Juf, ik moet echt veel en veel meer fouten gaan maken!

Eindelijk is het dan echt voorbij, toch? Die donkere dagen. Voor de kerstvakantie was het nog gezellig in het donker. Overal op straat zag je verlichting. Dat maakte het gezellig en niet erg dat het donker was. Maar na de kerstvakantie was dat toch anders. Ik verwachtte dat ik weer een frisse nieuwe start zou maken, volop energie. Maar hoe ik ook tegen mezelf bleef zeggen dat ik die frisse nieuwe start nu echt weer kon maken, ik leek elke dag weer nog een extra dagje nodig te hebben. Het bleef een beetje donker in mijn hoofd. En dan die ‘bleu Monday’ ook nog! ‘Onzin!’, denk ik altijd op deze dag. Maar hoe ik hem ook probeerde te negeren, hij hing gewoon om me heen. Erger nog, deze dag leek zich uit te smeren tot aan de voorjaarsvakantie. Eén troost, iedereen leek er last van te hebben. Ik was ‘gelukkig’ niet de enige.

Maar gelukkig kwam daar de voorjaarsvakantie. Geen wekker die afliep. Buiten werd het al licht voordat ik op stond. Ik hoorde de vogeltjes al fluiten nog voordat de jongens van me eisten dat ik op zou staan. En ook ’s avonds zaten we gezellig samen aan tafel, met de gordijnen nog open omdat het nog licht was buiten. Ondanks dat we ook deze vakantie een aantal dingen ondernomen hadden, voelde ik me toch beter uitgerust. Ja, nu kon ik echt een frisse nieuwe start maken.

Die nieuwe start begon overigens al in de vakantie. Als voorzitter van de werkgroep ‘Essentieel leren’ had ik een mail ontvangen. Hierin werden me een aantal boeken aangeraden om te lezen. Ik besloot ze te bekijken. Ach, ik besloot eigenlijk meteen dat ik ze maar aan moest schaffen voor onze werkgroep. Wel even overlegd met onze directeur natuurlijk. Vol spanning wachtte ik de volgende dag de gele bus van DHL af. Het werd uiteindelijk een autootje met een plaatje van DHL, maar dat maakte de spanning niet minder. Ik opende de doos en daar zaten 4 mooie boeken in. 2 boeken trokken meteen mijn aandacht. Een prentenboek ‘ Je fantastische elastische brein’ van JoAnn Deak en een ‘Pocketboek growth mindset’ van Barry Hymer en Mike Gershon. De andere boeken leken wat taaier, maar (blijkt later) trokken mijn aandacht na het lezen van en werken met de eerste 2 boeken. Ik raakte geïnspireerd om aan de slag gegaan met de growth mindset en de fixed mindset.

Het boek ‘je fantastische elastische brein’ legde heel duidelijk uit hoe de hersenen werken en hoe kinderen hun hersenen kunnen rekken. Ik vroeg me nog wel heel erg af of ik dit boek al wel in groep 3 voor kon lezen. Echter, mijn man had het boek gevonden en besloot het aan onze zoontjes voor te lezen. De oudste is 4,5 jaar oud en de jongste wordt volgende maand 3. Ze vonden het best interessant. Sterker nog, mijn jongste zoontje wilde het graag vaker lezen en was heel erg geïnteresseerd in wat er in het boek stond. Dat was dus duidelijk. Dit boek moest ik voorlezen aan mijn leerlingen. Ik heb het maandagmorgen in de klas gezet en alvast laten zien aan de kinderen. Maar, ik vertelde ze ook dat ik het woensdag pas voor zou lezen. Op verschillende momenten pakte ik het boek erbij. Zo liet ik ze bijvoorbeeld zien dat het boek gaat over je brein, dat ze hun brein zelf kunnen rekken en dus meer kunnen leren, dat het hiervoor ook ontzettend belangrijk is om fouten te maken. Maar steeds zette ik het boek weer terug. Ik had ze immers verteld dat ik het boek woensdag pas zou voorlezen.

Er zit echter een jongen in de klas die al een stuk verder is dan de andere kinderen. Hij zoekt meer uitdaging. De andere kinderen vonden het boek wel spannend, maar voor hem was dit boek echt reuze interessant. Hij kwam naar me toe en vroeg of hij stiekem al een beetje in het boek mocht kijken. De eerste keer zei ik: ‘nee’. Toen we vervolgens een toetst hadden gemaakt en hij al ruim op tijd klaar was, vroeg ik hem of hij misschien al stiekem in dat boek wilde kijken. Hij vond het reuze interessant en probeerde zoveel mogelijk te lezen. Hij zat te glunderen. Woensdag aan het einde van de ochtend was het eindelijk zover. Ik vroeg de kinderen om op de grond bij mij te komen zitten. Ze zaten bijna boven op me. Ik moest een kruk pakken om tussen ze uit te komen en ervoor te zorgen dat de achterste kinderen mij ook konden zien. Ik heb ze het boek voorgelezen. Een paar kinderen vonden het niet zo interessant, ofwel te ingewikkeld. Maar de meeste kinderen zaten op hun knieën mee te kijken in het boek. Een enkele keer vroeg de jongen die het boek had gelezen: ‘Juf, mag ik dat stukje vertellen?’ En natuurlijk mocht hij dat. Een andere jongen was net zo geboeid en probeerde ook te vertellen wat hij zag.

Het boek kwam erop neer dat de kinderen hun brein zelf kunnen rekken. Ze kunnen zelfs moeilijke dingen leren als ze maar blijven oefenen. En om te kunnen leren, moeten ze ook fouten maken. Want, zoals ik regelmatig tegen ze zeg: ‘Van fouten kun je leren’. Gelukkig namen ze het van het boek wel aan. Een meisje uit de klas riep aan het eind van het boek zelfs: ‘Ik moet echt veel en veel meer fouten maken, want ik wil heel veel gaan leren!’. Wat fijn om te horen. Maar dat is maar een beginnetje van de growth mindset. Ik had de tijd niet meer in de gaten gehouden. Toen ik op de klok keek, moesten we ineens opschieten. De bel ging al bijna! We hadden ons zo verdiept in het boek.

Ik had nog een tweede boek(je) gelezen over de growth mindset en de fixed mindset. Wat fijn om die theorie te lezen. Ik ben vooral van het doen, leren van ervaringen. Maar die kennis die erachter zit, het verhaal dat erachter zit, inspireert me eigenlijk meer dan ik had gedacht. En het maakt me nog meer bewust van hoe leerlingen denken en wat ze nodig hebben. Er zitten een paar kinderen in de klas met een fixed mindset. ‘Ik kan dit toch niet!’. Nee, zo niet nee. Maar met de ideeën die ik aangereikt heb gekregen, wilde ik daar graag mee aan de slag gaan.

Zo was er een jongen die met zijn hoofd in zijn handen zat tijdens het werken aan een werkblad. Hij kwam er maar niet uit. Hij probeerde het nog steeds, maar raakte steeds weer ontmoedigd. Ik ben naast hem gaan zitten en zei hem; ‘Wauw, ik zie dat je het heel moeilijk vindt, maar je blijft het toch proberen. Je bent echt aan het doorzetten. Toch lukt het je niet. Hoe probeer je deze opdracht te maken?’ Hij legde me uit hoe hij aan het werk ging. Vervolgens gaf ik hem een tip. ‘En als je nou eens naar het plaatje kijkt, wordt het dan iets makkelijker?’ Hij nam de tip van me aan en heeft zijn werk afgemaakt. Ik gaf hem een dikke knipoog en een duim. ‘Zie je wel dat je het kunt!’ Hij was terecht trots.

Ontzettend vaak heb ik stickers uitgedeeld voor het schrijven. Nu besloot ik het anders aan te pakken. Ik vertelde de kinderen dat ik ze geen sticker geen geven voor hun werk. Nee, in plaats daarvan zouden we samen naar hun schrijven kijken. Ik zou ze vertellen wat ze goed doen en daarnaast zou ik ze een tip geven die ervoor zou kunnen zorgen dat ze nog beter gaan schrijven. Toen ik ze vroeg wie het erg vond om geen sticker te krijgen, stak een leerling haar hand op. O, dat was een foutje, ze had het niet goed begrepen. Toen het stil was, zei een meisje zelfs: ‘Weet je, juf, ik vind eigenlijk dat wij al een beetje te groot zijn voor stickers’. Ik heb elke leerling verteld wat ze goed deden en daarna heb ik ze een tip gegeven waarmee ze nog beter zouden kunnen gaan schrijven. De dag daarop hadden we weer een schrijfles. Ik wees ze er van tevoren op om aan de tips te denken die ik had gegeven. Weer ben ik bij elke leerling gaan kijken. Het kostte wel wat meer tijd, maar ik was erg benieuwd naar het effect. En dat was goed! Elke leerling had aan de tip gedacht. Ze hadden er allemaal iets aan gedaan. Sommige leerlingen niet geheel bewust, maar de meesten wel. Ze waren er trots op dat ze er weer een stukje beter in waren geworden. En voor mij is het een mooie uitdaging geworden om hier verder mee aan de slag te gaan!

Betty Boztay Meeuwesen maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *