Daan* (9 jaar)

“Nadja, wil je alsjeblieft komen, hij is weer weg”. Een collega komt me halen, omdat Daan voor de zoveelste keer is weggelopen uit de klas en niet te vinden is. Al meerdere malen hebben we hem met meerdere collega’s gezocht en we weten ondertussen dat hij de school niet uitloopt en zich ergens verstopt in een hoekje of een kast. Zijn verstopplekken worden steeds inventiever; hij weet dat we hem zoeken.

Ik probeer me in hem te verplaatsen; waar zou ik me verstoppen, wetende dat iedereen me zal zoeken? Waar is een ruimte waarin ik weg kan kruipen? Met die blik loop ik de school rond en kijk welke plek passend zou zijn. Wanneer ik langs een leegstaand lokaal loop, valt mijn oog op het opgeslagen meubilair: tafels, stoelen én kasten! Zou hij hier…..

Voorzichtig kijk ik rond in het lokaal waarbij ik zachtjes “Daan, ik kijk alleen of je hier bent” zeg. Ik wil hem niet overvallen. Voorzichtig schuif ik een kast open, waarbij ik word overvallen door Daan. Hij vliegt me letterlijk aan en slaat en bijt om zich heen. Schreeuwend en kermend als bijna een wild dier. Een collega schrikt en deinst terug. Ik niet, ik schrik niet. Wel heb ik het enorm met Daan te doen. Het is duidelijk dat hij volledig overprikkeld is en primair reageert. Niet om mij aan te vallen, maar om rust te krijgen, de broodnodige rust om weer te kunnen functioneren.

Hij duikt de kast weer in en schuift de deur dicht. Ik geef aan dat ik hem met rust laat, dat hij wel zelf terug moet gaan naar de klas als hij er klaar voor is. Na een half uurtje zit hij weer aan zijn tafel achter in de klas. Om zijn tafel staan tafelschermen met gordijntjes die hij nog wel even dicht laat.

Omdat het niet te doen is om steeds met meerdere collega’s de hele school door te lopen als Daan weg is, besluit ik met hem in gesprek te gaan. Daan is een slimme jongen, die heel goed kan verwoorden hoe het met hem gaat en wat hij nodig heeft. Mits hij in “groen” functioneert dan.

Samen praten we over wat er met hem gebeurt als het hem teveel wordt. We noteren hoe het eruit ziet als hij in “groen” zit, hoe de mensen om hem heen dat kunnen zien en wat hij dan aankan. Zo doen we dit ook met “oranje” en “rood”. We bespreken samen wat hij daarin nodig heeft en hoe hij weer terug kan naar “groen”. Want ook Daan wil zelf het liefst in “groen” zijn. Het is geen onwil, het overkomt hem.

Wanneer we zijn thermometer gevuld hebben met informatie, leg ik het weglopen en verstoppen nog eens op tafel. Daan begrijpt heel goed dat dat voor iedereen heel lastig is, maar geeft ook aan dat hij rustig wordt als hij in een kast kruipt. Hij maakt duidelijk dat hij niet kan voorkomen dat dat nog eens zal gebeuren. Samen bedenken we een oplossing; we zoeken een plek waar hij zich terug kan trekken, maar wel een plek waarvan we weten waar hij is.

Zo vinden we een hoek in de aula. Samen rijden we de kast met schuifdeuren naar die hoek en plaatsen hem daar met de schuifdeuren naar de hoek gericht. We richten het hoekje van Daan samen in. Een zitzak op de grond en een paar Donald Duck boekjes in de kast. Ook hangen we picto’s op de zichtzijde van de kast. “Rustplek van Daan”, met de picto’s van stil zijn en niet storen.

Naast het inrichten van de plek maken we ook afspraken. Immers; we zullen wel zeker moeten weten dat hij daar is als hij weggelopen is, en niet alsnog ergens anders verstopt is. We spreken af dat zijn meester mij mag inseinen als hij weggelopen is. Ik zal dan naar de kast komen en kloppen op de kast en vragen “Ben je er Daan?”. Daan benoemt specifiek dat ik de kast niet mag openmaken, met een glimlach zegt hij: “Anders doe ik je weer pijn”.

Die middag loop ik naar de leerkracht van Daan om het gesprekje met Daan na te bespreken en hem uit te leggen wat we hebben afgesproken. Wat lichte verbazing om een rustplek in een kast, dat is toch raar? Raar of niet, de kracht zit hem juist in het feit dat Daan dit zelf bedacht heeft, het is zijn oplossing en zijn manier. Het is afwachten of het Daan gaat lukken om onze afspraken op te roepen als hij in “rood” zit. Is zijn hoofd dan nog wel in staat om na te denken? Er zit niets anders op dan kijken wat er gaat gebeuren.

De volgende dag staat de meester van Daan weer bij mij: “Nadja, hij is weer weg…zou hij in zijn kast zitten? Ik zal wel even gaan kijken.” Maar de afspraak was, dat alleen ik mocht kijken, dus ik wijs mijn collega daarop. Ik loop naar de hoek van de aula, toch enigszins gespannen of Daan daar nu zit en hoe hij zal reageren als ik bij hem kom. Ik tik zachtjes op de kast…. “Ben je er Daan?”. Het blijft even stil, maar dan schuift de deur op een kiertje en komt er een klein handje met de duim omhoog naar buiten. En we weten het samen: “Het is goed zo”.

Nadja Sikkers
Intern Begeleider groep 1 t/m 3
& taalklas Kindcentrum Sterrebos
Gecertificeerd Jouw Autisme Trainer 

2 gedachten over “Daan* (9 jaar)”

  1. Ontzettend veel respect voor jouw manier van handelen Nadja. Ieder kind met autisme zou een IB’er zoals jij wensen. Dit is kijken naar het kind en tegemoetkomen aan zijn/haar behoeftes. Dit is in mijn optiek waar Passend Onderwijs om draait. Hierdoor kàn het slagen, altijd…

    1. Dank je wel Christi!
      Zelf heb ik drie kinderen waarvan twee met ADHD en ASS. Een moeilijke combinatie… bij heb heb ik zoveel mis zien gaan en helaas nog steeds.
      Dat maakt me juist meer gedreven om het op “mijn” school beter te doen. 😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.