Wees jezelf

De ellende met authenticiteit

“’Wees jezelf’, sprak ik tot iemand. Maar hij kon niet, hij was niemand.”
Als iemand dit korte gedichtje van dichter/dominee de Génestet nooit als lijdend voorwerp heeft meegemaakt, dan ben ik het wel. Negen van de tien keer dat ik op school in de problemen kwam, was het eerder doordat ik teveel mezelf was. Bas, de dromerige figuur die zich in een andere wereld leek te bevinden. Of Bas die niet zat te dromen, maar die continu andere mensen aan het afleiden was en overal doorheen zat te praten. Bas, van wie verwacht werd dat hij op gepaste wijze op een ernstige situatie zou reageren, maar die juist overal de draak mee stak. Of Bas, die totaal van de kaart in de schoolbanken zat door het roken van oogluikend toegestane verdovende middelen. Allemaal verschillende versies van mezelf weliswaar, maar ik was het wel degelijk zelf!

Na de diagnose..

Inmiddels ben ik erachter dat al die obstinaatheid en non-conformiteit op met name de middelbare school, maar ook in de beroepspraktijk, wel degelijk een oorzaak hebben. Volgens de psycholoog komt het doordat mijn brein nogal wat ADD-kenmerken heeft. Simpel gezegd betekent dit, dat ik bovengemiddeld moeite heb met het verwerken van prikkels en informatie. Maar helaas is daar bij mij gedragsmatig of “aan de buitenkant” weinig van te zien. Daardoor kon en kan ik dus wel goed doen alsof ik “niemand” ben.

Sinds ik weet dat het een oorzaak heeft dat het zo druk is in die hersenpan van mij, vallen er wel een hoop puzzelstukjes in elkaar. Mijn leerlingen in de klas, die altijd even geboeid naar mijn instructies en uitleg luisteren. Vooral omdat ze enorm benieuwd zijn welk zijpad ik nu weer in ga slaan, of welke rare grol of grap er nu weer uit komt rollen. De inwendige kalmte die ik weet uit te stralen op het moment dat ergens de pleuris uitbreekt. De onverwachte invallen en handelingen waarmee ik de aandacht van mensen weet te trekken of ze met zichzelf kan confronteren. Maar ook de innerlijke chaos, waardoor ik afspraken vergeet, spullen kwijtraak en nogal lomp en ongepast uit de hoek kan komen. Allemaal te danken aan mijn “confettibrein”, zoals een vriendin van me het treffend omschreef.

De maatschappij en authentiek gedrag

Ondertussen doen reclames alsof non-conformiteit en authenticiteit de hoogste doelen zijn die een mens kan behalen tijdens de jacht op geluk. Die prijs in de lotto die ervoor zorgt dat je nooit meer die loonslaaf hoeft te zijn, die in een soort matrix van verplichtingen verzeild is geraakt. Die ene geur uit dat geweldige flesje, die maakt dat je een soort unieke en onweerstaanbare vrouwenmagneet wordt. Die unieke auto uit Japan, die maakt dat je niet wordt gezien als de “zoveelste Duitser op de weg”. Dat hele streven om uniek te zijn roept bij mij twee vragen op: “Hoe uniek kan zo’n product je nog maken als al die advertenties juist zoveel mogelijk mensen aansporen om het aan te schaffen?” En ten tweede de vraag: “Zit onze maatschappij eigenlijk wel op al die non-conformiteit en authenticiteit te wachten?”

Voor het antwoord op de tweede vraag hoef je alleen maar even de gemiddelde school binnen te wandelen. Complete volksstammen worden daar, met vrijwel hetzelfde instructiemateriaal en volgens hetzelfde stramien, klaargestoomd om aan het eind van de rit aan dezelfde beroepseisen en referentieniveaus te voldoen. Als je wat moeilijker stil kunt zitten, minder communicatief of taalvaardig bent, moeite hebt met het onmiddellijk opvolgen van instructies of anderszins niet aan de eisen kunt voldoen die de huidige competitieve en op theoretische kennis gerichte maatschappij aan je stelt, loop je vroeg of laat vast. Doordat er “niet uitkomt wat erin zit”, zoals mij vaak verteld is. Door je veronderstelde “gebrek aan discipline”. Maar eigenlijk vooral door de toenemende angst van de samenleving voor alles wat anders is dan de standaard. Hoe verklaar je anders het toenemende aantal “stempeltjes” voor leerlingen die niet helemaal in het plaatje passen?

Als maatschappij zijn we inmiddels in de situatie terecht gekomen, dat mensen die sterk theoretisch onderlegd zijn, ondernemend en gestructureerd zijn, competitief zijn ingesteld en die sterke communicatieve eigenschappen hebben het heel ver kunnen schoppen. Al blijft het natuurlijk mooi meegenomen om uit een “goed nest” te komen. Het onderwijssysteem is er steeds meer op ingesteld om “excellentie”, uitblinken, te stimuleren en belonen. Tenzij je natuurlijk excellenter dan het schoolsysteem bent, dan heet je ineens “hoogbegaafd”. Zodoende creëren we als samenleving een situatie waarin het steeds moeilijker is om zonder bepaalde aangeboren eigenschappen te gaan behoren bij de mensen die het voor het zeggen hebben en die de koek verdelen. Bovendien groeit, parallel aan die ontwikkeling, met de vlucht van de technologie de behoefte aan theoretici.

Het onderwijs vroeger en nu

In het huidige gestandaardiseerde onderwijs is het steeds moeizamer om je te handhaven wanneer je afwijkt van de “norm”. Had ik het vroeger al moeilijk om mijn huiswerk en planning georganiseerd te krijgen op de middelbare school, of eerlijk gezegd om überhaupt mijn agenda open te doen of in mijn schoolwerk te kijken, tegenwoordig wordt op de lagere school al van je gevraagd om je taken te plannen, continu getoetst te worden of je op andere wijze de maat te laten nemen. En dan vinden we het gek dat steeds meer kinderen buiten de boot vallen!

Gelukkig had ik vroeger op de middelbare school, toen mijn concentratie- en leerproblemen echt gevolgen begonnen te krijgen, een docent en mentor die zelf ook een behoorlijk rare snuiter was. Mijn docent Engels was een hippie met lang haar en een sik. Hij had dezelfde absurde en ongepaste humor als ik, gezien de rare dictees die hij altijd gaf met zinnen die zo uit Monty Python leken te komen. Verder ging ik geregeld met hem in conclaaf over literatuur en muziek. Hele discussies hadden we over Samuel Taylor Coleridge, Hawkwind en The Clash. Na een klassenavond bij hem thuis, kwam ik wel vaker bij hem over de vloer om een biertje te drinken.

Toen ik op school helemaal vastliep door mijn gebrek aan concentratie en gezagsondermijnende gedrag tijdens de lessen, kwam mijn mentor met een geniaal plan. Ik moest me voortaan een uur voordat de lessen begonnen melden bij hem thuis, in sporttenue. Daarna gingen we gezamenlijk een eind hardlopen. Na een douche voor de benodigde frisheid kon ik dan weer aan de lessen deelnemen, met een leeg hoofd en dus helemaal geschikt om informatie bij te laden. Verder hadden ook de overige docenten instructie gekregen: op het moment dat mijn “harde schijf” kortsluiting leek te maken en ik weer de clown uithing in de klas, moest ik lopend naar de andere kant van de stad om een boodschap te doen of een andere opdracht uit te voeren. Zodoende ging mijn overtollige energie toch nog in nuttige zaken zitten, wat mij meer gevoel van eigenwaarde gaf. En het veroorzaakte veel opluchting, zowel bij mij omdat ik van die ellendige schoolse situatie verlost was, als bij de docenten die niet met mijn onrust hoefden te dealen.

Inmiddels sta ik zelf alweer voor het zesde jaar voor de klas. Begonnen als docent Nederlands, maar inmiddels heb ik er twee vakken bij gekregen: burgerschap en communicatie. Allebei vakken die minder schools zijn, maar waarin ik wel mijn authenticiteit en eigenzinnigheid kwijt kan. Omdat beide vakken zich uitstekend lenen voor introspectie, discussie en ook een stukje training en opvoeding. Vooral bij dat laatste gedeelte ligt mijn grote passie, en ik ben er goed in. Logisch wel, want ik snap precies waarom veel van mijn leerlingen vastlopen in het huidige schoolsysteem. En helaas ook vaak in de huidige maatschappij. Ik ben er al zo’n negenendertig jaar tegen aan het knokken.

Na zes jaar voor de klas stemt de richting waarin we met ons onderwijs en de maatschappij gaan me niet vrolijk. De schoolsheid is alleen maar toegenomen. Ook al is de stringente urennorm kwantitatief iets verminderd, het aantal uren dat leerlingen verplicht tijd zitten te vullen in de klas is nog steeds enorm. Dit brengt ook met zich mee dat actieve jongelui verplicht zijn om een groot deel van de dag stil te zitten. Het projectmatig werken heeft een enorme vlucht genomen: prettig als voorbereiding op het zelfstandige werken in het toekomstige leven, maar enorm lastig voor leerlingen die van zichzelf niet zo goed kunnen plannen of een gebrek aan intrinsieke motivatie vertonen. Tot slot het passend onderwijs, dat maar moeilijk van de grond lijkt te komen. Logisch: als docent leer je in de opleiding relatief gezien best weinig over de omgang met leerlingen waar “iets” mee is.

Ontmoeting met mijn “idool”

Enkele jaren geleden had ik een reünie van de middelbare school. Mijn vroegere docenten reageerden voornamelijk verbaasd wanneer ze hoorden dat ik inmiddels zelf voor de klas stond. Behalve mijn vroegere docent Engels, met zijn inmiddels grijze lange haar en sik. Hij nam het voor kennisgeving aan, zo leek het, in elk geval zag ik geen spoor van verbazing in zijn reactie. Vooral toen ik vertelde dat ik het liefst op niveau 2 van het mbo lesgaf, knikte hij bevestigend.

Helaas heb ik de beste man nooit durven zeggen dat hij mijn grote voorbeeld was en is. De verhalen die ik over hem hoorde van derden in zijn omgeving, onder andere over zijn mislukte huwelijk en andere problematiek, doen daar niks aan af. Ik weet uit ervaring hoe hard je moet knokken in het leven als je eigenzinnig bent, op allerlei gebieden, simpelweg omdat onze leefwereld en maatschappij daar niet op ingesteld zijn.
De ellende met authenticiteit is, dat men doet alsof het een hoog goed of ideaal is, maar dat we er als omgeving maar slecht mee om kunnen gaan. Natuurlijk snap ik de frustratie van mijn vrouw, als ik weer een afspraak vergeten ben of belangrijke spullen ben kwijtgeraakt. Of de ergernis van mijn collega’s, als ze mij weer aan een protocol moeten herinneren waar ik het belang maar moeilijk van kan inzien. Of als ik al dan niet bewust de structuur overhoop gooi. Net zo goed als ik de frustratie van collega’s zie bij die leerling die continu de grens van medeleerlingen en docenten opzoekt, of die leerling die continu aan gemaakte afspraken herinnerd moet worden, of die leerling die steeds probeert om iedereen aan het lachen te maken.

Wat ons te doen staat

Misschien moeten we als maatschappij en scholen eens gaan stoppen met toewerken naar de eisen die de top van de kenniseconomie aan ons stelt. Omdat we zo een wereld aan het creëren zijn waarin we als samenleving steeds meer mensen buitensluiten. Met haar streven naar volledige werkgelegenheid lijkt onze overheid vooral buiten de realiteit te leven, steeds meer werk wordt immers uitbesteed aan robots of personeel in lageloonlanden. Zou het niet prachtig zijn als al die automatisering in het voordeel van alle mensen gebruikt gaat worden, niemand uitgesloten? En dat we op onze opleidingen toewerken naar zinvolle dagbesteding voor iedereen, in plaats van naar steeds beter betaald werk voor steeds minder mensen?

Begrip voor en contact met alle mensen, dat is waar ik als docent voor sta. En natuurlijk werk ik daarbij ook naar bepaalde referentieniveaus en toetsingen toe. En heb ik daarbij last van die ene jongen die continu iedereen probeert af te leiden en aan het lachen te maken. Maar ik weet uit ervaring dat hij dat doet omdat hij gewaardeerd wil worden, en dit de manier in het verleden is geweest waarmee hij dat kon bereiken. Alle andere schoolse vaardigheden gingen hem immers te moeilijk af. En die jongen die continu de grens van anderen opzoekt, doet dit alleen omdat hij duidelijkheid nodig heeft in de omgang met mensen. Net als zijn buurman, die elke les weer “vergeet” om zijn jas aan de kapstok te hangen. Of diens overbuurman, die voor de vijfde keer dezelfde vraag stelt over de opdracht die hij moet maken.

Gedrag van anderen, al dan niet gewenst in de situatie, heeft altijd een oorzaak. Dat ondervang je niet met protocollen, extrinsieke discipline of mopperen. Neem maar van mij aan dat de leerling in kwestie dit al zijn hele schoolse leven hoort of meemaakt, en dat het nooit geholpen heeft. Daarom gebruik ik mijn leerlingen waar “iets” mee is altijd als barometer. Moet ik Ahmed voor de vijfde keer vragen om zijn jas uit te doen? Misschien heb ik dan niet de hele klas voldoende bij het instructiemoment betrokken. Zijn Wesley en Johnny elkaar in de haren gevlogen? Misschien hebben ze elkaar via de sociale media al tijden zitten treiteren, en konden ze zich niet voor die prikkels afsluiten. Wil Patrick al de hele tijd zijn pet niet afzetten? Misschien beschermt die pet hem tegen de prikkels van buitenaf in zijn overbevolkte klas. En zou dat ook de reden zijn waarom Boudewijn net in de pauze een joint heeft gerookt? Wordt het niet tijd dat ik als docent structuur aanbreng in dit zooitje?

Waar ik voor pleit is een maatschappij en bijbehorend onderwijs waarbinnen ruimte is voor iedereen. Voor de vier procent die bij de excellente leerlingen hoort. Voor de tien procent van de leerlingen waar “iets anders” mee is. Of voor de ruime meerderheid van de klas die zich niet in een uitzonderingspositie bevindt. Want die jongen die moeite heeft met zijn examen Nederlands, is straks misschien de man die jouw riool moet ontstoppen of jouw huis moet bouwen. Net zo belangrijk werk als jouw baan als management consultant of chairman of the board. En mocht je ooit de keuze maken om een baan voor de klas te ambiëren, wees dan vooral jezelf. Leerlingen prikken namelijk zo door je heen als je niet authentiek bent.

Bas Mijland, november 2016