Mijn advies werd daardoor uitgebreider en persoonlijker

Toen ik afstudeerde had ik een lange schoolloopbaan achter de rug, langer dan nodig was.

Na de mavo, naar de havo, want ik wilde juffrouw worden. Wat viel die pabo tegen. Niet de opleiding, die was top. Leuke vakken, veel uitdaging. Niet de kinderen, daar deed ik het voor. Maar wat deed mij dan wel stoppen? Eerlijk? Mijn eigen lange schoolloopbaan met mijn eigen problematiek, het onbegrip dat ik toen nog moest verwerken… Alles kwam tijdens de tijd op de Pabo keihard terug.

Lees verder

Ze zaten op het puntje van hun stoel…

Het maakt niet uit in welke groep je lesgeeft, voorlezen blijft belangrijk. En zo dus ook in groep 3. Regelmatig lees ik de kinderen voor. Vooral na het buitenspelen, als ze mogen eten en drinken. Sommige kinderen kunnen daar echt van genieten. Voor sommige kinderen is alleen het verhaal al voldoende om te horen. Andere kinderen luisteren alleen als jij het zelf uitdagender maakt om naar te luisteren. Als je op de juiste momenten een stilte laat vallen, als je leuke stemmetjes gebruikt, als je ineens je stem laat bulderen wanneer de reus aan het woord is of als je ineens zachtjes gaat fluisteren, wanneer je met je lichaam uitbeeldt wat je aan het voorlezen bent of als je met je lichaam woorden wat krachtiger of juist fijner maakt.

Kern 5 van de leesmethode had een aantal sprookjes op het programma staan. Slechts een enkeling kende de sprookjes. Gelukkig voor mij, mocht ik ze voorlezen. Maar als zo weinig kinderen het sprookje kennen, wil je dat natuurlijk zo goed mogelijk doen. Het sprookje moet in hun hoofdje gaan zitten en er het liefst niet meer uitkomen. Want juist dan weet ik dat ik mijn uiterste best heb gedaan om de kinderen te boeien met een verhaal.

Dit keer was ‘Ali Baba en de veertig rovers’ aan de beurt. Ik besprak van tevoren de afbeelding met de kinderen. Wat kenden ze er al van? Wie kent het sprookje dat hierbij zou horen? Niemand…. Ik pakte het verhaal erbij en ging er eens goed voor zitten. De kinderen zaten bij mij in de kring. De een nog wiebelig. Hier en daar fluisterde een leerling nog iets tegen een andere leerling. En toen begon ik: ‘Er was eens, heel lang geleden, een arme houthakker die Ali Baba heette. Iedere morgen ging hij met twee ezels het bos in. Daar hakte hij……….’. De eerste giechel was al te horen bij de naam ‘Ali Baba’, en dat in onze wijk nog wel, met al die mooie verschillende en soms ook moeilijke namen. Ik las verder. En inderdaad, elke keer als ik de naam ‘Ali Baba’ las, begonnen er een paar kinderen te giechelen. Het maakte niet uit. Het verhaal werd al snel spannend. De roversbende kwam al gauw bij de berg. ‘Sesam open u!!’, bulderde mijn stem door het lokaal. De kinderen schrokken op. Nu luisterde iedereen. Vol verwondering vertelde ik over Ali Baba die vervolgens zelf de grot opende met de woorden ‘Sesam open u’, toen de roversbende weg was. Maar dan wel met een zachte stem. En over de zakken vol goud, die daar lagen. En de potten vol edelstenen! O, en wauw…… al die juwelen! Prachtig!
Toen ik nog een keer de naam ‘Ali Baba’ uitsprak, was er niemand meer die giechelde. Ze wilden dolgraag horen over ‘Ali Baba’ die met goud en juwelen bij zijn vrouw thuiskwam. En het plan dat ze gingen bedenken om de schat te verstoppen. Ze zaten op het puntje van hun stoel. Ze waren veel te bang dat de roversbende hem zou vinden. En ja hoor, dat ging gebeuren. De timmerman, die het kistje voor ‘Ali Baba’ had gemaakt, om zijn goud in te verstoppen, praatte zijn mond voorbij. ‘Nee!’, hoorde ik een enkeling zeggen. Nu werd het helemaal spannend. De hoofdman van de rovers klopte aan bij Ali Baba om te vragen of hij daar mocht overnachten en zijn 20 ezels kon laten rusten op de achterplaats. En Ali Baba stemde gewoon in! Een van de kinderen uit mijn klas heeft altijd moeite om op haar stoel te blijven zitten. Nu zat ze onder haar stoel. Geen idee hoe ze dat voor elkaar kreeg, maar ze zat er. Wel met haar volle aandacht voor het verhaal. Niemand hing nog achterover. Je kon de spanning bij de kinderen voelen. En toen Ali Baba samen met de politie klaar stond, toen de roversbende uit de oliekruiken kwam gekropen die over de ruggen van de ezels hingen, was de opluchting te horen. ’En zo leefden ze nog lang en gelukkig, dankzij het goud in de kist’. Een aantal kinderen begonnen meteen te klappen en de rest van de klas volgde al snel. ‘Vonden jullie het zo’n leuk verhaal?’, vroeg ik ze. ‘Het was wel spannend, hé!’. ‘Nee, juf’, riep een jongen enthousiast, ‘we klappen voor jou, omdat je het verhaal zo goed hebt voorgelezen!’. Dan hoop ik dat dit sprookje nog lang in hun geheugen gegrift blijft.
Wat een moment om te koesteren!

Betty Boztay-Meeuwesen
Januari 2017