Categorieën
blog gastblog Week van de Hoogbegaafdheid 2021

Het was zo

Soms denk ik wel eens, wat heb ik mijn kinderen toch anders aangepakt dan ik eigenlijk zou hebben moeten doen. Ze waren 4 en 6 toen ik besloot weer te gaan werken in het onderwijs. Ik heb altijd gezegd dat het ook echt tijd was en dat ik een betere moeder werd toen ik weer meer ging doen dan alleen moeder zijn. Maar was dat wel zo?

Ik startte met werken op de school van mijn kinderen. Een nieuwe school in een nieuwbouwwijk. De kinderen gingen graag naar school, denk ik als ik terugdenk aan die tijd. Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit eigenlijk nooit een vraag is geweest. School hoorde er ook gewoon bij.

Papa en mama gingen naar hun werk, allebei in het onderwijs en de kinderen naar school. Ziek was je alleen als je koorts had en geen zin kwam eigenlijk niet echt voor in ons repertoire. “Geen zin, dan maak je maar zin. Denk je dat ik altijd zin heb om te werken?”

Ik moest eraan denken toen ik onlangs een gesprek had met mijn zoon over de vele scholingen en webinars over meer- en hoogbegaafdheid. Over de toename van kinderen die vastlopen in het reguliere onderwijs doordat ze meer- of hoogbegaafd zijn. De toename van het aantal Plusklassen en andere voorzieningen voor de meerweters zouden erop wijzen dat er meer kinderen zijn met een hoog IQ of sneller vastlopen.

Wat zou daar de oorzaak van zijn en hoe werkte dat zo’n 30 jaar geleden dan? Hoe had hij dat eigenlijk ervaren?

“Bij jullie was er sowieso geen ruimte om te klagen over school en al helemaal niet over een leerkracht. Als we al eens thuiskwamen met een verhaal over straf of onrechtvaardigheid dan was jullie antwoord; Je zal het er zelf wel naar gemaakt hebben of je bent zelf ook geen lieverdje.”

“We werden teruggestuurd naar de leraar, ga maar met hen in gesprek.”

Ik keek hem aan en realiseerde me dat dit inderdaad het geval was.

“Maar heb jij dan geen fijne basisschooltijd gehad.” vroeg ik wat aarzelend.
“Niet echt, ik verveelde me best wel en vond het lang niet altijd fijn. Ik had toch erg het gevoel anders te zijn. Ze noemden me niet voor niets ‘Brain Head’.”

Het was zo. Ik had daar nooit veel achter gezocht. Heb ook nooit gemerkt dat hij daar moeite mee had. Hij leerde makkelijk en was voor leerkrachten best ingewikkeld door de vele vragen en kritische houding.

Zijn herinneringen waren anders dan de mijne. Ik vind het dan ook best ingewikkeld dat ik dat nooit heb gezien of in ieder geval op waarde heb ingeschat. Zijn puberteit en de weg naar adolescentie zijn niet zonder hele diepe dalen gegaan en dan is terugkijken en reflecteren iets wat je als ouder en kind regelmatig doet of eigenlijk moet doen. Niet om een schuldige aan te wijzen maar wel om oorzaken te achterhalen, dingen een plek te kunnen geven of misschien wel te accepteren. Om door te kunnen met herstel en met je leven.

“Wat het me heeft gebracht, denk ik, is dat ik heb leren omgaan met mijn frustraties en ook met veel verschillende mensen.” vervolgde hij. “Maar nu ik ouder ben, realiseer ik me wel dat ik me altijd aangepast heb. Ik vind dat nu nog steeds jammer. Ik kan maar met weinig mensen praten over mijn studies, gedachten, analyses en interesses. Ik denk dat ik altijd onder gepresteerd heb om maar niet op te vallen. Ik voelde de voorkeur van de leerkracht voor bepaalde leerlingen en zag dat afspraken niet gehouden werden. Ik vond het moeilijk om daar niets van te zeggen. Het was onrechtvaardig. Ik weet niet of aparte scholen of klassen goed zijn. Meedraaien in een wereld en organisatie of een baan waar slechts één type mens is, is realiteit. Waar ik het wel moeilijk mee had tijdens mijn studie, was dat ik altijd de opdracht zo moest doen of moest uitwerken zoals school of de leraar het voorschreef, terwijl ik daar al een heel ander idee over had hoe ik dat zou doen of wilde. “Dat eeuwige keurslijf.”

Ik herken wel de behoefte om het op de eigen manier te willen doen. Niet alleen bij hem of uit gesprekken met leerlingen of hun ouders. Maar ook bij mezelf. Het woordje ‘moeten’ zit erg in mijn allergie en beperkt mij ook soms, hoewel ik daar steeds beter mee omga, heeft dit ook in het verleden tot aardig wat conflicten geleid. Net als achterkamertjes gedoe. Bij ons is het ‘what You see is what You get’.

Het gebrek aan mogelijkheden om het ‘anders’ te mogen doen. “Een regelmatig terugkomend probleem” geven ouders aan tijdens gesprekken in hun zoektocht naar een passende school voor hun zoon of dochter. Daar waar ze ‘gewoon’ blij naar school kunnen. Dat betekent loslaten van het geijkte leerstofaanbod en kijken naar mogelijkheden. Leerlingen het vertrouwen geven om op een zelf gekozen manier de opdracht te mogen doen. De leerlingen dus meer autonomie en keuzevrijheid geven. Niet meer van hetzelfde maar op zoek naar wat nodig is ook voor hen om gemotiveerd en in ontwikkeling te blijven. Luisteren naar en praten met het kind i.p.v. over hen.

Maar ook de verrijking van de dialoog, de ontmoeting met gelijkgestemden. Een peergroup is dus heel belangrijk om dat gesprek te kunnen hebben en een stukje herkenning te voelen. Dat alleen kan dus al een meerwaarde zijn van ‘dat ochtendje plusklas’ zoals soms wat smalend wordt gezegd door ouders maar ook door vakgenoten die niets op hebben met die kleine klasje voor een ochtendje per week. Het zou natuurlijk mooi zijn om dit in je eigen groep of school vorm te geven want laten we van deze leerlingen geen uitzonderingen maken. Maar zullen we wel blijven luisteren naar kinderen en hun ouders om te zorgen dat ook hun schooltijd een mooie tijd is om naar terug te kijken? We doen dit ook bij kinderen die een ander soort ondersteuningsvraag of extra aandacht nodig hebben. Dat vraagt van om leren van elkaar en je te verdiepen in de ander.

Passend onderwijs ‘To the Max’ en dat is verdraaid niet makkelijk, maar terugkijken en zien waar je het anders had kunnen en misschien moeten doen, ook niet.

Karin Donkers

Één reactie op “Het was zo”

Wat een goed stuk, zo herkenbaar! Ik ben ook terug gaan kijken met mijn dochter. Niet makkelijk, pijnlijk dat ze meer gepest werd dan wij dachten bijvoorbeeld. En daarbij liep ook zou door haar hoogbegaafdheid zich sterk aan te passen en onder te presteren, waar ze nu bij haar studie nog steeds last van heeft. Ze klaagde nooit dat ze niet naar school zou willen. Ik begeleid hoogbegaafde kinderen en merk dat kinderen compleet vastlopen en oververmoeid zijn etc. Ondertussen heb ik er zelf vier, en zij gingen ook gewoon naar school want ja, dat hoorde er inderdaad gewoon bij. Ik vraag mij af waarom zij niet klaagden. Vond het eerst een goed teken, ze zetten door, maar denk achteraf, ze kwamen niet voldoende daarin voor zichzelf op. En twee van mijn kinderen hebben behoorlijke dalen gekend tijdens vooral de middelbare school. De andere twee vonden het gewoon sociaal gezien heel gezellig maar leerden er niet veel en haalden matige resultaten. Maar dat vond ik op een gegeven moment geen punt, als ze maar wel door gingen en vooral, lekker in hun vel zaten. Ik zie veel verbeterpunten voor het onderwijs. Maar ook achteraf in hoe ik ze heb opgevoed. En inderdaad, pijnlijk maar heel leerzaam.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.