Ik voelde, nee, ik hoorde mijn hart bijna breken.

Vorige week had ik samen met de kinderen uit mijn klas een soort van emotiemeter gemaakt; ‘Ik voel me’, moest bovenaan komen te hangen. Hiermee kunnen de kinderen aangeven hoe ze zich voelen. Daarna mogen ze er zelf nog voor kiezen om me te vertellen waarom ze zich zo voelen, of niet. Maar ik weet dan in ieder geval zeker dat ik met sommige kinderen een beetje meer rekening moet houden, of niet. We hadden samen 5 verschillende gevoelens bedacht die erop moesten komen te staan. Het moest onderaan beginnen met ‘verdrietig’ en bovenaan eindigen met ‘fantastisch’. De kinderen mochten allemaal een eigen naamkaartje maken, dat ik op een wasknijper plakte. ’s Middags maakte ik de emotiemeter en gaf hem vast een plekje in de klas.

Aangezien woensdag mijn laatste werkdag is, zodat ik op donderdag en vrijdag van mijn eigen kinderen kan genieten, hadden de kinderen een paar dagen de tijd om eraan te wennen dat het in de klas hing. Maandag heb ik de naamkaartjes op de tafeltjes gelegd. De kinderen kwamen de klas binnen en konden niet wachten om hun naamkaartje op te hangen. Er hingen ook veel kaartjes onderaan. Veel kinderen gaven aan zich vervelend of verdrietig te voelen, maar ze vonden het maar al te leuk om het steeds weer te wisselen. Ze gaven nog niet hun echte emotie aan. Dat was te zien aan de lachende gezichten van de kinderen die hun naamkaartje bij ‘vervelend’ hadden hangen. Tja, het was maandag. Ze hadden die morgen misschien nog wat langer in hun bed willen blijven liggen? Ik besloot om ze nog even aan te laten modderen. Ik zag langzaam maar zeker dat kinderen hun echte emotie aan gingen geven. De kaartjes kwamen steeds hoger te hangen, positiever dus.

Op dinsdag had Gillian zijn naamkaartje opgehangen. Hij voelde zich vervelend. Gillian heeft het zwaar in groep 3. Ondanks dat hij 3 jaar lang in een kleuterklas heeft gezeten, heeft hij ontzettend veel moeite in groep 3. Gesprekken met ouders lopen moeizaam. Het ene moment willen de ouders het wel begrijpen, het volgende moment zijn ouders helaas wat wantrouwend. Gillian staat ertussenin. Hij voelt wel wat er speelt, hij krijgt er vast ook wel wat van mee. Hoe zou het voor zo’n kind moeten zijn? Ik kan me heel goed voorstellen dat hij zijn ouders niet teleur zou willen stellen. En dus misschien zou hij maar gewoon moeten proberen te laten lijken alsof hij het allemaal wel kan. In de klas roept hij in ieder geval voortdurend: ‘Kunnen we beginnen? Het is zo saai? Ik snap het allang, hoor!’. Maar als hij dan echt aan de slag moet…….

Vandaag begonnen we met deel 1 van de spellingtoets. Het was de eerste keer voor de kinderen van groep 3 dat ze deze toets moesten maken. Ik sprak de woorden luid en duidelijk uit. Ik probeerde met iedereen rekening te houden. Niet iedereen was even snel. Ik hield ook Gillian in de gaten. Het lukte hem niet. Hij had ontzettend veel moeite om het bij te houden. Af en toe fluisterde ik hem een woord nóg een keer in, omdat ik zag dat hij nog met het vorige woord bezig was. Ik zei hem dat hij rustig aan kon doen. Ik zou hem het volgende woord nog wel een keer zeggen. Maar ondertussen zag ik de frustraties bij hem toenemen. Hoezeer hij ook zijn best deed, hij kon het niet bijhouden. En ik kon bijna geen een woord vinden dat hij op de juiste manier had geschreven. Hoe ik hem de tijd ook liet nemen en ondertussen de andere leerlingen van de klas hun begrip toonden, omdat ze steeds op hem moesten wachten, het lukte hem niet.

Sterker nog, ineens barstte hij keihard in snikken uit. Op dat moment voelde ik, nee, ik durf te zeggen dat ik mijn hart bijna hoorde breken. Ik had zo met hem te doen. Ik vond het verschrikkelijk voor hem. Het enige wat ik op dat moment kon doen, was tegen hem zeggen dat het niet erg was. Ik heb zijn boekje dicht gedaan. ‘Dit doen we een ander keertje samen wel. Je hoeft het nu niet te maken’, zei ik hem terwijl ik mijn arm om hem heen sloeg. Hij bleef luid snikken. De hele klas had met hem te doen. Maar ondertussen was die toets nog niet af. ‘Sorry Gillian, maar ik moet de toets nog wel met de andere kinderen afmaken. Blijf maar even zitten, laat je boekje maar dicht’. Hij bleef nog even doorsnikken en ik bleef bij hem staan. Ondertussen maakte ik wel de toets af met de andere kinderen. Drie woorden verder pakte Gillian zijn boekje en deed het weer open. Hij wilde het toch weer proberen, wat ik ontzettend stoer vond van hem. Hij heeft de toets toch nog afgemaakt.

Aan het einde van de toets mocht iedereen zijn tafel weer terug op zijn plek zetten. Ik keek naar Gillian. De tranen schoten weer in zijn ogen, hij begon weer luid snikken. Ik heb hem bij me geroepen en hem een hele dikke knuffel gegeven. Ondertussen vertelde ik hem dat ik hem ontzettend stoer vond. Hij vond het zo moeilijk, maar hij had zo ontzettend goed zijn best gedaan. Ik was terecht trots op hem. Maar aan de andere kant deed het me ook pijn om te zien dat iemand zo aan het worstelen is. Gillian vertelde me ook dat hij zo verdrietig was, omdat het hem gewoon niet lukte. Hij zou een slecht punt krijgen en dat kwam op zijn rapport te staan. Ik vertelde hem dat ik hem het allerliefst tot en met groep 8 bij mij in de klas zou willen hebben. En ook dat ik het zo fijn voor hem zou vinden als hij elk jaar weer over zou gaan met alleen maar hoge punten op zijn rapport. Maar ik vertelde hem ook dat ik zag dat dit hem nooit gaat lukken. Ik zie hoe hard hij werkt en hoe graag hij het goed wil doen, maar het lukt hem gewoon niet. En dat is heel vervelend voor hem. Maar ik zie hoe hard hij het probeert, hoe hard hij zijn best doet. En alleen al daarom ben ik trots op hem. Vervolgens heb ik met hem afgesproken dat we na school zijn vader of moeder naar binnen zouden vragen. Samen zouden we vertellen dat hij keihard zijn best had gedaan, maar dat het hem gewoon niet lukte. Hiermee kon ik zijn verdriet een beetje sussen.

Na deze verschrikkelijke toets was het tijd om te gaan rekenen. Niet uit ons rekenboek natuurlijk! Dat hoefde ik ze nu echt niet meer te laten doen. Ze mochten zelf aan de slag. Ze mochten samen één bouwwerk maken met kapla. Natuurlijk probeerde elke groep een zo hoog mogelijke toren te maken. Ze mochten voorbeelden nabouwen met blokken. Ze gingen in tweetallen aan de slag. De ene leerling bouwde een bouwsel, de ander bouwde het precies na. En dan moesten ze allebei nog vertellen uit hoeveel blokjes het bestond. Iedereen was met plezier aan het werk. Vooral Gillian, hij was met heel veel plezier aan het werk. Toen stond Gillian op en liep naar de emotiemeter. Hij haalde zijn naamkaartje weg bij ‘vervelend’ en hing het helemaal bovenaan bij het kaartje ‘ik voel me’. Ik liep naar hem toe en vertelde hem dat dit eigenlijk geen emotie is. ‘Of ben je nu zo blij dat je jouw kaartje het liefst zo mogelijk wil hangen?’. ‘Ik ben nu zo blij, juf! Dit is het leukste dat we vandaag hebben gedaan’.

Betty Boztay-Meeuwesen
27 januari 2017

En dan is daar het etiket en eigenlijk ben ik er best blij mee

Bloggen doe ik regelmatig…ik doe dat over allerlei onderwijszaken en bijbehorende gedachten die ik erover heb. Mijn eerste blog schreef ik op onderwijswijven.nl en inmiddels heb ik mijn eigen blogsite. Op dit moment vraag ik mensen om hun ploeterverhalen en koestermomenten voor mij op te schrijven. Deze verhalen deel ik met veel liefde en plezier en daarmee vraag ik nogal wat. Ik vraag mensen om hun kwetsbare momenten op te schrijven en te delen. Het is tijd om het goede voorbeeld te geven. Het is tijd voor mijn eigen persoonlijke ploeterverhaal…

Onze prachtige dochter werd zes jaar geleden geboren. Mijn man en ik kwamen terecht op een roze wolk. We genoten samen van elk moment, elke stap die gezet werd. Dat waren er in het eerste levensjaar al super veel. Toen onze dochter zes maanden oud was vertelde mijn man dat ze “papa” gezegd had. Ik geloofde er niets van. Hij had het echter gefilmd en het was echt waar. Een duidelijke “papa”. In die maanden volgden vele woorden, gelukkig ook snel “mama” en met het jaar sprak onze dochter in korte kleine zinnetjes. Het draaien, rollen, kruipen en schuiven lag ook prima op schema. Toen wisten we nog niet dat we nog een flinke lange tijd moesten wachten op de eerste stapjes. Met 19 maanden was het eindelijk zover. Ze zat op een grindpad op de camping te kijken naar andere kinderen. Mijn man zei: “let op”…en ja hoor dochterlief stond op en liep aan…zonder te struikelen, te haperen of te wankelen.

Toen ze twee jaar werd waren op de school waar ik toen werkte de Nationale Voorleesdagen bezig. Ze stonden in het kader van het boekje: Nog 100 nachtjes slapen.Tot mijn grote verbazing zat ze dit verhaal aan tafel zachtjes te vertellen. “Wat ben je aan het doen?” Vroeg ik. “Oh ik zal het boekje wel even aan jou vertellen mama” zei ze. Elke woord vertelde ze letterlijk na. Onze dochter had het hele boekje gememoriseerd tijdens het voorlezen en kon het met de juiste intonatie precies navertellen. Ik schrok…was dat normaal?

In de jaren daarna volgde meer van deze momenten, maar wij maakten ons geen zorgen. Op het Kinderdagverblijf zat ze lekker in haar velletje en ze genoot van de momenten daar. Ze mocht daar lekker schilderen in het atelier en kletsen met juffies. Ze had er twee vriendjes, daar speelden ze fijn mee en soms was ze zelfs wat ondeugend. Totdat haar vriendjes eerder vier jaar werden en naar de basisschool gingen. Een lastige periode volgde, ze had meer moeite bij het afscheid nemen en zei dat ze niet meer wilde gaan. We dachten samen met de leidsters dat ze echt toe was aan school en dat het daar wel snel weer beter zou gaan. We namen afscheid van een fijne vertrouwde periode op het Kinderdagverblijf en samen begonnen we aan een nieuw avontuur. Eindelijk naar de basisschool, eindelijk “leren”.

Ons kind had moeite met de eerste weken op school. Ze huilde wat bij het afscheid en was thuis bewerkelijk. Ze sliep minder goed en vertelde weinig. Ze moet wennen dachten we. Langzaamaan veranderde onze leuke open eigenwijze peuter in een passieve, boze ongelukkige kleuter. Als ze thuiskwam vertelde ze weinig en wist ze niet goed wat ze moest doen. Lekker spelen bleek steeds lastiger. Gelukkig kon ze zich wel goed uiten in allerlei prachtige tekeningen en schilderijen. We hebben samen heel wat uurtjes doorgebracht in mijn eigen schildersatelier.

Een nieuwe periode brak aan. We gingen in gesprek op school en het beeld dat we van thuis schetsten werd niet helemaal herkend. Onze dochter liet niet zo heel veel zien op school. Koos altijd voor de creatieve hoek en de taalhoek en viel verder niet echt op. Gelukkig zag haar juf wel heel goed dat ze niet meer hetzelfde kind was als in het begin. We besloten dat ze wat nader bekeken werd op school. Het vermoeden van hoogbegaafdheid werd daarna voor het eerst uitgesproken. Ze liet dit echter niet zien op school. We besloten na veel overleg, veel twijfels en uiteindelijk met het steunpunt hoogbegaafdheid erbij, om haar te laten versnellen naar groep 3.

Zes fantastische weken volgden daarna. We hadden weer een vrolijk kind thuis. Ze lachte weer en genoot van alles in de nieuwe klas. Ze leek zich goed staande te houden. Ik durfde bijna te hopen op makkelijkere en betere tijden. Helaas kwamen alle problemen na zes weken weer terug. Veel conflicten met vriendinnen en andere kinderen, heel passief gedrag, woedeaanvallen thuis. Daarnaast ging ze ook veel vaker wiebelen en wiegen op haar stoel. Ze leek dan totaal afwezig te zijn. De nieuwe juf maakte zich zorgen en wij ook.

Inmiddels zijn we weer een klein jaar verder en hebben we samen met de school hulp gezocht via het Onderwijszorgteam. Daar hebben ze het groots aangepakt. Vragenlijsten zijn ingevuld door de school en door ons. Onze dochter heeft last van overmatige prikkelgevoeligheid. Hiervoor heeft ze nu ergotherapie en dat lijkt haar te helpen. Naast het opstarten van de ergotherapie is er verder onderzoek gedaan. Dat hebben we altijd een moeilijke keuze gevonden. Is dat cijfer mbt IQ nu zo belangrijk? Willen we dat etiket en die stempel? Toch wilden we nu echt weten hoe het zit. Een vermoeden is iets anders dan een feit. Een feit voelt anders, maakt je minder onzeker, zorgt ervoor dat je stevig staat. Dat je makkelijker het goede doet.

Onmiddellijk is na het onderzoek vanuit het Onderwijszorgteam de begeleiding opgestart voor ons kind, voor ons en voor de school. Onze dochter hoort bij de 1% van alle leerlingen met een zeer hoog, niet meetbaar IQ. Dat maakt dat ze zich vaak eenzaam, onbegrepen en ongelukkig voelt. Dat maakt dat het soms lastig is met vriendinnetjes, dat maakt dat we vaak conflicten hebben thuis, dat maakt dat het niet vanzelf gaat bij de zwemles, dat maakt dat het lang duurde voordat ze fietste en dat maakt dat ze soms gewoon super moe en leeg is.

We weten nu dat haar weg geen eenvoudige weg zal zijn, maar we weten nu wel waarom dat zo is. Er is de laatste jaren veel meer kennis beschikbaar over hoogbegaafde en begaafde kinderen. Daarnaast geloof ik in passend onderwijs. Ik geloof dat er steeds meer mogelijkheden zullen komen in het reguliere onderwijs om aan te sluiten bij de onderwijsbehoefte van onze kinderen. Indien nodig draag ik zelf mijn steentje bij.

Het is niet het meest makkelijk om het volgende eerlijk te zeggen. Liever ben ik sterk en schrijf ik dat op, maar ik ben moe, moe van alle gebroken nachten met een slecht slapend kind, moe van het me zorgen maken, moe van de gesprekken die we steeds maar weer voeren, moe van de conflicten, moe van de discussies. Gelukkig ben ik ook blij, blij met de hulp die er nu is, blij met de mogelijkheden die er zijn, blij met lieve vrienden en familie die het proberen te begrijpen en bovenal blij met ons kind…onze eigenwijze dappere slimme en vooral hele lieve dochter…

Lizette Knuvers Mijland 18 januari 2017

Als ik wakker word, weet ik eigenlijk al meteen dat het vandaag niet veel beter zal worden.

Natuurlijk wil je in het onderwijs duurzaam inzetbaar zijn en blijven. Het onderwijs is niet iets wat je zomaar kiest. Het moet je liggen en je moet er echt voor willen gaan. Tenminste, zo vind ik dat. Toch kan het soms best pittig zijn. Ook al heb je zoveel plezier in je baan, soms kan het toch teveel worden. Maar hoe kom je daar doorheen? Hoe zorg je er dan voor dat je duurzaam inzetbaar blijft? Wat kun je voor jezelf doen dat ervoor zorgt dat je duurzaam inzetbaar blijft?

De kerstvakantie is voorbij. Eindelijk mag ik weer naar mijn werk. Ik vind het heerlijk om lekker thuis te zijn. Lekker van mijn eigen mannen te kunnen genieten. Waaronder 2 boeven van 2 en 4 jaar. Ze zijn ontzettend ondernemend, willen altijd allebei een andere kant op, ze zijn lief en aanhankelijk, maar kunnen ook heel ondeugend, soms zelfs stout zijn. Ze zijn kanjers in het bloed onder je nagels vandaan halen. En dan toch, als mijn man en ik ’s avonds op de bank zitten, zeggen we tegen elkaar: ‘En toch zijn ze lief, he.’ Als je zelf kinderen hebt, herken je dit ongetwijfeld. Maar na twee weken vakantie is het tijd om weer aan het werk te mogen gaan. Ik ben er klaar voor. Vind ik. Denk ik……. Jawel, ik ben er klaar voor en heb er weer zin in!

We beginnen de eerste dag druk. We openen het jaar met voor ieder kind een glaasje kinderchampagne. Dit moeten we ’s morgens nog wel samen klaarzetten. Het is leuk om al die kinderen zo op het plein te zien. Ze hebben er zin in. Na de opening van het nieuwe jaar, kunnen we dan echt met z’n allen naar de klas toe om te beginnen.

Het wordt een rommelige eerste dag. In de vakantie hebben 3 voetbalteams een beker gewonnen. Die moeten ze natuurlijk laten zien. Er zijn 3 kleuters jarig geweest. Die komen ook nog langs voor een sticker. Dan heeft er iemand nog een zusje gekregen in de vakantie. Hij komt ook langs voor een sticker. En dan zitten er natuurlijk ook 16 kinderen in de klas. Een meisje is ziek. Dan blijven er nog 2 stoeltjes leeg. Van één leerling weten we dat hij pas later in januari terug zal komen. Maar van een andere leerling blijven we in onwetendheid. Dan is er nog een meisje teruggekomen van een lange vakantie bij haar familie. 4 weken is ze weggeweest. Ze heeft het ontzettend naar haar zin gehad, maar ze is ook heel blij dat ze weer terug is. Ze heeft heel veel gemist. Vandaag merken we meteen dat ze hier heel veel moeite mee heeft. Een andere jongen uit de klas is blij dat ze er weer is. ‘Ik heb je tien keer gemist’, zegt hij niet al te hard. Het is dat hij al een kleurtje heeft, anders zou zijn gezicht vast een beetje rood kleuren. Ontzettend lief dat zo’n stoere jongen dit durft te zeggen.

Maar ook hij heeft 2 weken geen school gehad. En ook hij heeft er moeite mee. Hij vindt alles weer saai, dit blijft hij maar herhalen. Hij hoeft dus ook niet op te letten. Tenminste, dat vindt hij. Maar als hij na mijn uitleg aan het werk moet, zegt hij: ‘Juf, ik snap het niet. Kun je me helpen?’. Waarop ik hem zeg: ‘Jij wilde niet naar mijn uitleg luisteren, dan hoef ik het je niet uit te leggen.’ Misschien gemeen, maar ook hij moet leren op te letten. Hij komt er uiteindelijk wel uit met behulp van een andere leerling. Maar ook hij is vandaag weer heel erg aanwezig en vraagt om veel aandacht.

Dan is er nog die ene jongen die teveel vampierenfilms heeft gezien in de vakantie. Hij heeft ook moeite om steeds weer een uitleg te volgen. Ook al probeer ik dit zo kort mogelijk te houden. Hij is zelf een vampier geworden. Bij bijna alles wat hij doet en zegt, is hij een vampier. Zelfs als iedereen zelfstandig aan het werk moet, blijft hij in zijn rol als vampier anderen lastigvallen. Voor de vakantie hoefde ik hem niet vaak te corrigeren, maar wat er vandaag met hem aan de hand is?

En dan dat meisje. Ze kwam ‘s morgens al stijfjes de klas binnen gelopen. Haar gezichtje behoorlijk gespannen. Ik gaf haar even de tijd om wat te ontdooien. Het is voor sommige kinderen heel spannend om na zo’n lange periode weer naar school te moeten, ook al ken je de klas. Maar haar schoudertjes bleven omhoog, haar gezichtje bleef gespannen. Ik heb haar even bij me geroepen. ‘Gaat het goed met je?’, vroeg ik haar. ‘Huh, hoezo?’, zegt ze. Ik pak haar schoudertjes vast en duw ze een beetje omlaag. ‘Je kijkt alsof je het heel spannend vindt allemaal. Heb je een fijne vakantie gehad?’. Ze denkt terug aan haar vakantie en begint me er een beetje over te vertellen. En dan vertelt ze ook dat haar haren pas weer zijn gedaan. Hele mooie vlechten liggen strak over haar hoofd. ‘O’, zeg ik ‘dat doet vast pijn.’ Het enige wat ze zegt is ‘Hmmmm hmmm’ en ze kijkt er pijnlijk bij. Hoe graag ze ook altijd een aai over haar bol wil, ik beloof haar dat ik dit voorlopig niet zal doen. Ook zij heeft vandaag weer moeite om aan het werk te gaan. En rustig op haar plek blijven, zit er niet in.

Het is een rommelig dagje. Gedurende de dag worden we regelmatig gestoord. De kinderen zitten absoluut niet in hun ritme. Sommige kinderen hebben wat meer last van een slecht humeur. Ik merk dit ook bij mezelf. Ik had heel veel zin om weer te mogen beginnen, maar ik merk dat ook mij dit heel wat meer moeite kost dan ik had verwacht. Gedurende de dag heb ik dan ook een aantal momenten waarop ik tot 10 moet tellen, om ervoor te zorgen dat ik rustig blijf naar de kinderen toe. Want ja, wij hebben er samen last van.

Ik hoop dat ik na een goede nachtrust een betere dag zal hebben. Maar als ik ’s morgens wakker word, weet ik eigenlijk al meteen dat vandaag niet veel beter zal worden. De kinderen zijn net als de dag ervoor. Misschien nog wel iets drukker eigenlijk. Hoe ik ook mijn best doe, mijn hoofd raakt steeds een beetje voller. De enige manier waarop ik daar vanaf kom, is sporten. Ik word ontzettend vrolijk van sporten. Alleen deze week heb ik pech. Op mijn sportavond staat een etentje met de medezeggenschapsraad van onze school gepland. In de vakantie dacht ik nog: ‘Ik kan het sporten vast wel een keertje overslaan.’ Op maandag dacht ik daar al anders over.

Toen had ik het plan om woensdag iets eerder te stoppen met werken, zodat ik nog even kon gaan hardlopen. Wat een ontzettende pech! Tandproblemen. Meteen de tandarts maar gebeld. Woensdag kan ik terecht, om 16:50u. Jammer, kan ik nog niet gaan hardlopen. Gedurende de dinsdag besefte ik me dat ik echt nodig moet gaan sporten. Maar ’s middags hadden we een teamvergadering. Ik werd steeds drukker in mijn hoofd en zocht naar een momentje om toch even te kunnen sporten. Die teamvergadering bleek helemaal niet zolang te duren als ik had gedacht. Hij was ruim op tijd afgelopen. ‘Moeten we nog blijven?’, vroeg ik een collega. ‘Nee hoor, volgens mij mogen we gaan’. Normaal ben ik nooit zo vroeg weg, maar nu wist ik niet hoe snel ik weg moest gaan. Ik verwachtte ook dat al mijn andere collega’s wel gauw naar huis zouden gaan.

Thuisgekomen trok ik snel mijn hardloopkleren aan. Ik pakte mijn telefoon om mijn hardloopapp in te stellen. Ik stelde hem in op 7 km. Dan zou ik toch weer een halve kilometer verder rennen dan de vorige keer. En ik ben gegaan. Wat was dat fijn! Toen ik op driekwart van mijn doel was, kwam er ineens een groep collega’s langs gefietst. ‘O nee!’, schoot het even door mijn hoofd. ‘Mochten we dan toch nog niet naar huis?’ Toen dacht ik aan de duurzame inzetbaarheid. Laat dit dan maar een half uurtje zijn dat ik eerder naar huis ben gegaan om duurzaam inzetbaar te zijn. Want laten we eerlijk zijn, dit had ik echt even nodig! Stiekem hoopte ik dat mijn collega’s me niet zouden herkennen in mijn hardloopoutfit. Ze waren bijna voorbij, de voorste collega’s hadden me niet herkend. Een andere collega herkende me wel. ‘Hey!’, riep hij luid. Ik gooide mijn arm in de lucht, zwaaide even terug en liep weer door. Het maakt ook niet uit. Ik voelde me al een stuk beter.

Thuisgekomen controleerde ik mijn telefoon. Ik had onderweg al een geluidje gehoord, ik had mijn doel al bereikt. Thuis zag ik dat ik 7, 3 kilometer had gelopen. Yes, ik ben mijn doel voorbijgegaan! Hierdoor klaarde het nog meer op in mijn hoofd. Het klaarde zelfs zo ver op, dat mijn vingers begonnen te kriebelen. Ik kon niet wachten om aan de laptop te gaan zitten en de afgelopen twee dagen op te schrijven. Want dat vind ik ook zo ontzettend fijn. Het zorgt ervoor dat ik nog meer energie heb om morgen met een opgeruimd hoofd weer opnieuw aan de slag te gaan. En morgen zeg ik weer: ‘Kom maar op, ik ben er weer helemaal klaar voor!’.

Betty Boztay-Meeuwesen januari 2017

Ploeterverhalen en koestermomenten

In het onderwijsmoment van Sandra Beuving werd gesproken over ploeteren en koesteren:

” Ploeteren kan nooit te moeilijk zijn. Het is goed voor kinderen om te ervaren dat ze niet alles kunnen, dat ze moeite moeten doen om iets te bereiken, dat ze door moeten zetten, dat ze er soms een nachtje extra over moeten nadenken en zelfs dat ze er misschien iemand bij moeten roepen die ze meer over dit onderwerp kan vertellen. Het gaat ook om koesteren, trots zijn op je werk en dat laten zien aan iedereen die dat wil.” 

  Deze prachtige woorden gelden eigenlijk voor iedereen. Daarom wil ik jullie uitnodigen om je ploeterverhalen en je koestermomenten op te schrijven. In de komende periode tot aan de voorjaarsvakantie wil ik deze verhalen en momenten graag delen op Onderwijskoppen.nl.

Wat te doen?

Schrijf jouw ploeterverhaal of koestermoment op in een platte tekst.
Mail het naar: lmijland@gmail.com
Een bijbehorende afbeelding is altijd welkom.

De afgelopen weken is de site van Onderwijskoppen enorm veel bezocht. Dit vooral door de mooie onderwijsmomenten die geschreven zijn door de verschillende auteurs. Die wil ik nogmaals heel erg bedanken hiervoor. Natuurlijk wil ik graag een vervolg geven aan dit succes. Fijn als jij in de pen kruipt!

Hartelijke groet, Lizette Knuvers- Mijland