Ik voelde, nee, ik hoorde mijn hart bijna breken.

Vorige week had ik samen met de kinderen uit mijn klas een soort van emotiemeter gemaakt; ‘Ik voel me’, moest bovenaan komen te hangen. Hiermee kunnen de kinderen aangeven hoe ze zich voelen. Daarna mogen ze er zelf nog voor kiezen om me te vertellen waarom ze zich zo voelen, of niet. Maar ik weet dan in ieder geval zeker dat ik met sommige kinderen een beetje meer rekening moet houden, of niet. We hadden samen 5 verschillende gevoelens bedacht die erop moesten komen te staan. Het moest onderaan beginnen met ‘verdrietig’ en bovenaan eindigen met ‘fantastisch’. De kinderen mochten allemaal een eigen naamkaartje maken, dat ik op een wasknijper plakte. ’s Middags maakte ik de emotiemeter en gaf hem vast een plekje in de klas.

Aangezien woensdag mijn laatste werkdag is, zodat ik op donderdag en vrijdag van mijn eigen kinderen kan genieten, hadden de kinderen een paar dagen de tijd om eraan te wennen dat het in de klas hing. Maandag heb ik de naamkaartjes op de tafeltjes gelegd. De kinderen kwamen de klas binnen en konden niet wachten om hun naamkaartje op te hangen. Er hingen ook veel kaartjes onderaan. Veel kinderen gaven aan zich vervelend of verdrietig te voelen, maar ze vonden het maar al te leuk om het steeds weer te wisselen. Ze gaven nog niet hun echte emotie aan. Dat was te zien aan de lachende gezichten van de kinderen die hun naamkaartje bij ‘vervelend’ hadden hangen. Tja, het was maandag. Ze hadden die morgen misschien nog wat langer in hun bed willen blijven liggen? Ik besloot om ze nog even aan te laten modderen. Ik zag langzaam maar zeker dat kinderen hun echte emotie aan gingen geven. De kaartjes kwamen steeds hoger te hangen, positiever dus.

Op dinsdag had Gillian zijn naamkaartje opgehangen. Hij voelde zich vervelend. Gillian heeft het zwaar in groep 3. Ondanks dat hij 3 jaar lang in een kleuterklas heeft gezeten, heeft hij ontzettend veel moeite in groep 3. Gesprekken met ouders lopen moeizaam. Het ene moment willen de ouders het wel begrijpen, het volgende moment zijn ouders helaas wat wantrouwend. Gillian staat ertussenin. Hij voelt wel wat er speelt, hij krijgt er vast ook wel wat van mee. Hoe zou het voor zo’n kind moeten zijn? Ik kan me heel goed voorstellen dat hij zijn ouders niet teleur zou willen stellen. En dus misschien zou hij maar gewoon moeten proberen te laten lijken alsof hij het allemaal wel kan. In de klas roept hij in ieder geval voortdurend: ‘Kunnen we beginnen? Het is zo saai? Ik snap het allang, hoor!’. Maar als hij dan echt aan de slag moet…….

Vandaag begonnen we met deel 1 van de spellingtoets. Het was de eerste keer voor de kinderen van groep 3 dat ze deze toets moesten maken. Ik sprak de woorden luid en duidelijk uit. Ik probeerde met iedereen rekening te houden. Niet iedereen was even snel. Ik hield ook Gillian in de gaten. Het lukte hem niet. Hij had ontzettend veel moeite om het bij te houden. Af en toe fluisterde ik hem een woord nóg een keer in, omdat ik zag dat hij nog met het vorige woord bezig was. Ik zei hem dat hij rustig aan kon doen. Ik zou hem het volgende woord nog wel een keer zeggen. Maar ondertussen zag ik de frustraties bij hem toenemen. Hoezeer hij ook zijn best deed, hij kon het niet bijhouden. En ik kon bijna geen een woord vinden dat hij op de juiste manier had geschreven. Hoe ik hem de tijd ook liet nemen en ondertussen de andere leerlingen van de klas hun begrip toonden, omdat ze steeds op hem moesten wachten, het lukte hem niet.

Sterker nog, ineens barstte hij keihard in snikken uit. Op dat moment voelde ik, nee, ik durf te zeggen dat ik mijn hart bijna hoorde breken. Ik had zo met hem te doen. Ik vond het verschrikkelijk voor hem. Het enige wat ik op dat moment kon doen, was tegen hem zeggen dat het niet erg was. Ik heb zijn boekje dicht gedaan. ‘Dit doen we een ander keertje samen wel. Je hoeft het nu niet te maken’, zei ik hem terwijl ik mijn arm om hem heen sloeg. Hij bleef luid snikken. De hele klas had met hem te doen. Maar ondertussen was die toets nog niet af. ‘Sorry Gillian, maar ik moet de toets nog wel met de andere kinderen afmaken. Blijf maar even zitten, laat je boekje maar dicht’. Hij bleef nog even doorsnikken en ik bleef bij hem staan. Ondertussen maakte ik wel de toets af met de andere kinderen. Drie woorden verder pakte Gillian zijn boekje en deed het weer open. Hij wilde het toch weer proberen, wat ik ontzettend stoer vond van hem. Hij heeft de toets toch nog afgemaakt.

Aan het einde van de toets mocht iedereen zijn tafel weer terug op zijn plek zetten. Ik keek naar Gillian. De tranen schoten weer in zijn ogen, hij begon weer luid snikken. Ik heb hem bij me geroepen en hem een hele dikke knuffel gegeven. Ondertussen vertelde ik hem dat ik hem ontzettend stoer vond. Hij vond het zo moeilijk, maar hij had zo ontzettend goed zijn best gedaan. Ik was terecht trots op hem. Maar aan de andere kant deed het me ook pijn om te zien dat iemand zo aan het worstelen is. Gillian vertelde me ook dat hij zo verdrietig was, omdat het hem gewoon niet lukte. Hij zou een slecht punt krijgen en dat kwam op zijn rapport te staan. Ik vertelde hem dat ik hem het allerliefst tot en met groep 8 bij mij in de klas zou willen hebben. En ook dat ik het zo fijn voor hem zou vinden als hij elk jaar weer over zou gaan met alleen maar hoge punten op zijn rapport. Maar ik vertelde hem ook dat ik zag dat dit hem nooit gaat lukken. Ik zie hoe hard hij werkt en hoe graag hij het goed wil doen, maar het lukt hem gewoon niet. En dat is heel vervelend voor hem. Maar ik zie hoe hard hij het probeert, hoe hard hij zijn best doet. En alleen al daarom ben ik trots op hem. Vervolgens heb ik met hem afgesproken dat we na school zijn vader of moeder naar binnen zouden vragen. Samen zouden we vertellen dat hij keihard zijn best had gedaan, maar dat het hem gewoon niet lukte. Hiermee kon ik zijn verdriet een beetje sussen.

Na deze verschrikkelijke toets was het tijd om te gaan rekenen. Niet uit ons rekenboek natuurlijk! Dat hoefde ik ze nu echt niet meer te laten doen. Ze mochten zelf aan de slag. Ze mochten samen één bouwwerk maken met kapla. Natuurlijk probeerde elke groep een zo hoog mogelijke toren te maken. Ze mochten voorbeelden nabouwen met blokken. Ze gingen in tweetallen aan de slag. De ene leerling bouwde een bouwsel, de ander bouwde het precies na. En dan moesten ze allebei nog vertellen uit hoeveel blokjes het bestond. Iedereen was met plezier aan het werk. Vooral Gillian, hij was met heel veel plezier aan het werk. Toen stond Gillian op en liep naar de emotiemeter. Hij haalde zijn naamkaartje weg bij ‘vervelend’ en hing het helemaal bovenaan bij het kaartje ‘ik voel me’. Ik liep naar hem toe en vertelde hem dat dit eigenlijk geen emotie is. ‘Of ben je nu zo blij dat je jouw kaartje het liefst zo mogelijk wil hangen?’. ‘Ik ben nu zo blij, juf! Dit is het leukste dat we vandaag hebben gedaan’.

Betty Boztay-Meeuwesen
27 januari 2017

En dan is daar het etiket en eigenlijk ben ik er best blij mee

Bloggen doe ik regelmatig…ik doe dat over allerlei onderwijszaken en bijbehorende gedachten die ik erover heb. Mijn eerste blog schreef ik op onderwijswijven.nl en inmiddels heb ik mijn eigen blogsite. Op dit moment vraag ik mensen om hun ploeterverhalen en koestermomenten voor mij op te schrijven. Deze verhalen deel ik met veel liefde en plezier en daarmee vraag ik nogal wat. Ik vraag mensen om hun kwetsbare momenten op te schrijven en te delen. Het is tijd om het goede voorbeeld te geven. Het is tijd voor mijn eigen persoonlijke ploeterverhaal…

Onze prachtige dochter werd zes jaar geleden geboren. Mijn man en ik kwamen terecht op een roze wolk. We genoten samen van elk moment, elke stap die gezet werd. Dat waren er in het eerste levensjaar al super veel. Toen onze dochter zes maanden oud was vertelde mijn man dat ze “papa” gezegd had. Ik geloofde er niets van. Hij had het echter gefilmd en het was echt waar. Een duidelijke “papa”. In die maanden volgden vele woorden, gelukkig ook snel “mama” en met het jaar sprak onze dochter in korte kleine zinnetjes. Het draaien, rollen, kruipen en schuiven lag ook prima op schema. Toen wisten we nog niet dat we nog een flinke lange tijd moesten wachten op de eerste stapjes. Met 19 maanden was het eindelijk zover. Ze zat op een grindpad op de camping te kijken naar andere kinderen. Mijn man zei: “let op”…en ja hoor dochterlief stond op en liep aan…zonder te struikelen, te haperen of te wankelen.

Toen ze twee jaar werd waren op de school waar ik toen werkte de Nationale Voorleesdagen bezig. Ze stonden in het kader van het boekje: Nog 100 nachtjes slapen.Tot mijn grote verbazing zat ze dit verhaal aan tafel zachtjes te vertellen. “Wat ben je aan het doen?” Vroeg ik. “Oh ik zal het boekje wel even aan jou vertellen mama” zei ze. Elke woord vertelde ze letterlijk na. Onze dochter had het hele boekje gememoriseerd tijdens het voorlezen en kon het met de juiste intonatie precies navertellen. Ik schrok…was dat normaal?

In de jaren daarna volgde meer van deze momenten, maar wij maakten ons geen zorgen. Op het Kinderdagverblijf zat ze lekker in haar velletje en ze genoot van de momenten daar. Ze mocht daar lekker schilderen in het atelier en kletsen met juffies. Ze had er twee vriendjes, daar speelden ze fijn mee en soms was ze zelfs wat ondeugend. Totdat haar vriendjes eerder vier jaar werden en naar de basisschool gingen. Een lastige periode volgde, ze had meer moeite bij het afscheid nemen en zei dat ze niet meer wilde gaan. We dachten samen met de leidsters dat ze echt toe was aan school en dat het daar wel snel weer beter zou gaan. We namen afscheid van een fijne vertrouwde periode op het Kinderdagverblijf en samen begonnen we aan een nieuw avontuur. Eindelijk naar de basisschool, eindelijk “leren”.

Ons kind had moeite met de eerste weken op school. Ze huilde wat bij het afscheid en was thuis bewerkelijk. Ze sliep minder goed en vertelde weinig. Ze moet wennen dachten we. Langzaamaan veranderde onze leuke open eigenwijze peuter in een passieve, boze ongelukkige kleuter. Als ze thuiskwam vertelde ze weinig en wist ze niet goed wat ze moest doen. Lekker spelen bleek steeds lastiger. Gelukkig kon ze zich wel goed uiten in allerlei prachtige tekeningen en schilderijen. We hebben samen heel wat uurtjes doorgebracht in mijn eigen schildersatelier.

Een nieuwe periode brak aan. We gingen in gesprek op school en het beeld dat we van thuis schetsten werd niet helemaal herkend. Onze dochter liet niet zo heel veel zien op school. Koos altijd voor de creatieve hoek en de taalhoek en viel verder niet echt op. Gelukkig zag haar juf wel heel goed dat ze niet meer hetzelfde kind was als in het begin. We besloten dat ze wat nader bekeken werd op school. Het vermoeden van hoogbegaafdheid werd daarna voor het eerst uitgesproken. Ze liet dit echter niet zien op school. We besloten na veel overleg, veel twijfels en uiteindelijk met het steunpunt hoogbegaafdheid erbij, om haar te laten versnellen naar groep 3.

Zes fantastische weken volgden daarna. We hadden weer een vrolijk kind thuis. Ze lachte weer en genoot van alles in de nieuwe klas. Ze leek zich goed staande te houden. Ik durfde bijna te hopen op makkelijkere en betere tijden. Helaas kwamen alle problemen na zes weken weer terug. Veel conflicten met vriendinnen en andere kinderen, heel passief gedrag, woedeaanvallen thuis. Daarnaast ging ze ook veel vaker wiebelen en wiegen op haar stoel. Ze leek dan totaal afwezig te zijn. De nieuwe juf maakte zich zorgen en wij ook.

Inmiddels zijn we weer een klein jaar verder en hebben we samen met de school hulp gezocht via het Onderwijszorgteam. Daar hebben ze het groots aangepakt. Vragenlijsten zijn ingevuld door de school en door ons. Onze dochter heeft last van overmatige prikkelgevoeligheid. Hiervoor heeft ze nu ergotherapie en dat lijkt haar te helpen. Naast het opstarten van de ergotherapie is er verder onderzoek gedaan. Dat hebben we altijd een moeilijke keuze gevonden. Is dat cijfer mbt IQ nu zo belangrijk? Willen we dat etiket en die stempel? Toch wilden we nu echt weten hoe het zit. Een vermoeden is iets anders dan een feit. Een feit voelt anders, maakt je minder onzeker, zorgt ervoor dat je stevig staat. Dat je makkelijker het goede doet.

Onmiddellijk is na het onderzoek vanuit het Onderwijszorgteam de begeleiding opgestart voor ons kind, voor ons en voor de school. Onze dochter hoort bij de 1% van alle leerlingen met een zeer hoog, niet meetbaar IQ. Dat maakt dat ze zich vaak eenzaam, onbegrepen en ongelukkig voelt. Dat maakt dat het soms lastig is met vriendinnetjes, dat maakt dat we vaak conflicten hebben thuis, dat maakt dat het niet vanzelf gaat bij de zwemles, dat maakt dat het lang duurde voordat ze fietste en dat maakt dat ze soms gewoon super moe en leeg is.

We weten nu dat haar weg geen eenvoudige weg zal zijn, maar we weten nu wel waarom dat zo is. Er is de laatste jaren veel meer kennis beschikbaar over hoogbegaafde en begaafde kinderen. Daarnaast geloof ik in passend onderwijs. Ik geloof dat er steeds meer mogelijkheden zullen komen in het reguliere onderwijs om aan te sluiten bij de onderwijsbehoefte van onze kinderen. Indien nodig draag ik zelf mijn steentje bij.

Het is niet het meest makkelijk om het volgende eerlijk te zeggen. Liever ben ik sterk en schrijf ik dat op, maar ik ben moe, moe van alle gebroken nachten met een slecht slapend kind, moe van het me zorgen maken, moe van de gesprekken die we steeds maar weer voeren, moe van de conflicten, moe van de discussies. Gelukkig ben ik ook blij, blij met de hulp die er nu is, blij met de mogelijkheden die er zijn, blij met lieve vrienden en familie die het proberen te begrijpen en bovenal blij met ons kind…onze eigenwijze dappere slimme en vooral hele lieve dochter…

Lizette Knuvers Mijland 18 januari 2017

Ze zaten op het puntje van hun stoel…

Het maakt niet uit in welke groep je lesgeeft, voorlezen blijft belangrijk. En zo dus ook in groep 3. Regelmatig lees ik de kinderen voor. Vooral na het buitenspelen, als ze mogen eten en drinken. Sommige kinderen kunnen daar echt van genieten. Voor sommige kinderen is alleen het verhaal al voldoende om te horen. Andere kinderen luisteren alleen als jij het zelf uitdagender maakt om naar te luisteren. Als je op de juiste momenten een stilte laat vallen, als je leuke stemmetjes gebruikt, als je ineens je stem laat bulderen wanneer de reus aan het woord is of als je ineens zachtjes gaat fluisteren, wanneer je met je lichaam uitbeeldt wat je aan het voorlezen bent of als je met je lichaam woorden wat krachtiger of juist fijner maakt.

Kern 5 van de leesmethode had een aantal sprookjes op het programma staan. Slechts een enkeling kende de sprookjes. Gelukkig voor mij, mocht ik ze voorlezen. Maar als zo weinig kinderen het sprookje kennen, wil je dat natuurlijk zo goed mogelijk doen. Het sprookje moet in hun hoofdje gaan zitten en er het liefst niet meer uitkomen. Want juist dan weet ik dat ik mijn uiterste best heb gedaan om de kinderen te boeien met een verhaal.

Dit keer was ‘Ali Baba en de veertig rovers’ aan de beurt. Ik besprak van tevoren de afbeelding met de kinderen. Wat kenden ze er al van? Wie kent het sprookje dat hierbij zou horen? Niemand…. Ik pakte het verhaal erbij en ging er eens goed voor zitten. De kinderen zaten bij mij in de kring. De een nog wiebelig. Hier en daar fluisterde een leerling nog iets tegen een andere leerling. En toen begon ik: ‘Er was eens, heel lang geleden, een arme houthakker die Ali Baba heette. Iedere morgen ging hij met twee ezels het bos in. Daar hakte hij……….’. De eerste giechel was al te horen bij de naam ‘Ali Baba’, en dat in onze wijk nog wel, met al die mooie verschillende en soms ook moeilijke namen. Ik las verder. En inderdaad, elke keer als ik de naam ‘Ali Baba’ las, begonnen er een paar kinderen te giechelen. Het maakte niet uit. Het verhaal werd al snel spannend. De roversbende kwam al gauw bij de berg. ‘Sesam open u!!’, bulderde mijn stem door het lokaal. De kinderen schrokken op. Nu luisterde iedereen. Vol verwondering vertelde ik over Ali Baba die vervolgens zelf de grot opende met de woorden ‘Sesam open u’, toen de roversbende weg was. Maar dan wel met een zachte stem. En over de zakken vol goud, die daar lagen. En de potten vol edelstenen! O, en wauw…… al die juwelen! Prachtig!
Toen ik nog een keer de naam ‘Ali Baba’ uitsprak, was er niemand meer die giechelde. Ze wilden dolgraag horen over ‘Ali Baba’ die met goud en juwelen bij zijn vrouw thuiskwam. En het plan dat ze gingen bedenken om de schat te verstoppen. Ze zaten op het puntje van hun stoel. Ze waren veel te bang dat de roversbende hem zou vinden. En ja hoor, dat ging gebeuren. De timmerman, die het kistje voor ‘Ali Baba’ had gemaakt, om zijn goud in te verstoppen, praatte zijn mond voorbij. ‘Nee!’, hoorde ik een enkeling zeggen. Nu werd het helemaal spannend. De hoofdman van de rovers klopte aan bij Ali Baba om te vragen of hij daar mocht overnachten en zijn 20 ezels kon laten rusten op de achterplaats. En Ali Baba stemde gewoon in! Een van de kinderen uit mijn klas heeft altijd moeite om op haar stoel te blijven zitten. Nu zat ze onder haar stoel. Geen idee hoe ze dat voor elkaar kreeg, maar ze zat er. Wel met haar volle aandacht voor het verhaal. Niemand hing nog achterover. Je kon de spanning bij de kinderen voelen. En toen Ali Baba samen met de politie klaar stond, toen de roversbende uit de oliekruiken kwam gekropen die over de ruggen van de ezels hingen, was de opluchting te horen. ’En zo leefden ze nog lang en gelukkig, dankzij het goud in de kist’. Een aantal kinderen begonnen meteen te klappen en de rest van de klas volgde al snel. ‘Vonden jullie het zo’n leuk verhaal?’, vroeg ik ze. ‘Het was wel spannend, hé!’. ‘Nee, juf’, riep een jongen enthousiast, ‘we klappen voor jou, omdat je het verhaal zo goed hebt voorgelezen!’. Dan hoop ik dat dit sprookje nog lang in hun geheugen gegrift blijft.
Wat een moment om te koesteren!

Betty Boztay-Meeuwesen
Januari 2017

Ploeterverhalen en koestermomenten

In het onderwijsmoment van Sandra Beuving werd gesproken over ploeteren en koesteren:

” Ploeteren kan nooit te moeilijk zijn. Het is goed voor kinderen om te ervaren dat ze niet alles kunnen, dat ze moeite moeten doen om iets te bereiken, dat ze door moeten zetten, dat ze er soms een nachtje extra over moeten nadenken en zelfs dat ze er misschien iemand bij moeten roepen die ze meer over dit onderwerp kan vertellen. Het gaat ook om koesteren, trots zijn op je werk en dat laten zien aan iedereen die dat wil.” 

  Deze prachtige woorden gelden eigenlijk voor iedereen. Daarom wil ik jullie uitnodigen om je ploeterverhalen en je koestermomenten op te schrijven. In de komende periode tot aan de voorjaarsvakantie wil ik deze verhalen en momenten graag delen op Onderwijskoppen.nl.

Wat te doen?

Schrijf jouw ploeterverhaal of koestermoment op in een platte tekst.
Mail het naar: lmijland@gmail.com
Een bijbehorende afbeelding is altijd welkom.

De afgelopen weken is de site van Onderwijskoppen enorm veel bezocht. Dit vooral door de mooie onderwijsmomenten die geschreven zijn door de verschillende auteurs. Die wil ik nogmaals heel erg bedanken hiervoor. Natuurlijk wil ik graag een vervolg geven aan dit succes. Fijn als jij in de pen kruipt!

Hartelijke groet, Lizette Knuvers- Mijland