Juf, ik moet echt veel en veel meer fouten gaan maken!

Eindelijk is het dan echt voorbij, toch? Die donkere dagen. Voor de kerstvakantie was het nog gezellig in het donker. Overal op straat zag je verlichting. Dat maakte het gezellig en niet erg dat het donker was. Maar na de kerstvakantie was dat toch anders. Ik verwachtte dat ik weer een frisse nieuwe start zou maken, volop energie. Maar hoe ik ook tegen mezelf bleef zeggen dat ik die frisse nieuwe start nu echt weer kon maken, ik leek elke dag weer nog een extra dagje nodig te hebben. Het bleef een beetje donker in mijn hoofd. En dan die ‘bleu Monday’ ook nog! ‘Onzin!’, denk ik altijd op deze dag. Maar hoe ik hem ook probeerde te negeren, hij hing gewoon om me heen. Erger nog, deze dag leek zich uit te smeren tot aan de voorjaarsvakantie. Eén troost, iedereen leek er last van te hebben. Ik was ‘gelukkig’ niet de enige.

Maar gelukkig kwam daar de voorjaarsvakantie. Geen wekker die afliep. Buiten werd het al licht voordat ik op stond. Ik hoorde de vogeltjes al fluiten nog voordat de jongens van me eisten dat ik op zou staan. En ook ’s avonds zaten we gezellig samen aan tafel, met de gordijnen nog open omdat het nog licht was buiten. Ondanks dat we ook deze vakantie een aantal dingen ondernomen hadden, voelde ik me toch beter uitgerust. Ja, nu kon ik echt een frisse nieuwe start maken.

Die nieuwe start begon overigens al in de vakantie. Als voorzitter van de werkgroep ‘Essentieel leren’ had ik een mail ontvangen. Hierin werden me een aantal boeken aangeraden om te lezen. Ik besloot ze te bekijken. Ach, ik besloot eigenlijk meteen dat ik ze maar aan moest schaffen voor onze werkgroep. Wel even overlegd met onze directeur natuurlijk. Vol spanning wachtte ik de volgende dag de gele bus van DHL af. Het werd uiteindelijk een autootje met een plaatje van DHL, maar dat maakte de spanning niet minder. Ik opende de doos en daar zaten 4 mooie boeken in. 2 boeken trokken meteen mijn aandacht. Een prentenboek ‘ Je fantastische elastische brein’ van JoAnn Deak en een ‘Pocketboek growth mindset’ van Barry Hymer en Mike Gershon. De andere boeken leken wat taaier, maar (blijkt later) trokken mijn aandacht na het lezen van en werken met de eerste 2 boeken. Ik raakte geïnspireerd om aan de slag gegaan met de growth mindset en de fixed mindset.

Het boek ‘je fantastische elastische brein’ legde heel duidelijk uit hoe de hersenen werken en hoe kinderen hun hersenen kunnen rekken. Ik vroeg me nog wel heel erg af of ik dit boek al wel in groep 3 voor kon lezen. Echter, mijn man had het boek gevonden en besloot het aan onze zoontjes voor te lezen. De oudste is 4,5 jaar oud en de jongste wordt volgende maand 3. Ze vonden het best interessant. Sterker nog, mijn jongste zoontje wilde het graag vaker lezen en was heel erg geïnteresseerd in wat er in het boek stond. Dat was dus duidelijk. Dit boek moest ik voorlezen aan mijn leerlingen. Ik heb het maandagmorgen in de klas gezet en alvast laten zien aan de kinderen. Maar, ik vertelde ze ook dat ik het woensdag pas voor zou lezen. Op verschillende momenten pakte ik het boek erbij. Zo liet ik ze bijvoorbeeld zien dat het boek gaat over je brein, dat ze hun brein zelf kunnen rekken en dus meer kunnen leren, dat het hiervoor ook ontzettend belangrijk is om fouten te maken. Maar steeds zette ik het boek weer terug. Ik had ze immers verteld dat ik het boek woensdag pas zou voorlezen.

Er zit echter een jongen in de klas die al een stuk verder is dan de andere kinderen. Hij zoekt meer uitdaging. De andere kinderen vonden het boek wel spannend, maar voor hem was dit boek echt reuze interessant. Hij kwam naar me toe en vroeg of hij stiekem al een beetje in het boek mocht kijken. De eerste keer zei ik: ‘nee’. Toen we vervolgens een toetst hadden gemaakt en hij al ruim op tijd klaar was, vroeg ik hem of hij misschien al stiekem in dat boek wilde kijken. Hij vond het reuze interessant en probeerde zoveel mogelijk te lezen. Hij zat te glunderen. Woensdag aan het einde van de ochtend was het eindelijk zover. Ik vroeg de kinderen om op de grond bij mij te komen zitten. Ze zaten bijna boven op me. Ik moest een kruk pakken om tussen ze uit te komen en ervoor te zorgen dat de achterste kinderen mij ook konden zien. Ik heb ze het boek voorgelezen. Een paar kinderen vonden het niet zo interessant, ofwel te ingewikkeld. Maar de meeste kinderen zaten op hun knieën mee te kijken in het boek. Een enkele keer vroeg de jongen die het boek had gelezen: ‘Juf, mag ik dat stukje vertellen?’ En natuurlijk mocht hij dat. Een andere jongen was net zo geboeid en probeerde ook te vertellen wat hij zag.

Het boek kwam erop neer dat de kinderen hun brein zelf kunnen rekken. Ze kunnen zelfs moeilijke dingen leren als ze maar blijven oefenen. En om te kunnen leren, moeten ze ook fouten maken. Want, zoals ik regelmatig tegen ze zeg: ‘Van fouten kun je leren’. Gelukkig namen ze het van het boek wel aan. Een meisje uit de klas riep aan het eind van het boek zelfs: ‘Ik moet echt veel en veel meer fouten maken, want ik wil heel veel gaan leren!’. Wat fijn om te horen. Maar dat is maar een beginnetje van de growth mindset. Ik had de tijd niet meer in de gaten gehouden. Toen ik op de klok keek, moesten we ineens opschieten. De bel ging al bijna! We hadden ons zo verdiept in het boek.

Ik had nog een tweede boek(je) gelezen over de growth mindset en de fixed mindset. Wat fijn om die theorie te lezen. Ik ben vooral van het doen, leren van ervaringen. Maar die kennis die erachter zit, het verhaal dat erachter zit, inspireert me eigenlijk meer dan ik had gedacht. En het maakt me nog meer bewust van hoe leerlingen denken en wat ze nodig hebben. Er zitten een paar kinderen in de klas met een fixed mindset. ‘Ik kan dit toch niet!’. Nee, zo niet nee. Maar met de ideeën die ik aangereikt heb gekregen, wilde ik daar graag mee aan de slag gaan.

Zo was er een jongen die met zijn hoofd in zijn handen zat tijdens het werken aan een werkblad. Hij kwam er maar niet uit. Hij probeerde het nog steeds, maar raakte steeds weer ontmoedigd. Ik ben naast hem gaan zitten en zei hem; ‘Wauw, ik zie dat je het heel moeilijk vindt, maar je blijft het toch proberen. Je bent echt aan het doorzetten. Toch lukt het je niet. Hoe probeer je deze opdracht te maken?’ Hij legde me uit hoe hij aan het werk ging. Vervolgens gaf ik hem een tip. ‘En als je nou eens naar het plaatje kijkt, wordt het dan iets makkelijker?’ Hij nam de tip van me aan en heeft zijn werk afgemaakt. Ik gaf hem een dikke knipoog en een duim. ‘Zie je wel dat je het kunt!’ Hij was terecht trots.

Ontzettend vaak heb ik stickers uitgedeeld voor het schrijven. Nu besloot ik het anders aan te pakken. Ik vertelde de kinderen dat ik ze geen sticker geen geven voor hun werk. Nee, in plaats daarvan zouden we samen naar hun schrijven kijken. Ik zou ze vertellen wat ze goed doen en daarnaast zou ik ze een tip geven die ervoor zou kunnen zorgen dat ze nog beter gaan schrijven. Toen ik ze vroeg wie het erg vond om geen sticker te krijgen, stak een leerling haar hand op. O, dat was een foutje, ze had het niet goed begrepen. Toen het stil was, zei een meisje zelfs: ‘Weet je, juf, ik vind eigenlijk dat wij al een beetje te groot zijn voor stickers’. Ik heb elke leerling verteld wat ze goed deden en daarna heb ik ze een tip gegeven waarmee ze nog beter zouden kunnen gaan schrijven. De dag daarop hadden we weer een schrijfles. Ik wees ze er van tevoren op om aan de tips te denken die ik had gegeven. Weer ben ik bij elke leerling gaan kijken. Het kostte wel wat meer tijd, maar ik was erg benieuwd naar het effect. En dat was goed! Elke leerling had aan de tip gedacht. Ze hadden er allemaal iets aan gedaan. Sommige leerlingen niet geheel bewust, maar de meesten wel. Ze waren er trots op dat ze er weer een stukje beter in waren geworden. En voor mij is het een mooie uitdaging geworden om hier verder mee aan de slag te gaan!

Betty Boztay Meeuwesen maart 2017

Laten we vuurtjes aanwakkeren

In groep 7 zat ik bij juf Marja in de groep. Een juf met een passie, niet zozeer voor het onderwijs, maar vooral voor tekenen en schilderen. Je zag het aan haar handen. Werkhanden, geen lange nagels, nooit helemaal schoon. Als gevoelig kind merkte ik aan juf Marja dat ze pas echt gelukkig was als we gingen tekenen. De juf was meestal streng en recht toe recht aan, maar als we gingen tekenen veranderde dat. Heerlijk vond ik het, want ook ik bloeide op in de klas als er getekend of geschilderd mocht worden.

Juf Marja mocht in mijn poëziealbum schrijven en toen ik hem terug kreeg werd ik betoverd. Een tekening van het hoofd van een meisje met een gedicht met calilligrafie-letters geschreven. Hoe het gedicht ging weet ik niet meer, maar die tekening kan ik me nog precies voor de geest halen. De weken erna tekende ik hem namelijk wel honderd keer na. Ik wilde dat ook kunnen. Met potlood en pen door elkaar het mooiste meisje van de hele wereld tekenen.

Van de week vond ik mijn poëziealbum terug.

Vele jaren later kwam ik juf Marja weer tegen. Met mijn ouders gingen we een atelierroute door de stad fietsen. Ik wilde graag naar de kunstacademie. Mijn ouders hielden dat niet tegen, maar vonden het wel goed dat ik een breder beeld kreeg van het beroep. Toen stonden we daar in het huis van mijn juf van vroeger. Vol met olieverfschilderijen en op de zolder een groot atelier. Haar man bleek beeldhouwer te zijn en heel hun huis ademde kunst. Weer werd ik gegrepen.

We raakten in gesprek en de juf vertelde over haar passie. Van haar ouders moest ze echter een “echt” vak leren en ipv naar de kunstacademie gaan deed ze de Pabo. Ze had er geen spijt van, zo was de tijd, ze wenste mij veel succes met mijn keuzes.

Ik ging naar de kunstacademie en genoot vier jaar lang met elke vezel in mijn lijf van deze opleiding. Ik leerde er werken. Letterlijk. Sjouwen, minder denken, veel doen. Heerlijk was het. Ik was een leerling die alles kwam aanwaaien en nu moest ik aan de bak, werken, produceren. Wat heb ik veel geleerd. Het werd gewaardeerd, ik studeerde af met prachtige cijfers.

Helaas koop je daar niets voor, na een jaar ploeteren en zwoegen in het echte leven waarin niets kwam aanwaaien nam ik opnieuw een besluit. Wat juf Marja deed kon ik ook. Er moest geld in het laatje komen en waarom niet met werk dat me leuk leek. Ik startte in het derde jaar van de Pabo, rondde mijn opleiding snel af en werkte daarna 16 jaar lang in het basisonderwijs. In juni 2016 besloot ik dat het tijd was om het roer om te gooien.

Afgelopen vrijdag vertelde ik een schoolteam over mijn juf Marja en wat zij bij mij had losgemaakt. In mijn huidige baan begeleid ik cultuurtrajecten op scholen en probeer ik het belang van goede cultuureducatie in de vezels van onderwijsmensen te krijgen. Mijn twee werelden zijn eindelijk verbonden en daar geniet ik volop van.

Mij heeft dat ene moment in groep 7 veel gebracht. Onze vakdocenten die werken op de scholen voor Cultuur met Kwaliteit noemen dit zo mooi “vuurtjes aanwakkeren”. Van mij mogen er heel veel vuurtjes aangewakkerd worden en wat zou het mooi zijn als het huidige onderwijs ook nog voor wat brandjes kan zorgen.

Lizette Knuvers Mijland februari 2017

ADHD is een hersenziekte

‘In de klas heeft ze een plekje gekregen vooraan. Dat heeft ze niet zelf uitgezocht, maar dat werd haar toebedeeld, omdat ze er om vroeg, door haar gedrag. En dan een stelletje jongens om haar heen als erehaag. En dat alles om haar geklets maar af te remmen. Ze kon goed werken als ze zin had. Maar dat laatste moet ik er wel bij zeggen. Plotseling lag ze met haar hoofd op haar armen. Of ze keek boos. Ze is wat wispelturig. Als je wilt, kun je best werk leveren. Ga je dat ook doen?’

Bovenstaande zinnen zijn stukjes die werden voorgelezen op de afscheidsavond toen ik van de lagere school ging. Werkelijk, ik kon wel door de grond gaan. Nu hoorde iedereen dat ik een leerling was die nooit haar best deed. Maar de werkelijkheid was zo anders. Keer op keer probeerde ik de dingen juist goed te doen. Maar het mislukte steeds en daar kon ik niks aan doen.

Het is ontzettend pijnlijk om steeds te moeten ervaren dat bepaalde dingen je gewoon niet lukken. Ook bij mijn kinderen zie ik dat terug. Zoon heeft bijvoorbeeld tien jaar gedaan over zijn zwemdiploma. Ook bij dochter gaan sommige zaken moeizamer. Ze vindt het lastig om zelfstandig te worden en heeft hier nog veel hulp bij nodig.

Soms gebeuren er ook gekke dingen. Zoon kwam thuis en schopte keihard met zijn kisten tegen de deur. Resultaat: een deur met zwarte vegen die er alleen met een schuursponsje vanaf wilden. Dochter had ook de kolder in haar kop. De hele badkamer zat onder de wax, omdat ze het nodig vond om het niet in haar haar te smeren, maar zich er mee te wassen. Je kunt je afvragen wat ze op zulke momenten denken. Is er dan sprake van een soort kortsluiting in hun hoofd?

In een nieuw onderzoek van Martine Hoogman zijn 3200 hersenscans van kinderen en volwassenen geanalyseerd. Deze scans laten zien dat mensen met ADHD in bepaalde gebieden kleinere hersenen hebben dan mensen zonder ADHD. Dit zou het probleemgedrag van mensen met ADHD kunnen verklaren.

De uitkomsten van het onderzoek zijn belangrijk. ADHD is namelijk gewoon een hersenziekte, net als bijvoorbeeld een depressie. We moeten er dus ook op zo’n manier mee omgaan. Nu wordt er te vaak gezegd dat ADHD een modeverschijnsel is. Er is ontzettend veel onbegrip naar kinderen en hun ouders. Ouders zouden hun kinderen beter moeten opvoeden door ze meer structuur te bieden. Dan zitten deze kinderen vanzelf wel stil.

Van dit idee moeten we af. Kinderen met ADHD en hun ouders worden daar vreselijk ongelukkig van. En voor volwassenen met ADHD is het niet anders. Dochter vroeg aan mij: “ben ik met kleinere hersenen dan minder slim?” Het antwoord is: nee! Hopelijk helpen de uitkomsten van het onderzoek om anders met ADHD om te gaan, zodat kinderen met ADHD zich niet zo verdrietig hoeven te voelen als ik toen. Alleen dit al zou een prachtige stap voorwaarts zijn.

Suzan Otten Pablos

Deze colomn verscheen eerder via het adhd- netwerk

Ik voelde, nee, ik hoorde mijn hart bijna breken.

Vorige week had ik samen met de kinderen uit mijn klas een soort van emotiemeter gemaakt; ‘Ik voel me’, moest bovenaan komen te hangen. Hiermee kunnen de kinderen aangeven hoe ze zich voelen. Daarna mogen ze er zelf nog voor kiezen om me te vertellen waarom ze zich zo voelen, of niet. Maar ik weet dan in ieder geval zeker dat ik met sommige kinderen een beetje meer rekening moet houden, of niet. We hadden samen 5 verschillende gevoelens bedacht die erop moesten komen te staan. Het moest onderaan beginnen met ‘verdrietig’ en bovenaan eindigen met ‘fantastisch’. De kinderen mochten allemaal een eigen naamkaartje maken, dat ik op een wasknijper plakte. ’s Middags maakte ik de emotiemeter en gaf hem vast een plekje in de klas.

Aangezien woensdag mijn laatste werkdag is, zodat ik op donderdag en vrijdag van mijn eigen kinderen kan genieten, hadden de kinderen een paar dagen de tijd om eraan te wennen dat het in de klas hing. Maandag heb ik de naamkaartjes op de tafeltjes gelegd. De kinderen kwamen de klas binnen en konden niet wachten om hun naamkaartje op te hangen. Er hingen ook veel kaartjes onderaan. Veel kinderen gaven aan zich vervelend of verdrietig te voelen, maar ze vonden het maar al te leuk om het steeds weer te wisselen. Ze gaven nog niet hun echte emotie aan. Dat was te zien aan de lachende gezichten van de kinderen die hun naamkaartje bij ‘vervelend’ hadden hangen. Tja, het was maandag. Ze hadden die morgen misschien nog wat langer in hun bed willen blijven liggen? Ik besloot om ze nog even aan te laten modderen. Ik zag langzaam maar zeker dat kinderen hun echte emotie aan gingen geven. De kaartjes kwamen steeds hoger te hangen, positiever dus.

Op dinsdag had Gillian zijn naamkaartje opgehangen. Hij voelde zich vervelend. Gillian heeft het zwaar in groep 3. Ondanks dat hij 3 jaar lang in een kleuterklas heeft gezeten, heeft hij ontzettend veel moeite in groep 3. Gesprekken met ouders lopen moeizaam. Het ene moment willen de ouders het wel begrijpen, het volgende moment zijn ouders helaas wat wantrouwend. Gillian staat ertussenin. Hij voelt wel wat er speelt, hij krijgt er vast ook wel wat van mee. Hoe zou het voor zo’n kind moeten zijn? Ik kan me heel goed voorstellen dat hij zijn ouders niet teleur zou willen stellen. En dus misschien zou hij maar gewoon moeten proberen te laten lijken alsof hij het allemaal wel kan. In de klas roept hij in ieder geval voortdurend: ‘Kunnen we beginnen? Het is zo saai? Ik snap het allang, hoor!’. Maar als hij dan echt aan de slag moet…….

Vandaag begonnen we met deel 1 van de spellingtoets. Het was de eerste keer voor de kinderen van groep 3 dat ze deze toets moesten maken. Ik sprak de woorden luid en duidelijk uit. Ik probeerde met iedereen rekening te houden. Niet iedereen was even snel. Ik hield ook Gillian in de gaten. Het lukte hem niet. Hij had ontzettend veel moeite om het bij te houden. Af en toe fluisterde ik hem een woord nóg een keer in, omdat ik zag dat hij nog met het vorige woord bezig was. Ik zei hem dat hij rustig aan kon doen. Ik zou hem het volgende woord nog wel een keer zeggen. Maar ondertussen zag ik de frustraties bij hem toenemen. Hoezeer hij ook zijn best deed, hij kon het niet bijhouden. En ik kon bijna geen een woord vinden dat hij op de juiste manier had geschreven. Hoe ik hem de tijd ook liet nemen en ondertussen de andere leerlingen van de klas hun begrip toonden, omdat ze steeds op hem moesten wachten, het lukte hem niet.

Sterker nog, ineens barstte hij keihard in snikken uit. Op dat moment voelde ik, nee, ik durf te zeggen dat ik mijn hart bijna hoorde breken. Ik had zo met hem te doen. Ik vond het verschrikkelijk voor hem. Het enige wat ik op dat moment kon doen, was tegen hem zeggen dat het niet erg was. Ik heb zijn boekje dicht gedaan. ‘Dit doen we een ander keertje samen wel. Je hoeft het nu niet te maken’, zei ik hem terwijl ik mijn arm om hem heen sloeg. Hij bleef luid snikken. De hele klas had met hem te doen. Maar ondertussen was die toets nog niet af. ‘Sorry Gillian, maar ik moet de toets nog wel met de andere kinderen afmaken. Blijf maar even zitten, laat je boekje maar dicht’. Hij bleef nog even doorsnikken en ik bleef bij hem staan. Ondertussen maakte ik wel de toets af met de andere kinderen. Drie woorden verder pakte Gillian zijn boekje en deed het weer open. Hij wilde het toch weer proberen, wat ik ontzettend stoer vond van hem. Hij heeft de toets toch nog afgemaakt.

Aan het einde van de toets mocht iedereen zijn tafel weer terug op zijn plek zetten. Ik keek naar Gillian. De tranen schoten weer in zijn ogen, hij begon weer luid snikken. Ik heb hem bij me geroepen en hem een hele dikke knuffel gegeven. Ondertussen vertelde ik hem dat ik hem ontzettend stoer vond. Hij vond het zo moeilijk, maar hij had zo ontzettend goed zijn best gedaan. Ik was terecht trots op hem. Maar aan de andere kant deed het me ook pijn om te zien dat iemand zo aan het worstelen is. Gillian vertelde me ook dat hij zo verdrietig was, omdat het hem gewoon niet lukte. Hij zou een slecht punt krijgen en dat kwam op zijn rapport te staan. Ik vertelde hem dat ik hem het allerliefst tot en met groep 8 bij mij in de klas zou willen hebben. En ook dat ik het zo fijn voor hem zou vinden als hij elk jaar weer over zou gaan met alleen maar hoge punten op zijn rapport. Maar ik vertelde hem ook dat ik zag dat dit hem nooit gaat lukken. Ik zie hoe hard hij werkt en hoe graag hij het goed wil doen, maar het lukt hem gewoon niet. En dat is heel vervelend voor hem. Maar ik zie hoe hard hij het probeert, hoe hard hij zijn best doet. En alleen al daarom ben ik trots op hem. Vervolgens heb ik met hem afgesproken dat we na school zijn vader of moeder naar binnen zouden vragen. Samen zouden we vertellen dat hij keihard zijn best had gedaan, maar dat het hem gewoon niet lukte. Hiermee kon ik zijn verdriet een beetje sussen.

Na deze verschrikkelijke toets was het tijd om te gaan rekenen. Niet uit ons rekenboek natuurlijk! Dat hoefde ik ze nu echt niet meer te laten doen. Ze mochten zelf aan de slag. Ze mochten samen één bouwwerk maken met kapla. Natuurlijk probeerde elke groep een zo hoog mogelijke toren te maken. Ze mochten voorbeelden nabouwen met blokken. Ze gingen in tweetallen aan de slag. De ene leerling bouwde een bouwsel, de ander bouwde het precies na. En dan moesten ze allebei nog vertellen uit hoeveel blokjes het bestond. Iedereen was met plezier aan het werk. Vooral Gillian, hij was met heel veel plezier aan het werk. Toen stond Gillian op en liep naar de emotiemeter. Hij haalde zijn naamkaartje weg bij ‘vervelend’ en hing het helemaal bovenaan bij het kaartje ‘ik voel me’. Ik liep naar hem toe en vertelde hem dat dit eigenlijk geen emotie is. ‘Of ben je nu zo blij dat je jouw kaartje het liefst zo mogelijk wil hangen?’. ‘Ik ben nu zo blij, juf! Dit is het leukste dat we vandaag hebben gedaan’.

Betty Boztay-Meeuwesen
27 januari 2017

En dan is daar het etiket en eigenlijk ben ik er best blij mee

Bloggen doe ik regelmatig…ik doe dat over allerlei onderwijszaken en bijbehorende gedachten die ik erover heb. Mijn eerste blog schreef ik op onderwijswijven.nl en inmiddels heb ik mijn eigen blogsite. Op dit moment vraag ik mensen om hun ploeterverhalen en koestermomenten voor mij op te schrijven. Deze verhalen deel ik met veel liefde en plezier en daarmee vraag ik nogal wat. Ik vraag mensen om hun kwetsbare momenten op te schrijven en te delen. Het is tijd om het goede voorbeeld te geven. Het is tijd voor mijn eigen persoonlijke ploeterverhaal…

Onze prachtige dochter werd zes jaar geleden geboren. Mijn man en ik kwamen terecht op een roze wolk. We genoten samen van elk moment, elke stap die gezet werd. Dat waren er in het eerste levensjaar al super veel. Toen onze dochter zes maanden oud was vertelde mijn man dat ze “papa” gezegd had. Ik geloofde er niets van. Hij had het echter gefilmd en het was echt waar. Een duidelijke “papa”. In die maanden volgden vele woorden, gelukkig ook snel “mama” en met het jaar sprak onze dochter in korte kleine zinnetjes. Het draaien, rollen, kruipen en schuiven lag ook prima op schema. Toen wisten we nog niet dat we nog een flinke lange tijd moesten wachten op de eerste stapjes. Met 19 maanden was het eindelijk zover. Ze zat op een grindpad op de camping te kijken naar andere kinderen. Mijn man zei: “let op”…en ja hoor dochterlief stond op en liep aan…zonder te struikelen, te haperen of te wankelen.

Toen ze twee jaar werd waren op de school waar ik toen werkte de Nationale Voorleesdagen bezig. Ze stonden in het kader van het boekje: Nog 100 nachtjes slapen.Tot mijn grote verbazing zat ze dit verhaal aan tafel zachtjes te vertellen. “Wat ben je aan het doen?” Vroeg ik. “Oh ik zal het boekje wel even aan jou vertellen mama” zei ze. Elke woord vertelde ze letterlijk na. Onze dochter had het hele boekje gememoriseerd tijdens het voorlezen en kon het met de juiste intonatie precies navertellen. Ik schrok…was dat normaal?

In de jaren daarna volgde meer van deze momenten, maar wij maakten ons geen zorgen. Op het Kinderdagverblijf zat ze lekker in haar velletje en ze genoot van de momenten daar. Ze mocht daar lekker schilderen in het atelier en kletsen met juffies. Ze had er twee vriendjes, daar speelden ze fijn mee en soms was ze zelfs wat ondeugend. Totdat haar vriendjes eerder vier jaar werden en naar de basisschool gingen. Een lastige periode volgde, ze had meer moeite bij het afscheid nemen en zei dat ze niet meer wilde gaan. We dachten samen met de leidsters dat ze echt toe was aan school en dat het daar wel snel weer beter zou gaan. We namen afscheid van een fijne vertrouwde periode op het Kinderdagverblijf en samen begonnen we aan een nieuw avontuur. Eindelijk naar de basisschool, eindelijk “leren”.

Ons kind had moeite met de eerste weken op school. Ze huilde wat bij het afscheid en was thuis bewerkelijk. Ze sliep minder goed en vertelde weinig. Ze moet wennen dachten we. Langzaamaan veranderde onze leuke open eigenwijze peuter in een passieve, boze ongelukkige kleuter. Als ze thuiskwam vertelde ze weinig en wist ze niet goed wat ze moest doen. Lekker spelen bleek steeds lastiger. Gelukkig kon ze zich wel goed uiten in allerlei prachtige tekeningen en schilderijen. We hebben samen heel wat uurtjes doorgebracht in mijn eigen schildersatelier.

Een nieuwe periode brak aan. We gingen in gesprek op school en het beeld dat we van thuis schetsten werd niet helemaal herkend. Onze dochter liet niet zo heel veel zien op school. Koos altijd voor de creatieve hoek en de taalhoek en viel verder niet echt op. Gelukkig zag haar juf wel heel goed dat ze niet meer hetzelfde kind was als in het begin. We besloten dat ze wat nader bekeken werd op school. Het vermoeden van hoogbegaafdheid werd daarna voor het eerst uitgesproken. Ze liet dit echter niet zien op school. We besloten na veel overleg, veel twijfels en uiteindelijk met het steunpunt hoogbegaafdheid erbij, om haar te laten versnellen naar groep 3.

Zes fantastische weken volgden daarna. We hadden weer een vrolijk kind thuis. Ze lachte weer en genoot van alles in de nieuwe klas. Ze leek zich goed staande te houden. Ik durfde bijna te hopen op makkelijkere en betere tijden. Helaas kwamen alle problemen na zes weken weer terug. Veel conflicten met vriendinnen en andere kinderen, heel passief gedrag, woedeaanvallen thuis. Daarnaast ging ze ook veel vaker wiebelen en wiegen op haar stoel. Ze leek dan totaal afwezig te zijn. De nieuwe juf maakte zich zorgen en wij ook.

Inmiddels zijn we weer een klein jaar verder en hebben we samen met de school hulp gezocht via het Onderwijszorgteam. Daar hebben ze het groots aangepakt. Vragenlijsten zijn ingevuld door de school en door ons. Onze dochter heeft last van overmatige prikkelgevoeligheid. Hiervoor heeft ze nu ergotherapie en dat lijkt haar te helpen. Naast het opstarten van de ergotherapie is er verder onderzoek gedaan. Dat hebben we altijd een moeilijke keuze gevonden. Is dat cijfer mbt IQ nu zo belangrijk? Willen we dat etiket en die stempel? Toch wilden we nu echt weten hoe het zit. Een vermoeden is iets anders dan een feit. Een feit voelt anders, maakt je minder onzeker, zorgt ervoor dat je stevig staat. Dat je makkelijker het goede doet.

Onmiddellijk is na het onderzoek vanuit het Onderwijszorgteam de begeleiding opgestart voor ons kind, voor ons en voor de school. Onze dochter hoort bij de 1% van alle leerlingen met een zeer hoog, niet meetbaar IQ. Dat maakt dat ze zich vaak eenzaam, onbegrepen en ongelukkig voelt. Dat maakt dat het soms lastig is met vriendinnetjes, dat maakt dat we vaak conflicten hebben thuis, dat maakt dat het niet vanzelf gaat bij de zwemles, dat maakt dat het lang duurde voordat ze fietste en dat maakt dat ze soms gewoon super moe en leeg is.

We weten nu dat haar weg geen eenvoudige weg zal zijn, maar we weten nu wel waarom dat zo is. Er is de laatste jaren veel meer kennis beschikbaar over hoogbegaafde en begaafde kinderen. Daarnaast geloof ik in passend onderwijs. Ik geloof dat er steeds meer mogelijkheden zullen komen in het reguliere onderwijs om aan te sluiten bij de onderwijsbehoefte van onze kinderen. Indien nodig draag ik zelf mijn steentje bij.

Het is niet het meest makkelijk om het volgende eerlijk te zeggen. Liever ben ik sterk en schrijf ik dat op, maar ik ben moe, moe van alle gebroken nachten met een slecht slapend kind, moe van het me zorgen maken, moe van de gesprekken die we steeds maar weer voeren, moe van de conflicten, moe van de discussies. Gelukkig ben ik ook blij, blij met de hulp die er nu is, blij met de mogelijkheden die er zijn, blij met lieve vrienden en familie die het proberen te begrijpen en bovenal blij met ons kind…onze eigenwijze dappere slimme en vooral hele lieve dochter…

Lizette Knuvers Mijland 18 januari 2017

Ze zaten op het puntje van hun stoel…

Het maakt niet uit in welke groep je lesgeeft, voorlezen blijft belangrijk. En zo dus ook in groep 3. Regelmatig lees ik de kinderen voor. Vooral na het buitenspelen, als ze mogen eten en drinken. Sommige kinderen kunnen daar echt van genieten. Voor sommige kinderen is alleen het verhaal al voldoende om te horen. Andere kinderen luisteren alleen als jij het zelf uitdagender maakt om naar te luisteren. Als je op de juiste momenten een stilte laat vallen, als je leuke stemmetjes gebruikt, als je ineens je stem laat bulderen wanneer de reus aan het woord is of als je ineens zachtjes gaat fluisteren, wanneer je met je lichaam uitbeeldt wat je aan het voorlezen bent of als je met je lichaam woorden wat krachtiger of juist fijner maakt.

Kern 5 van de leesmethode had een aantal sprookjes op het programma staan. Slechts een enkeling kende de sprookjes. Gelukkig voor mij, mocht ik ze voorlezen. Maar als zo weinig kinderen het sprookje kennen, wil je dat natuurlijk zo goed mogelijk doen. Het sprookje moet in hun hoofdje gaan zitten en er het liefst niet meer uitkomen. Want juist dan weet ik dat ik mijn uiterste best heb gedaan om de kinderen te boeien met een verhaal.

Dit keer was ‘Ali Baba en de veertig rovers’ aan de beurt. Ik besprak van tevoren de afbeelding met de kinderen. Wat kenden ze er al van? Wie kent het sprookje dat hierbij zou horen? Niemand…. Ik pakte het verhaal erbij en ging er eens goed voor zitten. De kinderen zaten bij mij in de kring. De een nog wiebelig. Hier en daar fluisterde een leerling nog iets tegen een andere leerling. En toen begon ik: ‘Er was eens, heel lang geleden, een arme houthakker die Ali Baba heette. Iedere morgen ging hij met twee ezels het bos in. Daar hakte hij……….’. De eerste giechel was al te horen bij de naam ‘Ali Baba’, en dat in onze wijk nog wel, met al die mooie verschillende en soms ook moeilijke namen. Ik las verder. En inderdaad, elke keer als ik de naam ‘Ali Baba’ las, begonnen er een paar kinderen te giechelen. Het maakte niet uit. Het verhaal werd al snel spannend. De roversbende kwam al gauw bij de berg. ‘Sesam open u!!’, bulderde mijn stem door het lokaal. De kinderen schrokken op. Nu luisterde iedereen. Vol verwondering vertelde ik over Ali Baba die vervolgens zelf de grot opende met de woorden ‘Sesam open u’, toen de roversbende weg was. Maar dan wel met een zachte stem. En over de zakken vol goud, die daar lagen. En de potten vol edelstenen! O, en wauw…… al die juwelen! Prachtig!
Toen ik nog een keer de naam ‘Ali Baba’ uitsprak, was er niemand meer die giechelde. Ze wilden dolgraag horen over ‘Ali Baba’ die met goud en juwelen bij zijn vrouw thuiskwam. En het plan dat ze gingen bedenken om de schat te verstoppen. Ze zaten op het puntje van hun stoel. Ze waren veel te bang dat de roversbende hem zou vinden. En ja hoor, dat ging gebeuren. De timmerman, die het kistje voor ‘Ali Baba’ had gemaakt, om zijn goud in te verstoppen, praatte zijn mond voorbij. ‘Nee!’, hoorde ik een enkeling zeggen. Nu werd het helemaal spannend. De hoofdman van de rovers klopte aan bij Ali Baba om te vragen of hij daar mocht overnachten en zijn 20 ezels kon laten rusten op de achterplaats. En Ali Baba stemde gewoon in! Een van de kinderen uit mijn klas heeft altijd moeite om op haar stoel te blijven zitten. Nu zat ze onder haar stoel. Geen idee hoe ze dat voor elkaar kreeg, maar ze zat er. Wel met haar volle aandacht voor het verhaal. Niemand hing nog achterover. Je kon de spanning bij de kinderen voelen. En toen Ali Baba samen met de politie klaar stond, toen de roversbende uit de oliekruiken kwam gekropen die over de ruggen van de ezels hingen, was de opluchting te horen. ’En zo leefden ze nog lang en gelukkig, dankzij het goud in de kist’. Een aantal kinderen begonnen meteen te klappen en de rest van de klas volgde al snel. ‘Vonden jullie het zo’n leuk verhaal?’, vroeg ik ze. ‘Het was wel spannend, hé!’. ‘Nee, juf’, riep een jongen enthousiast, ‘we klappen voor jou, omdat je het verhaal zo goed hebt voorgelezen!’. Dan hoop ik dat dit sprookje nog lang in hun geheugen gegrift blijft.
Wat een moment om te koesteren!

Betty Boztay-Meeuwesen
Januari 2017

#onderwijs365dagen

De overheid heeft een aantal jaren geleden de quote “Leerkracht, elke dag anders” de wereld in geroepen. Het beroep van leerkracht moest wat meer inhoud en status krijgen. Is het gelukt? Ik denk het niet, gezien het feit dat er nu een lerarenregister moet komen en een schoolleidersregister al in het leven is geroepen. Toch houdt deze slogan me wel bezig. Je bent iedere dag wel op één of andere manier met dit mooie vak bezig. Daarom heb ik me ten doel gesteld om het jaar 2017 dagelijks een tweet met maximaal 140 tekens eruit te doen over onderwijs. Een bijzonder moment. Onder het kernwoord #onderwijs365dagen – behalve de eerste reeks, ik moest er nog een beetje inkomen – zie je de Onderwijs#x (x = het nummer van de dag van het jaar). Elke dag één tweet, welke keus heb ik gemaakt?

Het jaar 2017 is nu twee weken oud. De eerste week was lekker rustig, want toen was het nog kerstvakantie. Al merkte ik dat ook toen de raderen draaiden. In mijn hoofd hield ik overzicht en waren de voorbereidingen bezig om na de vakantie er weer volop tegenaan te kunnen.

De tweede week gebeurden er verschillende zaken die de gelederen bezig hielden. En dat is goed, want daarom ben ik immers aangenomen als schoolleider. Het leiden van een school. Overzicht. Verschillende leerlingen. Personeel. Ouders. Groei. Veranderingen. Doelen. Ambities. Onderwijskundig. Deskundigheidsbevordering. Het goede voorbeeld. Noem maar op.

Ik ben inmiddels ruim 30 jaar in het onderwijs werkzaam en ruim 6 jaar als schoolleider. Vele dingen gezien, maar nog lang niet uitgeleerd.

Wanneer ik een jaar lang dagelijks een tweet verstuur, ontstaat een compleet overzicht. Dagelijks probeer ik een mooi moment uit het onderwijs te pakken, maar het kan ook een opvallende gebeurtenis zijn. Iets wat me bezighoudt, een verdrietig moment of iets om trots op te zijn. Een beknopte verzameling van onderwijsgebeurtenissen, waardoor een globaal beeld ontstaat wat er in het onderwijs allemaal speelt. Wat er op onze school speelt.

Waarom doe ik dit eigenlijk? Ik houd van schrijven en ik houd van onderwijs. Hoe mooi is het dan om deze zaken te combineren. Bloggen is iets dat ik al een aantal jaren doe. Soms wat meer, soms wat minder. Twitteren doe ik sinds mei 2009, toen mijn vriendin dit had ontdekt, was ik nieuwsgierig geworden en deed ik mee.

Mijn kwantatieve doelstelling dit jaar is een gemiddelde van 1 blog per week te halen, maar daar komt nu de dagelijkse onderwijstweet bij. 365 tweets dus met de zoekfunctie #onderwijs365dagen.

Mijn kwalitatieve ambitie is om de positieve kracht neer te zetten voor wat betreft het onderwijs. Er is zoveel te doen om werkdruk en werkstress. Het biedt kansen om hier een tegengeluid te geven. Ik ben hierdoor geïnspireerd door het Twitteraccount van Filosoof (@filosoof) en het Twitteraccount Wijsheid (@dromenbetekenis). Zo had Filosoof vandaag nog een mooie Tweet: “Droom en volg je passies. Laat dingen gebeuren. Wijzig je koers. Dit zal je naar je bestemming leiden.” Daar kan ik over nadenken en van genieten. Ook mijn wekelijkse yogales hebben mij een rust gegeven, waarbij de balans weer terug is. Niet alle dagen 12 uur bezig zijn met onderwijs, maar het mag er wel zijn, want is boeiend, elke dag weer.

Hieronder de eerste veertien tweets van 2017 over die #onderwijs365dagen waar er iedere dag uiteraard meerdere dingen gebeuren. Immers onderwijs is iedere dag anders, gelukkig wel. Ik maak elke dag een keus wat ik in de 140 tekens wil laten zien over het onderwijs. Waar geniet ik van? Wat houdt mij bezig? Wat is opvallend? Wat is inspirerend? Vooral: Wat geeft positieve energie? Want dat hebben we nodig in deze drukke wereld.

Hanneke de Frel ‏januari 2017

Onderwijs#14 #onderwijs365dagen Zaterdag: Uitslapen. Er schiet me iets te binnen. Mail sturen naar mezelf om die zaken maandag op te pakken.

Onderwijs#13 #onderwijs365dagen Vrije dag. Kleine klusjes en regelingen
afhandelen. Voor de rest: Lekker vrij. O ja, even naar de fysio.

Onderwijs#12 #onderwijs365dagen Verslapen. Vervelend? Of genieten van een uitgeslapen gevoel. Fijn overleg over uitdagend onderwijs.

Onderwijs#12 #onderwijs365dagen MO: 8 directeuren, controller, bestuurder, managementassistente. Fijne sfeer. Goed overleg. Mooie ambities.

Onderwijs#11 Overnemen van een kleutergroep is fijn om vooral dat verlegen kind eens goed te kunnen observeren en uit de tent te lokken.

Onderwijs#10 (van gisteren) Overleg met de TSO van de dependance. Mooi om zo meer over de zorg in beide organisaties te weten. Fijn contact.

Onderwijs#9 De eerste schooldag van 2017. Beste wensen. Versleep van meubels voor de schilder. Uitgerust. Nieuwe leerlingen. Mooi begin.

Onderwijs#8 Geestelijk voorbereiden op de eerste werkweek van 2017. Wat moet? Wat mag? Wat kan? Wat wil ik deze week bereiken?

Onderwijs#7 Eerste interne memo van dit kalenderjaar 2017 verzonden aan de collega’s. Opwarmertje voor een fris nieuw jaar. We gaan ervoor!

Onderwijs#6 Het blijft een vak wat mij dagelijks bezighoudt. Meestal in positieve zin: Als juf maar ook als mens de liefde willen delen.

Onderwijs#5 #Kerstvakantie. Stukje fietsen. Langzaam weer op gang komen om maandag weer volledig fit aan de slag te kunnen.

Onderwijs#4 Het is nog steeds #kerstvakantie. Een bezoekje aan mijn hoogbejaarde ouders (91 en 93) is heel gezellig en nuttig.

#onderwijs3 Er komen advertenties voorbij. Nieuwsgierig als altijd. Lezen. Wat ga ik ermee doen? Is de tijd rijp? Durf ik? Doe ik het?

#onderwijs2 (2/1/2017) Het maandelijkse alarm is geweest. Straatvegers ruimen rommel op. Ik draai me nog een keer om. #kerstvakantie

Onderwijs #1 (1/1/2017) De rust is weer gekeerd. Kerstvakantie houdt nog een week aan. Mmmm.

Als ik wakker word, weet ik eigenlijk al meteen dat het vandaag niet veel beter zal worden.

Natuurlijk wil je in het onderwijs duurzaam inzetbaar zijn en blijven. Het onderwijs is niet iets wat je zomaar kiest. Het moet je liggen en je moet er echt voor willen gaan. Tenminste, zo vind ik dat. Toch kan het soms best pittig zijn. Ook al heb je zoveel plezier in je baan, soms kan het toch teveel worden. Maar hoe kom je daar doorheen? Hoe zorg je er dan voor dat je duurzaam inzetbaar blijft? Wat kun je voor jezelf doen dat ervoor zorgt dat je duurzaam inzetbaar blijft?

De kerstvakantie is voorbij. Eindelijk mag ik weer naar mijn werk. Ik vind het heerlijk om lekker thuis te zijn. Lekker van mijn eigen mannen te kunnen genieten. Waaronder 2 boeven van 2 en 4 jaar. Ze zijn ontzettend ondernemend, willen altijd allebei een andere kant op, ze zijn lief en aanhankelijk, maar kunnen ook heel ondeugend, soms zelfs stout zijn. Ze zijn kanjers in het bloed onder je nagels vandaan halen. En dan toch, als mijn man en ik ’s avonds op de bank zitten, zeggen we tegen elkaar: ‘En toch zijn ze lief, he.’ Als je zelf kinderen hebt, herken je dit ongetwijfeld. Maar na twee weken vakantie is het tijd om weer aan het werk te mogen gaan. Ik ben er klaar voor. Vind ik. Denk ik……. Jawel, ik ben er klaar voor en heb er weer zin in!

We beginnen de eerste dag druk. We openen het jaar met voor ieder kind een glaasje kinderchampagne. Dit moeten we ’s morgens nog wel samen klaarzetten. Het is leuk om al die kinderen zo op het plein te zien. Ze hebben er zin in. Na de opening van het nieuwe jaar, kunnen we dan echt met z’n allen naar de klas toe om te beginnen.

Het wordt een rommelige eerste dag. In de vakantie hebben 3 voetbalteams een beker gewonnen. Die moeten ze natuurlijk laten zien. Er zijn 3 kleuters jarig geweest. Die komen ook nog langs voor een sticker. Dan heeft er iemand nog een zusje gekregen in de vakantie. Hij komt ook langs voor een sticker. En dan zitten er natuurlijk ook 16 kinderen in de klas. Een meisje is ziek. Dan blijven er nog 2 stoeltjes leeg. Van één leerling weten we dat hij pas later in januari terug zal komen. Maar van een andere leerling blijven we in onwetendheid. Dan is er nog een meisje teruggekomen van een lange vakantie bij haar familie. 4 weken is ze weggeweest. Ze heeft het ontzettend naar haar zin gehad, maar ze is ook heel blij dat ze weer terug is. Ze heeft heel veel gemist. Vandaag merken we meteen dat ze hier heel veel moeite mee heeft. Een andere jongen uit de klas is blij dat ze er weer is. ‘Ik heb je tien keer gemist’, zegt hij niet al te hard. Het is dat hij al een kleurtje heeft, anders zou zijn gezicht vast een beetje rood kleuren. Ontzettend lief dat zo’n stoere jongen dit durft te zeggen.

Maar ook hij heeft 2 weken geen school gehad. En ook hij heeft er moeite mee. Hij vindt alles weer saai, dit blijft hij maar herhalen. Hij hoeft dus ook niet op te letten. Tenminste, dat vindt hij. Maar als hij na mijn uitleg aan het werk moet, zegt hij: ‘Juf, ik snap het niet. Kun je me helpen?’. Waarop ik hem zeg: ‘Jij wilde niet naar mijn uitleg luisteren, dan hoef ik het je niet uit te leggen.’ Misschien gemeen, maar ook hij moet leren op te letten. Hij komt er uiteindelijk wel uit met behulp van een andere leerling. Maar ook hij is vandaag weer heel erg aanwezig en vraagt om veel aandacht.

Dan is er nog die ene jongen die teveel vampierenfilms heeft gezien in de vakantie. Hij heeft ook moeite om steeds weer een uitleg te volgen. Ook al probeer ik dit zo kort mogelijk te houden. Hij is zelf een vampier geworden. Bij bijna alles wat hij doet en zegt, is hij een vampier. Zelfs als iedereen zelfstandig aan het werk moet, blijft hij in zijn rol als vampier anderen lastigvallen. Voor de vakantie hoefde ik hem niet vaak te corrigeren, maar wat er vandaag met hem aan de hand is?

En dan dat meisje. Ze kwam ‘s morgens al stijfjes de klas binnen gelopen. Haar gezichtje behoorlijk gespannen. Ik gaf haar even de tijd om wat te ontdooien. Het is voor sommige kinderen heel spannend om na zo’n lange periode weer naar school te moeten, ook al ken je de klas. Maar haar schoudertjes bleven omhoog, haar gezichtje bleef gespannen. Ik heb haar even bij me geroepen. ‘Gaat het goed met je?’, vroeg ik haar. ‘Huh, hoezo?’, zegt ze. Ik pak haar schoudertjes vast en duw ze een beetje omlaag. ‘Je kijkt alsof je het heel spannend vindt allemaal. Heb je een fijne vakantie gehad?’. Ze denkt terug aan haar vakantie en begint me er een beetje over te vertellen. En dan vertelt ze ook dat haar haren pas weer zijn gedaan. Hele mooie vlechten liggen strak over haar hoofd. ‘O’, zeg ik ‘dat doet vast pijn.’ Het enige wat ze zegt is ‘Hmmmm hmmm’ en ze kijkt er pijnlijk bij. Hoe graag ze ook altijd een aai over haar bol wil, ik beloof haar dat ik dit voorlopig niet zal doen. Ook zij heeft vandaag weer moeite om aan het werk te gaan. En rustig op haar plek blijven, zit er niet in.

Het is een rommelig dagje. Gedurende de dag worden we regelmatig gestoord. De kinderen zitten absoluut niet in hun ritme. Sommige kinderen hebben wat meer last van een slecht humeur. Ik merk dit ook bij mezelf. Ik had heel veel zin om weer te mogen beginnen, maar ik merk dat ook mij dit heel wat meer moeite kost dan ik had verwacht. Gedurende de dag heb ik dan ook een aantal momenten waarop ik tot 10 moet tellen, om ervoor te zorgen dat ik rustig blijf naar de kinderen toe. Want ja, wij hebben er samen last van.

Ik hoop dat ik na een goede nachtrust een betere dag zal hebben. Maar als ik ’s morgens wakker word, weet ik eigenlijk al meteen dat vandaag niet veel beter zal worden. De kinderen zijn net als de dag ervoor. Misschien nog wel iets drukker eigenlijk. Hoe ik ook mijn best doe, mijn hoofd raakt steeds een beetje voller. De enige manier waarop ik daar vanaf kom, is sporten. Ik word ontzettend vrolijk van sporten. Alleen deze week heb ik pech. Op mijn sportavond staat een etentje met de medezeggenschapsraad van onze school gepland. In de vakantie dacht ik nog: ‘Ik kan het sporten vast wel een keertje overslaan.’ Op maandag dacht ik daar al anders over.

Toen had ik het plan om woensdag iets eerder te stoppen met werken, zodat ik nog even kon gaan hardlopen. Wat een ontzettende pech! Tandproblemen. Meteen de tandarts maar gebeld. Woensdag kan ik terecht, om 16:50u. Jammer, kan ik nog niet gaan hardlopen. Gedurende de dinsdag besefte ik me dat ik echt nodig moet gaan sporten. Maar ’s middags hadden we een teamvergadering. Ik werd steeds drukker in mijn hoofd en zocht naar een momentje om toch even te kunnen sporten. Die teamvergadering bleek helemaal niet zolang te duren als ik had gedacht. Hij was ruim op tijd afgelopen. ‘Moeten we nog blijven?’, vroeg ik een collega. ‘Nee hoor, volgens mij mogen we gaan’. Normaal ben ik nooit zo vroeg weg, maar nu wist ik niet hoe snel ik weg moest gaan. Ik verwachtte ook dat al mijn andere collega’s wel gauw naar huis zouden gaan.

Thuisgekomen trok ik snel mijn hardloopkleren aan. Ik pakte mijn telefoon om mijn hardloopapp in te stellen. Ik stelde hem in op 7 km. Dan zou ik toch weer een halve kilometer verder rennen dan de vorige keer. En ik ben gegaan. Wat was dat fijn! Toen ik op driekwart van mijn doel was, kwam er ineens een groep collega’s langs gefietst. ‘O nee!’, schoot het even door mijn hoofd. ‘Mochten we dan toch nog niet naar huis?’ Toen dacht ik aan de duurzame inzetbaarheid. Laat dit dan maar een half uurtje zijn dat ik eerder naar huis ben gegaan om duurzaam inzetbaar te zijn. Want laten we eerlijk zijn, dit had ik echt even nodig! Stiekem hoopte ik dat mijn collega’s me niet zouden herkennen in mijn hardloopoutfit. Ze waren bijna voorbij, de voorste collega’s hadden me niet herkend. Een andere collega herkende me wel. ‘Hey!’, riep hij luid. Ik gooide mijn arm in de lucht, zwaaide even terug en liep weer door. Het maakt ook niet uit. Ik voelde me al een stuk beter.

Thuisgekomen controleerde ik mijn telefoon. Ik had onderweg al een geluidje gehoord, ik had mijn doel al bereikt. Thuis zag ik dat ik 7, 3 kilometer had gelopen. Yes, ik ben mijn doel voorbijgegaan! Hierdoor klaarde het nog meer op in mijn hoofd. Het klaarde zelfs zo ver op, dat mijn vingers begonnen te kriebelen. Ik kon niet wachten om aan de laptop te gaan zitten en de afgelopen twee dagen op te schrijven. Want dat vind ik ook zo ontzettend fijn. Het zorgt ervoor dat ik nog meer energie heb om morgen met een opgeruimd hoofd weer opnieuw aan de slag te gaan. En morgen zeg ik weer: ‘Kom maar op, ik ben er weer helemaal klaar voor!’.

Betty Boztay-Meeuwesen januari 2017

Ploeterverhalen en koestermomenten

In het onderwijsmoment van Sandra Beuving werd gesproken over ploeteren en koesteren:

” Ploeteren kan nooit te moeilijk zijn. Het is goed voor kinderen om te ervaren dat ze niet alles kunnen, dat ze moeite moeten doen om iets te bereiken, dat ze door moeten zetten, dat ze er soms een nachtje extra over moeten nadenken en zelfs dat ze er misschien iemand bij moeten roepen die ze meer over dit onderwerp kan vertellen. Het gaat ook om koesteren, trots zijn op je werk en dat laten zien aan iedereen die dat wil.” 

  Deze prachtige woorden gelden eigenlijk voor iedereen. Daarom wil ik jullie uitnodigen om je ploeterverhalen en je koestermomenten op te schrijven. In de komende periode tot aan de voorjaarsvakantie wil ik deze verhalen en momenten graag delen op Onderwijskoppen.nl.

Wat te doen?

Schrijf jouw ploeterverhaal of koestermoment op in een platte tekst.
Mail het naar: lmijland@gmail.com
Een bijbehorende afbeelding is altijd welkom.

De afgelopen weken is de site van Onderwijskoppen enorm veel bezocht. Dit vooral door de mooie onderwijsmomenten die geschreven zijn door de verschillende auteurs. Die wil ik nogmaals heel erg bedanken hiervoor. Natuurlijk wil ik graag een vervolg geven aan dit succes. Fijn als jij in de pen kruipt!

Hartelijke groet, Lizette Knuvers- Mijland

 

 

Het lukt echt niet meer, hij wil zo graag naar school

Schooljaar 2015-2016. In de vakantie krijgen mijn collega en ik een telefoontje. Een kind dat bij ons in de klas komt heeft leukemie, voor de 2de keer. Een heftige tijd begint. Veel contact met de ouders en de leerling, allerlei instanties die ingeschakeld worden voor ondersteuning. Emotie op emotie, bij iedereen binnen ons team. Regelmatig stel ik mijzelf de vraag: wat kan ik nog voor dit gezin betekenen? Doe ik genoeg voor ze? Of misschien teveel? Lastig.

Dan gaat alles zijn gangetje. De behandeling gaat goed, rond Kerst krijgt hij een stamceltransplantatie. Hij herstelt hier wonderbaarlijk snel van. Het contact met de ouders via whatsapp is een uitkomst. Er wordt een “klasgenoot” in de klas geplaatst. Als die werkt kan er ingelogd worden en blijft hij contact houden met zijn klasgenoten. Als die werkt….Zijn moeder geeft hem, met ondersteuning van ons, thuis les. Dat gaat prima, het is een hele goede leerling. Superfijn natuurlijk, voor ons allemaal. Tot die dag in mei….

Ik sta na schooltijd met moeder te praten in de gang. Het is heerlijk weer, de ramen van mijn klas staan open, de zonneschermen zijn naar beneden. Irna, klinkt het, het lukt ECHT NIET meer!! Ik krijg hem niet meer aan de gang. Hij wil ZO graag naar school. (dit kan niet vanwege zijn verlaagde weerstand, op school is de kans te groot dat hij iets oploopt) Waar het idee vandaan komt weet ik niet, het borrelt zo omhoog mijn hoofd in. Als we hem eens bij het raam zetten, flap ik eruit. Moeder kijkt mij rustig en ook een beetje verbaasd aan. Jeetje, dat is een idee, zegt ze. Ik ga het overleggen met de arts in Utrecht.

Niet lang daarna komt van hem het groene licht. Hij vindt het een heel creatief idee, proberen maar. Na nog wat hindernissen op school gaat Johan, de concierge, aan de slag. Met behulp van leerlingen van gr 8 worden er struiken weggehaald bij onze klas. Er worden tegels neergelegd waar zijn tafel kan staan en waar hij, samen met een vriendje, kan zitten en de lessen kan volgen. Maar nog belangrijker…. weer contact kan maken met zijn klasgenoten. Het plekje is nog niet klaar of hij komt al kijken, samen met zijn moeder. Die middag zit hij al te stralen op zijn eigen plekje, buiten, maar wel erbij.


Er wordt nog een doek geregeld door Johan. Zo wordt er een mooi afgeschermd plekje voor hem gemaakt. Ook als het weer wat minder is kan hij toch komen. Op een donderdagmiddag zit hij er, komt recht uit het ziekenhuis, het infuus nog in zijn arm en een tas met de zak op de grond naast hem. Hoe graag wil je naar school….

Ik ben blij dat het idee geboren is, mensen mij geholpen hebben het te realiseren en ik een heel gezin heel gelukkig heb kunnen maken.
Voor mij een onderwijsmoment om nooit te vergeten.

Irna Mulder, leerkracht groep 5, De Korenaer in Oss