tot een van mijn belangrijkste taken is geworden. En ook in het geval van Denise zat daar een groot deel van de oplossing.
Denise en ik spraken af op een middag bij haar thuis. Haar ouders waren allebei aan het werk, waardoor we rustig met z’n tweetjes konden praten. Ze liet me vol enthousiasme haar kamer zien. Aan de muur hingen foto’s van Denise, terwijl ze aan het zingen was. Ze straalde. Ik vroeg haar ernaar en ze vertelde vol enthousiasme dat ze het liefst de hele dag zong. Ze wilde het liefst naar het conservatorium en zangeres worden. Zonder dat ik ernaar vroeg, begon ze spontaan voor me te zingen. Ontroerd door haar prachtige stem wist ik dat ze een geweldige zangers zou worden. Sterker nog, dat was ze nu al.
Vragend naar haar bovengenoemde opmerking tijdens het intakegesprek, legde ze uit wat ze bedoelde. Ze vertelde dat haar ouders beiden arts zijn en ze uit families van artsen komen. Van Denise werd ook verwacht dat ze arts zou worden. Haar mening was nooit gevraagd. Denise gaf aan dat ze daar helemaal geen zin in had en dat de theoretische vakken op school haar steeds meer gingen irriteren. Ze had geen zin meer om haar best te doen voor iets dat ze toch niet wilde worden.
Terwijl ik dit zo schrijf, lijkt het zo’n cliché en zo eenvoudig, maar het gaat dieper dan ik hier kan beschrijven. Toen ik een week later de ouders van Denise sprak en Denise liet hen vertellen wat ze mij had verteld, kwamen er tranen in de ogen van haar ouders. Ze waren stomverbaasd en legden uit dat ze het beste hadden gewild voor haar. Toen ik hen vroeg wat dat dan precies was, zeiden ze aanvankelijk: “Arts worden natuurlijk …” maar ze verbeterden zichzelf razendsnel door te zeggen: “Wat Denise wil natuurlijk: naar het conservatorium gaan.”
En zo simpel is het soms: als je verwachtingen naar elkaar uitspreekt en checkt of die door iedereen onderschreven worden, kun je een hoop problemen voorkomen. In dit geval was er slechts een gesprek nodig om dat helder te krijgen. En Denise? Die is na de zomer naar 4 HAVO gegaan, zodat ze sneller naar het conservatorium kon en sommige ‘rotvakken’ kon laten vallen.

Ingeborg Dijkstra – Verbeek werkt als pedagoog in haar eigen praktijk voor onderwijskundige en opvoedkundige ondersteuning. Daarnaast werkt ze sinds 1 september 2016 als vakleerkracht godsdienst en part-time IB-er op een basisschool in Maastricht. Volg haar via Twitter @IngeborgDijkstr .

Oog hebben voor groei

Het jaar 2016 was op het gebied van onderwijs voor mij persoonlijk een jaar van prachtige ontwikkelingen, vele fijne kennismakingen en een verdrietig afscheid. Daaruit kiezen in ondoenlijk en daarom kies ik ook daar niet uit.

Mijn onderwijsmoment is mijn moment met leerlinge F. (die ik normaal niet in mijn klas heb) uit klas 4 vmbo-tl in de projectweek vlak voor de kerstvakantie.

De leerlingen krijgen als doel, voor de komende 4 lesuren om het rekenen met sin, cos en tan onder de knie te krijgen. Gelijk roept F. — al zuchtend — “Ik ben zo slecht in wiskunde, ik kan dat echt niet! ” Wat doe je in dat geval al docent? Ik koos voor de volgende route.

“Dat is balen, F. Maar dan spreken wij een ander doel voor jou af. Hoe groot is je zelfvertrouwen in dit onderwerp nu en geeft dat maar aan als afstand tussen je je vingers.” De duim en wijsvinger van F gingen op dat moment zo’n drie centimeter uit elkaar. “Oke dat weten we dan. Hoe ver wil je komen vandaag?” De afstand werd iets groter. Ik schat een verdubbeling. “Zeg F, je verdubbelt je zelfvertrouwen, zeker weten?” … enige aarzeling…. “Ja meneer”. “Oke, daar gaan we voor”.

De rest van de les is niet zo boeiend om te vertellen, we springen naar einde van de les. Ik check bij de leerlingen het behalen van de einddoelen (meerdere leerlingen hebben andere einddoelen gekregen omdat ze al verder waren vanwege instroom uit 3 havo). Leerlingen die hun doelen gehaald hadden mochten weg.

F bleef lang zitten. Maar wel aan het werk. En niet zuchtend. Zelfs met een tevreden glimlach op het gezicht. Tevreden sloeg ze haar boek en schrift dicht. Spullen gingen de tas in. Ze stond op. Ik maakte ook geen aanstalten om iets te controleren.

We keken elkaar aan. “En vroeg ik? ” , met mijn duim en wijsvinger op ongeveer 10 cm van elkaar. Met haar tas om haar schouder hield ze haar twee handen op ongeveer 40 van elkaar. Met een grote glimlach en met trots: “Ik snap alleen die hoogtelijn nog niet. Fijne vakantie meneer.” “Fijne vakantie F.” Met nog meer trots.

Misschien klopt haar notatie nog niet, misschien maakt ze nog foutjes. Hoe erg is dat? In deze fase van haar leerproces is dat totaal niet relevant in mijn ogen. Dat komt later wel. Laat haar eerst maar haar vertrouwen vinden. Dan ontstaat er een basis om te bouwen. Op drijfzand kun je namelijk niets beginnen.

Dit sterkt mij in mijn aanpak op persoonlijke leerdoelen, aandacht voor de leerling, persoonlijke en gerichte feedback en feedforward. Voorlopig hebben F. en ik hier geen cijfers voor nodig…

Jörgen van Remoortere, Wiskunde docent