De kunst van het zien én de kunst van het allermooiste groen

Mijn onderwijsmoment van 2019 schreef ik begin januari in mijn logboek. Ik was (naast mijn baan als leerlingbegeleider en VVE-leerkracht) net een paar weken gestart met een nieuw concept, genaamd Crealab,  binnen montessorischool Elzeneind (Oss). Het Crealab is een plek waar kinderen procesgericht mogen komen werken aan creatieve uitdagingen. Steeds een andere groep in gemengde samenstelling uit meerdere klassen uit een bouw. Samen met kinderen en collega´s was ik op avontuur gegaan met een aantal doelstellingen, maar zo gaandeweg groeide dit het afgelopen jaar uit tot een plek waar je op ontdekking mag gaan, waar geen goed of fout is, waar juist mislukkingen uitdagingen zijn tot iets nieuws. Zowel voor de kinderen als voor mij een waardevol proces. Waar kinderen de allereerste keer nog achterover leunden in afwachting op aansturing en soms onrustig werden van het ontbreken van vaste opdrachten, zijn ze gedurende het schooljaar zover gekomen dat ze inmiddels met een schetsboek vol plannen, gelinkt aan het thema in de klas, het lokaal betreden en zelf aan de slag gaan. Maar nu even terug naar begin januari. Een moment van het kind zien en een stukje met hem mee mogen gaan om samen te genieten van alle ontdekkingen onderweg.

Brammetje Baas

Iedereen heeft hem in de klas, Brammetje Baas, een kind met een gouden hart, maar al zo vaak ervaren dat het anders liep dan bedoeld, dat ie daar zelf niet altijd meer in gelooft.

Hij zat vandaag bij mij in het Crealab. Ik herkende hem van die keren dat hij op de gang aan het werk was en dat dan de bank waarop hij zat een gladde surfplank was, of de tafel een schuilhut. In zijn ogen kon je de avonturen lezen. De onrust liet hem hard werken; de hele dag een topprestatie leveren, die niet altijd zichtbaar was.

Hij zat samen met 2 jongens aan een tafel in het Crealab. Ze zouden een tekening maken van een dino en deze opvullen met een zelfgemaakt prutje van papier en zand, zodat er een prehistorisch reliëf zou ontstaan.  Ze waren heel gezellig aan het kletsen, totdat een zwarte stift iets te enthousiast op de wang van buurjongen één belandde. Die dit niet zo erg vond, eerder vermakelijk, want de overbuurjongen moest er immers om lachen. Over en weer gingen dus de strepen op gezicht en armen. Tot het niet meer leuk was en er geklaagd werd bij mij, de juf.

Brammetje Baas stond op en dacht toen hardop: “Ja… ik ben vervelend” en liep vervolgens alvast richting deur om naar de klas te gaan. Verbaasd was dus ook zijn reactie toen ik hem vriendelijk uitnodigde te blijven en met mij de mogelijkheden van het creatieve thema te verkennen. De rust keerde terug en de twee overgebleven jongens tekenden ieder voor zich verder. Brammetje Baas ging met mij in gesprek. Over die stift die per ongeluk de buurjongen raakte toen hij zich uitrekte. Dat hij niet door had willen gaan, maar dat het zo leuk was, omdat de anderen lachten. En dat hij eigenlijk zijn plan voor het creatieve werk niet helemaal klaar had, omdat hij het moeilijk vindt om plannen te maken. Er is zoveel leuk om te verzinnen. Hij had eigenlijk voor de verkeerde deelopdracht gekozen, want nu hij de werkstukken van andere kinderen zag, zou hij ook wel die uitdaging aan willen gaan. Hij vroeg of het ene werkstuk, dat een kleine getekende dinosaurus op een groot vel karton bevatte, gelijmd kon worden op het andere karton van de dinowereld. Daar zou hij dan verder mee gaan. Ik vond zijn plan prima.

Hij ging met mij op verkenning naar de materialen in de klas. Deze waren hem totaal ontgaan tijdens de introductie, maar nu hij alle andere kinderen hier zo enthousiast mee bezig zag, had het ook zijn aandacht getrokken. Hij koos een plekje aan een tafel tussen andere kinderen. De onrust was weg, en al snel zat hij in een flow. Ik hoorde kreten als “Wow, dit is echt de allerbeste lijm, heb ik net ontdekt, joh, het lijmt echt alles!” en “Ik ben een goede bruggenbouwer, deze plankjes breek ik met gemak in tweeën!”  Hij deelde dit aan zijn omgeving mede met twinkelende ogen, maar het maakte hem eigenlijk niks uit of hij gehoord werd of niet, want na zijn mededeling ging hij weer snel verder op ontdekkingstocht. Vol verbazing keek hij even later naar zijn bord, waar zojuist het ‘allerechtste dinogroen’ was ontstaan uit wel 6 kleuren verf, de flessen stonden om zijn mengbord heen als stille getuigen. Het groen bleek wel zó perfect dat deze ‘voor het geval dat’ bewaard moest worden in een potje met deksel voor later in de klas. De meester zou deze kleur ook zeer bijzonder en mooi vinden: “Zal ik hem nu meteen de kleur even laten zien, juf?” Twee stralende ogen keken mij aan vanachter een dino-wereld van karton.

Vol trots deelde hij zijn Wow-momenten en ik genoot met hem mee. Ik was zo blij voor hem dat hij dit uur heeft kunnen genieten van alle ontdekkingen die hij deed en de verhalen die hij ter plekke verzon bij zijn geknutselde dino-wereld. Twee dagen later kwam hij in zijn pauze terug om te kijken of het potje dinogroen nog oké was en vroeg toen of hij nog een dinosaurus voor op het plankje mocht kleien.

Pasgeleden was hij weer in het Crealab, het was november en hij zat inmiddels in groep 5. Het onderwerp die les was `De mens wil altijd van hier naar daar, ontwerp iets om hindernissen zoals lucht of water te overwinnen`. Terwijl de meeste kinderen uit de klas bruggen aan het bouwen waren van hout, piepschuim, rietjes of ijzerdraad, de ruimte gevuld werd door kinderstemmen en het geluid van 2 boormachines en 3 Japanse zagen, zat Brammetje Baas geconcentreerd stukjes isolatieschuim te zagen. Toen ik hem vroeg naar zijn plan vertelde hij stralend over de twee boomhutten die hij zou gaan verbinden met een touwbrug door de lucht. Hij was nu dé perfecte treden voor die brug aan het zagen, en ja zo af en toe moesten er hoekjes af, daarom had hij nu zo’n grote berg kleine stukjes. Nadat hij ze gesorteerd had tot ‘bruikbaar’ en ‘misschien bruikbaar’, bedacht hij dat het tijd was voor het verven van deze treden. Met 6 flessen verf en een ontbijtbord kwam hij terug. Even later riep hij mij en liet mij deelgenoot zijn van het ‘allermooiste bruin van de wereld’. Hij zocht een plastic flesje mét dop en schepte druppel voor druppel de verf erin over, want de juf van groep 5 zou deze superbruin ook vast erg mooi vinden. De brug en boomhutten zijn deze les niet meer gemaakt, er ligt nog een stapel schuimstukjes te wachten op een vervolg. De ervaring van het zagen én het allermooiste bruin nam hij na afloop mee.

Ik dacht vertederd terug aan die dag in januari dat ik voor het eerst kennismaakte met zijn gedachtewereld en het allermooiste groen.

Mirjam Boerboom-Coolen, @mirjambc
Montessorischool Elzeneind, Oss

2 thoughts on “De kunst van het zien én de kunst van het allermooiste groen

  1. Hoe fijn om het allerechtste groen, het bruinste bruin en de beste lijm te mogen ontdekken in een crealab met een juf die je ziet en daarmee kinderen durft te laten zien wat er is.

  2. Dag Mirjam, crealab brengt zoveel kansen voor kinderen om creatieve uitdagingen aan te gaan! Jij als juf zorgt voor die omgeving die dat mogelijk maakt en maakt waarin jij jezelf als coach van de creatieve denkwijze van het kind opstelt! ! Alles kan en mag. Hoe fijn is het dat “bloemen niet rood hoeven te zijn” (G. Maasakkers)
    Trots op jouw vindingrijkheid, ik gun ieder kind een juf Mirjam met crealab!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.