Dat moment wanneer kinderen die zenuwen bereiken

Een nieuwe week, een nieuwe maandag. En niet zomaar één. De eerste maandag nadat Sinterklaas eindelijk weer in het land is. De eerste maandag waarop kinderen eindelijk het verboden woord, ‘Sinterklaas’, mogen zeggen. En een dag waarop kinderen nog enthousiaster zijn dan een paar weken geleden. Maar ook een nieuw blok met rekenen. Nieuwe sommen, bussommen. En wat zijn ze moeilijk. Ik heb de klas opgedeeld in 3 groepen. Een groep werkt met de laptop, een andere groep werkt met mijn collega. De derde groep krijgt mijn volle aandacht. Een paar kinderen hebben het vrij snel door. Andere kinderen hebben er meer moeite mee. Ik probeer ervoor te zorgen dat ze het allemaal begrijpen. Maar dat ene meisje heeft maar geen geduld. Ook niet om naar de uitleg te luisteren.

img_6767


‘Juf! Juf! Juhuf!!’. Blijft ze maar roepen. ‘Zie je dat ik in gesprek ben? Ik kom zo naar jou toe.’ Maar ze heeft echt geen geduld. Ze blijft maar roepen. En als ik dan niet reageer, gaat ze over op: ‘O, school is echt saai. Is het al tijd? Gaan we nou naar huis? Ik wil naar huis! Juf! Juhuf!’, blijft ze doorgaan. Soms bereiken kinderen bepaalde zenuwen in je hoofd waarmee ze ervoor zorgen dat je het liefst wilt roepen: ‘En nu is het klaar! Wat je doet is echt vervelend! Pak je spullen en ga maar even ergens anders werken. En als ik straks kom kijken, dan is je werk af!’. Dit meisje heeft bij mij die zenuwen te pakken. Maar meteen besef ik me dat ik haar op deze manier niet ga helpen. En op deze manier zal ze niet stoppen met haar gedrag. Sterker nog, ik zal het zelfs verergeren. En hoe kan ik haar dan nog bereiken en zorgen dat ze vertrouwen heeft in haar eigen kunnen? Ik knijp even in mijn handen en kijk even op van mijn gesprek met het andere kind. Ik richt me tot het meisje dat koste wat het kost mijn aandacht zal krijgen. ‘Wat is er aan de hand?’, vraag ik haar. Ze zegt dat ze het niet snapt. ‘O sorry, dan heb ik het je niet goed uitgelegd. Ik leg deze som even uit aan Mila, daarna kom ik naar jou toe. Ik zal het je op een andere manier uitleggen, ik zal zorgen dat je het gaat begrijpen. Kun je nog heel even wachten?’ Ik kijk haar recht aan. En dat kan ze nu. Ze wacht netjes tot ik naar haar toe kom. Ik leg het haar uit op een andere manier. We maken een som samen. Het kwartje valt. Ze maakt nu een som met mij erbij, maar wel zelf. En eigenlijk, eigenlijk kan ze het nu zelf wel. ‘Wil je de volgende som nog samen maken?’ vraag ik haar. ‘Nee juf, ik snap het wel, hoor. Ik kan het zelf wel.’ Klinkt het een beetje geïrriteerd. Ze gaat stil aan het werk. Mijn aandacht heeft ze niet meer nodig. Ze kan het.
Betty Boztay-Meeuwesen 15 november 2016

Alweer de tweede blog van Betty. Als je leerlingen écht ziet maak je het verschil. Ik denk dat iedereen die voor de klas staat wel eens last heeft van die zenuw die geraakt wordt. Als je dan zo inspeelt op de situatie ben je een juf met de hoofdletter J.