Daar ga ik voor!

Wat is passie en heb je dat nodig om onderwijs te geven? Om het vol te houden, daar waar het beroep in al zijn facetten toch aardig onder druk staat. Een passie voor onderwijs? Het klinkt bijna een beetje soft. Zoiets als een roeping. Zelf moet ik dan meteen aan Florence Nightingale denken die bij een ieder bekend staat om haar grenzeloze toewijding en grote deskundigheid op het gebied van de zorg aan zieken. Of ik denk aan moeder Teresa. Getroffen door het lot van daklozen, zieken, zwervende en stervende kinderen. Ze besloot zich te wijden aan deze armsten der armen.

Lees verder

Passie voor …

Het is misschien een modewoord aan het worden of wellicht is het dat allang. Voor mij is het wel iets essentieels. Passie zit in iedereen. Sommigen hebben het heel veel, sommigen hebben het teveel. Bij anderen valt het niet op, zij lopen er niet mee te koop. En wat mij betreft is er ook een groep die zijn passie nog niet ontdekt heeft en aan het zoeken is.

Ergens oprecht van houden en kunnen genieten geeft je in ieder geval energie en dat is wat we nodig hebben in het onderwijs. Energieke collega’s die elke dag weer genieten van hun vak, van hun kinderen, maar ook van hun collega’s. Collega’s die trots zijn op hun vak, op hun school, maar vooral ook op zichzelf.
Passie is er dus in allerlei gradaties en allerlei vormen. De manier waarop jijzelf daar zelf vorm aan geeft, die bij jou past is altijd goed.

Lees verder

Mijn advies werd daardoor uitgebreider en persoonlijker

Toen ik afstudeerde had ik een lange schoolloopbaan achter de rug, langer dan nodig was.

Na de mavo, naar de havo, want ik wilde juffrouw worden. Wat viel die pabo tegen. Niet de opleiding, die was top. Leuke vakken, veel uitdaging. Niet de kinderen, daar deed ik het voor. Maar wat deed mij dan wel stoppen? Eerlijk? Mijn eigen lange schoolloopbaan met mijn eigen problematiek, het onbegrip dat ik toen nog moest verwerken… Alles kwam tijdens de tijd op de Pabo keihard terug.

Lees verder

Ik moest er erg naar zoeken

Ergens halverwege de jaren negentig gebeurde het. Er ging bij mij voorzichtig een vuurtje aan. Een nieuw vuurtje. Mijn passie voor onderwijs begon naast mijn passie voor de kunsten te groeien, daar op dat moment in de collegezaal van de Academie voor Beeldende Vorming. 

Onderwijskunde heette het vak dat ik daar volgde. Mijn docent was Edith van Montfort. We moesten een presentatie houden. Geen idee meer waarover, maar ik herinner me het gevoel dat ik kreeg tijdens die presentatie nog goed. Ik werd er blij van. Het was spannend om voor de groep te staan, maar ook gaaf. Ik kreeg er een kick van om het verhaal goed te vertellen. 

Lees verder

De passie voor onderwijs is een blijvertje

Mijn moeder vertelt me elke keer als ‘het verleden’ ter sprake komt, dat ik van jongs af aan juf speelde. Als er kinderen voorhanden waren, dan zette ik die in mijn klas. Anders deed ik het wel met poppen. Ach, ik was een jaar of zes- zeven.

Mijn basisschooltijd bracht ik door op een echt Katholieke Montessorischool. Naast het klooster en met een ‘zuster (Theresia) als hoofd van de school. ‘Je moet er wel een kind voor zijn’ hoor je vaak. Nou dat was ik dan blijkbaar. Montessori onderwijs maakte mijn leren leuk. Dat is tegenwoordig in de zwart/wit discussie natuurlijk uitgesloten om te zeggen. Directe Instructie …nou ik kan het me niet herinneren.

Wel plannen en organiseren van weektaken, samen leren en elkaar helpen bij verschillende vakken. In de zesde klas heb ik het grootste deel van mijn tijd doorgebracht in de eerste klas, als hulp van de juf.

Lees verder

Ik hoor muziek naast me

Ik hoor muziek naast me. Ik beweeg mijn tenen, mijn vingers. Langzaam doe ik mijn ogen open. Ik kijk op mijn wekker. 6:50 u. Ik hoef dus niet te werken, want anders zou mijn wekker al om 6:00 u af zijn gegaan. Dat betekent dat het donderdag is. Opgelucht druk ik op de snooze-knop van mijn wekker. Het is voorbij, het schooljaar. Het is me gelukt en ik leef nog. 

Het was een bijzonder jaar. Ik startte dit jaar met mijn duo waar ik al een paar jaar samen een klas mee draaide. Ik deed de klas op dinsdag en woensdag. Zij op maandag, donderdag en vrijdag. Nog voor de herfstvakantie viel zij uit. Vanaf toen stond ik dus ook op de maandag voor de klas. En op donderdag en vrijdag kreeg de klas verschillende invalkrachten. Ik probeerde ervoor te zorgen dat ook zij de klas zo goed mogelijk konden draaien. En daarnaast bedacht ik leuke lessen om het onderwijs meer ervaringsgericht en uitdagender aan te bieden. 

Lees verder

Passie, voor wie het doorheeft.

Degene voor wie Mokums niet direct gesneden koek is, zou kunnen denken dat Johan Cruijff gezegd heeft: ‘Je gaat het passie als je het doorhebt.’ Maar Cruijff was als voetballer en trainer een vakman, dus dat kan ik me maar moeilijk voorstellen.

Van de ene JC naar de andere JC is, gezien de religieuze status van sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder, maar een kleine stap. Van de andere JC hebben we geleerd dat je met passie maar beter kunt oppassen. Passie en hartstocht zijn synoniemen en ‘tocht’ betekent in het woord hartstocht ‘trekken.’ Iets trekt aan je hart. Dat doet pijn. Passie, een woord dat aan het begin van de dertiende eeuw onze taal binnensloop, betekent lijden. Dat is niet zo verwonderlijk, want passie verwijst naar het lijdensverhaal van Jezus Christus. In elke katholieke kerk hangen de staties, die het lijdensverhaal uitbeelden. Passie is prachtig, maar ook afschuwelijk, denk ik telkens als ik de veertien schilderijen zie.

Lees verder

Een sprong in het diepe

De verhalen zijn terug. En met de de verhalen ook de discussies. Discussies over goed onderwijs. Over hoe leerlingen te motiveren en betrokken te krijgen? Hoe leerlingen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden? Hoe om te gaan met toetsen en lesvoorbereidingen? Waar waren die dan, zul je je misschien afvragen? En waarom waren ze er niet?

Ze zijn natuurlijk nooit weggeweest, maar wel binnen de muren van dit huis.

Lees verder

Hoe een orkaan de school nog belangrijker maakte

Als begeleider en trainer Early Childhood werd ik afgelopen september uitgenodigd door de Stichting Katholiek Onderwijs (SKOS) in Sint Maarten om mee te kijken naar de pedagogische kwaliteit van kinderopvang en onderbouw van hun zes scholen. Ik was er jaren niet meer geweest en onder de indruk van het werk wat in de tijd tussen mijn bezoeken verzet was door de pedagogisch medewerkers,  leerkrachten en ondersteunende collega’s. De scholen zagen er goed uit, volop materialen, overal airco. Een grote diversiteit aan werkvormen en activiteiten. Oudere gebouwen waren opgefrist in vrolijke verfkleuren. We werkten een intensieve week samen. Ik mocht meekijken, sparren, coachen, trainen. De focus lag op de pedagogische sensitiviteit en interactie. Op er zijn voor de kinderen. Het fundament leek een heel eind op orde, nu was verfijning, verdieping en verbreding nodig. Natuurlijk viel me de onrust op de aankondiging van orkaan Irma op. Ik zag volle karren en rijen in de supermarkt en mensen die hun huizen verstevigden en losse voorwerpen naar binnen zetten. Maar de ernst van de situatie drong nog niet tot me door. Sint Maarten had meerdere orkanen overleefd en leek goed voorbereid. Een dag nadat mijn vliegtuig terug landde op Schiphol, kwam Irma in vol ornaat aangestormd en deed haar verwoestende werk. Na een paar dagen geen enkel contact, behalve dan af en toe een nieuwsflits of internetfilmpje, zag ik op televisie de enorme ravage die zij had aangericht. Eén school was volledig verwoest, de andere scholen hadden flinke schade opgelopen. Veel kinderen en collega’s hadden geen goed bewoonbaar huis meer.  Oud collega’s van SKOS hier in Nederland startten direct een inzamelingsactie, samen met kinderen en scholen, voor de scholen. En op Sint Maarten kwam na de eerste verslagenheid ook de veerkracht terug: De kinderen moesten weer naar school. Om te ontmoeten, spelen, hun ervaringen te delen, ritme in de dag te krijgen.

De schade werd opgenomen. Er werd gekeken hoeveel leerkrachten er nog waren, hoeveel lokalen er nog intact waren, hoeveel kinderen nog op het eiland waren. En zo snel als maar mogelijk was, waren scholen weer open. Gehavend, maar toegankelijk. Met open armen voor de kinderen.

Door documentaires als  ‘100 dagen na orkaan Irma’ komen de beelden van het eiland en de scholen opnieuw mijn huiskamer binnen. Ik zie bekende gezichten, vertrouwde plekken en een indrukwekkende energie om te heropbouwen. Het fundament is weg. Het eiland is kapot. Maar de focus op de scholen is in alles zichtbaar: Er zijn voor de kinderen. Continuïteit, een vertrouwde plek, verhalen kunnen delen, structuur, ritme en betekenis aanbrengen in je leven. Zo snel mogelijk terug naar ‘normaal’.

Dit onderwijsmoment heeft me opnieuw duidelijk gemaakt hoe belangrijk onderwijs is voor kinderen en voor een gemeenschap. Scholen zijn ontmoetingsplekken, waar je mag zijn met volwassenen waar je op kunt bouwen. Waar je verhalen en pijn kunt delen, maar ook lekker kunt spelen. Diepe buiging voor mijn collega’s op Sint Maarten! Voor hun moed, veerkracht en doorzettingsvermogen. Kanjers!

Wilma van Esch (wilmavanesch.nl) is spreker, schrijver en procesbegeleider in KO, PO en HBO. Sint Maarten heeft onze hulp nog steeds heel hard nodig: http://www.staystrongsxm.nl