Volwassen

Zo mooi! Wat ik meemaakte gister met een leerling van mij. Deze leerling was enkele weken geleden uit de les gestuurd bij biologie en weigerde verder nog iets op te lossen of te proberen terug in de les te mogen. Zelfs de coördinator was erbij gehaald, omdat een oplossing ver te zoeken was.

Eigenlijk was ik stomverbaasd over dat hele gedoe, want ik denk dat het een ontzettend positieve fijne knul is, die best wel eerlijk naar zichzelf kan kijken. Maar ik heb me er niet te druk over gemaakt. Hij kwam keurig bij mij zitten tijdens de bio uren, ook als deze aan het begin van de dag vielen en was ijverig aan het werk met zijn biologie.

Woensdag spraken we over de verkiezingen en stemmen. Hij was trots dat hij mocht stemmen en pestte mij dat hij PVV zou gaan stemmen. Na mijn verbaasd verontwaardigde reactie, gaf hij lachend aan dat hij genoten had van het gevecht tussen Rutte en Wilders op tv. Maar dat hij niet van plan was om op één van deze kinderachtige figuren te stemmen.

Donderdag hadden we het erover wat we gestemd hadden. En een tijdje later komt hij bij mijn bureau staan. ‘Mevrouw ik heb eens nagedacht’. ‘Ik mocht stemmen en voelde me heel volwassen’. ‘Ik dacht als ik echt volwassen ben, dan los ik het ook zelf op met de bio docent’. ‘Dus ik heb een afspraak het 6e uur met hem, dan gaan we in gesprek’.
Ergens in de loop van dat 6e uur stond hij weer bij m’n bureau: ‘Mevrouw opgelost hoor!’ ‘Nu heb ik me tenminste gedragen als een volwassen iemand die ook stemrecht heeft’.

Ik heb met een lach gereageerd en hem de hand geschud, aangevend dat ik blij was dat dat ook weer opgelost was. Stiekem moest ik snel even knipperen met m’n ogen om geen traan te laten zien. Is dit nou een vmbo basis leerling, het laagste niveau van het vmbo?
Nee, dit is gewoon een ontzettende stemgerechtigde kanjer!

Michelle Blom
innovator en organisatieadviseur

Versterken van binnenuit

“Juf, hij heeft mij geslagen op mijn hoofd!” Nathan (4 jaar) staat voor me met tranen in zijn ogen. Hij wijst naar Pascal (5 jaar en zeker een kop groter dan Nathan). Pascal kijkt me aan. “Kom maar even bij me, dan lossen we het samen op” vertel ik Pascal. Maar Pascal wil niet komen. “Ik ben niet boos, ik wil jullie graag helpen dit probleem op te lossen”. Pascal blijft staan.

Ik richt me tot Nathan en vertel hem dat het Pascal waarschijnlijk nu niet lukt om het op te lossen, hopelijk lukt hem dat strakjes wel. Ik kijk naar zijn hoofd en deel hem mee dat hij geen bloed heeft, gelukkig maar.

Dan komt Richard (4 jaar): “Juf, Pascal heeft de telefoon uit het winkeltje afgepakt en heeft er nu twee”. Ik zie dat Pascal zich verstopt heeft onder een tafel in de spelhoek. Hij houdt 2 telefoons strak tegen zijn lijf aan. “Oh, Pascal, ik zie dat jij een telefoon te veel hebt, een telefoon is van het winkeltje, geef hem maar aan mij dan zal ik hem voor je terug brengen” zeg ik op rustige toon. Maar Pascal houdt de telefoons strak tegen zich aan gedrukt. “Nee, ik geef ze niet aan jou!” roept hij boos.

Dit vind ik altijd van die ongemakkelijke situaties. Hoe lang blijf ik volgend en waar vind ik dat ik toch even sturend moet gaan zijn. Ik geef graag veel ruimte aan kinderen en wil heel ver met ze mee gaan. Maar wanneer andere kinderen belaagd worden en agressie aanwezig is vind ik dat ik mijn ruimte in moet nemen. Veel tijd om daarover na te denken is er niet en ik merk dat de weerstand van Pascal iets doet met mijn gevoel.

“Dan moet ik toch echt even 1 telefoon van je pakken” vertel ik hem en ik voeg de daad bij het woord. “Je pakt de verkeerde telefoon! Die hoort niet bij het winkeltje!” roept hij boos. “Dat is dan even jammer, je had ook de juiste aan mij kunnen geven!” Ik draai me om en geef de telefoon aan Richard.

Boos loopt Pascal de spelhoek uit, hij roept met veel kracht wat onaardige woorden naar me en gaat in een andere hoek van het lokaal zitten. Hij is boos. Ik laat hem. Het heeft nu geen zin om met hem in gesprek te gaan. En ook ik heb even tijd nodig om deze situatie te overdenken. Heb ik hier wel gehandeld zoals ik zou willen handelen? Wat had ik anders kunnen doen? Ik heb nog geen antwoorden op die vragen.

Ik heb het met hem te doen. Dit gedrag laat hij niet voor niets zien. Achter dergelijk gedrag zit altijd een behoefte. Ik krijg er de vinger nog niet op welke behoefte daar achter zit. En misschien kom ik dat nooit te weten en misschien hoef ik dat ook niet te weten. Wat ik wel weet is dat hij iets nodig heeft om sterker te worden van binnenuit. Zodat hij zijn agressie niet meer nodig heeft om zichzelf te beschermen. Ik kan hem helpen zijn zelfvertrouwen en zijn zelfbeeld te vergroten en hem hopelijk zo weer in zijn kracht te zetten.

Nadat we opgeruimd hebben en in de kring zitten voegt Pascal zich langzaam weer bij ons. “Ah, fijn dat je weer mee wil doen” vertel ik hem. Hij gaat zitten, is zijn boosheid kwijt en doet gezellig met de rest van de groep mee.

Wanneer we bijna naar huis gaan en onze jassen aan het pakken zijn vraag ik hem of hij even bij me komt. “Weet jij dat ik jou een hele fijne jongen vind?” vraag ik hem. Verbaasd kijkt hij me aan “Nee, hoezo dan?” en hij kruipt op mijn schoot. “Omdat jij altijd vol met ideeën zit, omdat jij zo fijn andere kinderen kan helpen, omdat jij overal een oplossing voor weet, omdat jij stevige bouwwerken kunt maken, omdat jij andere kinderen complimentjes kunt geven”. Ik zie hem groeien terwijl ik hem dit vertel. “En omdat je vaak vrolijk de klas binnen komt en ik me daar dan ook vrolijk door voel”. Dan kijkt hij me vragend aan “En als ik boos ben, voel jij je dan ook boos?” Ik leg hem uit dat ik dat wel voel en dat het goed is dat we elkaar dan even met rust laten om de boze gevoelens te laten zakken. “Ja, dat hebben we gedaan en nu is ons boze gevoel weg” zegt hij.

“Heej, maar als het boze gevoel weg is en jij zo goed bent in oplossen, heb je het dan al opgelost met Nathan?” Nee, dat heeft hij nog niet gedaan. “Weet je hoe je dat zou kunnen doen?” Hij heeft dit keer geen idee. “Je zou naar hem toe kunnen gaan en zeggen: Sorry dat ik je pijn heb gedaan op je hoofd”. “Ja, dat ga ik doen!” hij springt van mijn schoot en loopt naar Nathan. Van een afstand zie ik hem zijn hand op de schouder van Nathan leggen en tegen hem praten. Er verschijnt een lach op het gezicht van Nathan en daardoor ook op die van mij.

Nicole Wouters
Juffrouw Mama

Het zal je maar gebeuren dat je vergeleken wordt met sambalsaus

Wat een bijzonder jaar was dit weer, een jaar dat in het teken stond van de fusie tussen stichting OOG en SKBO, de fusie van enkele scholen binnen deze stichtingen en keihard werken aan onderwijs dat deugt. Een jaar dat bol stond van wachten, emoties, dingen achter je laten, samen werken, nieuwe taal maken, rituelen maken en helaas ook collega’s dicht bij me die focus moesten leggen op hun gezondheid. Super trots op wat we met elkaar in een jaar gedaan hebben!

En toch… toch is de fusie niet mijn onderwijsmoment van dit jaar. Ik mocht dit jaar mee als begeleider van het leerproces van 24 volwassenen die op avontuur gingen in het onderwijs in New York en Boston. Steeds weer bewust van mijn rol… zorgen voor de voorwaarden voor deze mensen om tot leren te komen. Dat is toch echt een andere rol dan je meestal hebt als onderwijsbestuurder. Heerlijk om weer eens zo direct met leren bezig te zijn. Prachtig om te zien welk leren er plaatsvond bij de groep, bij de individuen en zeker ook bij mij. De hele dag door reflecteren op wat je ziet, wat je meemaakt en wat dat met je doet. Steeds weer dat besef dat we in de rollercoaster van fuseren, werken aan onderwijskwaliteit en dichten van gaten die er vielen veel te weinig tijd namen om te reflecteren. We gaan maar door….

Ik weet het wel, reflectie en feedback zijn belangrijk om jezelf te ontwikkelen. Ik weet het, maar vergeet het ook weer even snel. Onderwijs ontstaat terwijl je ernaar kijkt. Door steeds vragen te stellen help je het leerproces steeds een stapje verder. Net zolang door vragen tot twijfel ontstaat. The only thing that kills a good question is definitely a conclusion. En toch… toch kiezen we er vaak voor om gewoon door te gaan, te druk om even stil te staan bij de mooie dingen die we doen, te druk om even stil te staan bij de impact van ons handelen, te druk om te voelen wat we voelen.

Bijzonder was dan ook het moment dat ik van mijn twee reis-organisatie-genoten feedback ontving. Haha… het zal je maar gebeuren dat je vergeleken wordt met sambalsaus. Kort samengevat: pit, scherpte en komt binnen. Pas weken later, toen ik het kaartje nog eens las kwam het echt binnen. In je werkzame leven ontwikkel je een beeld van hoe je bent, waar je goed in bent en waar ook niet. Pit en scherpte zijn meestal niet de eerste punten die naar boven komen.

Bijzonder was ook dat moment tijdens onze bestuurlijke leergemeenschap toen twee onschuldige woorden stevige emotie bij mij opwekten. Gewoon de woorden kaders en criteria. Normaal gesproken zou ik de emotie gelaten hebben voor wat het was, maar in deze setting was er de ruimte om eens uit te zoeken waarom deze woorden bij mij zoveel emotie naar boven haalden. Een leerzaam gesprek ontstond, een gesprek waarin ik ontdekte dat ik op basis van woorden of houding van een persoon zaken invul. Tja, de emotie zit echt in wat je denkt bij bepaalde woorden of bepaalde houdingen. Je kan de emotie dus echt wel beïnvloeden door er andere gedachten bij te hebben. De rust en de ruimte voor dit gesprek bracht voor mij mooie inzichten.

Dus… op naar een pittig en scherp jaar… een jaar waarin SAAM echt zal worden wat het is… een jaar waarin ik echt… ja deze keer echt… tijd ga nemen om te kijken naar onderwijs terwijl het ontstaat en om regelmatig te reflecteren … een jaar van rust en ruimte. Op naar SAAM!

Sandra Beuving, onderwijsbestuurder

Ik heb een leuke schooltijd gehad.

Hoe ik daar zo op kom? Enkele dagen geleden is schoolvriend Geert-Jan overleden. Veel te vroeg. Sociale media doen dan hun werk en het verzoek om foto’s kwam al vrij snel mijn kant op. In de laatste jaren van mijn schooltijd fotografeerde ik veel. Nu niet voor te stellen, maar toen, gewoon op film en in zwart wit.

We schrijven schooljaar 1978-1979. In 4havo ontstond het groepje jongens en meiden dat samen optrok. Met min of meer een gelijk vakkenpakket zagen we elkaar veel. Na schooltijd bleven we plakken in de kantine of bij mooi weer in de hof, de groene binnenplaats van school. Eindeloos klaverjassen, kopje koffie er bij. En kletsen. Ook eindeloos. Ook: samen op schoolreis naar London. De kakkers (die had je toen), gingen bieren in Berlijn, de intellectuelen naar Parijs. De “gewone” leerlingen naar London. Rondhangen in London, de hoogtepunten zien, de eerste plaat van de Dire Straits kopen. In het eindexamenjaar 79-80 doen de kelderfeesten hun intree. Samen een grachtenkelder huren, drank & fris kopen, muziek en gáán. Aan het einde van de havo, tussen examen en uitslag, een periode van mooi weer, eindeloos samen rondhangen bij de lokale zwemplas en bij elkaar thuis.

Voor mij viel de uitslag van het eindexamen samen met de uitslag van de keuring voor dienst. Definitief afgekeurd. Ik kon mijn eigen koers varen. De dag dat ik de cijferlijst opgehaald had op school kwam ik thuis met de mededeling dat ik door ging naar het vwo. Want dat deden mijn vrienden en vriendinnen ook.

Dus ging de meerderheid van de vriendengroep door naar het vwo. De havisten in v5 brachten reuring in het studieuze vwo. Gezelligheid in de les, voor school, na school, bij buitenschoolse activiteiten: je zag ons overal. Vaak apart, of in duo’s of in het clubje, maar de ex-havisten lieten zich goed zien in het vwo. Als er wat georganiseerd moest worden, zochten we elkaar op. En we zagen elkaar toch al bij de kelderfeesten. Bij de vakken die bij-gekozen moesten worden troffen we elkaar in grotere aantallen. Het mooie voorjaar, de poging van school om voor h5 en v6 de lessen facultatief te maken, zorgden voor een ontspannen sfeer in aula en op het hof. Er werd wat minder tijd in de les doorgebracht en meer in het gras in de zon. Of er nog geklaverjast werd weet ik niet meer, maar dat kletsen dat kon eindeloos. Over niks, vriendschappen, kruisraketten, school en weer niks. Kortom, waar pubers het over hebben.

Bij het bladeren in de foto’s blijkt het selectieve geheugen: de schoolreizen, toneelvoorstellingen, het cabaret, de laatste schooldag, brugklaskamp als junior-mentor, kortom de hoogtepunten staan op de plaat. Ook een paar keer het bezoek aan de kroeg op de hoek (letterlijk), die vrijdagmiddag door scholieren en docenten bezet werd. Maar niet de schoolkrant, de weekopeningen, het politiek debat, de actie voor Cambodja, de sportdagen. Er was zoveel meer dan wat de foto’s laten zien.
Het clubje werd langzaam losser. Verschillende interesses, liefdes en ex-liefdes, ex-havisten die vertrokken omdat vwo toch niet bij hen paste, de andere school die lonkte. Het eindexamenjaar werd afgesloten met een week kamperen op Terschelling in de periode tussen examen en uitslag. Het was weer mooi weer.

Het overlijden van Geert-Jan en de tijd van het jaar (Top2000 tijd) zullen het beeld vertroebelen, maar dat doet er niet aan af: ik heb een mooie schooltijd gehad. En Geert-Jan hoorde daar bij.

Paul Ket
Docent wiskunde
Leidsche Rijn College

Onderwijsmoment 2017

Mijn onderwijsmoment 2017 is een moment dat redelijk af staat van het onderwijs in onze scholen. En dat bepaalt tevens dat het mijn onderwijsmoment voor dit jaar moet zijn.

Maandag 20 februari 2017
De fusie effectrapportage (FER) hadden we enkele weken daarvoor al ingestuurd naar de Commissie Fusie Toets. Eens maar nooit weer had ik toen al in hoofd en hart besloten… als er iets ver af staat van goed onderwijs, dan is het dat kunst en vliegwerk circus wel.

We zaten die bewuste dag met MT collega’s van Stichting OOG en SKBO in mijn nog geheel nieuwe thuis. Lekker veilig ook. Een goede omgeving om gezamenlijke focus te maken op wat (nieuwe) organisatiestructuur van onze mogelijk nieuw te vormen stichting zou kunnen zijn. Van 13 scholen ‘bewoond’ door 4100 kinderen en zo’n 400 collega’s in één gemeente naar 29 scholen met 6600 kinderen en 650 collega’s in zes gemeente (om over openbaar en katholiek nog maar te zwijgen….).

Hoe zouden we trouw aan ons stevig gedeelde uitgangspunt – zo lang mogelijk thuisnabij goed onderwijs én dus zoveel mogelijk budget naar het primaire proces – ons het best kunnen ‘organiseren’. Er werd lefvol gedacht. Los van eigen positie gestoeid over rollen, verantwoordelijkheden; klein blijven in groot zijn.

In de namiddag sloot een expert van buiten bij ons aan. Zij zou haar kritische licht laten schijnen op wat wij bedachten, op de onderliggende uitgangspunten. Nu, dat deed ze. En hoe.

“Edith het wordt tijd dat jij eens gaat besturen” is de zin die sindsdien volop in mijn hoofd rond zingt. Shit zeg, was ik dat niet al ruim zes jaar met alles wat ik in mij heb aan het doen?! En waar ik met het resultaat ervan – vooral gefikst met veel collega’s – stiekempjes ook trots op was. BAM! Daar zat ik met mijn goede gedrag én professionele overtuiging aan de wiebel. Ik probeerde nog iets in de sfeer van… “Uhm ik ben ruim drieënvijftig…niet alles meer is nog veranderbaar hè…”
#ikdesufferd

Niet enkel op mij was de impact groot. Ook bij aanwezige collega’s drong besef van ‘de dingen anders’ gaan doen bij ieder persoonlijk heel verschillend door.
#eusj

#potdomme

Een maand later praatte ik tijdens een overleg al onze directeuren bij over de ‘gelopen’ route. Van statuten naar reglementen naar hoorzitting commissie fusie toets, naar vele overleggen met Raden van Toezicht en Gemeenschappelijke Medenzeggenschapsraden enzo.
Ik hanteerde daarbij de beeldspraak van “het mantelpak & de spijkerbroek”. Toelichting lijkt me overbodig. Bottom line is er niks mis met een vet mantelpak. Laten we allen volop de momenten koesteren dat je om wat voor een reden dan ook fijn kiest voor het (figuurlijke) mantelpak. Maar als die spijkerbroek te lang niet aan ‘mag’, je te weinig aan het werk bent aan / voor  wat er echt toe doet – de kwaliteit van het primaire proces – dan verlies je de bedoeling uit het oog!

Inmiddels zijn we heel wat maanden verder. De fusie is een feit. SAAM* is het vanaf nu.
De (te vele!) mantelpakmomenten hebben we glansrijk doorstaan 😉

‘Terug’ naar waar het om gaat! Mooie kinderen en collega’s in al die scholen die samen goed onderwijs maken!
Sandra Beuving en ik vormen samen de collega’s van bestuur #datdanweerwel
Wat mooie bestuurdersjurkjes gescoord deze kerstvakantie #datdanookweerwel

Daarnaast geniet ik ‘in de tussentijd’ volop van de Tias leergang Toekomstbestendig Onderwijsbestuur #nooitteoudomteleren

En blijf ik fijn ook doorgroeien in ZIJN wat ik ZEG.

Tegen menig onderwijsbestuurder zou ik willen zeggen: trek eens iets vaker die spijkerbroek aan. Dan beloof ik meer te schitteren in mantelpak 😉

2018.
Ik ga SAAM* besturen!

Edith van Montfort, onderwijsbestuurder

Vertraag en volg je hart!

Ook ik werd via twitter uitgedaagd door Lizette om mijn onderwijsmoment van 2017 te delen. Tja, doe je dat dan wel, of doe je dat dan niet?

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan zou Pipi Langkous zeggen. Maar ja ik ben Pipi niet, ik heb eigenlijk niet zoveel lef en moed, of toch wel?

Via de sociale media deel ik al langere tijd mijn “parels van de dag, week of maand”. Mijn persoonlijke motto’s #elkedagietstevieren en #eenlevenlangleren komen als rode draad in mijn berichten terug. Maar wat was nu MIJN ONDERWIJSMOMENT van 2017? Een mooie overdenker zo aan het begin van 2018…

2017 werd het jaar waarin ik na het zien van de documentaire “Walk with me” een nieuw werkwoord en persoonlijke uitdaging ontdekte: “Vertragen!”. Voor mijn gevoel had ik net ontdekt dat ik best in mijn element ben als ik als vlinder in mijn diverse werkzaamheden van klus naar klus en plek naar plek fladder. Toch werd ik na het zien van de documentaire meegezogen in de beelden van de vertraagde wandeling die de monnik Thich Nhat Hahn omringd met kinderen, gevolgd door de gemeenschap maakte. Hoe vaak lukt het mij in mijn werk en privé om écht bewust te zijn van mijn omgeving. Lukt het me om te genieten van het moment, bewust te zijn van het nu? En vanuit het moment het kind in de leerlingen te zien? De mens in de professional écht te ontmoeten? Ik ben een mensenmens en het investeren in relatie is voor mijn een belangrijke drijfveer in mijn werk. Maar lukt me dat ook écht?

De afgelopen jaren zag ik en voelde ik de druk op onderwijs en opvang toenemen. Aangescherpte beleidsplannen, nieuwe uitdagingen met integrale plannen, andere subsidiemogelijkheden en organisatievormen. Bedoeld om onderwijs en opvang aan kinderen en voor ouders beter te maken. Maar worden kinderen, ouders en professionals er ook echt beter van?

Ik heb een onderwijshart. Als vierjarige wist ik het al, ik zou juf worden en die drijfveer bracht me via de kleuterschool naar lagere school via havo naar de pabo. Ik volgde mijn hart, werkte hard en op een dag was ik juf. Als 21-jarige voelde ik me te jong en had ik niet de lef en moed om de verantwoordelijkheid voor een eigen groep te dragen. Dus benutte ik de kans om met een studiebeurs drie jaar onderwijskunde in Nijmegen te studeren. En zo werd ik naast juf, onderwijskundige en belande ik na 1,5 jaar invalwerk in het basisonderwijs in de schoolbegeleidingswereld. Eerst drie jaar in Helmond bij OCGH en daarna ruim 15 jaar in Tilburg bij SOM en Fontys Fydes. Totdat Fontys besloot de onderwijsadviespoot te beëindigen. Een bijzonder moment dat mij dwong een keuze te maken op mijn pad van werk en een leven lang leren. Ik durfde niet goed te kiezen en besloot drie jaar geleden naast het verder gaan in mijn rol als onderwijsadviseur, trainer en ontwikkelaar via mijn eigen bedrijf ook bij Fontys OSO te blijven werken als docent bij de Master EN.

Drie jaar lang vraag ik me bijna dagelijks af, waar word ik het meest blij van in mij werk? Welke keuzes ga ik maken, wat past het best bij mij? Keuzes maken blijkt niet mijn sterkste kant. Heb ik de moed niet, en moet ik eigenlijke kiezen om de juiste keuze te maken?
“Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen”.

2017 het jaar waarin ik samen met pabo-vriendinnen lunchte en we ontdekten dat we 25 jaar geleden de pabo afronden en allemaal ons eigen pad waren gegaan. Allemaal nog steeds werkzaam in of gerelateerd aan het onderwijs. Allemaal op onze eigen wijze als veertigers zoekende op ons eigen pad. Hoe blijf je vol passie je werk doen? Welke ambities heb je? Waar word je blij van?

In 2017 was ik weer even terug in het gebouw waar ik werd opgeleid tot leerkracht basisonderwijs. Bijzonder om in die omgeving weer even terug in de tijd te zijn en te ervaren dat hoe herinneringen en leerervaringen gekoppeld kunnen zijn aan een gebouw. Herinneringen vooral aan “samen vieren” van leeropbrengsten en belangrijke momenten in het jaar. Tja en waarom zou ik dan kiezen als ik merk dat ik juist zo blij wordt van alle leerervaringen die al ruim 25 jaar op mijn pad komen?
2017 het jaar waarin het kantoor van mijn eigen onderneming “Ontwikkelkracht in Onderwijs en Opvang” steeds verder vorm kreeg en een plek werd om te werken, ontwikkelen maar ook om anderen te ontvangen, ontmoeten, ontspannen en samen te werken aan ontwikkeling. Mijn eigen kantoor met uitzicht op onze prachtige tuin met grote kersenboom wordt ook steeds meer de plek waar ik ervaar hoe fijn het is om te vertragen.

2017 het jaar waarin de grote ontwikkelklus voor Zwijsen waar ik via mijn bedrijf als inhoudsdeskundige ruim2,5 jaar aan mee heb gewerkt werd afgerond. Van dichtbij maakte ik kennis met de wereld van de uitgeverij, het werken met deadlines was nieuw voor mij. Vooral het leveren van teamwork in auteursteams, met mensen die vol passie aan een product werken om onderwijs beter te maken, maakte me blij. Hoe bewaak je je grenzen als je vol passie op een voortdenderende trein mag meerijden? Is er tijd om te vertragen en elkaar écht te ontmoeten als je op tijd op een eindstation moet zijn?

2017 het jaar waarin ik als docent bij de Master EN van Fontys OSO regelmatig uit mijn comfortzone stapte en ontdekte waar de overeenkomsten en verschillen zitten tussen een onderwijsadviseur en docent. Ik vroeg me regelmatig af, welke rol past het beste bij mij? Waar voel ik me prettig bij? Kan ik met mijn kennis en ervaring voldoende toegevoegde waarde leveren en lukt het mij om met de beperkte tijd die er soms is de mens in de student te ontmoeten?

In 2017 bewoog ik me in verschillende onderwijswerelden waarin ik nieuwe kanten van mezelf leerde kennen maar waar ook veel van mij passie en ambities samenkwamen. Ik kwam tot de conclusie dat kiezen niet nodig is zolang er tijd blijft om te vertragen en ik mijn hart kan volgen.
Precies dit is wat ik mezelf maar eigenlijk alle kinderen, studenten en professionals in onderwijs en opvang toewens. De mogelijkheid om je jezelf en je talenten te ontmoeten. Tijd om vanuit die verwondering en ontdekking jezelf te blijven ontwikkelen in een werkveld waarin iedereen zijn talenten in meerdere werelden kan en mag inzetten.

Stiekem droom ik van integrale onderwijscentra waar professionals (en ouders) samenwerken om talenten in te zetten over de grenzen van organisaties heen. Meer professionals (combinatiefunctionarissen) die vanuit talent en passie aan het werk kunnen en mogen zijn. Niet moeten werken volgens de richtlijn of structuren van de eigen organisatie maar de moed hebben om vanuit hun talent nieuwe werelden samen te brengen en te genieten van de parels van de dag. Samen met collega’s investeren in onderwijs dat uitgaat van het kind in de leerling, de mens in de professional met al zijn talenten, dromen en ambities!

Hoop is een lichtje in je hart, dat vandaag moed geeft en morgen kracht.
Ik wens iedereen een 2018 vol passie, vertrouwen en ontwikkelkracht.

Emilie Groot

Vallen om weer op te staan

29 december 2017

‘Wat zouden de sterren denken als ze mensen zien vallen?’

Het waren de woorden die me als puber uit het raam deden staren. Staren wanneer de les mij niet kon boeien. Woorden die in mijn agenda prijkten. Ze deden me verwonderen. Ik kon uren filosoferen over de betekenis van deze woorden. Toen. En nu lag ik daar. Zelf. Plat in het gras. Voorafgaand aan een eerdere salto over mijn stuur. En schuiver op het harde asfalt. Het werd ingeleid doordat de ketting van mijn racefiets van het grootste voorblad naar het kleinste voorblad sprong. Gelanceerd werd ik. Tegelijkertijd en in het moment weten dat ik mijzelf moest opvangen.

Geen helm op.
Ja, stom! Heel stom.
Maar het was zo.
Vandaag.
Toevallig. Ja, echt!

Voor een opdracht zou ik een route uitzetten. Veel stoppen, veel foto’s maken en een grote afstand afleggen. Een racefiets is dan gewoon handiger en sneller. Echt racen zou er dus toch niet van komen. En (jaja excuses), omdat mijn zoon al stond te wachten en wij anders te laat zou komen voor zijn voetbaltraining, was zelfs het pakken van mijn wielerpetje -dat ik altijd onder mijn helm draag- nu te veel werk.

Onderweg naar zijn club geef ik hem aan dat wanneer ik wat later zou zijn hij het beste kon wachten bij de grote boom. Hij weet direct welke boom. En ik voeg eraan toe dit de trainer te laten weten.

“Maar pappa, jij bent nooit te laat!”
Klopt. Hij heeft gelijk. Eerder nooit.

Die route trouwens, die is voor de start van een vierdaagse. Een vierdaagse waarbij startende leerkrachten een persoonlijk ontwikkelingstraject doorlopen. Focus op de mens als leerkracht. Die route heeft als doel dat zij zichzelf tegenkomen. Zoals je jezelf wel vaker tegenkomt in het onderwijs. Struikelt. Valt. Ik wel in ieder geval.

Het was trouwens niet eens daar plat in dat gras dat ik mezelf tegen kwam. Dat gebeurde wat later. Want zo puberaal als dat ik ooit wegdroomde bij de betekenis van woorden, zo puberaal voel ik me na mijn val. De man die mij tegemoet snelde kijkt me met grote ogen aan en zegt dat het er niet goed uit ziet. Zo nieuwsgierig als ik ben maak ik nog even snel een selfie. En niet goed? Dat rood contrasteert juist wel mooi met het blauw; de lucht.

Met wat water uit de bidon en mijn sok maak ik mijn gezicht wat representatiever. Om vanuit Alphen terug te fietsen. Dat moet nog wel gaan. Hoor ik mezelf uitspreken. Eerst dan toch maar even de trainer op de hoogte brengen. Want te laat zal ik zijn. Alleen, naast mijn hoofd was mij ook de bereikbaarheid van mijn telefoon ontvallen. Met die van de man bel ik mijn lief met de vraag of zij de trainer op de hoogte wil brengen van mijn vertraging.

Op weg terug naar de voetbalclub voel ik naast mijn schouder toch ook wel mijn sleutelbeen. Het zal toch niet!? Als puber brak ik eerder mijn sleutelbeen. Ik fietste toen van de zijkant van een viaduct naar beneden. Dat was niet stom maar tamelijk ridicuul! Lomp.

Bij de club staat de trainer op mij te wachten. Ik zie hem schrikken. Hij vertelt dat mijn zoon al met iemand anders naar huis is gefietst. Beter maar, als ik zijn blik zo zie… Hij stelt voor mij en mijn fiets thuis af te zetten. Nou, direct naar de eerste hulp is wellicht een beter plan. Hij bevestigt zijn schrikken en schikt zich.

In het ziekenhuis wordt een sleutelbeenbreuk bevestigd. Naast acht hechtingen in mijn hoofd krijg ik een mitella mee naar huis. Zes weken van herstel liggen voor me. Minimaal zes weken. En als ik eindelijk in bed lig tuur ik door het slaapkamerraam. Van veel weerstand naar geen, zo vloog ik over mijn stuur. Van geen weerstand naar veel, zo lig ik nu in mijn bed. Te mijmeren. Over mezelf tegenkomen. Over het waarom van deze val. En al kijkend naar de sterren reflecteren en belichten zij het schooljaar.

Een aantal weken voor deze val kreeg ik te horen dat opnieuw een ‘pilot’ die ik draaide zou moeten stoppen. Als leerkracht cluster4 in het Voortgezet Speciaal Onderwijs had ik een opdracht gecreëerd om het onderwijs te verbeteren: een vak geven. Vakleerkracht dus. Revolutionair in de onderbouw van deze VSO-school.

Concreet: één vak, vijf groepen en vier verschillende niveaus.
Het doel: het werkelijke potentieel van leerlingen zichtbaar maken en hen leren dat het vak leuk én handig is om te kennen omdat het overal in terugkomt. Motivatie werd gevoed. Tegelijkertijd waren co– en teamteaching subdoelen! Om van en met elkaar het onderwijs op een hoger plan te tillen.

Als vorm gebruikte ik een online omgeving waarbij instructies digitaal terug te vinden waren. Huiswerk ook. De winst in mijn context: meer tijd en ruimte voor extra instructie, ruimte om collectief te kunnen verbinden en verdiepen van lesstof en het meest belangrijkste alle ruimte voor de pedagogisch band met leerlingen.

Maar door een telfout met en rondom FTE’s –FullTime-Equivalent, de aanstellingsfactor- werden er binnen de organisatie keuzes gemaakt op basis van harde euro’s in plaats van visie en daadkracht. En juist dit laatste een essentieel, zo niet existentieel, fundament voor goed onderwijs.

Zelfs het bedenken van een constructie om de pilot voort te zetten voelde in alles als een zeem tot de laatste druppel uitknijpen. In minimale vorm wilde ik het doorzetten. Kosten wat het kost. Maar waarom? Het doek was al gevallen. Visie nul. Ja, natuurlijk wilde ik de lijn doorzetten voor de leerlingen en juist van hen die als ‘speciaal’ bestempeld worden! Zoveel het onbenut potentieel.

Maar deze keus deed mij hier op deze school en in deze organisatie breken! Vallen.

Op het moment dat ik de mitella probeer af te doen om mijn arm wat te ontspannen voel ik een pijnscheut. Even blijft ik stil zitten. Onzeker vraag ik me af of ik te snel wil bewegen. Weer te snel wil gaan. Stil zitten om snelheid, ups & downs, doelen en de ruimte die ik nodig heb om mijn visie op onderwijs te kunnen uitdragen opnieuw te kalibreren. Wat staat mij nu te doen?

Zien. Nadenken. Doen. Gaan. Creëren. Verbinden. Ontwikkelen. Dat met de snelheid waarmee zich zaken aandienen. Zo bedrijf ik onderwijs. Het is wat mij drijft. Het potentieel van leerlingen die anders leren zichtbaar maken. Leerlingen die een andere relatievraag hebben. Soms gedrag nodig hebben omdat zij simpelweg de woorden nog niet geleerd hebben.

Eén ding is in ieder geval zeker. Mijn baan in het (voortgezet) speciaal onderwijs zit erop. Deze val drukt mij naast mijn neus op het asfalt en in het gras ook nog eens op de feiten. Deze val dwingt mij om stil te staan. Dwingt mij het contrast van mijn visie en werkelijkheid tegen het licht te houden. Kleur te bekennen. Dwingt mij opnieuw te leren vertrouwen. Vertrouwen op dat mijn visie op onderwijs niet meer past in deze context. Vertrouwen op dat wanneer ik mijn hart volg ik op de juiste plek beland.

Na tien jaar speciaal onderwijs ga ik loskomen. Ben ik genoeg gevallen. Heb ik genoeg puberaal proberen te overtuigen. Sta ik nu op om te gaan staan. Staan in mijn eigen cirkel van invloed. Volwassen de volgende stap tegemoet. En daar, daar ben ik deze val meer dan dankbaar voor.

http://ronaldheidanus.nl
http://educationontour.com

 

Mijn onderwijsjaar 2017

Het is moeilijk één moment te kiezen voor een heel jaar onderwijs. Een jaar waarin veel is gebeurd, zowel met mijn school, een school voor Speciaal Onderwijs (CL-IV), als met het totale basisonderwijs. Denk alleen maar aan #POinActie met een geweldige protestbijeenkomst op 5 oktober.

Maar laat ik het maar tot mijn school, leerlingen en collega’s (en ouders), beperken.

In augustus 2016 zijn we begonnen met een nieuw onderwijsconcept: Wonderwijs. Wij willen onze leerlingen ontwikkelen tot aardige, vaardige en waardige burgers (zo jong als ze nog zijn), die met een blik van verwondering de maatschappij in durven kijken. Daar hebben we een aantal activiteiten voor geïnitieerd: een ochtend- en middagrondje, een lange lunch, veel beweegmomenten en het werken met een verwonderingsvraag. (zie voor meer informatie hierover mijn blogs: https://alfredsspecials.wordpress.com)

Uiteraard vraagt dit van de leerkrachten ook een andere benadering van de lesstof en onze leerlingen. Niet altijd even gemakkelijk, omdat je oude gewoonten en gebruiken moet loslaten.

Om te kijken of we met Wonderwijs wel op de goede weg zijn en wat de leerlingen hier van gemerkt hebben of wat ze er van vonden, hebben we hen om feedback gevraagd. Iedere klas mocht op een eigen manier, maar wel met inzet van een ICT-hulpmiddel, feedback geven en dit zouden we tijdens een studiemiddag in juni tot ons nemen.

Niet alleen bleek hoe creatief leerlingen dan zijn in het bedenken van verschillende  presentatievormen: van stopmotion tot eigen bedachte interviews, ook,hoe goed ze hun gedachten, ideeën, etc, konden verwoorden.

Met veel aandacht hebben we de opmerkingen van onze leerlingen tot ons genomen en ik kan jullie verzekeren, die kwamen goed binnen. Vooral bij de collega’s die een toch wat afwachtende houding hadden ten opzichte van deze koersverandering. Want de leerlingen waren blij dat we af waren gestapt van het traditionele frontale lesgeven, dat er meer ruimte kwam voor hun stem en er meer afwisseling was tussen inspanning/ ontspanning en binnen/buiten.

Het was duidelijk: we waren op de goede weg. En wat ik geleerd had: zet de leerlingen zelf in als ambassadeur van een vernieuwing, dat werkt in een team beter dan een bevlogen schoolleider. Daarom is er nu ook een leerlingenraad gekomen die mee gaat praten over de richting van ons onderwijs. En dat is voor mij, en ons allemaal, wel een belangrijk onderwijsmoment. Een moment dat doorgezet wordt in 2018!

Alfred van Bergen

 

‘t Zijn de kleine dingen die het doen

“Wat is jouw onderwijsmoment van 2017?” Ik zag de oproep op Twitter meerdere keren langskomen, maar ik ben er pas vandaag (31 december 2017, de allerlaatste dag van het jaar) voor gaan zitten om iets op papier te zetten. Waarom? Vooral vanwege het feit dat ik gewoon niet kan kiezen welk moment ik zal beschrijven, want wat was 2017 een mooi (onderwijs)jaar! Daarom beschrijf ik kort – in willekeurige volgorde – een paar mooie momenten, want het lukt me echt niet om te zeggen welk moment het mooiste was.

Op 1 december was ik jarig (en dat al voor de 47e keer). Maar het was voor het eerst sinds zo’n 20 jaar dat ik jarig was op een dag dat ik lesgaf. Ik ben al sinds 1992 werkzaam in het onderwijs, maar ik heb sinds de jaren ’90 geen eigen meer groep gehad, omdat ik vooral andere taken en functies binnen het onderwijs heb gehad. Maar een paar weken geleden was dan het zover: ik had groep 6/7/8 (zoals om de week op vrijdag) op mijn verjaardag. En wat een feest was het: ik kreeg tekeningen, zelfgemaakte cadeautjes, knuffels, een versierde klas en uiteraard heb ik uitgedeeld. Wat ik ervan leerde is, dat het ‘m echt zit in de kleine dingen in het leven, want die dag in de klas was het beste cadeau dat ik gekregen heb!

In april 2017 deed ik via Twitter een oproep om in onze regio een Meetup voor docenten te organiseren. Ik zocht een paar collega’s om – in navolging van andere plekken in het land – docenten met elkaar te verbinden en samen te leren. Als gauw reageerde Ilse Meelberghs een prachtvrouw, die ik echter nog niet kende op dat moment. We maakten een belafspraak en organiseerden tijdens ons eerste telefonische kennismakingsgesprek meteen de eerste bijeenkomst. We voelden allebei aan dat het niet ingewikkeld hoefde te zijn. We kenden nodigden vier auteurs uit en organiseerden enkele weken later, vlak voor de zomervakantie, een eerste MeetUp met als thema ‘Leestips voor de vakantie’. Tijdens die avond maakten we kennis met elkaar en zo’n 25 collega’s uit allerlei soorten van onderwijs. De avond stond in het teken van verbinding en een gemeenschappelijke factor: boeken. Geslaagd door z’n eenvoud, denk ik.

Zowel in het voorjaar als enkele weken geleden ging ik met een groep leerlingen van de basisschool op bezoek bij een bejaardenhuis in de buurt. Ik vind het belangrijk dat onze leerlingen ook leren om te zien naar anderen en hun omgeving. In de Week van de Hoop zijn we begonnen met lessen die o.a. gingen over eenzaamheid onder ouderen. Al gauw ontstond het idee bij de ouderen in de buurt langs te gaan. Met zelfgemaakte knutselwerkjes en ingestudeerde liedjes en dansjes gingen we op pad. Daar aangekomen, bleek dat onze aanwezigheid genoeg was. Waar de ouderen vooral van genoten waren de voorgelezen verhaaltjes, de gespeelde spelletjes en vooral het feit dat we er wáren,

In de gang van het bejaardenhuis hing een kunstwerk (zie foto): een mozaïekspiegel met daarop de woorden: humor, veilig, aandacht, geduld, inlevingsvermogen en warmte.We liepen er langs, toen een leerling uit groep 8 zei: “Hé juf, die spiegel dat bent U. Die woorden passen precies bij hoe U bent.” Slik. Kun jij je een mooier compliment voorstellen? Ik in ieder geval niet. Ik was er op dat moment door geraakt. En nu ik dit schrijf alweer. Wat ik afgelopen jaar (weer) geleerd heb, is dat het gaat om wie we zijn. Wat we weten en wat we doen, doet er minder toe.

Wie had gedacht dat een lied van Saskia & Serge uit de jaren ’70 zou passen bij mijn onderwijsmomenten? Ik in ieder geval niet, maar als ik zo hun tekst nog eens herlees, past het prima! Ik wens je voor 2018 dat je mag genieten van de kleine dingen (die ‘t doen). Een prachtig (onderwijs)jaar gewenst!

Ingeborg Dijkstra – Verbeek.

Dat kleine beetje zon waar je al weken lang op wacht
Die uitgestoken hand die je van hen niet had verwacht
Dat kleine bosje bloemen en precies op dat moment
Die onverwachte brief als je alleen of eenzaam bent.

‘t Zijn de kleine dingen die het doen die het doen
‘t Zijn de kleine dingen die het doen.

Die kinderstem die kleur geeft aan een saaie grijze dag
Dat onverwacht gesprek toen je ‘t allemaal niet meer zag
‘t Was even net als vroeger en je kreeg weer een ballon
Het geeft je leven kleur, er is ineens een beetje zon

‘t Zijn de kleine dingen die het doen die het doen
‘t Zijn de kleine dingen die het doen.

We leven in het groot, we maken veel te veel mis waar
We praten wel, maar luisteren zelden naar elkaar
We kijken naar een punt en veel te weinig om ons heen
We zien geen kleine dingen en dus blijven we alleen.

‘t Zijn de kleine dingen die het doen die het doen
‘t Zijn de kleine dingen die het doen.

Ingeborg Dijkstra – Verbeek werkt als pedagoog in haar eigen praktijk voor onderwijskundige en opvoedkundige ondersteuning. Daarnaast werkt ze sinds 1 september 2016 als vakleerkracht godsdienst en part-time IB-er op een basisschool in Maastricht. Volg haar via Twitter @IngeborgDijkstr .

Je wint, als je vergeeft

Je wint, als je vergeeft. De Somalische vader die deze zin uitsprak, beheerst het Nederlands niet tot in de perfectie. Ik moest hem vragen: wat zegt u? Hij zei het nog een keer: je wint, als je vergeeft.

Het zinnetje echoot nog na. Hoe anders had het kunnen gaan. Zoon Abdul kreeg tijdens een broeierige middag als enige van een groepje lanterfanters de opdracht van de docent om z’n spullen te pakken en het lokaal te verlaten. Dat viel helemaal verkeerd, wat hij met niet mis te verstane woorden, en door te blijven zitten, liet merken. De conciërge werd erbij geroepen. Grote man tegenover frêle jongen, klasgenoten die wel zin hadden in een opstootje. Toen ging het dus mis.

Camerabeelden laten zien hoe Abdul met de hand van de conciërge in zijn nek als reactie daarop met kracht zijn eigen hand op de ruit van een deur terecht laat komen. Die houdt het niet. Een toegesnelde beveiliger neemt het over van de conciërge, praat rustig op Abdul in en neemt hem mee voor een gesprek met zijn mentor. Eerst afkoelen. Daarna samen naar de manager, naar mij. We hebben heel wat te bespreken.

Een week later zit Abdul opnieuw in mijn kantoor, met zijn vader, mentor en de zorgcoördinator. De conciërge is op basis van de camerabeelden door de school geschorst, vertel ik. Daar zijn procedures voor die zijn opgevolgd, zoals het hoort.

Met Abdul gaat het gesprek al snel over zijn toekomst, over de vraag in welke opleiding hij wél gelukkig kan worden, waar hij niet voortdurend slechte cijfers haalt, weer faalervaringen te verwerken heeft. Dit gesprek is al een paar keer eerder gevoerd. Het schooljaar is bijna afgelopen; er moet nu wel een besluit worden genomen. Het incident staat hier los van.

Hoewel? Het is niet te onderschatten ingewikkeld wanneer je als jong mens niet goed weet wat je met je toekomst aan moet. Als je ouders hoge verwachtingen van je hebben, en je die niet waar kunt maken. Als het echt allemaal net te moeilijk voor je is. Als je nooit de stoerste en de beste bent, en de leraren je niet altijd begrijpen. Dan kan het zomaar misgaan op een hete donderdagmiddag tijdens de Ramadan. Je faalt, je raakt je zelfbeheersing kwijt.

Je wint, als je vergeeft. De wijze vader die dat zei, vergaf daarmee de conciërge én zijn zoon. De een moet desondanks boeten. De ander word hopelijk een sterker mens, en vindt een opleiding die wél past. Iedereen is ergens goed in. Het is o zo moeilijk soms om erachter te komen waarin precies.

Bartha Huijberts
Lees ook op https://barthawerkt.com/2017/06/09/je-wint-als-je-vergeeft/