Categorieën
gastblog

Dat moment wanneer kinderen die zenuwen bereiken

Een nieuwe week, een nieuwe maandag. En niet zomaar één. De eerste maandag nadat Sinterklaas eindelijk weer in het land is. De eerste maandag waarop kinderen eindelijk het verboden woord, ‘Sinterklaas’, mogen zeggen. En een dag waarop kinderen nog enthousiaster zijn dan een paar weken geleden. Maar ook een nieuw blok met rekenen. Nieuwe sommen, bussommen. En wat zijn ze moeilijk. Ik heb de klas opgedeeld in 3 groepen. Een groep werkt met de laptop, een andere groep werkt met mijn collega. De derde groep krijgt mijn volle aandacht. Een paar kinderen hebben het vrij snel door. Andere kinderen hebben er meer moeite mee. Ik probeer ervoor te zorgen dat ze het allemaal begrijpen. Maar dat ene meisje heeft maar geen geduld. Ook niet om naar de uitleg te luisteren.

img_6767


‘Juf! Juf! Juhuf!!’. Blijft ze maar roepen. ‘Zie je dat ik in gesprek ben? Ik kom zo naar jou toe.’ Maar ze heeft echt geen geduld. Ze blijft maar roepen. En als ik dan niet reageer, gaat ze over op: ‘O, school is echt saai. Is het al tijd? Gaan we nou naar huis? Ik wil naar huis! Juf! Juhuf!’, blijft ze doorgaan. Soms bereiken kinderen bepaalde zenuwen in je hoofd waarmee ze ervoor zorgen dat je het liefst wilt roepen: ‘En nu is het klaar! Wat je doet is echt vervelend! Pak je spullen en ga maar even ergens anders werken. En als ik straks kom kijken, dan is je werk af!’. Dit meisje heeft bij mij die zenuwen te pakken. Maar meteen besef ik me dat ik haar op deze manier niet ga helpen. En op deze manier zal ze niet stoppen met haar gedrag. Sterker nog, ik zal het zelfs verergeren. En hoe kan ik haar dan nog bereiken en zorgen dat ze vertrouwen heeft in haar eigen kunnen? Ik knijp even in mijn handen en kijk even op van mijn gesprek met het andere kind. Ik richt me tot het meisje dat koste wat het kost mijn aandacht zal krijgen. ‘Wat is er aan de hand?’, vraag ik haar. Ze zegt dat ze het niet snapt. ‘O sorry, dan heb ik het je niet goed uitgelegd. Ik leg deze som even uit aan Mila, daarna kom ik naar jou toe. Ik zal het je op een andere manier uitleggen, ik zal zorgen dat je het gaat begrijpen. Kun je nog heel even wachten?’ Ik kijk haar recht aan. En dat kan ze nu. Ze wacht netjes tot ik naar haar toe kom. Ik leg het haar uit op een andere manier. We maken een som samen. Het kwartje valt. Ze maakt nu een som met mij erbij, maar wel zelf. En eigenlijk, eigenlijk kan ze het nu zelf wel. ‘Wil je de volgende som nog samen maken?’ vraag ik haar. ‘Nee juf, ik snap het wel, hoor. Ik kan het zelf wel.’ Klinkt het een beetje geïrriteerd. Ze gaat stil aan het werk. Mijn aandacht heeft ze niet meer nodig. Ze kan het.
Betty Boztay-Meeuwesen 15 november 2016

Alweer de tweede blog van Betty. Als je leerlingen écht ziet maak je het verschil. Ik denk dat iedereen die voor de klas staat wel eens last heeft van die zenuw die geraakt wordt. Als je dan zo inspeelt op de situatie ben je een juf met de hoofdletter J. 

Categorieën
gastblog

Nu liet ik het echter toe.

Laatst mocht ik een inspiratiebijeenkomst over ‘pedagogisch tact’ bijwonen, van Ellen Emonds. Vol inspiratie ging ik naar huis. Ik kon niet wachten tot ik de dag daarop weer mocht beginnen in mijn klasje, groep 3.
We begonnen in de kring; de verteltas. Jammer genoeg was de jongen die aan de beurt was, vergeten de verteltas weer mee naar school te nemen. Nou ja, jammer… Mijn gevoel en mijn prikkels namen het over. Ik vertelde de kinderen waar ik de avond ervoor was geweest. En ook hoe Ellen Emonds vertelde over dat elk kind zijn best doet, elk kind doet wat het kan. Vervolgens keek ik iedereen een keer aan en zei: ‘En jullie ook. De een maakt wat meer foutjes, de ander wat minder. Maar jullie doen allemaal je best, anders zouden jullie wel minder foutjes maken.’ Het werd een gesprek waarin ik mezelf openstelde en de kinderen mijn vertrouwen probeerde te geven. Het werd een gesprek waarin ik merkte dat kinderen graag hun eigen verhaal vertelden of hun vragen durfden te stellen.
Een leerling vroeg me naar mijn leeftijd. Ik vertelde bijna heel eerlijk mijn leeftijd. ‘Toen ik 28 jaar was, vond ik dat een hele fijne leeftijd. Zo’n fijne leeftijd, dat ik besloot dat ik het jaar daarop weer 28 jaar zou worden. Een jaar later werd ik 28 jaar. En het jaar daarop werd ik ook 28 jaar. Toen ik afgelopen zomer jarig was, werd ik weer 28 jaar.’ Als eerste kwamen de reacties als ‘huh’ en ‘hoe kan dat nou?’. Maar toen besloot iemand me te vragen waarom ik elke keer 28 jaar werd. Ik vertelde ze dat ik 28 jaar gewoon een hele fijne leeftijd vond en toen ik echt 28 jaar werd, leefde mijn moeder nog. Normaal gesproken ga ik niet echt met de kinderen in gesprek over mijn moeder. Ze kunnen zulke goede vragen stellen, dat ze al snel bij mijn verdriet komen. Nu liet ik het echter toe. Ze konden me van alles vragen en ik kon ze eerlijk antwoord geven. Ik liet ze toe meer over dat moeilijk stukje achter mij te weten te komen. En dat was goed.
img_6677 Daarna vroeg ik de kinderen of er iemand weleens met een rotgevoel naar school kwam. Meerdere kinderen staken hun vinger op en vertelden iets. Toen was er een meisje aan de beurt. Ik noem ze Abigail. Abigail vertelde dat ze een rotgevoel had, omdat haar moeder haar tablet af had gepakt. Meteen kwam er een reactie van een jongen uit de klas: ‘Oh, dat zegt ze elke keer!!’. Ik vroeg haar of ze dit vaker vertelde. Het werd bevestigd door een aantal kinderen uit de klas, op niet zo’n leuke manier. Haar schouders gingen hangen. Ik kon me herinneren dat ze me dit inderdaad eerder ook heeft verteld, maar ik ben er toen niet verder op ingegaan. Hierop zei ik: ‘Misschien zegt ze het wel elke keer, omdat ze het gevoel heeft dat er niet naar haar geluisterd wordt.’ Haar hoofdje ging weer iets omhoog en de andere kinderen dachten na over mijn opmerking. Hierna hebben we geluisterd naar Abigail en hebben we met z’n allen nagedacht over hoe ze het probleem de volgende keer op kon lossen.
Toen ontstond er wat geroezemoes. Hoe langer ik niks ondernam, hoe meer kinderen dit overnamen. Ik besloot om even achterover te gaan zitten en te kijken wat er zou gaan gebeuren. Bijna iedereen deed inmiddels mee, op zijn eigen manier. 2 Jongens die regelmatig door de klas roepen, wilden nu juist dat het stil werd. Ze vonden het heel vervelend dat er zo’n onrust in de kring was. Ze riepen ook allebei: ‘En nu allemaal stil zijn!’. Een paar kinderen die normaal wel aanwezig zijn, maar er niet echt doorheen praten stonden nu juist op. Ze sprongen in de lucht en probeerden op een grappige manier over te nemen wat de eerstgenoemde 2 jongens zeiden. Dit werd ook overgenomen door een meisje dat niet zoveel in een grote groep vertelt, omdat ze nog niet zo lang in Nederland is en de taal niet beheerst. Een paar kinderen bleven gezellig met elkaar kletsen. Weer een ander meisje dat normaal gesproken heel erg in mijn beeld blijft, trok zich nu tevreden terug. Ze ging achterover zitten en dacht: ‘Wat fijn dat de juf nu eens niet op mij let’. Een aantal kinderen probeerden hun klasgenootjes stil te krijgen door hun vinger voor hun mond te houden en ‘ssssssssstt’ te roepen. Hier bleven ze echter mee doorgaan, terwijl de andere kinderen al stil waren. Daar werd weer op gereageerd door een jongen die niet bang is om iets te zeggen, maar die het graag aan anderen overlaat. Hij observeerde de groep een tijdje om vervolgens te reageren: ‘als jullie nou eens stoppen met ‘ssssstt’ roepen, dan kan het pas echt stil zijn’. Daar had hij ontzettend gelijk in. Toen bleef er nog een meisje over. Ze werd bang. Ze keek angstig om zich heen. Ik heb iedereen verteld wat ik van ze gezien heb. Ze vertelden mij waarom ze zo reageerden. Alleen dat ene meisje vond het nog steeds eng. Ze durfde nog net in mijn oor te fluisteren hoe ze zich voelde: ‘bang’. En dat begreep haar klasgenootjes gelukkig ook.
Het was weer tijd om verder te gaan met het geplande programma. Ze waren er klaar voor. Maar eerst kreeg ik nog verschillende knuffels, ook van kinderen die eerder niet zo makkelijk naar me toe kwamen. En Abigail, die heb ik na 2 minuten toch echt van me los moeten maken. Maar wat was dat een goed en fijn gesprek. Ik verheug me op de volgende keer.

Betty Boztay-Meeuwesen
5 november 2016

Wat een mooi praktijkvoorbeeld van een directe opbrengst in de klas n.a.v. een inspiratiemoment. Het maakt mij blij om te lezen wat een bijzondere ontwikkeling jij aan het doormaken bent op De Lochtenbergh. Heel veel dank voor dit prachtige Onderwijskoppen-verhaal. 

Categorieën
gastblog

Schilderen met woorden

Het mag…zeiden ze,
dus schrijf ik over vanmiddag.

We hebben vandaag geschilderd met acrylverf, maar ook met woorden.
Het gesprek werd niet enkel gekleurd door gebabbel maar bevatte ook veel tinten over keuzes, te maken keuzes en gemaakte keuzes.

img_6645

Over Karin (Donkers) en Lizette (Mijland)
Beide vrouwen zijn Onderwijswijven pus sang…maar……bijna verloren voor onderwijs.
Beide vrouwen zijn directeur in het basisonderwijs….geweest
Beide vrouwen hebben een onvoorstelbare hoeveelheid kennis, ervaring en een uitgesproken (en onuitgesproken) visie op onderwijs.

Maar….ze zijn uit de race gestapt.

Drie vrouwen die vanmiddag spraken over het “gen” dat onderwijsliefde heet.

Die het met elkaar hadden over de verharding, wanneer je een mening hebt over onderwijs.
Dat we vaak geen vragen stellen maar oordelen vellen.
Over de zorgen die we hebben over het “bijblijven” en voor veel leraren het “inhalen” van de slagen als het gaat om onderwijs aan onze kinderen/jongeren anno 2016.
Die elkaar vragen durven te stellen over hoe het anders zou kunnen, beter passend bij kinderen anno nu.
Over schoolleidersregisters, waar je eerst voor moet betalen om erin te komen maar er gratis uitgewipt wordt wannneer je geen baasje meer bent.
Over professionals, over bekwaam zijn en blijven.
Oh, we hebben ook geschilderd, maar de gesprekken van vanmiddag zijn voor mij de ware kunstwerken. Die zijn niet in waarde uit te drukken.

Dat rijke palet, dat onderwijs heet, met elkaar mengen.
Dat zouden meer mensen moeten doen!
Met elkaar het gesprek aangaan, elkaar vragen stellen, naar elkaar luisteren, het uitstellen van waardeoordelen.
Gesprekken die gevoerd worden op grond van gelijkheid, zonder rangen, standen, graden en gradaties

Onbetaalbaar

Morgen gaat Karin weer naar haar kleuters
Morgen gaat Lizette weer naar haar cultuurproject
Morgen ga ik weer anderen helpen met beetjes beter te worden.

….maar we zouden best wel iets anders willen doen.

Deze gastblog is geschreven door Karin Winters en alleen zij kan op deze manier verslag doen van een bijzondere middag. Bedankt Karin…én Karin Donkers voor het gezelschap én het gesprek. 

Categorieën
gastblog

Over invallen

Vaak krijg ik te horen: Goh, is dat nou niet heel zwaar, dat invallen? Ja natuurlijk, maar als je pas klaar bent met de PABO wil je natuurlijk werken.

Nu ben ik ondertussen al voor mijn derde jaar aan het invallen. Dat is soms zwaar maar het is de meeste tijd gewoon heel leuk.
Toen ik klein was riep ik al dat ik juf wilde worden. Hartstikke leuk natuurlijk, maar je moet er wel iets voor doen. Na de basisschool ging ik naar VMBO-T. Met deze opleiding kon je niet meteen naar de PABO. Met een omweg via het ROC kon ik er ook komen. Op deze manier kon ik meer ervaring opdoen en hoefde ik minder theorie te leren. De PABO was zwaar maar ik heb het gehaald.
Toen begon het grote avontuur: werken.
Dat was makkelijker gezegd dan gedaan aangezien je niet zomaar aan een baan komt tegenwoordig. Dus dan begin je met invallen. Zodra ik klaar was met school heb ik mezelf ingeschreven bij de invalpool voor heel Tilburg en omstreken. Iedere ochtend om 7 uur zat ik klaar met gesmeerde boterhammetjes om gebeld te worden. Dit gebeurde helaas niet altijd zodat ik op sommige dagen om kwart voor 9 weer even terug kroop in bed. Gelukkig gebeurde het ook regelmatig dat ik wel werd gebeld. Na een paar maanden gebeurde het ook vaker dat ik werd terug gevraagd op een school. Dat voelt goed! Zo gebeurde het dat ik in mijn eerste invaljaar van januari tot aan de zomervakantie mijn eigen klas had. Dat was leuk, maar wel even wennen.
Van iedere dag om 8 uur op een school staan en 10 minuten nadat de leerlingen weg zijn ook weg gaan (want je hoeft dan alleen na te kijken, briefje schrijven voor de leerkracht over hoe het is gegaan) naar flink wat voorbereidend werk en na school lang op school blijven om rapporten en groepsplannen te maken.
Vorig schooljaar begon ik weer het jaar vol goede moed en het had geholpen! Meteen de eerste week mocht ik invallen in een groep 4 op de donderdag en de vrijdag en ze vroegen me meteen of dat ik voorlopig kon blijven. Ja natuurlijk! Daar ben ik het hele schooljaar blijven plakken en nu heb ik het geluk dat ik daar 1 dag in de week mag werken. Verder mag ik drie dagen invallen in de b-schil. Dat is dat als er iemand langdurig ziek is, ik hier mag gaan invallen. De donderdag is nu ingevuld en ik heb dus nog 2 dagen over. Omdat ik op die dagen nog geen invalwerk heb mag ik ondersteunen op mijn thuisschool. Op deze manier kom ik steeds een stukje dichter bij het hebben van een vaste klas voor meerdere dagen per week.
Dus voor alle (pas) afgestudeerde mensen die op zoek zijn naar een baan: wacht rustig af, ga lekker veel invallen en ervaring op doen (want het cliché is waar: na het afstuderen leer je alles pas echt goed) en het komt vanzelf goed.

Lindsy Heeren.

imageZo fijn dat Lindsy haar verhaal opgeschreven heeft voor Onderwijskoppen. We moeten investeren in onze nieuwe jonge leerkrachten mét talent en Lindsy is er daar één van. Goed dat jij je verhaal deelt. Er zijn op dit moment vele jonge leerkrachten die ook heel graag hun eigen groep willen draaien, maar het juiste plekje nog niet gevonden hebben. 

Categorieën
gastblog

Onderwijskoppen, een krantenkop over het onderwijs?

Bij het lezen van de naam van deze website, en het bijbehorende Twitteraccount, associeerde ik deze meteen met krantenkoppen over onderwijs.

We kennen het allemaal. Het werkwoord ‘moeten’ is in zo’n kop eigenlijk altijd prominent aanwezig.

Moeten is een woord dat negatief en gebiedend klinkt.
Moeten is een woord dat bij mij de onwil om het anders te doen in zich heeft.
Moeten is een woord om iets te benadrukken wat niet goed gaat.

unnamed

Als je de krantenkoppen leest, merk je dat één van deze drie ‘verklaringen’ er al snel inzit. En dus ontstaat er een tegenbeweging waarbij de mensen uit het ‘onderwijsveld’ aan elkaar en aan de mensen aan de ‘zijlijn’ willen bewijzen dat het allemaal wel meevalt.
Soms met heftige discussies, maar ook met in mijn ogen een overdreven ‘hang’ naar het uitventen van positivisme over het onderwijs.
Het drijft mensen uit elkaar, terwijl we juist zouden moeten zorgen voor een beroepsgroep die samen op wil werken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.
Hoe gaan we dat dan doen? Ook daar verschillen we over van mening. We zullen het ook niet eens worden en we zullen altijd weer maatregelen op ons af zien komen waarvan we vinden dat het anders zou moeten of waar we het niet mee eens zijn.
Naar mijn mening moeten we daar niet op wachten. Niet wachten op wat anderen voor ons bedenken. Gewoon beginnen, bij jezelf, je leerlingen, het onderwijsteam en de ouders. Kritisch naar jezelf kijken en naar de dingen die je doet, de lessen die je geeft.

Ga met je collega’s in gesprek over waarom we de dingen doen zoals we ze doen.

Wat kan er anders bij mij in de groep of op school?
Wie kan ons daarbij helpen?
Wat zijn belangrijke kernwaarden bij ons op school?
Wat hebben we voor afspraken en waarom eigenlijk?
Werken we eigenlijk wel voldoende samen?
Kunnen we niet veel meer leren van elkaar?
Hoe gaan we dat dan doen?
Is het welbevinden van al onze leerlingen wel onze gedeelde zorg?
Wat voor kansen liggen er om de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren?
Hoe gaan we als team om met veranderingen en innovaties?
Wat zijn energievreters en wat geeft ons energie?
Waar zijn we goed in en waar moeten we ons verder in professionaliseren?
Hoe kunnen we de kennis die er is mobiliseren en delen met elkaar?
Waar liggen onze verantwoordelijkheden en waar onze grenzen?
Voelen leerlingen zich bij ons op school veilig en gezien?
Zijn ouders bij ons op school partner of kijken we naar ze als ‘bemoeials’?
Wat pakken we het eerst aan, met wie en hoe gaan we dat doen?
Kunnen we de taken die er zijn goed verdelen?
Hebben we te weinig tijd om het echt met elkaar te hebben over dingen die belangrijk zijn, hoe gaan we dat dan oplossen?

Zo kunnen we natuurlijk nog heel veel vragen bedenken. Het gaat ook niet om de vragen maar om de betekenisvolle dialoog die hierdoor ontstaat. Praten over ons beroep, een mooi vak, het onderwijs. Elkaar bevragen, meningen uitwisselen en samen zoeken naar oplossingen en/of alternatieven om die vervolgens om te zetten in acties en/of verbeterplannen.
Onze acties, omdat wij ze belangrijk vinden om aan te pakken of de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren. Is het niet zo dat de mooiste en waardevolste vergaderingen die zijn waar het werkelijk over ‘inhoud’ gaat? Praten we niet veel te weinig over hoe we goed uitdagend en betekenisvol onderwijs geven aan onze kinderen?
Hoe ga jij met …. om? Wie heeft er ervaring met…..? Ik ben op zoek naar handelingsmogelijkheden om de relatie met …… te verbeteren?
We zijn samen verantwoordelijk en onze leerlingen zijn onze gedeelde zorg. We hebben allemaal dingen waar we goed in zijn, we gaan allemaal ‘bewegen’ en ontwikkelen.
Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

Karin Donkers
Voormalig schoolleider, leraar PO, trainer, coach.
Edublogger / Bloggerscollectief
www.kardonsch.nl
www.kardonschtraining.nl

Ontzettend trots op deze bijdrage van Karin Donkers. Onderwijskoppen betekent voor mij dat je de koppen bij elkaar wilt steken en open staat om te leren van elkaar. Dat is volgens mij precies datgene waar jij op doelt en nog veel meer. Kortom, ik wil je ontzettend bedanken voor deze prachtige oproep.

Categorieën
gastblog

Geen flauw benul

We wisten het al vlak na haar geboorte; ze had wat eigenaardige trekjes, was passief en wilde maar niet gaan staan en lopen. Ik weet nog goed hoe we onszelf vaak voelden. Machteloos en verdrietig. Wat deden wij niet goed als ouders? Later begrepen we dat het een proces is en we het eigenlijk helemaal niet zo slecht deden en hadden gedaan. Intuïtief voelden we wat het beste was voor haar. Daar ben je immers ouders voor en dat is hoe het blijkbaar ook allemaal bedoeld is. Diverse therapieën wisselden elkaar af en steeds kwam ze een stapje verder, maar het ging langzaam, heel langzaam.

Ze was drieënhalf toen er toch echt nagedacht moest gaan worden over een schoolkeuze. Met de fysiotherapeut bespraken we onze zorg; zou ze het gaan redden in het reguliere onderwijs? We besloten uiteindelijk van wel, aangezien er nog steeds groei in zat.

We vonden een school die ons perfect leek. Het was een school die een directeur had die veel van zorgkinderen af wist, die bovendien een Plus- en Parelklas had en heel overzichtelijk was. Voorafgaand aan de inschrijving vulde ik het uitgebreide aanmeldformulier in en we konden van start.

image1

Ze kwam in een groep terecht met een zeer ervaren juf en een juf die voorheen aan de ZMLK leerlingen van de Parel lesgaf. Ze zagen wat ze nodig had, gaven haar in combinatie met de ergotherapie die ze volgde, het zelfvertrouwen dat ze nodig had. Het eerste anderhalf jaar was ronduit fijn te noemen.

Vlak voor de herfstvakantie in groep 2 werd echter duidelijk dat ze behoorlijk achterbleef bij de andere kinderen. Het leerproces kwam meer in beeld en de juffen besloten haar wat extra individuele ondersteuning te geven. Veel budget was er niet natuurlijk dus werd dit opgelost met stagiaires en de IB’er die haar twee keer per week onder hun hoede namen.

Tijdens het oudergesprek in februari werd duidelijk dat men graag wilde weten waar ze exact stond en werd verzocht om onderzoek. Voor het eerst voelden we dat dit een heel andere kant in kon gaan…

De onderzoeken liepen in april en mei dat jaar en in juni zaten we aan tafel voor de uitslagen. Alles werd heel duidelijk toegelicht en voor ons was het veelal geen verrassing. De diagnose was een Autisme Spectrum stoornis aangeduid als ‘ernstig’ en een Coördinatie ontwikkelingsstoornis (motorisch) en het advies werd Speciaal Onderwijs en daar was men heel stellig in. Vele gesprekken op de reguliere school volgden. Men wilde het advies niet zonder slag of stoot over nemen. Begrijpelijk, want een kind ‘verliezen’ aan het SO is in de tegenwoordige tijd een kostbaar plaatje. Wij zelf wilden ons een eerlijk beeld gaan vormen. We gingen kijken bij de school voor SO en zagen waar we op hoopten. Soortgelijke kinderen die onderwijs op maat kregen. In hun eigen tempo en zonder klasgenootjes die hen uitlachten of hun werk afkeurden. Kleine groepjes in de klas, mogelijkheden voor therapieën onder schooltijd en zelfs zwemonderwijs. Voor ons was het duidelijk; dit was waar ons meisje naartoe moest…

Het werd een strijd, een strijd die wij niet wilden en ook de school zeker niet. Maar ja, €12.000,- per jaar is veel geld. De verhoudingen kwamen op scherp te staan, alles werd door beide partijen onder een vergrootglas gelegd en zorgvuldig afgewogen. Het had niets meer met de ondersteuning van ons kind of goed onderwijs te maken. Het ergste in dit verhaal vind ik nog dat je als ouders zo weinig inbreng hebt. Je moet zelf al hoger onderwijs genoten hebben, wil je niet compleet uit het veld geslagen zijn tijdens zo’n gesprek. We hebben boosheid, verdriet en enorme frustratie gevoeld. En net, voordat we van redelijke naar onredelijke ouders begonnen te ‘transformeren’ kwam er een akkoord. Het zorgarrangement zou worden ingediend en onze dochter mocht haar mogelijkheden elders gaan beproeven.

Ondertussen hebben we vaak gedacht hoe onze minister van Onderwijs met zo’n situatie om zou zijn gegaan als het haar zoon of dochter betrof. Zou ze Passend Onderwijs dan wel écht passend laten maken? Het blijven leuke plannen die verzonnen worden in Den Haag, maar in werkelijkheid lijkt het soms alsof het Ministerie geen flauw benul heeft…

Christi schreef deze persoonlijke blog over het proces rondom de aankomende verwijzing van haar dochter naar het speciaal onderwijs.

Categorieën
gastblog

Een jaar lang mij nergens mee bemoeien

Een jaar weg, een jaar geen onderwijs. Na ruim 30 jaar een jaar ertussenuit. Een jaar me nergens mee bemoeien. Hoe bevalt dat?
Ik merk al heel snel dat alles gewoon doorgaat. Gelukkig maar. Maar dat maakt ook meteen duidelijk dat niemand onmisbaar is.
De laatste 2 jaren had ik steeds meer moeite met het geven van onderwijs. Ik had steeds het gevoel wat sta ik hier te doen, dit is niet interessant voor de leerlingen ze moeten zelf aan de slag, zelf ontdekken zelf leren. Ik sta hier een lesje af te draaien en zij mogen luisteren. Hoe saai is dat. Gelukkig hadden wij een directeur die hier verandering in wilde brengen en dit jaar wordt er gestart met combinatiegroepen en thematisch werken. Wat een grote verandering is in positieve zin. En juist op dit moment dat ik er een jaar tussen uit ben. Maar het onderwijs kennende gaan deze veranderingen niet snel dus hoop ik volgend jaar in te kunnen stappen. Want ik merk dat ik hier toch wel weer energie van krijg om met deze veranderingen aan de slag te kunnen gaan. Onderwijs is aan verandering onderheven en dat is een uitstekende ontwikkeling alleen gaat dit te langzaam naar mijn mening en worden daar van de overheid uit onvoldoende faciliteiten voor aan- gedragen. Want wat is er nu daadwerkelijk veranderd in die 35 jaar dat ik les geef op dit gebied? Er wordt op veel scholen nog steeds klassikaal les gegeven. Een slechte zaak. Alles verandert in de wereld maar het onderwijs in Nederland blijft stilstaan. Ligt het aan de mensen die voor de klas staan? Ik denk gedeeltelijk wel, we willen alles onder controle houden, hebben moeite met loslaten, loslaten van de methode maar ook met loslaten van de leerling. We moeten meer vertrouwen leren hebben in onszelf en de leerling. Ik zelf ben ook schuldig aan dit gedrag en ik zou graag handvaten krijgen hier anders mee om te gaan. En daar schort het nog al eens aan, we willen en moeten veranderen maar we worden daar niet of nauwelijks in begeleid en gefaciliteerd. Hier ligt nog een taak voor de overheid.
Leren van elkaar is ook iets wat we in het onderwijs meer zouden moeten doen. Hoe gaan andere scholen hiermee om, jonge collega’s worden vaak gezien als betweters, waarom…? Op die school lukt het wel, hoe kan dat? Ja een andere populatie is dan het excuus en ga zo maar door.
Elke leerling is anders, elke leerling heeft recht zich optimaal te kunnen ontwikkelen op alle gebied in een veilige, vertrouwde en uitdagende omgeving en wij onderwijs Nederland moeten dit onderhand maar eens waarmaken.
I just sued the school system!!! Een alles zeggend filmpje op YouTube.com.

https://www.youtube.com/watch?v=dqTTojTija8

Anita van Tilborg werkt op basisschool De Cocon in Tilburg. Op dit moment is zij voor een jaar samen met haar echtgenoot in Houston, Texas. Dank Anita voor jouw mooie bijdrage.