Ik blijf me professionaliseren, maar zal niets registreren

Vanaf 2018 gaat het wettelijk verplichte lerarenregister van start waarin elke leraar het onderhouden van zijn bekwaamheid moet aantonen in punten. Mijn grootste bezwaar tegen DIT lerarenregister is dat het onvoldoende recht doet aan mijn bekwaamheid als leraar. Elke goede leraar die ik ken houdt zijn onderwijspraktijk regelmatig tegen het licht. De ene keer is dit sparren met een collega of als onderdeel van het team een visie vormen, de andere keer is het een artikel of lezing bijwonen die je visie op goed onderwijs verandert. Soms is het een Tweet die je doet nadenken.

Elke dag word je geconfronteerd met de vraag en uitdaging wat goed onderwijs is. Het zijn ouders en leerlingen, de ervaringen van de dag en het effect van het gegeven onderwijs waar je op reflecteert en die je uitdagen om jezelf te verbeteren. Dat moet ook, het onderwijs heeft de complexe opdracht om kinderen klaar te stomen voor de maatschappij van morgen. De kern van de wet beroep leraar is dat ik verantwoordelijkheid draag voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces en hier ‘zeggenschap’ over krijg binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school. De vervolgens eraan gekoppelde bekwaamheidseisen moet je volgens het lerarenregister onderhouden door je professionaliseringsactiviteiten aan te tonen. Deze activiteiten worden geregistreerd in codes en zo omgezet in punten.

In mijn visie is de bekwaamheid van een leraar door meer dan alleen professionaliseringsactiviteiten bepaald en is deze zodoende niet te vatten in cursussen, punten en codes. “Passie voor het vak kun je niet leren, de rest wel. De dag dat je vindt dat je bent uitgeleerd, is de dag dat je met pensioen moet gaan.” Woorden van de man die mij hiermee inspireerde en mij de drempel over hielp het onderwijs in. Ik was geen natuurtalent voor de klas, maar had een sterke drive. Juist het kunnen uitdenken van onderwijs, het goed onderbouwen van mijn lessen, is essentieel voor het goed verlopen van mijn onderwijspraktijk.

In mij schuilt een grote idealist getemperd door de realiteit van de dag. Gedurende de vijftien jaar dat ik in het onderwijs zit stel ik de kwaliteit van mijn onderwijs centraal. De laatste jaren is de realiteit dat ik steeds minder betrokken wordt bij de vraag wat goed onderwijs is. Volgens de wet heb ik zeggenschap over mijn onderwijs, echter in samenspraak met mijn werkgever. Ik moet mij professionaliseren, maar nergens staat beschreven hoe mijn werkgever mij moet faciliteren. Er staat wel beschreven dat men anders besluit om mij ‘onbevoegd en onbekwaam’ te verklaren.

Ik ben tegen DIT register, ik ervaar het als een nietszeggend hol keurslijf wat geen recht doet aan het erkennen van mijn bekwaamheid.
Ik zal me daarom blijven professionaliseren, maar niets registreren.
Ik wil dat het mandaat weer terugkomt bij de beroepsgroep en dat er begonnen wordt met een raadpleging van ALLE leraren. Daarop zou dan verder gebouwd kunnen worden zodat hetgeen wat ontstaat werkelijk ‘van, voor en door’ de leraar is.

http://www.nietmijnregister.nl
Ik blijf me professionaliseren, maar zal niets registreren.

Debbie Dussel oktober 2017

Die opmerking tijdens de Meetup013 raakte me

Tijdens de meetup013 over maakonderwijs van 11 oktober raakte ik in gesprek met de eigenaar van het Walhallab in Zutphen. Via Twitter hadden we al wel eens wat contact, maar een reallife ontmoeting is toch altijd weer wat anders.

We hadden zojuist samen geluisterd naar een enthousiast verhaal over design thinking. Een opmerking die ik daar hoorde raakte me. “Je moet wel een doel hebben” hoorde ik. “Als je geen doel hebt ben je bezig met niks.” Deze zin zette me aan het denken. Hoezo dan? Waarom niet? Is bezig zijn met niks niet juist alles?

Ik denk dat deze zin mijn drijfveer om te werken voor het onderwijs raakt. Wat mij betreft moeten we juist veel meer doelloze dingen in het onderwijs doen. Experimenteren, aanklooien, rommelen. Geraakt raken, enthousiast worden…De afgelopen jaren is men doorgeschoten. Alles moest een doel hebben. Meetbare resultaten stonden centraal. Ik zag veel leerkrachten worstelen met de hoeveelheid aan einddoelen en resultaatnormen. Vaak zei ik dan dat ze keuzes moesten durven maken. Vooral doen wat je leerlingen nodig hebben en waar jij warm voor loopt.

Maar hoe weet je nu wat je leerlingen nodig hebben? Maar al te vaak denken we dat we het weten door kinderen te testen en te toetsen. Ik denk dat we het juist beter zien en weten door af en toe rust te nemen. Te kijken, maar dan ook echt te kijken. Toen ik kleuterjuf was deed ik dat altijd tijdens het vrij kiezen. Kijken bij welke kinderen dat lukte, wat ze gingen doen. Wie er tot een keuze kwam en wie niet. Heerlijk met je klas aanklooien. Ik zorgde dan wel voor een rijke omgeving met veel knutsel en bouwmateriaal. Meestal maakte ik op dat moment ook zelf iets. Niet al te ingewikkeld zodat ik mijn ogen goed de kost kon geven. De vrije keuze momenten lagen in die tijd onder vuur. De lessen moesten gedegen voorbereid worden met helder omschreven doelen.

Tijdens de meetup ging ik met mijn gedachten terug in die tijd. Ook naar de tijd die ik doorbracht aan de academie voor beeldende vorming in Tilburg. Ik heb daar geleerd het experiment aan te gaan. Eerst te doen en dan te denken. Denken kan en kon ik namelijk als de beste. Nieuwe dingen aangaan en gewoon eerst lekker doen iets minder. Het doelmatig en procesmatig werken kwam na dat experiment vaak vanzelf op gang.

Marco Mout van Walhallab nodigde mij in ons gesprek tijdens de Meetup013 uit om in de herfstvakantie eens langs te komen met mijn dochter. Afgelopen donderdag deden we dat. Een warm ontvangst kregen we terwijl we toch op een onaangekondigd moment binnen stapten. De medewerker die ons rondleidde vertelde “Wij gaan om met onze jongeren op een manier zoals we zelf ook behandeld willen worden.” Ik voelde dat dat ook echt gebeurde op die plek. De jongeren die ik gesproken heb vertelden met plezier hun verhaal, keken me open aan en waren ondertussen heerlijk aan het experimenteren. Geen uitgetekende plannen, maar gewoon lekker aan het doen.

Volgens mij is ook dát onderwijs. Misschien wel juist onderwijs omdat de veilige plek die nodig is om te leren juist hier geboden wordt met alle facetten in zich. Samen met mijn dochter ging ik na ons bezoek de stad in om te lunchen en Zutphen verder te bekijken. Aan het einde van de middag trok ze me aan mijn mouw en vroeg ze me om nog even terug te gaan naar die leuke plek. Ook mijn dochter voelde de sfeer daar en voelde dat ze er welkom was. De dagen daarna hebben we samen veel gemaakt en aangemodderd. Gewoon zonder plan zonder doel en bovenal zonder pretentie.

Ik wens de mensen van Walhallab een hele mooie toekomst toe. Het zou zo maar kunnen zijn dat dit ogenschijnlijk eenvoudige concept dé oplossing is voor heel veel kinderen die vastlopen in ons huidige onderwijs.

Lizette Knuvers Mijland
Oktober 2017

Eliteschool of toch niet?

Sinds de start van het nieuwe schooljaar bezoekt onze dochter een speciale fulltime voorziening voor hoogbegaafde leerlingen. De weg hier naar toe was geen gemakkelijke. Vanaf dit huidige schooljaar is in onze omgeving deze voorziening gestart. Het is nodig om duidelijk te maken hoe noodzakelijk het is dat we in Nederland onze expertise in het onderwijs op dit gebied vergroten. Graag draag ik daar aan bij. Als ouder maar ook zeker als professional.

Vanaf het jaar 2000 ben ik werkzaam in het onderwijs. Voornamelijk in wijken waar veel onderwijsachterstand is. Het onderwijs wat ik in die tijd zelf verzorgde was vooral gericht op het inhalen van onderwijs en ontwikkelingsachterstanden. De leerlingen die lekker meekonden of zelfs vooruit liepen waren af en toe een ware verademing gedurende een schoolweek. Ze waren ook op een handje te tellen. Ik verzon leuke dingen voor hen, maar was met hen veel minder bewust bezig met het halen van onderwijsdoelen. We richtten op die scholen daarom wel een plusklas in en daarmee was mijn bemoeienis wel ten einde. Het onderwerp had voor mij geen prioriteit.

De scholen die te maken hebben met flinke onderwijsachterstanden zijn gewend individueel naar de leerlingen te kijken. Vooral daar waar het vaak om tweede taal verwerving gaat leren de leraren al vroeg te zoeken naar de onderwijsbehoeften. Ik ben wat betreft het begeleiden van leerlingen op veel scholen eigenlijk helemaal niet zo heel bezorgd. Daar waar leerkrachten kinderen zien kan gewerkt worden aan passend onderwijs.

Toch ligt het allemaal niet zo simpel. Daar kwam ik als moeder al heel snel achter. Ik had totaal geen kaas gegeten van de problematiek van mijn eigen kind. Ik zag haar wel, maar had geen idee wat ik in lastige situaties moest doen. Ik heb alles wat los en vast zit over dit onderwerp gelezen en ik begin zo langzamerhand een expert te worden op dit gebied. Door intensieve begeleiding en veel gesprekken op maat heb ik wat meer grip op de situatie gekregen en kan ik beter reageren op mijn kind in de dagelijkse omgang. Een belangrijke constatering is echter dat de situatie steeds verandert en dat ik moet leren om steeds opnieuw bij te stellen. Was me totaal niet bewust van de complexiteit van hoogbegaafde kinderen.

Ik ben er altijd heilig van overtuigd dat je leerlingen in de eigen school moet kunnen bedienen. Verwijzingen naar het speciaal onderwijs vond ik altijd moeilijk. Het voelde voor mij als leraar/ directeur als falen. Dat je eigenlijk zelf moet leren om te veranderen, maar dat je vast zit in een systeem. Heel af en toe had ik dat gevoel minder, dan was het voor het kind de allerbeste optie. Dan was er echt iets anders nodig dan dat ik kon bieden met welke hulp dan ook.

Onze dochter hoort bij een heel klein groepje leerlingen met een hoog IQ. Ik merk dagelijks dat er ook voor haar iets anders nodig is. Ze past niet binnen ons huidige onderwijssysteem. Haar denkwijze en zijn wijken teveel af van het gemiddelde. De schoolse omgeving is niet veilig voor haar en het contact met andere leerlingen is vaak te complex.

Het passend aanbod wat ze nu ontvangt in de Talentklas is absoluut nodig en zorgt er ieder ieder geval voor dat ze omringd wordt door mensen die net iets meer van haar begrijpen en net wat meer tijd hebben om de juiste begeleiding te verzorgen. Het ontmoeten van peers is daarbij erg belangrijk. De problemen van onze kinderen zullen niet zomaar opgelost worden, maar zijn hopelijk in de toekomst meer hanteerbaar.  Laten we daar alsjeblieft samen voor gaan.

 

 

 

 

 

Lizette Knuvers Mijland september 2017

Wij hebben ook een kleine Bram

Vorige week vertelden de ouders van Bram hun verhaal. Bram is vijf jaar en zit inmiddels halve dagen thuis. Hij wil niet naar school. Als Bram op school is merk je niets aan hem. We zagen leuke foto’s voorbij komen van een vrolijke jongen. Vervolgens liet de moeder van Bram een filmpje zien van hem vroeg in de ochtend. Een huilende jongen, volledig overstuur, die weigert om mee te gaan naar school. Mijn man en ik keken elkaar aan. Wij hebben ook een kleine Bram…

In mijn telefoon zit een vergelijkbaar filmpje. Een filmpje dat ik zelf eigenlijk niet wil zien. Een filmpje van een dochter die overstuur is, boos en verdrietig is en zich machteloos voelt. Een dochter die alles van de wereld wil begrijpen en zich vaak heel alleen voelt. Niet veel mensen zien haar zo, want ons kind is ook heel vaak blij en gezellig. Daarnaast laat onze dochter (gelukkig) redelijk gewenst gedrag zien op school. Inmiddels weten we waarom ze zich zo vaak alleen en niet begrepen voelt. De diagnose is gesteld. Zie mijn blog: En dan is daar het etiket en eigenlijk ben ik er best blij mee. Bijzonder begaafd noemen ze het. Één op de duizend kinderen valt onder deze categorie en je moet maar net geluk hebben om in een middelgroot dorp een vergelijkbaar leeftijdsgenootje te vinden. Vooralsnog is dat dan ook nog niet helemaal gelukt.We boffen, want onze dochter heeft een juf die bevlogen is, ook op het gebied van hoogbegaafdheid. Een juf die er alles aan doet om ons kind te helpen. Hierdoor gaat ze elke dag naar school en geniet ze er ook regelmatig van. Ze wordt uitgedaagd om moeilijke opdrachten aan te gaan en ze wordt gezien. Probleem opgelost zou je denken.

We maken ons ondanks de positieve rol van de school toch vaak zorgen. We zien ons kind worstelen. We zien haar eenzaamheid en verdriet. Ze kan haar gevoelens moeilijk delen. Probeert dat met ons wel te doen, maar wil dat niet altijd. Ze reageert vaak prikkelbaar en is heel gevoelig. Via deze link over positieve desintegratie kun je hier meer over lezen. Ze heeft echt wel een paar lieve vriendinnetjes op school, maar ze kan ze niet altijd volgen. Haar vriendinnetjes volgen haar ook niet altijd. Nieuwe vriendschappen vindt ze moeilijk. Ondanks dat haar vriendinnetjes vaak heel lief en betrokken zijn voelt het voor haar niet zo. Én dat is precies datgene wat we heel serieus moeten nemen.

Het samenwerkingsverband in onze regio is aan het nadenken over een voorziening voor jonge hoogbegaafde kinderen die vastlopen op hun school. Voor kinderen onder de 8 jaar. We mochten hier als ouders over meedenken. Op deze plek vertelden ook de ouders van Bram hun verhaal. Het zou zo fijn zijn als onze kinderen elkaar ergens kunnen ontmoeten en samen hun ingewikkelde weg kunnen bewandelen. Ik vind vanuit mijn eigen onderwijsovertuiging eigenlijk dat we moeten proberen elk kind te helpen op de school waar het zit. Ik word als onderwijsmens heel warm van het concept van een inclusieve school, maar ik weet ook dat er soms kinderen zijn met een speciale onderwijsbehoefte. Kinderen die gelijkgestemden nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen en zich fijn en gewenst te voelen. Kinderen die een aangepaste onderwijsomgeving met expertise nodig hebben om hun eigen bijzondere pad te mogen bewandelen. Laten we dat alsjeblieft blijven zien in de wereld van passend onderwijs en laten we ervoor zorgen dat we goede kwalitatieve voorzieningen hebben daar waar ze hard nodig zijn. Het is behoorlijk slopend om je kind te zien ploeteren en worstelen op een hele jonge leeftijd…

Wij wachten de nieuwe ontwikkelingen van het samenwerkingsverband samen met andere ouders uit de regio met heel veel belangstelling af.

Lizette Knuvers Mijland april 2017

 

Dan moet ik altijd hard werken en daar heb ik geen zin in

Ik probeer veel complimenten te geven. Goede kwalitatieve complimenten. Complimenten die gaan over het proces en niet over het eindresultaat. Hiermee probeer ik de mindset van onze dochter te veranderen. Dat moet. De mindset die ze nu heeft en waarschijnlijk al heel lang heeft is niet goed voor haar. Het is een fixed mindset. Ze scoort op alle facetten de maximale score. Een fixed mindset in het kwadraat dus…

Wat is dat een fixed mindset? Je hebt geen zin in nieuwe dingen, alleen als je zeker weet dat je geen fouten maakt. Je intelligentie staat vast. Als je fouten maakt projecteer je die op jezelf. Je hebt snel last van faalangst. Je hebt geen zin in nieuwe uitdagingen die moeilijk zijn. Je gaat voor makkelijk en veilig. Je herhaalt vaak de dingen die je al kan en geniet over het algemeen niet van complimenten.

Tegenover een fixed mindset staat de growth mindset. Deze mindset is het beste. Dat lees je overal op dit moment. Als je een growth mindset hebt durf je fouten te maken en leer je het meeste. Je gaat met plezier door de leerkuil, spant je graag in voor een beter resultaat. Durft dat resultaat weer ter discussie te stellen en leert op die manier weer verder.

Mijn uitleg is natuurlijk wat kort door de bocht, maar geeft het verschil aardig weer. Deze theorie zet me al enige tijd aan het denken. Hoe zit het nu en vooral hoe zit het bij onze dochter en hoe zit het bij mezelf? Onze dochter is voorlopig niet van plan om naar een growth mindset te gaan, ze weet heel goed dat iedereen om haar heen dat van haar vraagt en zegt dat dat het beste is. Vooralsnog ziet ze het zelf anders. Ze kan het piekfijn uitleggen. “Dat ga ik niet doen mama, dan moet ik altijd hard werken en daar heb ik geen zin in.”

Als ik naar mezelf kijk zie ik op verschillende vlakken een andere mindset. Op zoek gaan naar nieuwe dingen als het gaat om mijn professionele ontwikkeling vind ik heerlijk, maar zodra het gaat over de connectie met mijn fysiek zit ook ik in een behoorlijke fixed mindset. Als het gaat over het doorbreken van dagelijkse gewoontes ben ik hartstikke fixed. Het liefst gaan praktische zaken elke dag hetzelfde. De veranderingen mogen vooral plaatsvinden op het inhoudelijke vlak. Ik geloof dus dat je beide mindsets in je hebt en dat je vooral bij datgene wat je onzeker maakt en dat wat je moeilijk vindt je vaak in een fixed mindset schiet of zit.

Als ik dan met mijn gedachten terug ga naar onze dochter zit zij op sommige vlakken juist in een gigantische growth mindset. Eigen smeersels maken van shampoo en water en bloemetjes vindt ze geweldig. Allerlei zakjes, bakjes verzamelen met de leukste spulletjes vindt ze ook heel leuk. Daar weer dingen van maken ook. Zelf een spellencircuit verzinnen, een speurtocht maken, ideetjes in elkaar frutselen…noem maar op. Als je dan feedback geeft schiet ze vrij makkelijk door naar het volgende idee. Ik zie haar op die momenten genieten en plezier hebben. Moeite ergens voor doen lijkt dan geen probleem.

Eigenlijk weet ik gewoon niet goed wat ik met deze actuele populaire theorie moet die je op dit moment overal ziet en leest in verschillende contexten. Ik heb geen idee hoe ik die fixed mindset te lijf kan gaan. De tips die gegeven worden snap ik, maar zijn nog niet zo effectief. Niet bij mijn dochter en al helemaal niet bij mezelf. We doorzien daarvoor te goed dat het een theorie is. We manipuleren daarvoor te graag. Wat ik wel kan verzinnen is dat we moeten starten bij dat wat wel goed gaat, daar waar het plezier zit. Uitgaan van intrinsieke motivatie en ontdekkingsdrift.

Die bewuste leerkuil is mooi getekend en ik begrijp de bedoeling ervan. Ik vraag me af of veel mensen daar echt komen en of dat dan de oplossing is? Wil je er weer naar toe als je er eenmaal geweest bent? Hoe werkt het in onze breinen? Ik vraag me af of ik er zelf überhaupt al ooit geweest ben…of ik zelf al ooit ergens heel veel moeite voor gedaan heb en daadwerkelijk buiten mijn comfortzones heb gezocht naar echte magie…

Lizette Knuvers Mijland maart 2017

Laten we vuurtjes aanwakkeren

In groep 7 zat ik bij juf Marja in de groep. Een juf met een passie, niet zozeer voor het onderwijs, maar vooral voor tekenen en schilderen. Je zag het aan haar handen. Werkhanden, geen lange nagels, nooit helemaal schoon. Als gevoelig kind merkte ik aan juf Marja dat ze pas echt gelukkig was als we gingen tekenen. De juf was meestal streng en recht toe recht aan, maar als we gingen tekenen veranderde dat. Heerlijk vond ik het, want ook ik bloeide op in de klas als er getekend of geschilderd mocht worden.

Juf Marja mocht in mijn poëziealbum schrijven en toen ik hem terug kreeg werd ik betoverd. Een tekening van het hoofd van een meisje met een gedicht met calilligrafie-letters geschreven. Hoe het gedicht ging weet ik niet meer, maar die tekening kan ik me nog precies voor de geest halen. De weken erna tekende ik hem namelijk wel honderd keer na. Ik wilde dat ook kunnen. Met potlood en pen door elkaar het mooiste meisje van de hele wereld tekenen.

Van de week vond ik mijn poëziealbum terug.

Vele jaren later kwam ik juf Marja weer tegen. Met mijn ouders gingen we een atelierroute door de stad fietsen. Ik wilde graag naar de kunstacademie. Mijn ouders hielden dat niet tegen, maar vonden het wel goed dat ik een breder beeld kreeg van het beroep. Toen stonden we daar in het huis van mijn juf van vroeger. Vol met olieverfschilderijen en op de zolder een groot atelier. Haar man bleek beeldhouwer te zijn en heel hun huis ademde kunst. Weer werd ik gegrepen.

We raakten in gesprek en de juf vertelde over haar passie. Van haar ouders moest ze echter een “echt” vak leren en ipv naar de kunstacademie gaan deed ze de Pabo. Ze had er geen spijt van, zo was de tijd, ze wenste mij veel succes met mijn keuzes.

Ik ging naar de kunstacademie en genoot vier jaar lang met elke vezel in mijn lijf van deze opleiding. Ik leerde er werken. Letterlijk. Sjouwen, minder denken, veel doen. Heerlijk was het. Ik was een leerling die alles kwam aanwaaien en nu moest ik aan de bak, werken, produceren. Wat heb ik veel geleerd. Het werd gewaardeerd, ik studeerde af met prachtige cijfers.

Helaas koop je daar niets voor, na een jaar ploeteren en zwoegen in het echte leven waarin niets kwam aanwaaien nam ik opnieuw een besluit. Wat juf Marja deed kon ik ook. Er moest geld in het laatje komen en waarom niet met werk dat me leuk leek. Ik startte in het derde jaar van de Pabo, rondde mijn opleiding snel af en werkte daarna 16 jaar lang in het basisonderwijs. In juni 2016 besloot ik dat het tijd was om het roer om te gooien.

Afgelopen vrijdag vertelde ik een schoolteam over mijn juf Marja en wat zij bij mij had losgemaakt. In mijn huidige baan begeleid ik cultuurtrajecten op scholen en probeer ik het belang van goede cultuureducatie in de vezels van onderwijsmensen te krijgen. Mijn twee werelden zijn eindelijk verbonden en daar geniet ik volop van.

Mij heeft dat ene moment in groep 7 veel gebracht. Onze vakdocenten die werken op de scholen voor Cultuur met Kwaliteit noemen dit zo mooi “vuurtjes aanwakkeren”. Van mij mogen er heel veel vuurtjes aangewakkerd worden en wat zou het mooi zijn als het huidige onderwijs ook nog voor wat brandjes kan zorgen.

Lizette Knuvers Mijland februari 2017

En dan is daar het etiket en eigenlijk ben ik er best blij mee

Bloggen doe ik regelmatig…ik doe dat over allerlei onderwijszaken en bijbehorende gedachten die ik erover heb. Mijn eerste blog schreef ik op onderwijswijven.nl en inmiddels heb ik mijn eigen blogsite. Op dit moment vraag ik mensen om hun ploeterverhalen en koestermomenten voor mij op te schrijven. Deze verhalen deel ik met veel liefde en plezier en daarmee vraag ik nogal wat. Ik vraag mensen om hun kwetsbare momenten op te schrijven en te delen. Het is tijd om het goede voorbeeld te geven. Het is tijd voor mijn eigen persoonlijke ploeterverhaal…

Onze prachtige dochter werd zes jaar geleden geboren. Mijn man en ik kwamen terecht op een roze wolk. We genoten samen van elk moment, elke stap die gezet werd. Dat waren er in het eerste levensjaar al super veel. Toen onze dochter zes maanden oud was vertelde mijn man dat ze “papa” gezegd had. Ik geloofde er niets van. Hij had het echter gefilmd en het was echt waar. Een duidelijke “papa”. In die maanden volgden vele woorden, gelukkig ook snel “mama” en met het jaar sprak onze dochter in korte kleine zinnetjes. Het draaien, rollen, kruipen en schuiven lag ook prima op schema. Toen wisten we nog niet dat we nog een flinke lange tijd moesten wachten op de eerste stapjes. Met 19 maanden was het eindelijk zover. Ze zat op een grindpad op de camping te kijken naar andere kinderen. Mijn man zei: “let op”…en ja hoor dochterlief stond op en liep aan…zonder te struikelen, te haperen of te wankelen.

Toen ze twee jaar werd waren op de school waar ik toen werkte de Nationale Voorleesdagen bezig. Ze stonden in het kader van het boekje: Nog 100 nachtjes slapen.Tot mijn grote verbazing zat ze dit verhaal aan tafel zachtjes te vertellen. “Wat ben je aan het doen?” Vroeg ik. “Oh ik zal het boekje wel even aan jou vertellen mama” zei ze. Elke woord vertelde ze letterlijk na. Onze dochter had het hele boekje gememoriseerd tijdens het voorlezen en kon het met de juiste intonatie precies navertellen. Ik schrok…was dat normaal?

In de jaren daarna volgde meer van deze momenten, maar wij maakten ons geen zorgen. Op het Kinderdagverblijf zat ze lekker in haar velletje en ze genoot van de momenten daar. Ze mocht daar lekker schilderen in het atelier en kletsen met juffies. Ze had er twee vriendjes, daar speelden ze fijn mee en soms was ze zelfs wat ondeugend. Totdat haar vriendjes eerder vier jaar werden en naar de basisschool gingen. Een lastige periode volgde, ze had meer moeite bij het afscheid nemen en zei dat ze niet meer wilde gaan. We dachten samen met de leidsters dat ze echt toe was aan school en dat het daar wel snel weer beter zou gaan. We namen afscheid van een fijne vertrouwde periode op het Kinderdagverblijf en samen begonnen we aan een nieuw avontuur. Eindelijk naar de basisschool, eindelijk “leren”.

Ons kind had moeite met de eerste weken op school. Ze huilde wat bij het afscheid en was thuis bewerkelijk. Ze sliep minder goed en vertelde weinig. Ze moet wennen dachten we. Langzaamaan veranderde onze leuke open eigenwijze peuter in een passieve, boze ongelukkige kleuter. Als ze thuiskwam vertelde ze weinig en wist ze niet goed wat ze moest doen. Lekker spelen bleek steeds lastiger. Gelukkig kon ze zich wel goed uiten in allerlei prachtige tekeningen en schilderijen. We hebben samen heel wat uurtjes doorgebracht in mijn eigen schildersatelier.

Een nieuwe periode brak aan. We gingen in gesprek op school en het beeld dat we van thuis schetsten werd niet helemaal herkend. Onze dochter liet niet zo heel veel zien op school. Koos altijd voor de creatieve hoek en de taalhoek en viel verder niet echt op. Gelukkig zag haar juf wel heel goed dat ze niet meer hetzelfde kind was als in het begin. We besloten dat ze wat nader bekeken werd op school. Het vermoeden van hoogbegaafdheid werd daarna voor het eerst uitgesproken. Ze liet dit echter niet zien op school. We besloten na veel overleg, veel twijfels en uiteindelijk met het steunpunt hoogbegaafdheid erbij, om haar te laten versnellen naar groep 3.

Zes fantastische weken volgden daarna. We hadden weer een vrolijk kind thuis. Ze lachte weer en genoot van alles in de nieuwe klas. Ze leek zich goed staande te houden. Ik durfde bijna te hopen op makkelijkere en betere tijden. Helaas kwamen alle problemen na zes weken weer terug. Veel conflicten met vriendinnen en andere kinderen, heel passief gedrag, woedeaanvallen thuis. Daarnaast ging ze ook veel vaker wiebelen en wiegen op haar stoel. Ze leek dan totaal afwezig te zijn. De nieuwe juf maakte zich zorgen en wij ook.

Inmiddels zijn we weer een klein jaar verder en hebben we samen met de school hulp gezocht via het Onderwijszorgteam. Daar hebben ze het groots aangepakt. Vragenlijsten zijn ingevuld door de school en door ons. Onze dochter heeft last van overmatige prikkelgevoeligheid. Hiervoor heeft ze nu ergotherapie en dat lijkt haar te helpen. Naast het opstarten van de ergotherapie is er verder onderzoek gedaan. Dat hebben we altijd een moeilijke keuze gevonden. Is dat cijfer mbt IQ nu zo belangrijk? Willen we dat etiket en die stempel? Toch wilden we nu echt weten hoe het zit. Een vermoeden is iets anders dan een feit. Een feit voelt anders, maakt je minder onzeker, zorgt ervoor dat je stevig staat. Dat je makkelijker het goede doet.

Onmiddellijk is na het onderzoek vanuit het Onderwijszorgteam de begeleiding opgestart voor ons kind, voor ons en voor de school. Onze dochter hoort bij de 1% van alle leerlingen met een zeer hoog, niet meetbaar IQ. Dat maakt dat ze zich vaak eenzaam, onbegrepen en ongelukkig voelt. Dat maakt dat het soms lastig is met vriendinnetjes, dat maakt dat we vaak conflicten hebben thuis, dat maakt dat het niet vanzelf gaat bij de zwemles, dat maakt dat het lang duurde voordat ze fietste en dat maakt dat ze soms gewoon super moe en leeg is.

We weten nu dat haar weg geen eenvoudige weg zal zijn, maar we weten nu wel waarom dat zo is. Er is de laatste jaren veel meer kennis beschikbaar over hoogbegaafde en begaafde kinderen. Daarnaast geloof ik in passend onderwijs. Ik geloof dat er steeds meer mogelijkheden zullen komen in het reguliere onderwijs om aan te sluiten bij de onderwijsbehoefte van onze kinderen. Indien nodig draag ik zelf mijn steentje bij.

Het is niet het meest makkelijk om het volgende eerlijk te zeggen. Liever ben ik sterk en schrijf ik dat op, maar ik ben moe, moe van alle gebroken nachten met een slecht slapend kind, moe van het me zorgen maken, moe van de gesprekken die we steeds maar weer voeren, moe van de conflicten, moe van de discussies. Gelukkig ben ik ook blij, blij met de hulp die er nu is, blij met de mogelijkheden die er zijn, blij met lieve vrienden en familie die het proberen te begrijpen en bovenal blij met ons kind…onze eigenwijze dappere slimme en vooral hele lieve dochter…

Lizette Knuvers Mijland 18 januari 2017

Een nieuw onderwijspad

Op 1 juni 2016 begon mijn nieuwe onderwijsleven. Van 4 dagen werken terug naar twee dagen. Van de eindverantwoordelijke van een school naar het begeleiden van 40 scholen rondom cultuureducatie in mijn stad Tilburg. Een hele verandering. Ik dacht dat snel te doen, maar onderschatte even wat het betekent om je leven opnieuw in te richten.

Praktisch gezien was het niet echt een probleem, maar emotioneel gezien gebeurde er heel wat met me. Als directeur van een school sta je toch een beetje op een voetstuk. Ik heb gedurende de afgelopen jaren daar af en toe een flinke hekel aan gehad, maar nu merkte ik dat ik het soms ook miste. Geen dagelijkse aandacht meer, geen leuke uitnodigingen voor borrels en netwerkbijeenkomsten, geen mailtjes meer waarin naar mijn mening werd gevraagd. Als klap op de vuurpijl volgde een onmiddellijke uitschrijving uit het schoolleidersregister.

Een nieuw netwerk opbouwen in een nieuwe omgeving en opnieuw mijn sporen verdienen en dat alles in twee dagen per week was echt een ander verhaal.

Langzaamaan begin ik mijn nieuwe werkomgeving te ontdekken en leer ik de mensen kennen. Ik voel dat ik word gewaardeerd en dat is fijn. Thuis ben ik er vaker. Ik heb zowaar momenten helemaal alleen voor mezelf en daar geniet ik enorm van. Ben op die momenten te vinden in mijn atelier, maar soms ben ik ook gewoon lekker thuis een beetje aan het aanrommelen en nadenken.

In mijn hoofd zit nog altijd een plan om iets echt voor mezelf te beginnen. Weet echter al heel lang niet waarin precies. Een tijdje terug heb ik mijn eigen website www.onderwijskoppen.nl opgezet. Dit allemaal zonder een uitgebreid vooropgezet plan. Ben in de gelukkige omstandigheid dat ik er geen inkomsten uit moet genereren dus is het voorlopig een mooie blogsite geworden. Het delen van leuke, mooie en ontroerende onderwijsverhalen uit de praktijk staan centraal. Ik zou naast het delen van onderwijsverhalen ook graag mensen in mijn atelier willen ontvangen voor een ontspannen schildermoment met een goed onderwijsgesprek. Een concreet idee hoe ik dat plan moet gaan realiseren heb ik nog niet.

In de afgelopen maanden is de site www.onderwijskoppen.nl voorzichtig gestart. Enkele lieve oud-collega’s hebben blogs geschreven en mij gesteund in dit initiatief. Inmiddels heb ik één collega echt aan het bloggen gekregen. Wat een leuke, sterke vrouw met diepgang blijkt zij te zijn en wat kan ze prachtig schrijven. Het geeft mij een geweldig gevoel dat ik haar gestimuleerd heb iets uit zichzelf te halen wat ook zo de moeite waard is voor anderen om te lezen.

Mijn pad voor de komende tijd is nog niet helemaal duidelijk, maar inmiddels houd ik mij vast aan het idee dat ik nog steeds mensen om mij heen een goed gevoel over zichzelf kan geven. Misschien is dat besef wel mijn eigen mooiste en belangrijkste onderwijsmoment.

Lieve Karin Winters,
Bedankt dat jij mij in de gelegenheid heb gesteld om de onderwijsmomenten van 2016 te delen op Onderwijskoppen. Ik heb me de afgelopen week suf getwitterd en heb vele malen ingelogd op mijn dashboard om alles goed te laten verlopen. Bewondering voor de wijze waarop jij dit initiatief eerder hebt opgezet. Het heeft mij veel leuke nieuwe contacten opgeleverd en ik hoop dat meer mensen in de toekomst willen bloggen op www.onderwijskoppen.nl

Lizette Knuvers Mijland,

projectleider Cultuur met Kwaliteit in Tilburg. Eigenaar www.onderwijskoppen.nl

Twittert op persoonlijke titel als @lmijland

Wat een mooie kinderen, die van juf Kiet

Twee uur lang kijken naar De kinderen van juf Kiet. Dat deed wat met mij. Aan de keukentafel zit ik nog even na te denken over wat precies.

De film bracht me vanavond terug naar mijn allereerste jaren als juf. Kleuterjuf in Tilburg Noord. Werken met niet aanspreekbare kinderen uit alle uithoeken van de wereld. De film was een feest van herkenning. Soms met schaamte en soms met trots. Je ziet zo mooi de beleving van de kinderen tijdens de schooldagen in de klas van juf Kiet en ik dacht meerdere malen: Oh help dat deed ik ook zo. Op andere momenten dacht ik weer, dat deed ik anders.

Ik miste vanavond wat warmte en humor bij juf Kiet, kreeg ook weer eens stekende nekharen bij het beloningssysteem dat om de hoek kwam kijken. Ik voelde daarnaast ook de liefde voor het vak bij juf Kiet, haar betrokkenheid en enorme inzet voor haar klas.

Nu ik zo aan mijn keukentafel zit leven er veel vragen bij mij. Hoe is het contact met de ouders van de kinderen van juf Kiet? Hoe bespreekt juf Kiet de kinderen met het zorgteam? Verwijst juf Kiet kinderen door naar een psycholoog of een andere deskundige? Wie begeleidt juf Kiet en helpt haar met haar vraagstukken? We hebben geen idee.

Wat we gezien hebben is een prachtig portret van de kinderen uit deze klas. Kinderen met humor. Kinderen met een bijzonder verhaal. Kinderen die zijn overgeleverd aan de situatie waarin ze zitten en er elk om hun manier mee omgaan.

Ik heb genoten van ze, heb om ze gelachen en met hen meegevoeld. Soms schrok ik ook van ze. Zag ik hun verdriet. Hulp is nodig, samen met een knuffel, een fijn gesprek, veel geborgenheid en nog meer veiligheid.

Deze kinderen hebben een tafel én stoel gekregen in een klas in een Brabants dorp. Daar kan vast nog veel anders en beter, maar de kinderen zijn er veilig en welkom en hebben een juf die voor ze door het vuur gaat. Laten we hopen dat er naast die tafel en dat stoeltje mét juf ook professionele hulpverlening geregeld wordt.

Lizette Knuvers Mijland, 13 december 2016

img_7240

 

Invloed op waarden?

Tijdens een inspiratieavond gisteren van stichting Tangent ben ik weer eens flink aan het denken gezet. Ellen Emonds sprak over pedagogisch tact. Een mooie ontroerende avond met een persoonlijk verhaal van Ellen. Blij met haar opmerkingen en oneliners. Je doet er toe als leraar en je kunt het verschil maken. Het gaat om de waarden die jij hebt als persoon en hoe je die een rol laat spelen binnen je handelen. Het gaat in een klas veel minder over normen. Gelukkig liet Ellen het woord protocol ook even vallen. Ze vroeg ons om daar vooral niet te snel naar toe te gaan in lastige situaties. Eerst naar je gevoel en inzicht en daarop proberen te handelen. Ik werd er enthousiast van.

img_6661

Ellen maakte tijdens deze avond ook een opmerking over de rol van de schoolleider. Die is belangrijk als het gaat om het creëren van verbintenis binnen een team. Terechte opmerking. Toch heeft deze opmerking mij wel aan het denken gezet. Hoe moeilijk is het om een cultuuromslag te maken? Hoe krijg je leraren uit een omgeving, een structuur, waar de norm lange tijd erg belangrijk was? Hoe krijg je de waarden die je als schoolleider belangrijk vindt doordrenkt in het zijn van je leerkrachten? Wat is dan precies die veiligheid? Volgens mij raken we hier een ingewikkeld vraagstuk.

Gelukkig heb ik zelf op scholen gewerkt waar open gesprek over waarden en normen mogelijk was en plaats vond. Juist op scholen in “moeilijke wijken” word je wellicht wat sneller geconfronteerd met ongewenst gedrag. Leerkrachten hebben vaak hun hart liggen bij deze doelgroep vanuit hun eigen waarden en opvattingen. Toch bleek het gesprek lastig en ingewikkeld te worden als er verschillen zijn in die opvattingen. De verschillen zitten vaak in kleine details, maar zijn wel heel wezenlijk. Juist omdat je waarden zo diep geworteld zitten in je zijn, verander je moeilijk van inzicht en gedrag.

Leerkrachten zijn in situaties met lastig gedrag van kinderen ook snel uit balans. Begrijpelijk, want er gebeurt iets wat ze raakt, wat ze graag anders willen. Op deze momenten schieten mensen dan ook makkelijk in structuur en macht. Iets wat ik als ouder trouwens ook erg herken.

De verantwoordelijkheid voor het creëren van de open cultuur die we voor ogen hebben kan wat mij betreft dan ook nooit alleen bij de schoolleider liggen. Dit is juist een onderwerp wat samen opgepakt moet worden en waarbij iedereen zich kwetsbaar zal moeten opstellen, ook leerkrachten. De schoolleider doet er zeker toe, maar ik zou de verantwoordelijkheid voor dit lastige vraagstuk nooit bij één persoon durven en willen leggen.