“Goedemorgen meneer Dekker, slaapt u nog lekker?”

Dat vraag ik me serieus af. U zult zich toch ongetwijfeld een beetje ongemakkelijk voelen de laatste tijd en de slaap niet altijd kunnen vatten. Of legt u al die kritische kanttekeningen naar aanleiding van uw beleid zo naast u neer. Daar lijkt het vaak wel op.

Toch zou ik u willen vragen om deze brief eens aandachtig te lezen. Ik weet zeker dat u dat kunt, dat heeft u namelijk al enige tijd geleden geleerd van één van mijn collega’s. Die heeft zijn/haar uiterste best gedaan om u te leren lezen namelijk, maar ook te rekenen. Dat is ook heel fijn, want wij rekenen namelijk op u. Mocht dat niet goed uitvallen houdt u er dan rekening mee dat wij daar niet langer mee akkoord gaan, reken daar maar op!

Schrijven, dat doet u toch ook. Ook dat heeft u namelijk op school geleerd. Mooie stukken kunt u maken hoor. Wat betreft vorm dan in ieder geval. Prima opbouw, mooie volzinnen en ook de interpunctie is in orde. Daar kunnen wij nog wat van leren.
Inhoudelijk mankeert er wel het e.e.a. aan en dat is wel jammer, maar ja als het om de inhoud gaat dan wordt het natuurlijk wel een stuk lastiger. Daar komt ook een stuk gevoel bij kijken, dat je nadenkt over wat je schrijft.
Daar gaat het lastig worden, want bij het spreken heeft u ons al laten zien dat dit niet uw sterkste kant is. Daar heeft de juf/meester niet helemaal bereikt wat hij/zij zou willen. Want dat doen wij namelijk ook nog. We zorgen er ook nog voor dat “onze kinderen” goed in hun vel zitten, zich veilig voelen, niet pesten en besef hebben van normen en waarden. Daar is het dus bij u helaas niet helemaal goed gegaan, maar het valt ook echt niet mee om al die kinderen, die allemaal hun eigen behoeftes hebben precies te geven wat ze nodig hebben, dat begrijpen wij heus wel, maar toch …..

“Goedemorgen meneer Dekker, slaapt u nog lekker?”

Bent u er nog bij? Begrijpt u wat ik probeer aan te geven. Wij doen er echt toe, wij zijn belangrijk voor dit land, voor de economie en voor onze toekomst. Dat doen wij echt niet alleen, want samen met de ouders van al deze prachtige kinderen en onze collega’s uit het VO (Ja, die met die lastige pubers werken, u kent ze wel) maken wij van ieder kind een volwaardige deelnemer aan de maatschappij. Dat ons dit niet altijd lukt zoals we dat het liefst zouden hebben dat vinden wij zelf vooral heel erg vervelend, omdat we namelijk het beste uit ieder kind willen halen.
Zoals mijn collega’s van PO in actie al aangaven is het “vijf voor twaalf”.
Kloklezen kunt u ongetwijfeld ook, want ook dat hebben we u geleerd op school. Wat we eigenlijk bedoelen is dat het bijna te laat is. Te laat om tot actie over te gaan en ons echt serieus te nemen.
U bent nu echt aan zet!

En kom nu niet met oplossingen, die het probleem niet oplossen. Natuurlijk zijn er mensen met een onderwijsbevoegdheid die nu niet werken, maar heeft u zich ook afgevraagd waarom dat zo is?
En natuurlijk zijn er collega’s uit andere sectoren die wel over willen stappen. Daar zitten ongetwijfeld hardwerkende en capabele mensen bij, maar ik vind dat u ons en de kinderen wel tekort doet door hen met een omscholing voor de klas te zetten.
U moet vooral zuinig zijn op de mensen die er nu zitten en ons mooie beroep voor jonge mensen weer aantrekkelijk maken. Dat kan door ons serieus te nemen, de werkdruk te verlagen door extra handen in de klas en een passende beloning te geven voor het werk wat wij doen. Neem een keer een kijkje in Finland dan kunt u zelf zien wat de effecten hiervan zijn.

Vandaag hebben wij de scholen één uur gesloten. Dat doen wij niet, omdat we dat graag willen, want we willen niets liever dan werken met “onze kinderen”. We doen dat, omdat u ons geen andere keus laat!

In deze brief wil ik u alleen maar aangeven hoe belangrijk wij zijn. Wij mogen trots zijn op wat wij in samenwerking met ouders met onze leerlingen bereiken. We mogen onszelf op de borst kloppen, elkaar een schouderklopje geven en hier en daar een veer stoppen, maar daar zijn we niet zo goed in. Wij vinden het namelijk gewoon ons werk. Het is gewoon ons werk om ervoor te zorgen dat kinderen zichzelf later een plaats weten te verwerven in onze maatschappij.
U bent daar in de basis een mooi voorbeeld van. Onze collega’s hebben ervoor gezorgd dat u in ieder geval de tools heeft gekregen om uiteindelijk staatssecretaris te worden. Uiteraard heeft u daar zelf op latere leeftijd ook nog
een groot aandeel in gehad, maar wij hebben gezorgd voor een solide basis. Het blijft jammer dat u dat niet weet te waarderen, maar u heeft nog een paar minuten.

Dat we niet op alle gebieden bereikt hebben wat we wilden bereiken dat is wel duidelijk, maar we hebben er echt alles aan gedaan! Wellicht dat we in een verlengde instructie samen de puntjes nog een keer op de i kunnen zetten, dat zou mooi zijn.

Het wordt tijd voor actie meneer Dekker. Wees verstandig en zorg dat die actie van uw kant komt! Zo niet, dan doen wij dat wel.

Ik vraag het u voor de laatste keer: “Goedemorgen meneer Dekker, slaapt u nog lekker?”

Met vriendelijke groet,
Jurgen Blakenburg

Een Leertuin… wat is dat nou eigenlijk?

Ik had al veel gezien en gelezen over de Leertuin van (collega) Apple Distinguished Educator Rhea Flohr, maar sinds vanmiddag weet ik pas echt wat het inhoudt. Hieronder mijn verslag van de gezellige borrel ter ere van de officiële opening van de Leertuin op het Antoon Schellekens College in Eindhoven.

De Leertuin is het succesvolle gevolg van het Leraren Ontwikkel Fonds- project genaamd ‘Inspirerend multifunctioneel mediawijsheid lokaal’ van Rhea. (Inspirerend multifunctioneel mediawijsheid lokaal – LerarenOntwikkelFonds)

De Leertuin heeft de grootte van een normaal leslokaal maar is totaal anders ingericht. Geen klassieke busopstelling, maar een zitbank en kleurrijke zitzakken. De paar tafels die er staan, staan in kleine groepjes opgesteld. Dit nodigt vanzelfsprekend uit tot andere manieren van lesgeven dan die we vaak gewend zijn. Uiteraard bevat de Leertuin ook een ruime Green Screen corner, waar je leuk kunt experimenteren met foto’s en filmpjes in exotische oorden! Zoals bijvoorbeeld Ingrid vandaag even heerlijk naar de Bahama’s was! Twitter

In de Leertuin wemelde het van de leuke technische snufjes. Leerling Robert gaf mij een uitgebreide uitleg en demonstratie over Dash en Dot (van Wonder Workshop). Dash is een grappig robotje dat je van alles kunt laten doen. Je kunt hem bijvoorbeeld een parcours af laten leggen of zelfs muziek laten maken met een xylofoon. Dot kan niet bewegen, maar heeft een scherp oog wat je volgens Robert in kunt zetten om bijvoorbeeld een spannend spel te spelen waarbij je ongezien door Dot een route moet proberen af te leggen. Op mijn vraag aan hem wat je nou eigenlijk leert van al dit leuke spul, kreeg ik een snel en bondig antwoord: ‘coderen!’. En hij heeft gelijk. Bovendien ontwikkel je spelenderwijs ook nog eens goede computational thinking skills!

Leerling Gijs was erg geconcentreerd bezig met het coderen met Micro:Bit. Ik was erg onder de indruk van zijn nauwkeurige en serieuze manier van werken. Dit is coderen van een hoger level! Ik doe het hem in ieder geval niet na. Ik zag draadjes, wielen, LED-lampjes, een ventilatortje en materiaal waarvan ik de naam (nog) niet eens weet. Indrukwekkend!

Verderop stuitte ik op een 3D Print Pen. Grappig dat je met zo’n pen op een relatief simpele manier bijvoorbeeld een zonnebril kunt maken! En wat dacht je van het materiaal van Osmo om een Tangram puzzel te maken? Benodigdheden zijn een app, een speciaal spiegeltje voor op de iPad en de Tangrampuzzelstukken. Hier zou ik zelf nog wel uren mee verder kunnen! Osmo heeft ook een geinige starterkit ontwikkeld voor kinderen om spelenderwijs te leren programmeren. Een soort blokjes, waarmee je letterlijk de stappen weg kunt leggen. Geniaal bedacht! Volgens de enthousiaste leraar (sorry, naam even vergeten) die me uitleg gaf is dit materiaal populair bij vrijwel alle leerlingen en niet alleen bij de technisch onderlegde leerlingen. Ik zou het bijna aan willen schaffen als educatief speelgoed voor mijn eigen kinderen!

De leerlingen die ik gesproken heb gaven allen aan dat ze ook regelmatig een middag op school blijven om in de Leertuin te gaan werken met al het leuks en leerzaams wat deze Leertuin te bieden heeft. Het was hartverwarmend om het enthousiasme van de leerlingen te ervaren.

Als antwoord op de vraag ‘Een Leertuin… wat is dat nou eigenlijk?’ kan ik nu zeggen dat het een ‘inspirerend multifunctioneel mediawijsheid lokaal’ is. Rhea, jouw LOF-project is zeker geslaagd! Ik reed met een hoofd vol inspiratie en enthousiasme naar huis en zag een regenboog… Magic is happening. Onderwijs is mooi.

Judith van Sprundel
Docent op Effent
Apple Distinguished Educator, Class of 2017

De gebruikershandleiding van een kind

Een kind wordt geboren zonder gebruikershandleiding of methodiek. Gaandeweg leren de ouders, vaak door trial and error, om hun kind te “leren lezen”. Wat werkt, wat gaat goed, wat zijn de talenten, waar heeft het kind moeite mee en wat zit hem/haar in de weg?
Langzaamaan wordt er, als het ware, een individuele gebruikershandleiding geschreven afhankelijk van de persoonlijkheid, ervaringen en ontwikkeling van het kind. Soms is het al vanaf dag één duidelijk dat er bepaalde aspecten aan de ontwikkeling van een kind niet helemaal gaan zoals verwacht. Vaker is het een zoektocht om erachter te komen wat er aan de hand is en wat het kind kan helpen.

Niet alleen door mijn werk, maar ook als moeder, ben ik dagelijks met deze zoektocht bezig. Frustrerend is het feit dat deze zoektocht niet snel verloopt en vaak een kwestie van het elimineren van mogelijkheden is. Maar zeer belangrijk zodat de juiste gegevens in de gebruikershandleiding van het kind komen. Het zou immers jammer zijn als de verkeerde informatie ervoor zorgt dat een kind de verkeerde begeleiding krijgt…

Door de jaren heen wordt de gebruikershandleiding van een kind gevuld en steeds gedetailleerder. In eerste instantie door de informatie van ouders, leerkrachten en bijv. verslagen van onderzoeken maar steeds meer door het kind zelf. Ook jonge kinderen zijn goed in staat om te kunnen uiten wat ze nodig hebben. Als volwassenen zijn wij niet altijd in staat om dit goed te kunnen verstaan. Naarmate kinderen ouder worden, wordt het steeds makkelijker en hebben ze ook het reflectievermogen om ze mede-eigenaar te maken van het schrijven van hun eigen handleiding. Kinderen weten namelijk héél erg goed waar hun goede punten en verbeterpunten zitten en wat ze hierbij nodig hebben. Waarom gebruiken wij de informatie van de belangrijkste informatiebron nog zo weinig bij het schrijven van de gebruikershandleiding?

Als ik een nieuwe tv heb gekocht, twijfel ik geen seconde dat de handleiding klopt. Ik lees hem echter niet. Ik voel mij vol zelfvertrouwen in mijn eigen kennis om de tv te laten werken zonder de handleiding op mijn gemak te gaan lezen. Dus ga ik gelijk aan de slag! Door vallen en opstaan kom ik een eind. Vaak kom ik er na een tijdje achter dat ik toch een aantal waardevolle functies heb gemist. Dit had ik kunnen weten door de handleiding vooraf te lezen…jammer!

Dit geldt nog veel meer bij de handleiding van kinderen. Als wij in het onderwijs, de gebruikershandleiding (lees bijv. groepsoverzicht of verslagen) van een kind vooraf lezen, doen we recht aan het kind. Wij weten de belangrijkste informatie en kunnen hierop inspelen. Een kind hoeft niet te wachten totdat deze leerkracht de gebruikershandleiding van het kind (opnieuw) heeft geschreven maar krijgt gelijk de juiste aandacht en begeleiding.

Mijn pleidooi is dan ook om als leerkracht vooraf aan een schooljaar, de gebruikershandleiding van een kind goed te lezen en te gebruiken. Deze is geschreven met de opgedane kennis van ervaringsdeskundige zoals ouders, voorgaande leerkrachten en het kind zelf. Maak deze handleiding in de loop van het jaar gedetailleerder, actueel en vul het verder aan. Het is een gezamenlijk levenswerk dat start met de ouders van een pasgeboren baby en eindigt met het kind als een reflecterende volwassene.

Hoe mooi is het dat ik als intern begeleider een klein stukje mag bijdragen aan het schrijven van dit levenswerk. Nog mooier is het om als moeder de gebruikershandleiding van mijn kinderen te mogen schrijven en geschreven zien worden. De zoektocht naar de juiste gegevens voor deze handleiding is vaak mooi en positief maar soms ook frustrerend en moeizaam. Ik ben ervan overtuigd dat dit uiteindelijk zal leiden tot twee geweldige individuen!

Geschreven door een intern begeleider en moeder van twee kinderen.

Eerlijk zullen we alles delen

Dit schooljaar zijn wij op Effent (VMBO-TL) een pilot gestart: Één brugklas werkt met iPads. Ik heb het geluk om aan de basis te mogen staan van dit mooie, vernieuwende onderwijs. Op basis van deze pilot nemen wij deel aan het Leerlab Digitale Didactiek van Leerling2020. Één van de ideeën achter deze pilot is dat wij het onderwijs willen vernieuwen. Uitdagender willen maken door middel van o.a. digitale didactiek. Vandaag was het aan het pilotteam om een aantal van onze ervaringen te delen met onze collega’s in de hoop hen ook te kunnen enthousiasmeren. En dat is gelukt. Wat een topdag, wat een topteam. We kozen ervoor om een aantal workshops te organiseren. Niet te lastig, gebruiksvriendelijk en vooral ook met de hands on approach!

In totaal gaf ik vandaag vier workshops:

1) Vakgroepronde: ik deelde met mijn vakgroep Frans mijn ervaringen, successen en ondervindingen met de pilotklas. Tags: iTunesU, Kahoot Jumble, Quizlet (Live), mijn Yurlspagina, Instagram voor leerlingen, Nearpod, Quizizz.
2) Workshop ‘Het zweet op hun rug!’ – Deze workshop ging over Quizlet Live. Eerst speelden we het spel om te ondervinden wat deze tool precies doet. Leuke, activerende didactiek waarmee ook nog eens formatief getoetst wordt. Geweldig! Daarna konden collega’s hands on aan de slag met het maken van hun eigen Quizlet account en study set. De Handleiding Quizlet Live die ik daarvoor maakte voeg ik toe aan deze blog.

3) Idem workshop 2. Nog steeds voldoende animo!
4) Workshop ‘Hebben ze ze op een rijtje?’ – Deze workshop ging over mijn andere favoriet: de nieuwe
feature ‘Jumble’ van Kahoot. Uitermate geschikt voor het formatief toetsen en oefenen van structuren,
zoals bijvoorbeeld zinnen. Sinds ik deze tool gebruik, zie ik aanwijsbaar betere resultaten op toetsen bij
het onderdeel zinnen leren. Bij Jumble verdeel ik de Franse zin in vier stukken en moeten de leerlingen de zinsdelen naar de juiste plaats swipen. Altijd een succes! Ook tijdens deze workshop konden collega’s aan de slag met hun eigen Jumble aan de hand van mijn Handleiding Kahoot Jumble. Ook deze zit als bijlage bij deze blog gevoegd.

Bij de workshops over Quizlet Live en Jumble heb ik Demo’s gebruikt. Omdat ik vermoed dat deze wellicht nog eens handig kunnen zijn voor een ieder die workshops verzorgt over deze tools, hierbij de links:

Quizlet Live: Demo Quizlet Live Werkconferentie Effent Flashcards | Quizlet
Jumble van Kahoot: https://create.kahoot.it/#jumble/88f78a82-64c7-4c81-8bf6-6edbf3526abd

Judith van Sprundel, Leraar Engels en Frans bij Effent, mentor 4TL, Apple teacher, Apple distinguished educator, april 2017

Het indruppelingseffect bij ouders

Regelmatig gebeurt het dat ik op school, in gedachten, vraagtekens plaats bij de opvoedingsstijl van ouders en de keuzes die ze voor hun kinderen maken. Begrijpelijk aangezien deze manier vaak totaal niet overeenkomt met mijn manier van opvoeden of mijn pedagogische stijl.

In twintig jaar onderwijservaring ben ik echter geen ouder tegen gekomen die niet het allerbeste voor zijn of haar kind wil en hier, binnen de mogelijkheden, zoveel mogelijk voor wil doen. Ik heb mijzelf aangeleerd om van deze basisgedachte uit te gaan. Wat verstaan wij echter onder “het allerbeste” en wat zijn “de mogelijkheden”? Daarbij verschillen vaak de meningen tussen ouders en bijvoorbeeld de school.

Deze mening wordt bepaald door een heleboel factoren zoals cultuur, ervaringen, kennis, intelligentie, mogelijkheden, netwerk of andere zaken die er toe doen. Als onderwijsprofessional is het mijn taak om uit te zoeken waarop een bepaalde mening van ouders is gebaseerd. Waarom maakt een ouder deze keuze? Wat ligt hieraan ten grondslag? De enige manier om hierachter te komen is door in gesprek te gaan met ouders. Vaak niet eenmaal maar meerdere keren.

Wat meespeelt in dit proces is de droom die elke ouder voor zijn/haar kind heeft. Bij de geboorte hebben wij allemaal wensen en dromen voor onze kinderen. Soms blijkt dat deze droom niet haalbaar is of moet deze weg op een andere manier worden afgelegd dan wij vooraf hadden bedacht.

Het kan voor ouders heel moeilijk zijn om dit te accepteren en het vergt soms een langdurig proces. De wijze woorden van een oud-collega hebben indruk op mij gemaakt. Zij noemde dit het indruppelingseffect bij ouders. Langzaamaan krijgen ouders het besef dat het anders moet gaan en dat hun droom/wens bijgesteld moet worden ten behoeve van het geluk van hun kind. Ook dat doen ouders want elke ouder wil het allerbeste voor zijn of haar kind.

Dit is uiteraard mijn visie. Samenvattend zou het omschreven kunnen worden als empathie en begrip voor ouders met als doel om gezamenlijk het allerbeste voor hun kind te bereiken.

Een intern begeleider van een basisschool

Juf, ik moet echt veel en veel meer fouten gaan maken!

Eindelijk is het dan echt voorbij, toch? Die donkere dagen. Voor de kerstvakantie was het nog gezellig in het donker. Overal op straat zag je verlichting. Dat maakte het gezellig en niet erg dat het donker was. Maar na de kerstvakantie was dat toch anders. Ik verwachtte dat ik weer een frisse nieuwe start zou maken, volop energie. Maar hoe ik ook tegen mezelf bleef zeggen dat ik die frisse nieuwe start nu echt weer kon maken, ik leek elke dag weer nog een extra dagje nodig te hebben. Het bleef een beetje donker in mijn hoofd. En dan die ‘bleu Monday’ ook nog! ‘Onzin!’, denk ik altijd op deze dag. Maar hoe ik hem ook probeerde te negeren, hij hing gewoon om me heen. Erger nog, deze dag leek zich uit te smeren tot aan de voorjaarsvakantie. Eén troost, iedereen leek er last van te hebben. Ik was ‘gelukkig’ niet de enige.

Maar gelukkig kwam daar de voorjaarsvakantie. Geen wekker die afliep. Buiten werd het al licht voordat ik op stond. Ik hoorde de vogeltjes al fluiten nog voordat de jongens van me eisten dat ik op zou staan. En ook ’s avonds zaten we gezellig samen aan tafel, met de gordijnen nog open omdat het nog licht was buiten. Ondanks dat we ook deze vakantie een aantal dingen ondernomen hadden, voelde ik me toch beter uitgerust. Ja, nu kon ik echt een frisse nieuwe start maken.

Die nieuwe start begon overigens al in de vakantie. Als voorzitter van de werkgroep ‘Essentieel leren’ had ik een mail ontvangen. Hierin werden me een aantal boeken aangeraden om te lezen. Ik besloot ze te bekijken. Ach, ik besloot eigenlijk meteen dat ik ze maar aan moest schaffen voor onze werkgroep. Wel even overlegd met onze directeur natuurlijk. Vol spanning wachtte ik de volgende dag de gele bus van DHL af. Het werd uiteindelijk een autootje met een plaatje van DHL, maar dat maakte de spanning niet minder. Ik opende de doos en daar zaten 4 mooie boeken in. 2 boeken trokken meteen mijn aandacht. Een prentenboek ‘ Je fantastische elastische brein’ van JoAnn Deak en een ‘Pocketboek growth mindset’ van Barry Hymer en Mike Gershon. De andere boeken leken wat taaier, maar (blijkt later) trokken mijn aandacht na het lezen van en werken met de eerste 2 boeken. Ik raakte geïnspireerd om aan de slag gegaan met de growth mindset en de fixed mindset.

Het boek ‘je fantastische elastische brein’ legde heel duidelijk uit hoe de hersenen werken en hoe kinderen hun hersenen kunnen rekken. Ik vroeg me nog wel heel erg af of ik dit boek al wel in groep 3 voor kon lezen. Echter, mijn man had het boek gevonden en besloot het aan onze zoontjes voor te lezen. De oudste is 4,5 jaar oud en de jongste wordt volgende maand 3. Ze vonden het best interessant. Sterker nog, mijn jongste zoontje wilde het graag vaker lezen en was heel erg geïnteresseerd in wat er in het boek stond. Dat was dus duidelijk. Dit boek moest ik voorlezen aan mijn leerlingen. Ik heb het maandagmorgen in de klas gezet en alvast laten zien aan de kinderen. Maar, ik vertelde ze ook dat ik het woensdag pas voor zou lezen. Op verschillende momenten pakte ik het boek erbij. Zo liet ik ze bijvoorbeeld zien dat het boek gaat over je brein, dat ze hun brein zelf kunnen rekken en dus meer kunnen leren, dat het hiervoor ook ontzettend belangrijk is om fouten te maken. Maar steeds zette ik het boek weer terug. Ik had ze immers verteld dat ik het boek woensdag pas zou voorlezen.

Er zit echter een jongen in de klas die al een stuk verder is dan de andere kinderen. Hij zoekt meer uitdaging. De andere kinderen vonden het boek wel spannend, maar voor hem was dit boek echt reuze interessant. Hij kwam naar me toe en vroeg of hij stiekem al een beetje in het boek mocht kijken. De eerste keer zei ik: ‘nee’. Toen we vervolgens een toetst hadden gemaakt en hij al ruim op tijd klaar was, vroeg ik hem of hij misschien al stiekem in dat boek wilde kijken. Hij vond het reuze interessant en probeerde zoveel mogelijk te lezen. Hij zat te glunderen. Woensdag aan het einde van de ochtend was het eindelijk zover. Ik vroeg de kinderen om op de grond bij mij te komen zitten. Ze zaten bijna boven op me. Ik moest een kruk pakken om tussen ze uit te komen en ervoor te zorgen dat de achterste kinderen mij ook konden zien. Ik heb ze het boek voorgelezen. Een paar kinderen vonden het niet zo interessant, ofwel te ingewikkeld. Maar de meeste kinderen zaten op hun knieën mee te kijken in het boek. Een enkele keer vroeg de jongen die het boek had gelezen: ‘Juf, mag ik dat stukje vertellen?’ En natuurlijk mocht hij dat. Een andere jongen was net zo geboeid en probeerde ook te vertellen wat hij zag.

Het boek kwam erop neer dat de kinderen hun brein zelf kunnen rekken. Ze kunnen zelfs moeilijke dingen leren als ze maar blijven oefenen. En om te kunnen leren, moeten ze ook fouten maken. Want, zoals ik regelmatig tegen ze zeg: ‘Van fouten kun je leren’. Gelukkig namen ze het van het boek wel aan. Een meisje uit de klas riep aan het eind van het boek zelfs: ‘Ik moet echt veel en veel meer fouten maken, want ik wil heel veel gaan leren!’. Wat fijn om te horen. Maar dat is maar een beginnetje van de growth mindset. Ik had de tijd niet meer in de gaten gehouden. Toen ik op de klok keek, moesten we ineens opschieten. De bel ging al bijna! We hadden ons zo verdiept in het boek.

Ik had nog een tweede boek(je) gelezen over de growth mindset en de fixed mindset. Wat fijn om die theorie te lezen. Ik ben vooral van het doen, leren van ervaringen. Maar die kennis die erachter zit, het verhaal dat erachter zit, inspireert me eigenlijk meer dan ik had gedacht. En het maakt me nog meer bewust van hoe leerlingen denken en wat ze nodig hebben. Er zitten een paar kinderen in de klas met een fixed mindset. ‘Ik kan dit toch niet!’. Nee, zo niet nee. Maar met de ideeën die ik aangereikt heb gekregen, wilde ik daar graag mee aan de slag gaan.

Zo was er een jongen die met zijn hoofd in zijn handen zat tijdens het werken aan een werkblad. Hij kwam er maar niet uit. Hij probeerde het nog steeds, maar raakte steeds weer ontmoedigd. Ik ben naast hem gaan zitten en zei hem; ‘Wauw, ik zie dat je het heel moeilijk vindt, maar je blijft het toch proberen. Je bent echt aan het doorzetten. Toch lukt het je niet. Hoe probeer je deze opdracht te maken?’ Hij legde me uit hoe hij aan het werk ging. Vervolgens gaf ik hem een tip. ‘En als je nou eens naar het plaatje kijkt, wordt het dan iets makkelijker?’ Hij nam de tip van me aan en heeft zijn werk afgemaakt. Ik gaf hem een dikke knipoog en een duim. ‘Zie je wel dat je het kunt!’ Hij was terecht trots.

Ontzettend vaak heb ik stickers uitgedeeld voor het schrijven. Nu besloot ik het anders aan te pakken. Ik vertelde de kinderen dat ik ze geen sticker geen geven voor hun werk. Nee, in plaats daarvan zouden we samen naar hun schrijven kijken. Ik zou ze vertellen wat ze goed doen en daarnaast zou ik ze een tip geven die ervoor zou kunnen zorgen dat ze nog beter gaan schrijven. Toen ik ze vroeg wie het erg vond om geen sticker te krijgen, stak een leerling haar hand op. O, dat was een foutje, ze had het niet goed begrepen. Toen het stil was, zei een meisje zelfs: ‘Weet je, juf, ik vind eigenlijk dat wij al een beetje te groot zijn voor stickers’. Ik heb elke leerling verteld wat ze goed deden en daarna heb ik ze een tip gegeven waarmee ze nog beter zouden kunnen gaan schrijven. De dag daarop hadden we weer een schrijfles. Ik wees ze er van tevoren op om aan de tips te denken die ik had gegeven. Weer ben ik bij elke leerling gaan kijken. Het kostte wel wat meer tijd, maar ik was erg benieuwd naar het effect. En dat was goed! Elke leerling had aan de tip gedacht. Ze hadden er allemaal iets aan gedaan. Sommige leerlingen niet geheel bewust, maar de meesten wel. Ze waren er trots op dat ze er weer een stukje beter in waren geworden. En voor mij is het een mooie uitdaging geworden om hier verder mee aan de slag te gaan!

Betty Boztay Meeuwesen maart 2017

ADHD is een hersenziekte

‘In de klas heeft ze een plekje gekregen vooraan. Dat heeft ze niet zelf uitgezocht, maar dat werd haar toebedeeld, omdat ze er om vroeg, door haar gedrag. En dan een stelletje jongens om haar heen als erehaag. En dat alles om haar geklets maar af te remmen. Ze kon goed werken als ze zin had. Maar dat laatste moet ik er wel bij zeggen. Plotseling lag ze met haar hoofd op haar armen. Of ze keek boos. Ze is wat wispelturig. Als je wilt, kun je best werk leveren. Ga je dat ook doen?’

Bovenstaande zinnen zijn stukjes die werden voorgelezen op de afscheidsavond toen ik van de lagere school ging. Werkelijk, ik kon wel door de grond gaan. Nu hoorde iedereen dat ik een leerling was die nooit haar best deed. Maar de werkelijkheid was zo anders. Keer op keer probeerde ik de dingen juist goed te doen. Maar het mislukte steeds en daar kon ik niks aan doen.

Het is ontzettend pijnlijk om steeds te moeten ervaren dat bepaalde dingen je gewoon niet lukken. Ook bij mijn kinderen zie ik dat terug. Zoon heeft bijvoorbeeld tien jaar gedaan over zijn zwemdiploma. Ook bij dochter gaan sommige zaken moeizamer. Ze vindt het lastig om zelfstandig te worden en heeft hier nog veel hulp bij nodig.

Soms gebeuren er ook gekke dingen. Zoon kwam thuis en schopte keihard met zijn kisten tegen de deur. Resultaat: een deur met zwarte vegen die er alleen met een schuursponsje vanaf wilden. Dochter had ook de kolder in haar kop. De hele badkamer zat onder de wax, omdat ze het nodig vond om het niet in haar haar te smeren, maar zich er mee te wassen. Je kunt je afvragen wat ze op zulke momenten denken. Is er dan sprake van een soort kortsluiting in hun hoofd?

In een nieuw onderzoek van Martine Hoogman zijn 3200 hersenscans van kinderen en volwassenen geanalyseerd. Deze scans laten zien dat mensen met ADHD in bepaalde gebieden kleinere hersenen hebben dan mensen zonder ADHD. Dit zou het probleemgedrag van mensen met ADHD kunnen verklaren.

De uitkomsten van het onderzoek zijn belangrijk. ADHD is namelijk gewoon een hersenziekte, net als bijvoorbeeld een depressie. We moeten er dus ook op zo’n manier mee omgaan. Nu wordt er te vaak gezegd dat ADHD een modeverschijnsel is. Er is ontzettend veel onbegrip naar kinderen en hun ouders. Ouders zouden hun kinderen beter moeten opvoeden door ze meer structuur te bieden. Dan zitten deze kinderen vanzelf wel stil.

Van dit idee moeten we af. Kinderen met ADHD en hun ouders worden daar vreselijk ongelukkig van. En voor volwassenen met ADHD is het niet anders. Dochter vroeg aan mij: “ben ik met kleinere hersenen dan minder slim?” Het antwoord is: nee! Hopelijk helpen de uitkomsten van het onderzoek om anders met ADHD om te gaan, zodat kinderen met ADHD zich niet zo verdrietig hoeven te voelen als ik toen. Alleen dit al zou een prachtige stap voorwaarts zijn.

Suzan Otten Pablos

Deze colomn verscheen eerder via het adhd- netwerk

Ik voelde, nee, ik hoorde mijn hart bijna breken.

Vorige week had ik samen met de kinderen uit mijn klas een soort van emotiemeter gemaakt; ‘Ik voel me’, moest bovenaan komen te hangen. Hiermee kunnen de kinderen aangeven hoe ze zich voelen. Daarna mogen ze er zelf nog voor kiezen om me te vertellen waarom ze zich zo voelen, of niet. Maar ik weet dan in ieder geval zeker dat ik met sommige kinderen een beetje meer rekening moet houden, of niet. We hadden samen 5 verschillende gevoelens bedacht die erop moesten komen te staan. Het moest onderaan beginnen met ‘verdrietig’ en bovenaan eindigen met ‘fantastisch’. De kinderen mochten allemaal een eigen naamkaartje maken, dat ik op een wasknijper plakte. ’s Middags maakte ik de emotiemeter en gaf hem vast een plekje in de klas.

Aangezien woensdag mijn laatste werkdag is, zodat ik op donderdag en vrijdag van mijn eigen kinderen kan genieten, hadden de kinderen een paar dagen de tijd om eraan te wennen dat het in de klas hing. Maandag heb ik de naamkaartjes op de tafeltjes gelegd. De kinderen kwamen de klas binnen en konden niet wachten om hun naamkaartje op te hangen. Er hingen ook veel kaartjes onderaan. Veel kinderen gaven aan zich vervelend of verdrietig te voelen, maar ze vonden het maar al te leuk om het steeds weer te wisselen. Ze gaven nog niet hun echte emotie aan. Dat was te zien aan de lachende gezichten van de kinderen die hun naamkaartje bij ‘vervelend’ hadden hangen. Tja, het was maandag. Ze hadden die morgen misschien nog wat langer in hun bed willen blijven liggen? Ik besloot om ze nog even aan te laten modderen. Ik zag langzaam maar zeker dat kinderen hun echte emotie aan gingen geven. De kaartjes kwamen steeds hoger te hangen, positiever dus.

Op dinsdag had Gillian zijn naamkaartje opgehangen. Hij voelde zich vervelend. Gillian heeft het zwaar in groep 3. Ondanks dat hij 3 jaar lang in een kleuterklas heeft gezeten, heeft hij ontzettend veel moeite in groep 3. Gesprekken met ouders lopen moeizaam. Het ene moment willen de ouders het wel begrijpen, het volgende moment zijn ouders helaas wat wantrouwend. Gillian staat ertussenin. Hij voelt wel wat er speelt, hij krijgt er vast ook wel wat van mee. Hoe zou het voor zo’n kind moeten zijn? Ik kan me heel goed voorstellen dat hij zijn ouders niet teleur zou willen stellen. En dus misschien zou hij maar gewoon moeten proberen te laten lijken alsof hij het allemaal wel kan. In de klas roept hij in ieder geval voortdurend: ‘Kunnen we beginnen? Het is zo saai? Ik snap het allang, hoor!’. Maar als hij dan echt aan de slag moet…….

Vandaag begonnen we met deel 1 van de spellingtoets. Het was de eerste keer voor de kinderen van groep 3 dat ze deze toets moesten maken. Ik sprak de woorden luid en duidelijk uit. Ik probeerde met iedereen rekening te houden. Niet iedereen was even snel. Ik hield ook Gillian in de gaten. Het lukte hem niet. Hij had ontzettend veel moeite om het bij te houden. Af en toe fluisterde ik hem een woord nóg een keer in, omdat ik zag dat hij nog met het vorige woord bezig was. Ik zei hem dat hij rustig aan kon doen. Ik zou hem het volgende woord nog wel een keer zeggen. Maar ondertussen zag ik de frustraties bij hem toenemen. Hoezeer hij ook zijn best deed, hij kon het niet bijhouden. En ik kon bijna geen een woord vinden dat hij op de juiste manier had geschreven. Hoe ik hem de tijd ook liet nemen en ondertussen de andere leerlingen van de klas hun begrip toonden, omdat ze steeds op hem moesten wachten, het lukte hem niet.

Sterker nog, ineens barstte hij keihard in snikken uit. Op dat moment voelde ik, nee, ik durf te zeggen dat ik mijn hart bijna hoorde breken. Ik had zo met hem te doen. Ik vond het verschrikkelijk voor hem. Het enige wat ik op dat moment kon doen, was tegen hem zeggen dat het niet erg was. Ik heb zijn boekje dicht gedaan. ‘Dit doen we een ander keertje samen wel. Je hoeft het nu niet te maken’, zei ik hem terwijl ik mijn arm om hem heen sloeg. Hij bleef luid snikken. De hele klas had met hem te doen. Maar ondertussen was die toets nog niet af. ‘Sorry Gillian, maar ik moet de toets nog wel met de andere kinderen afmaken. Blijf maar even zitten, laat je boekje maar dicht’. Hij bleef nog even doorsnikken en ik bleef bij hem staan. Ondertussen maakte ik wel de toets af met de andere kinderen. Drie woorden verder pakte Gillian zijn boekje en deed het weer open. Hij wilde het toch weer proberen, wat ik ontzettend stoer vond van hem. Hij heeft de toets toch nog afgemaakt.

Aan het einde van de toets mocht iedereen zijn tafel weer terug op zijn plek zetten. Ik keek naar Gillian. De tranen schoten weer in zijn ogen, hij begon weer luid snikken. Ik heb hem bij me geroepen en hem een hele dikke knuffel gegeven. Ondertussen vertelde ik hem dat ik hem ontzettend stoer vond. Hij vond het zo moeilijk, maar hij had zo ontzettend goed zijn best gedaan. Ik was terecht trots op hem. Maar aan de andere kant deed het me ook pijn om te zien dat iemand zo aan het worstelen is. Gillian vertelde me ook dat hij zo verdrietig was, omdat het hem gewoon niet lukte. Hij zou een slecht punt krijgen en dat kwam op zijn rapport te staan. Ik vertelde hem dat ik hem het allerliefst tot en met groep 8 bij mij in de klas zou willen hebben. En ook dat ik het zo fijn voor hem zou vinden als hij elk jaar weer over zou gaan met alleen maar hoge punten op zijn rapport. Maar ik vertelde hem ook dat ik zag dat dit hem nooit gaat lukken. Ik zie hoe hard hij werkt en hoe graag hij het goed wil doen, maar het lukt hem gewoon niet. En dat is heel vervelend voor hem. Maar ik zie hoe hard hij het probeert, hoe hard hij zijn best doet. En alleen al daarom ben ik trots op hem. Vervolgens heb ik met hem afgesproken dat we na school zijn vader of moeder naar binnen zouden vragen. Samen zouden we vertellen dat hij keihard zijn best had gedaan, maar dat het hem gewoon niet lukte. Hiermee kon ik zijn verdriet een beetje sussen.

Na deze verschrikkelijke toets was het tijd om te gaan rekenen. Niet uit ons rekenboek natuurlijk! Dat hoefde ik ze nu echt niet meer te laten doen. Ze mochten zelf aan de slag. Ze mochten samen één bouwwerk maken met kapla. Natuurlijk probeerde elke groep een zo hoog mogelijke toren te maken. Ze mochten voorbeelden nabouwen met blokken. Ze gingen in tweetallen aan de slag. De ene leerling bouwde een bouwsel, de ander bouwde het precies na. En dan moesten ze allebei nog vertellen uit hoeveel blokjes het bestond. Iedereen was met plezier aan het werk. Vooral Gillian, hij was met heel veel plezier aan het werk. Toen stond Gillian op en liep naar de emotiemeter. Hij haalde zijn naamkaartje weg bij ‘vervelend’ en hing het helemaal bovenaan bij het kaartje ‘ik voel me’. Ik liep naar hem toe en vertelde hem dat dit eigenlijk geen emotie is. ‘Of ben je nu zo blij dat je jouw kaartje het liefst zo mogelijk wil hangen?’. ‘Ik ben nu zo blij, juf! Dit is het leukste dat we vandaag hebben gedaan’.

Betty Boztay-Meeuwesen
27 januari 2017

Ze zaten op het puntje van hun stoel…

Het maakt niet uit in welke groep je lesgeeft, voorlezen blijft belangrijk. En zo dus ook in groep 3. Regelmatig lees ik de kinderen voor. Vooral na het buitenspelen, als ze mogen eten en drinken. Sommige kinderen kunnen daar echt van genieten. Voor sommige kinderen is alleen het verhaal al voldoende om te horen. Andere kinderen luisteren alleen als jij het zelf uitdagender maakt om naar te luisteren. Als je op de juiste momenten een stilte laat vallen, als je leuke stemmetjes gebruikt, als je ineens je stem laat bulderen wanneer de reus aan het woord is of als je ineens zachtjes gaat fluisteren, wanneer je met je lichaam uitbeeldt wat je aan het voorlezen bent of als je met je lichaam woorden wat krachtiger of juist fijner maakt.

Kern 5 van de leesmethode had een aantal sprookjes op het programma staan. Slechts een enkeling kende de sprookjes. Gelukkig voor mij, mocht ik ze voorlezen. Maar als zo weinig kinderen het sprookje kennen, wil je dat natuurlijk zo goed mogelijk doen. Het sprookje moet in hun hoofdje gaan zitten en er het liefst niet meer uitkomen. Want juist dan weet ik dat ik mijn uiterste best heb gedaan om de kinderen te boeien met een verhaal.

Dit keer was ‘Ali Baba en de veertig rovers’ aan de beurt. Ik besprak van tevoren de afbeelding met de kinderen. Wat kenden ze er al van? Wie kent het sprookje dat hierbij zou horen? Niemand…. Ik pakte het verhaal erbij en ging er eens goed voor zitten. De kinderen zaten bij mij in de kring. De een nog wiebelig. Hier en daar fluisterde een leerling nog iets tegen een andere leerling. En toen begon ik: ‘Er was eens, heel lang geleden, een arme houthakker die Ali Baba heette. Iedere morgen ging hij met twee ezels het bos in. Daar hakte hij……….’. De eerste giechel was al te horen bij de naam ‘Ali Baba’, en dat in onze wijk nog wel, met al die mooie verschillende en soms ook moeilijke namen. Ik las verder. En inderdaad, elke keer als ik de naam ‘Ali Baba’ las, begonnen er een paar kinderen te giechelen. Het maakte niet uit. Het verhaal werd al snel spannend. De roversbende kwam al gauw bij de berg. ‘Sesam open u!!’, bulderde mijn stem door het lokaal. De kinderen schrokken op. Nu luisterde iedereen. Vol verwondering vertelde ik over Ali Baba die vervolgens zelf de grot opende met de woorden ‘Sesam open u’, toen de roversbende weg was. Maar dan wel met een zachte stem. En over de zakken vol goud, die daar lagen. En de potten vol edelstenen! O, en wauw…… al die juwelen! Prachtig!
Toen ik nog een keer de naam ‘Ali Baba’ uitsprak, was er niemand meer die giechelde. Ze wilden dolgraag horen over ‘Ali Baba’ die met goud en juwelen bij zijn vrouw thuiskwam. En het plan dat ze gingen bedenken om de schat te verstoppen. Ze zaten op het puntje van hun stoel. Ze waren veel te bang dat de roversbende hem zou vinden. En ja hoor, dat ging gebeuren. De timmerman, die het kistje voor ‘Ali Baba’ had gemaakt, om zijn goud in te verstoppen, praatte zijn mond voorbij. ‘Nee!’, hoorde ik een enkeling zeggen. Nu werd het helemaal spannend. De hoofdman van de rovers klopte aan bij Ali Baba om te vragen of hij daar mocht overnachten en zijn 20 ezels kon laten rusten op de achterplaats. En Ali Baba stemde gewoon in! Een van de kinderen uit mijn klas heeft altijd moeite om op haar stoel te blijven zitten. Nu zat ze onder haar stoel. Geen idee hoe ze dat voor elkaar kreeg, maar ze zat er. Wel met haar volle aandacht voor het verhaal. Niemand hing nog achterover. Je kon de spanning bij de kinderen voelen. En toen Ali Baba samen met de politie klaar stond, toen de roversbende uit de oliekruiken kwam gekropen die over de ruggen van de ezels hingen, was de opluchting te horen. ’En zo leefden ze nog lang en gelukkig, dankzij het goud in de kist’. Een aantal kinderen begonnen meteen te klappen en de rest van de klas volgde al snel. ‘Vonden jullie het zo’n leuk verhaal?’, vroeg ik ze. ‘Het was wel spannend, hé!’. ‘Nee, juf’, riep een jongen enthousiast, ‘we klappen voor jou, omdat je het verhaal zo goed hebt voorgelezen!’. Dan hoop ik dat dit sprookje nog lang in hun geheugen gegrift blijft.
Wat een moment om te koesteren!

Betty Boztay-Meeuwesen
Januari 2017

#onderwijs365dagen

De overheid heeft een aantal jaren geleden de quote “Leerkracht, elke dag anders” de wereld in geroepen. Het beroep van leerkracht moest wat meer inhoud en status krijgen. Is het gelukt? Ik denk het niet, gezien het feit dat er nu een lerarenregister moet komen en een schoolleidersregister al in het leven is geroepen. Toch houdt deze slogan me wel bezig. Je bent iedere dag wel op één of andere manier met dit mooie vak bezig. Daarom heb ik me ten doel gesteld om het jaar 2017 dagelijks een tweet met maximaal 140 tekens eruit te doen over onderwijs. Een bijzonder moment. Onder het kernwoord #onderwijs365dagen – behalve de eerste reeks, ik moest er nog een beetje inkomen – zie je de Onderwijs#x (x = het nummer van de dag van het jaar). Elke dag één tweet, welke keus heb ik gemaakt?

Het jaar 2017 is nu twee weken oud. De eerste week was lekker rustig, want toen was het nog kerstvakantie. Al merkte ik dat ook toen de raderen draaiden. In mijn hoofd hield ik overzicht en waren de voorbereidingen bezig om na de vakantie er weer volop tegenaan te kunnen.

De tweede week gebeurden er verschillende zaken die de gelederen bezig hielden. En dat is goed, want daarom ben ik immers aangenomen als schoolleider. Het leiden van een school. Overzicht. Verschillende leerlingen. Personeel. Ouders. Groei. Veranderingen. Doelen. Ambities. Onderwijskundig. Deskundigheidsbevordering. Het goede voorbeeld. Noem maar op.

Ik ben inmiddels ruim 30 jaar in het onderwijs werkzaam en ruim 6 jaar als schoolleider. Vele dingen gezien, maar nog lang niet uitgeleerd.

Wanneer ik een jaar lang dagelijks een tweet verstuur, ontstaat een compleet overzicht. Dagelijks probeer ik een mooi moment uit het onderwijs te pakken, maar het kan ook een opvallende gebeurtenis zijn. Iets wat me bezighoudt, een verdrietig moment of iets om trots op te zijn. Een beknopte verzameling van onderwijsgebeurtenissen, waardoor een globaal beeld ontstaat wat er in het onderwijs allemaal speelt. Wat er op onze school speelt.

Waarom doe ik dit eigenlijk? Ik houd van schrijven en ik houd van onderwijs. Hoe mooi is het dan om deze zaken te combineren. Bloggen is iets dat ik al een aantal jaren doe. Soms wat meer, soms wat minder. Twitteren doe ik sinds mei 2009, toen mijn vriendin dit had ontdekt, was ik nieuwsgierig geworden en deed ik mee.

Mijn kwantatieve doelstelling dit jaar is een gemiddelde van 1 blog per week te halen, maar daar komt nu de dagelijkse onderwijstweet bij. 365 tweets dus met de zoekfunctie #onderwijs365dagen.

Mijn kwalitatieve ambitie is om de positieve kracht neer te zetten voor wat betreft het onderwijs. Er is zoveel te doen om werkdruk en werkstress. Het biedt kansen om hier een tegengeluid te geven. Ik ben hierdoor geïnspireerd door het Twitteraccount van Filosoof (@filosoof) en het Twitteraccount Wijsheid (@dromenbetekenis). Zo had Filosoof vandaag nog een mooie Tweet: “Droom en volg je passies. Laat dingen gebeuren. Wijzig je koers. Dit zal je naar je bestemming leiden.” Daar kan ik over nadenken en van genieten. Ook mijn wekelijkse yogales hebben mij een rust gegeven, waarbij de balans weer terug is. Niet alle dagen 12 uur bezig zijn met onderwijs, maar het mag er wel zijn, want is boeiend, elke dag weer.

Hieronder de eerste veertien tweets van 2017 over die #onderwijs365dagen waar er iedere dag uiteraard meerdere dingen gebeuren. Immers onderwijs is iedere dag anders, gelukkig wel. Ik maak elke dag een keus wat ik in de 140 tekens wil laten zien over het onderwijs. Waar geniet ik van? Wat houdt mij bezig? Wat is opvallend? Wat is inspirerend? Vooral: Wat geeft positieve energie? Want dat hebben we nodig in deze drukke wereld.

Hanneke de Frel ‏januari 2017

Onderwijs#14 #onderwijs365dagen Zaterdag: Uitslapen. Er schiet me iets te binnen. Mail sturen naar mezelf om die zaken maandag op te pakken.

Onderwijs#13 #onderwijs365dagen Vrije dag. Kleine klusjes en regelingen
afhandelen. Voor de rest: Lekker vrij. O ja, even naar de fysio.

Onderwijs#12 #onderwijs365dagen Verslapen. Vervelend? Of genieten van een uitgeslapen gevoel. Fijn overleg over uitdagend onderwijs.

Onderwijs#12 #onderwijs365dagen MO: 8 directeuren, controller, bestuurder, managementassistente. Fijne sfeer. Goed overleg. Mooie ambities.

Onderwijs#11 Overnemen van een kleutergroep is fijn om vooral dat verlegen kind eens goed te kunnen observeren en uit de tent te lokken.

Onderwijs#10 (van gisteren) Overleg met de TSO van de dependance. Mooi om zo meer over de zorg in beide organisaties te weten. Fijn contact.

Onderwijs#9 De eerste schooldag van 2017. Beste wensen. Versleep van meubels voor de schilder. Uitgerust. Nieuwe leerlingen. Mooi begin.

Onderwijs#8 Geestelijk voorbereiden op de eerste werkweek van 2017. Wat moet? Wat mag? Wat kan? Wat wil ik deze week bereiken?

Onderwijs#7 Eerste interne memo van dit kalenderjaar 2017 verzonden aan de collega’s. Opwarmertje voor een fris nieuw jaar. We gaan ervoor!

Onderwijs#6 Het blijft een vak wat mij dagelijks bezighoudt. Meestal in positieve zin: Als juf maar ook als mens de liefde willen delen.

Onderwijs#5 #Kerstvakantie. Stukje fietsen. Langzaam weer op gang komen om maandag weer volledig fit aan de slag te kunnen.

Onderwijs#4 Het is nog steeds #kerstvakantie. Een bezoekje aan mijn hoogbejaarde ouders (91 en 93) is heel gezellig en nuttig.

#onderwijs3 Er komen advertenties voorbij. Nieuwsgierig als altijd. Lezen. Wat ga ik ermee doen? Is de tijd rijp? Durf ik? Doe ik het?

#onderwijs2 (2/1/2017) Het maandelijkse alarm is geweest. Straatvegers ruimen rommel op. Ik draai me nog een keer om. #kerstvakantie

Onderwijs #1 (1/1/2017) De rust is weer gekeerd. Kerstvakantie houdt nog een week aan. Mmmm.