Echter, dit examen. Dit brengt ons van slag.

Vol vertrouwen in mijn vak en mijn examenkandidaten Frans. Dat was ik voor aanvang van het examen Frans VMBO-TL van afgelopen woensdag 15 mei (aanvang: 13.30 uur). 

De teleurstelling in het examen was groot en inmiddels ken ik mezelf goed genoeg om te weten dat ik behoorlijk strijdvaardig én pisnijdig kan worden van teleurstelling en gevoelens van onrecht. 

In plaats van dit voor me te houden heb ik besloten om mijn ongenoegen kenbaar te maken bij het College voor Toetsen en Examens in de hoop dat er nog ingegrepen kan worden met errata, een soepele N-norm en goede voornemens voor volgend jaar. 

Hieronder publiceer ik mijn bericht aan het CVTE met daarin de belangrijkste bezwaren tegen het examen en omschrijf ik wat het met een hardwerkende, gepassioneerde vakdocent Frans doet om zo’n examen op je pad te krijgen.

In deze email / blog refereer ik  aan het examen Duits VMBO-TL waarmee ik geenszins impliceer dat dit een prima voorbeeld van een examen leesvaardigheid is. Dat maakt mijn collega talendocent Martin Ringenaldus immers als geen ander duidelijk met zijn open brief aan Arie Slob: https://diesdiemdocet423493267.wordpress.com/2019/05/16/machs-gut-arie/  

Mijn email aan het CVTE:

Geachte heer / mevrouw,

Met deze mail wil ik kenbaar maken dat ik als docent Frans niet te spreken ben over het examen van dit jaar. Ik ben ervan geschrokken en had er buikpijn van toen ik na moest (gaan) kijken.

Op mijn school met ruim 750 leerlingen in totaal zijn we blij dat 22 leerlingen Frans in hun vakkenpakket hebben gekozen. Blij, maar eigenlijk is het om te huilen natuurlijk. We moeten het opnemen tegen Duits en dat wordt als gemakkelijker ervaren: het lijkt immers meer op het Nederlands dan Frans. Dat is wat ik vaak van leerlingen te horen krijg. Mijn collega’s Frans en ik doen ons uiterste best voor meer kandidaten en zijn blij dat er op onze school (nog?) niet gesproken wordt over het schrappen van het vak Frans uit de lessentabel. We hebben zelfs genoeg kandidaten volgend jaar, vooralsnog, om twee clusters Frans te mogen draaien! 

Echter, dit examen. Dit brengt ons van slag. Mijn leerlingen zijn ontdaan. ‘Het was zo moeilijk, mevrouw. Veel moeilijker dan de examens die we geoefend hebben!’. En: ‘Ik was om half drie nog maar bij vraag 11 en toen was ik zooooo gestresst door de tijd!’ Of: ‘Er zaten raadsels in! Die weet ik in het Nederlands niet eens altijd!’ En ik doe mijn best om mijn leerlingen op te peppen en gerust te stellen. Ze moeten immers weer door met hun volgende examens.

Op een rij mijn bezwaren tegen dit examen:

– Ik vind het onvoorstelbaar dat het een goed idee leek om raadsels in een examen Frans voor VMBO te zetten. Raadsels! Per definitie zorgen raadsels voor verwarring, voor onduidelijkheid. En dat dan ook nog achteraan in een examen voor leerlingen die toch al onder tijdsdruk werken. Werkelijk waar onvoorstelbaar.

– Vraag 9: onduidelijk. In de vraagstelling had meer nadruk gelegd moeten worden op het woord ‘enorm’. Nu is de vraagstelling misleidend geweest en kan ook het antwoord aan het begin van de alinea ‘de YouTube berichten op openbaar zetten’ als antwoord geïnterpreteerd worden. Aangezien in de vraagstelling niet duidelijk genoeg is gehamerd op het woord ‘enorm’, vind ik het begrijpelijk dat leerlingen als antwoord zouden kunnen geven ‘het YouTube kanaal op openbaar zetten’. 

Echter, degenen die daar niet ingetrapt zijn en begrepen hebben dat ze verder moesten lezen dan dit (knap!) hebben veelal een antwoord met de strekking ‘meegedaan aan een wedstrijd’. Het element ‘winnen’ ontbreekt. Dat element ‘winnen’ / ‘een prijs krijgen’ wordt wel vereist door het correctiemodel. Ik vind dat een brug te ver. Ik vind dat als een leerling begrepen heeft dat het om de deelname aan een wedstrijd ging, hij / zij de tekst begrepen heeft. Fout rekenen voelt zo onrechtvaardig in het kader van het toetsen van leesvaardigheid op het VMBO!

– Waarom moest dit examen bestaan uit 16 teksten? ZESTIEN? Voor een examen van 2 klokuren? Een examen van 22 pagina’s en 45 te beantwoorden vragen. Is het echt noodzakelijk dat wij dit onze leerlingen aandoen? Kunnen we met een paar teksten minder niet net zo goed prima het niveau van leesvaardigheid toetsen? Mijn inziens komt kwantiteit in dit geval de kwaliteit niet ten goede. En om dan maar weer de vergelijking te maken met Duits, waar wij toch door onze leerlingen immers altijd al mee vergeleken worden: 12 teksten, 15 pagina’s, 39 vragen en ook twee klokuren. En dan heb ik nog niet eens benoemd dat ik duidelijk kan zien dat kandidaten goed van start gingen en het aantal fouten toenam richting het eind van de toets. 

Van mijn 22 examenkandidaten voor ons mooie vak Frans zijn er dit jaar 21 op examen gegaan. Van die 21 zijn er 20 leerlingen precies de maximale tijd bezig geweest. Één leerling was iets eerder klaar dan de toegestane tijd: maar liefst vijf minuten.

In deze spannende tijden van examens is de druk voor onze examenleerlingen al hoog genoeg. De tijdsdruk bij zo’n examen Frans VMBO als dit jaar kunnen zij daarbij missen als kiespijn! 

In deze tijd zijn onze 3e jaars leerlingen druk met het kiezen van hun vakkenpakket. Wat denkt u dat het met hen doet als zij horen dat het examen dit jaar als zo dramatisch is ervaren door hun medeleerlingen? Ik vrees met grote vrezen dat wij volgend jaar dan toch maar weer 1 cluster Frans gaan hebben op onze school. Want waarom zou je als leerling nog Frans kiezen? Voor een vervolgopleiding heb je het immers bijna nergens meer nodig en ach, waarom voor de moeilijkere weg gaan als er ook een makkelijkere optie is? Een zekerdere route tot aan een diploma? 

Ik ben teleurgesteld in dit examen en ik ben zeker niet de enige. Ik hoop ten zeerste dat u de signalen op de examenfora van Franszelfsprekend zeer serieus neemt en wellicht zelfs meeleest in de Facebookgroep ‘Docenten Frans’. Ook Twitter kan ik u aanbevelen.

Met vriendelijke groet, Judith van Sprundel

Ondersteuningscoördinator Onderbouw Effent & Trotse docent Frans van een examenklas VMBO-TL

Die reis heeft me goed gedaan

In de herfstvakantie ben ik naar Amerika gegaan. Niet zomaar. Voor essentieel leren. En niet makkelijk. Ik heb er eerst een half jaar tegenaan gehikt. Nog nooit eerder was ik zo lang en zo ver bij mijn gezin vandaan geweest. Maar ik moest het gewoon doen.

We hebben scholen bezocht. De een nog waardevoller dan de ander. De een nog inspirerender dan de ander. Ik heb dingen gezien die ik anders nooit had gezien. Niet alleen op de scholen. Ook in Boston en in New York. 

Lees verder

De angst houdt mij tegen om te groeien

Een mailtje: he A, ik ga mijn onderwijsmoment schrijven over 2018, misschien wil jij er ook wel eentje schrijven. Mijn lieve vriendin Emilie stuurt me deze uitdaging.

Poeh, wil ik dat? Kan ik dat? Wie zit er te wachten op mijn onderwijs moment?

Allemaal tegenwerping vanuit mijn angst. En de angst houdt mij tegen om te groeien, om uit m’n comfortzone te komen en om te ontwikkelen en stretchen.

Lees verder

In verbinding bij Ontwikkelkracht

In 2018 heb ik vaak nagedacht over mijn rol in het onderwijs. Als schoolleider was ik teleurgesteld in de maakbaarheid van het onderwijs. Het lukte mij toen niet om de echte verandering te maken. Ondanks de vele legitieme redenen die te noemen zijn over het waarom daarvan, voel ik me daar nog altijd niet helemaal blij over. Ergens in mij zit een enorme drive om die klus aan te pakken en te verwezenlijken. Waarom veranderen? Dat antwoord heb ik vrij snel. Omdat ik in mijn onderwijs carrière én als moeder veel kinderen uit ons huidige systeem zie knallen en ik zie dat dàt ongelooflijk veel schade brengt in het jonge leven van kinderen.

Lees verder

Over inspiratie gesproken.

Enkele weken geleden reden mijn collega en ik naar Genk om afspraken te maken met kunstenaar Koen Vanmechelen. Onze andere collega gaat met pensioen. Hij is een groot bewonderaar van Koen en dus leek het ons een mooi idee om hem te vragen als spreker tijdens het grote afscheid. In de drukke agenda van de kunstenaar bleek wonder boven wonder een gaatje te zitten en hij was ook nog bereid om te komen. 

De TomTom bracht ons naar het atelier van Koen in Genk om afspraken te maken voor het afscheid. Hier moet het zijn zei ik. Nee zei mijn collega, dat geloof ik niet. Dat kan nooit de werkplek van Koen zijn. We zagen een bordje atelier van Koen Vanmechelen. Wel dus. 

We liepen een prachtig strak grijs gebouw met een betonnen wenteltrap tegemoet. Eenmaal boven aan die trap zagen we dat dit de ingang niet moest zijn. Naar beneden maar weer en op zoek naar dé ingang. Onder het gebouw kwamen we in een ruimte met prachtige kunstwerken in een hele serene sfeer. Wat een belevenis. We zagen inmiddels ook een intercom en besloten aan te bellen. Een stem bevestigde dat we verwacht werden en we konden achter een zware deur de lift instappen. We waren even blij dat we niet alleen waren. We stapten de lift uit en liepen direct een enorme tentoonstellings-ruimte in. Verwonderd keken we om ons heen met maar één vraag: Is dit een atelier? 

Lees verder

Als je kind temperament heeft…

Mijn kind loopt niet altijd in de pas. Is regelmatig ondeugend en doet niet zomaar wat haar gevraagd wordt. Ik maak me daar zelf niet altijd druk over, want het hoort bij haar. Het maakt haar onafhankelijk, zelfstandig en eigengereid. Ik vind het eigenlijk juist mooi. Ze maakt eigen keuzes. Is duidelijk aan het groeien. We proberen als ouders steeds meer afstand te nemen van het schoolse leven en hopen dat ze steeds vaker de problemen zelf probeert op te lossen.

Helaas zijn er momenten waarop mijn oermoedergevoel boven komt drijven en ik heel veel moeite moet doen om me er niet mee te bemoeien. Ouders van temperamentvolle kinderen krijgen het regelmatig te verduren omdat veel mensen iets vinden van onze kinderen. Onze kinderen zijn soms lastig en vaak aanleiding tot gespreksstof. Het overkomt ons dan ook heel regelmatig dat we worden aangesproken. Dat maakt mij vaak moedeloos en verdrietig.

Lees verder

Links uit CiST presentatiedag

Link

De volgende hyperlinks zaten in de presentatie van Lizette Knuvers-Mijland op de CiST presentatiedag op 7 juni 2018 in Cultureel Centrum Jan van Besouw Goirle. Meer informatie over CiST is te vinden op de CiST website

Rapport De Staat van het Onderwijs 2018

Artikel op Komenskypost over wat scholen allemaal moeten

Website Dick van der wateren over techniek in het onderwijs

De Yurls website van meester Jorrit met zijn #makered ideeën en techniekzolder

De website van #Makered (maker education)

De klooikoffers van de website lekker samen klooien

en de Nederlandse website over Lifehacking

Allemaal kansen die nu blijven liggen

Mijn onderwijsmoment van 2017 vond plaats op een maandag. Voor het Talentnetwerk mocht ik een workshop verzorgen in het kader van cultuureducatie en hoogbegaafdheid. Dé twee thema’s die mij hebben beziggehouden in het afgelopen jaar. Cultuureducatie is het hoofdthema binnen mijn huidige baan. Samen met mijn collega’s probeer ik de culturele partners in onze stad te verbinden aan het onderwijs. Een leuke uitdagende opdracht. Hoogbegaafdheid is op dit moment vooral nog een privéthema. In meerdere vorige blogs op Onderwijskoppen heb ik hier over geschreven.

Binnen het aanbod voor hoogbegaafden hebben wetenschap en techniekonderwijs hun plekje gekregen. Cultuureducatie heeft daarbinnen nog geen structurele plek. Ik vond dat als ouder nogal opvallend. Vooral omdat mijn kind daar heel warm voor draait. Bij andere hoogbegaafde kinderen zie ik op dat gebied juist ook veel uitdagingen. Allemaal kansen die nu nog blijven liggen. Binnen het reguliere onderwijs krijgt cultuureducatie steeds vaker een structurele rol. Cultuureducatie als aanjager en verbinder binnen het nieuwe leren.

Lees verder

Die opmerking tijdens de Meetup013 raakte me

Tijdens de meetup013 over maakonderwijs van 11 oktober raakte ik in gesprek met de eigenaar van het Walhallab in Zutphen. Via Twitter hadden we al wel eens wat contact, maar een reallife ontmoeting is toch altijd weer wat anders.

We hadden zojuist samen geluisterd naar een enthousiast verhaal over design thinking. Een opmerking die ik daar hoorde raakte me. “Je moet wel een doel hebben” hoorde ik. “Als je geen doel hebt ben je bezig met niks.” Deze zin zette me aan het denken. Hoezo dan? Waarom niet? Is bezig zijn met niks niet juist alles?

Ik denk dat deze zin mijn drijfveer om te werken voor het onderwijs raakt. Wat mij betreft moeten we juist veel meer doelloze dingen in het onderwijs doen. Experimenteren, aanklooien, rommelen. Geraakt raken, enthousiast worden…De afgelopen jaren is men doorgeschoten. Alles moest een doel hebben. Meetbare resultaten stonden centraal. Ik zag veel leerkrachten worstelen met de hoeveelheid aan einddoelen en resultaatnormen. Vaak zei ik dan dat ze keuzes moesten durven maken. Vooral doen wat je leerlingen nodig hebben en waar jij warm voor loopt.

Maar hoe weet je nu wat je leerlingen nodig hebben? Maar al te vaak denken we dat we het weten door kinderen te testen en te toetsen. Ik denk dat we het juist beter zien en weten door af en toe rust te nemen. Te kijken, maar dan ook echt te kijken. Toen ik kleuterjuf was deed ik dat altijd tijdens het vrij kiezen. Kijken bij welke kinderen dat lukte, wat ze gingen doen. Wie er tot een keuze kwam en wie niet. Heerlijk met je klas aanklooien. Ik zorgde dan wel voor een rijke omgeving met veel knutsel en bouwmateriaal. Meestal maakte ik op dat moment ook zelf iets. Niet al te ingewikkeld zodat ik mijn ogen goed de kost kon geven. De vrije keuze momenten lagen in die tijd onder vuur. De lessen moesten gedegen voorbereid worden met helder omschreven doelen.

Tijdens de meetup ging ik met mijn gedachten terug in die tijd. Ook naar de tijd die ik doorbracht aan de academie voor beeldende vorming in Tilburg. Ik heb daar geleerd het experiment aan te gaan. Eerst te doen en dan te denken. Denken kan en kon ik namelijk als de beste. Nieuwe dingen aangaan en gewoon eerst lekker doen iets minder. Het doelmatig en procesmatig werken kwam na dat experiment vaak vanzelf op gang.

Marco Mout van Walhallab nodigde mij in ons gesprek tijdens de Meetup013 uit om in de herfstvakantie eens langs te komen met mijn dochter. Afgelopen donderdag deden we dat. Een warm ontvangst kregen we terwijl we toch op een onaangekondigd moment binnen stapten. De medewerker die ons rondleidde vertelde “Wij gaan om met onze jongeren op een manier zoals we zelf ook behandeld willen worden.” Ik voelde dat dat ook echt gebeurde op die plek. De jongeren die ik gesproken heb vertelden met plezier hun verhaal, keken me open aan en waren ondertussen heerlijk aan het experimenteren. Geen uitgetekende plannen, maar gewoon lekker aan het doen.

Volgens mij is ook dát onderwijs. Misschien wel juist onderwijs omdat de veilige plek die nodig is om te leren juist hier geboden wordt met alle facetten in zich. Samen met mijn dochter ging ik na ons bezoek de stad in om te lunchen en Zutphen verder te bekijken. Aan het einde van de middag trok ze me aan mijn mouw en vroeg ze me om nog even terug te gaan naar die leuke plek. Ook mijn dochter voelde de sfeer daar en voelde dat ze er welkom was. De dagen daarna hebben we samen veel gemaakt en aangemodderd. Gewoon zonder plan zonder doel en bovenal zonder pretentie.

Ik wens de mensen van Walhallab een hele mooie toekomst toe. Het zou zo maar kunnen zijn dat dit ogenschijnlijk eenvoudige concept dé oplossing is voor heel veel kinderen die vastlopen in ons huidige onderwijs.

Lizette Knuvers Mijland
Oktober 2017

Eliteschool of toch niet?

Sinds de start van het nieuwe schooljaar bezoekt onze dochter een speciale fulltime voorziening voor hoogbegaafde leerlingen. De weg hier naar toe was geen gemakkelijke. Vanaf dit huidige schooljaar is in onze omgeving deze voorziening gestart. Het is nodig om duidelijk te maken hoe noodzakelijk het is dat we in Nederland onze expertise in het onderwijs op dit gebied vergroten. Graag draag ik daar aan bij. Als ouder maar ook zeker als professional.

Vanaf het jaar 2000 ben ik werkzaam in het onderwijs. Voornamelijk in wijken waar veel onderwijsachterstand is. Het onderwijs wat ik in die tijd zelf verzorgde was vooral gericht op het inhalen van onderwijs en ontwikkelingsachterstanden. De leerlingen die lekker meekonden of zelfs vooruit liepen waren af en toe een ware verademing gedurende een schoolweek. Ze waren ook op een handje te tellen. Ik verzon leuke dingen voor hen, maar was met hen veel minder bewust bezig met het halen van onderwijsdoelen. We richtten op die scholen daarom wel een plusklas in en daarmee was mijn bemoeienis wel ten einde. Het onderwerp had voor mij geen prioriteit.

De scholen die te maken hebben met flinke onderwijsachterstanden zijn gewend individueel naar de leerlingen te kijken. Vooral daar waar het vaak om tweede taal verwerving gaat leren de leraren al vroeg te zoeken naar de onderwijsbehoeften. Ik ben wat betreft het begeleiden van leerlingen op veel scholen eigenlijk helemaal niet zo heel bezorgd. Daar waar leerkrachten kinderen zien kan gewerkt worden aan passend onderwijs.

Toch ligt het allemaal niet zo simpel. Daar kwam ik als moeder al heel snel achter. Ik had totaal geen kaas gegeten van de problematiek van mijn eigen kind. Ik zag haar wel, maar had geen idee wat ik in lastige situaties moest doen. Ik heb alles wat los en vast zit over dit onderwerp gelezen en ik begin zo langzamerhand een expert te worden op dit gebied. Door intensieve begeleiding en veel gesprekken op maat heb ik wat meer grip op de situatie gekregen en kan ik beter reageren op mijn kind in de dagelijkse omgang. Een belangrijke constatering is echter dat de situatie steeds verandert en dat ik moet leren om steeds opnieuw bij te stellen. Was me totaal niet bewust van de complexiteit van hoogbegaafde kinderen.

Ik ben er altijd heilig van overtuigd dat je leerlingen in de eigen school moet kunnen bedienen. Verwijzingen naar het speciaal onderwijs vond ik altijd moeilijk. Het voelde voor mij als leraar/ directeur als falen. Dat je eigenlijk zelf moet leren om te veranderen, maar dat je vast zit in een systeem. Heel af en toe had ik dat gevoel minder, dan was het voor het kind de allerbeste optie. Dan was er echt iets anders nodig dan dat ik kon bieden met welke hulp dan ook.

Onze dochter hoort bij een heel klein groepje leerlingen met een hoog IQ. Ik merk dagelijks dat er ook voor haar iets anders nodig is. Ze past niet binnen ons huidige onderwijssysteem. Haar denkwijze en zijn wijken teveel af van het gemiddelde. De schoolse omgeving is niet veilig voor haar en het contact met andere leerlingen is vaak te complex.

Het passend aanbod wat ze nu ontvangt in de Talentklas is absoluut nodig en zorgt er ieder ieder geval voor dat ze omringd wordt door mensen die net iets meer van haar begrijpen en net wat meer tijd hebben om de juiste begeleiding te verzorgen. Het ontmoeten van peers is daarbij erg belangrijk. De problemen van onze kinderen zullen niet zomaar opgelost worden, maar zijn hopelijk in de toekomst meer hanteerbaar.  Laten we daar alsjeblieft samen voor gaan.

 

 

 

 

 

Lizette Knuvers Mijland september 2017