Hoeveel kan je hebben?

img_7210Soms vraag ik mezelf af: ‘Hoeveel kan je hebben?’. Je hebt weleens van die dagen die ’s morgens al druk beginnen. Mijn dag begon al druk met mijn eigen kinderen. 2 lieve, maar soms ook ontzettend drukke jongens. Ze moesten naar de crèche en de VSO. Gelukkig hoefde ik ze vandaag niet te brengen. Dat deed mijn man. We hebben het zo afgesproken dat hij ze op woensdag brengt en ik haal ze. Fijn, want ik was gisteren met mijn duopartner zo druk bezig geweest met het groepsoverzicht, dat ik geen tijd meer had om mijn lessen voor vandaag voor te bereiden. Ik moest ook nog alles klaarzetten, stoeltjes in de kring, dagritmekaartjes ophangen. O ja, en die kerstboom! Die hebben ze gisteren in onze klas neergezet. De kinderen waren dolenthousiast, dus die moet ook versierd worden. Het versieren doen we natuurlijk samen, maar het in elkaar zetten doe ik toch liever even zelf. In alle ochtenddrukte hoor ik mijn man ineens vragen: ‘Kun jij de kinderen niet wegbrengen vandaag?’. O nee, dat kan echt niet! Dan red ik het helemaal niet meer voordat de kinderen de klas binnen komen. Dat is dus ook mijn antwoord aan hem. Gelukkig, hij brengt ze weg. En ik stap op mijn fiets naar school.
Kwart voor 8, ik ben redelijk op tijd. Snel naar binnen en aan de slag. O nee! De laptops staan nog op de kast! Die had ik vandaag echt nodig en nu zijn ze niet opgeladen. Balen, maar ik zet ze gauw terug in de kar en laat ze alsnog een paar uur laden voordat we gaan rekenen. Ik bereid mijn lessen voor, zet de stoelen in de kring, hang de dagritmekaartjes op, zet op het digibord wat de kinderen moeten doen bij taal. O ja, de kerstboom zet ik ook nog in elkaar. En dan ben ik precies op tijd klaar. Nog wel wat rommelig in mijn hoofd, want ik heb vandaag tijdens schooltijd ook nog een werkgroepvoorzittersbespreking. Ik moet de klas dus nog vertellen dat er tussendoor even een andere juf bij ze zal zijn, maar ik kom terug.
De kinderen komen binnen, ze gaan in de kring zitten. Ze zijn wel druk en rommelig. Er komt nog een meisje naar me toe, Luna. Ze geeft me een knuffel. ‘Juf, ik ga je zo missen!’. Luna gaat voor 4 weken naar Curaçao. Maar gelukkig hebben we nog een hele ochtend samen.
Iedereen zit in de kring. Het blijft rommelig. Laat ik dan maar meteen beginnen. Ik vertel ze over hoe rommelig mijn ochtend is begonnen. Ze vinden het altijd wel leuk als ik over mezelf vertel en over mijn kinderen. Ze luisteren hier graag naar. Als ik ze daarna vraag wie er vandaag ook een beetje rommelig is, gaan er zo’n 6 vingers de lucht in. ‘O gelukkig’, zeg ik, ‘dan ben ik niet de enige’. Later merk ik op dat er eigenlijk wel meer dan 6 vingers de lucht in hadden moeten gaan. Ze sparen me niet vandaag.
Dan komen er een paar meiden na de pauze binnen. Ze hadden problemen met 2 jongens uit een hogere klas en het is buiten niet opgelost. Jammer, dan kan ik vandaag niet voorlezen tijdens het fruit eten. Dit moet opgelost worden. Ik laat de 2 heren halen. Ik besluit om niet te streng te beginnen. Ze mogen eerst zelf hun verhaal vertellen. De mondigste jongen is vooral aan het woord. Hij lacht als hij zijn verhaal doet. Hij vertelt dat ze buiten een spelletje speelden met de meiden. Het was leuk. Terwijl hij zijn verhaal doet, kijk ik de klas rond. Een paar meisjes beginnen ook te lachen als hij vertelt. Maar wacht eens even… Vonden ze het wel zo vervelend dan? Als ik ze hiernaar vraag, beginnen ze te giechelen. ‘Eigenlijk was het best wel grappig, juf. Alleen ze stopten niet toen we zeiden ‘stop, hou op!’’. Verdorie, het is maar goed dat ik ze in het begin niet te hard heb aangepakt. ‘Jongens, wat fijn dat jullie even bij ons zijn komen vertellen wat er buiten is gebeurt. Denk er alleen wel aan; ‘stop, hou op’, betekent dat je moet stoppen’. ‘Is goed, juf’. Ik geef de jongens een high five en ze gaan weer terug naar hun klas.
Nu gauw aan de slag met rekenen. Ik wil ze aan het werk hebben voordat ik overgenomen word voor de bespreking. Met een beetje geluk ben ik mooi op tijd terug om zelf de kerstboom met ze te versieren. 11.00u word ik niet overgenomen. En als het 11.15u is, sta ik nog steeds zelf voor de klas. En om 11.30u ook. Zou het dan wel vandaag zijn? Terwijl de kinderen aan het werk zijn, bekijk ik gauw mijn mail. ‘Juf, kun je me helpen?’. ‘Geef me heel even, ik kom er zo aan!’. Als ik de mail gevonden heb, zie ik dat ik gelijk had. Maar er is nog niemand gekomen. Vragen schieten door mijn hoofd. Waarom ben ik niet overgenomen? Loopt het uit? Is er iets gebeurt? O stop, ik moet mijn aandacht wel weer richten op de kinderen uit de klas. Ik zorg er zo ook zelf voor dat ze drukker worden. Dan staat om 11.40u de directeur in mijn klas. Ze wachten op me. En ik geef aan dat ik wacht tot ik overgenomen word, alleen dat gebeurt maar niet. Gauw gaat hij iets regelen.
Om 12.05u kan ik dan eindelijk naar die bespreking. We waren al begonnen met het versieren van de boom. Tussen alle rommel in vertel ik mijn collega wat ze kan doen. Ik laat de boel de boel en ga naar het gesprek toe. Mijn hoofd tolt een beetje. Het is rommelig in mijn gedachten en nu moet ik ook gaan vertellen wat wij in onze werkgroep doen. Ik kan niet zo goed bijhouden wat die beste man vertelt. Ik probeer te luisteren, schrijf tussendoor wat dingen op, knik met mijn hoofd, maar ik kan gewoon niet op mijn woorden komen. Mijn gedachten schieten alle kanten op. En als dan ook nog eens de bel gaat, besef ik dat de school uit is. Mijn collega brengt de kinderen naar buiten, naar hun ouders toe. Luna gaat ook naar huis…. En dan hoor ik ineens: ‘Breng jij nou eens wat in. Je zit daar maar te knikken, maar ik wil van jou ook wat horen.’ Waarop ik zeg: ‘Ik denk nu aan een meisje uit mijn klas. Ik zie haar nu heel lang niet, want ze gaat voor 4 weken naar Curaçao. De bel is net gegaan en ze loopt nu de deur uit’. ‘O, dan moet je er misschien maar even naartoe gaan’. En dat doe ik. Ik loop door de gang. Als eerste word ik aangeklampt door een moeder waar ik meteen na school een afspraak mee heb. Ik vertel haar dat ik er zo aan kom. Een andere moeder stapt op me af om te vertellen dat ze morgen een van de kinderen uit mijn klas ophaalt. Of ik dat even op wil schrijven voor mijn collega die morgen voor onze klas staat. Weer een paar stappen verder is er onenigheid tussen 2 jongens. Eén van de jongens ligt op de grond. Het is me niet duidelijk wat er gebeurt. Dan komt er een andere jongen aan. Hij neemt een van de 2 eerdergenoemde jongens mee naar huis. Oke, dat is ook opgelost. Buiten kijk ik eindelijk uit naar Luna. Een ander kind geeft me spontaan een knuffel. Weer een andere moeder komt me vertellen dat ze haar dochter morgen tussendoor op komt halen, want ze moet naar de tandarts. En dan zie ik eindelijk Luna staan. Gelukkig is ze er nog. Ik geef haar een hele dikke knuffel en hoop dat ze veel plezier zal hebben. ‘Tot volgend jaar!’, zeggen we lachend. Dan kan ik weer terug naar het gesprek. Weer moet ik langs die moeder waar ik een afspraak mee heb, voor een lastig gesprek. ‘Hebt u een klein momentje nog? Ik kom er zo aan. Ga maar vast in de klas zitten.’. Een andere vader staat ook al klaar. Mijn tweede gesprek van die dag. Ook hij moet nog even geduld hebben. Op mijn hoofd verschijnt bijna het woord: ‘OVERLOAD’. Als ik vervolgens weer in de directiekamer terug kom, blijkt ons gesprek klaar te zijn. We zijn goed op weg. O…….. oke……fijn.
Gauw naar het eerste gesprek. Gelukkig gaat het gesprek goed. We hebben zelfs nog even een persoonlijk momentje. Haar moeder is laatst overleden. Iets wat we gemeen hebben dus. Ik luister even naar haar, zij vraagt naar mijn situatie. We hebben een fijn gesprek. Het tweede gesprek loopt ook prima.
Fijn, dan kan ik het nu echt even rustiger aan doen. Even stofzuigen. Daar hoef ik gelukkig niet bij na te denken. Een collega ziet dat ik het druk heb gehad. ‘Kan ik iets voor je doen?’. Hij kijkt naar de laptops die nog op mijn kast staan. ‘Die zet ik wel voor je weg’. Wat een held, ik zou ze anders echt weer vergeten zijn. Hoe dankbaar kun je zijn met zo een gebaar.
Eindelijk kan ik even gaan eten. Even tijd om mijn hoofd leeg te maken, voordat ik weer aan de slag ga. Want vandaag moet er veel gebeuren. Ik moet nog doorplannen met mijn collega van de andere groep 3, het groepsplan voor de komende periode maken, de agenda maken voor de volgende werkgroepvergadering, een informatief stukje over de MR afmaken en doorsturen, een leerling bespreken met de intern begeleidster, voorbereiden wat ik maandag ga doen, de boom en de klas nog verder versieren. Maar dat laatste maak ik niet helemaal af. Als het kwart voor 5 is, vind ik het echt wel genoeg geweest. De klas is opgeruimd, mijn lijstje is leeg en daarmee is mijn hoofd ook weer opgeruimd. Volgende week is er weer een nieuwe week, maar voor vandaag was het meer dan genoeg.

Betty Boztay Meeuwesen