“Goedemorgen meneer Dekker, slaapt u nog lekker?”

Dat vraag ik me serieus af. U zult zich toch ongetwijfeld een beetje ongemakkelijk voelen de laatste tijd en de slaap niet altijd kunnen vatten. Of legt u al die kritische kanttekeningen naar aanleiding van uw beleid zo naast u neer. Daar lijkt het vaak wel op.

Toch zou ik u willen vragen om deze brief eens aandachtig te lezen. Ik weet zeker dat u dat kunt, dat heeft u namelijk al enige tijd geleden geleerd van één van mijn collega’s. Die heeft zijn/haar uiterste best gedaan om u te leren lezen namelijk, maar ook te rekenen. Dat is ook heel fijn, want wij rekenen namelijk op u. Mocht dat niet goed uitvallen houdt u er dan rekening mee dat wij daar niet langer mee akkoord gaan, reken daar maar op!

Schrijven, dat doet u toch ook. Ook dat heeft u namelijk op school geleerd. Mooie stukken kunt u maken hoor. Wat betreft vorm dan in ieder geval. Prima opbouw, mooie volzinnen en ook de interpunctie is in orde. Daar kunnen wij nog wat van leren.
Inhoudelijk mankeert er wel het e.e.a. aan en dat is wel jammer, maar ja als het om de inhoud gaat dan wordt het natuurlijk wel een stuk lastiger. Daar komt ook een stuk gevoel bij kijken, dat je nadenkt over wat je schrijft.
Daar gaat het lastig worden, want bij het spreken heeft u ons al laten zien dat dit niet uw sterkste kant is. Daar heeft de juf/meester niet helemaal bereikt wat hij/zij zou willen. Want dat doen wij namelijk ook nog. We zorgen er ook nog voor dat “onze kinderen” goed in hun vel zitten, zich veilig voelen, niet pesten en besef hebben van normen en waarden. Daar is het dus bij u helaas niet helemaal goed gegaan, maar het valt ook echt niet mee om al die kinderen, die allemaal hun eigen behoeftes hebben precies te geven wat ze nodig hebben, dat begrijpen wij heus wel, maar toch …..

“Goedemorgen meneer Dekker, slaapt u nog lekker?”

Bent u er nog bij? Begrijpt u wat ik probeer aan te geven. Wij doen er echt toe, wij zijn belangrijk voor dit land, voor de economie en voor onze toekomst. Dat doen wij echt niet alleen, want samen met de ouders van al deze prachtige kinderen en onze collega’s uit het VO (Ja, die met die lastige pubers werken, u kent ze wel) maken wij van ieder kind een volwaardige deelnemer aan de maatschappij. Dat ons dit niet altijd lukt zoals we dat het liefst zouden hebben dat vinden wij zelf vooral heel erg vervelend, omdat we namelijk het beste uit ieder kind willen halen.
Zoals mijn collega’s van PO in actie al aangaven is het “vijf voor twaalf”.
Kloklezen kunt u ongetwijfeld ook, want ook dat hebben we u geleerd op school. Wat we eigenlijk bedoelen is dat het bijna te laat is. Te laat om tot actie over te gaan en ons echt serieus te nemen.
U bent nu echt aan zet!

En kom nu niet met oplossingen, die het probleem niet oplossen. Natuurlijk zijn er mensen met een onderwijsbevoegdheid die nu niet werken, maar heeft u zich ook afgevraagd waarom dat zo is?
En natuurlijk zijn er collega’s uit andere sectoren die wel over willen stappen. Daar zitten ongetwijfeld hardwerkende en capabele mensen bij, maar ik vind dat u ons en de kinderen wel tekort doet door hen met een omscholing voor de klas te zetten.
U moet vooral zuinig zijn op de mensen die er nu zitten en ons mooie beroep voor jonge mensen weer aantrekkelijk maken. Dat kan door ons serieus te nemen, de werkdruk te verlagen door extra handen in de klas en een passende beloning te geven voor het werk wat wij doen. Neem een keer een kijkje in Finland dan kunt u zelf zien wat de effecten hiervan zijn.

Vandaag hebben wij de scholen één uur gesloten. Dat doen wij niet, omdat we dat graag willen, want we willen niets liever dan werken met “onze kinderen”. We doen dat, omdat u ons geen andere keus laat!

In deze brief wil ik u alleen maar aangeven hoe belangrijk wij zijn. Wij mogen trots zijn op wat wij in samenwerking met ouders met onze leerlingen bereiken. We mogen onszelf op de borst kloppen, elkaar een schouderklopje geven en hier en daar een veer stoppen, maar daar zijn we niet zo goed in. Wij vinden het namelijk gewoon ons werk. Het is gewoon ons werk om ervoor te zorgen dat kinderen zichzelf later een plaats weten te verwerven in onze maatschappij.
U bent daar in de basis een mooi voorbeeld van. Onze collega’s hebben ervoor gezorgd dat u in ieder geval de tools heeft gekregen om uiteindelijk staatssecretaris te worden. Uiteraard heeft u daar zelf op latere leeftijd ook nog
een groot aandeel in gehad, maar wij hebben gezorgd voor een solide basis. Het blijft jammer dat u dat niet weet te waarderen, maar u heeft nog een paar minuten.

Dat we niet op alle gebieden bereikt hebben wat we wilden bereiken dat is wel duidelijk, maar we hebben er echt alles aan gedaan! Wellicht dat we in een verlengde instructie samen de puntjes nog een keer op de i kunnen zetten, dat zou mooi zijn.

Het wordt tijd voor actie meneer Dekker. Wees verstandig en zorg dat die actie van uw kant komt! Zo niet, dan doen wij dat wel.

Ik vraag het u voor de laatste keer: “Goedemorgen meneer Dekker, slaapt u nog lekker?”

Met vriendelijke groet,
Jurgen Blakenburg

Een Leertuin… wat is dat nou eigenlijk?

Ik had al veel gezien en gelezen over de Leertuin van (collega) Apple Distinguished Educator Rhea Flohr, maar sinds vanmiddag weet ik pas echt wat het inhoudt. Hieronder mijn verslag van de gezellige borrel ter ere van de officiële opening van de Leertuin op het Antoon Schellekens College in Eindhoven.

De Leertuin is het succesvolle gevolg van het Leraren Ontwikkel Fonds- project genaamd ‘Inspirerend multifunctioneel mediawijsheid lokaal’ van Rhea. (Inspirerend multifunctioneel mediawijsheid lokaal – LerarenOntwikkelFonds)

De Leertuin heeft de grootte van een normaal leslokaal maar is totaal anders ingericht. Geen klassieke busopstelling, maar een zitbank en kleurrijke zitzakken. De paar tafels die er staan, staan in kleine groepjes opgesteld. Dit nodigt vanzelfsprekend uit tot andere manieren van lesgeven dan die we vaak gewend zijn. Uiteraard bevat de Leertuin ook een ruime Green Screen corner, waar je leuk kunt experimenteren met foto’s en filmpjes in exotische oorden! Zoals bijvoorbeeld Ingrid vandaag even heerlijk naar de Bahama’s was! Twitter

In de Leertuin wemelde het van de leuke technische snufjes. Leerling Robert gaf mij een uitgebreide uitleg en demonstratie over Dash en Dot (van Wonder Workshop). Dash is een grappig robotje dat je van alles kunt laten doen. Je kunt hem bijvoorbeeld een parcours af laten leggen of zelfs muziek laten maken met een xylofoon. Dot kan niet bewegen, maar heeft een scherp oog wat je volgens Robert in kunt zetten om bijvoorbeeld een spannend spel te spelen waarbij je ongezien door Dot een route moet proberen af te leggen. Op mijn vraag aan hem wat je nou eigenlijk leert van al dit leuke spul, kreeg ik een snel en bondig antwoord: ‘coderen!’. En hij heeft gelijk. Bovendien ontwikkel je spelenderwijs ook nog eens goede computational thinking skills!

Leerling Gijs was erg geconcentreerd bezig met het coderen met Micro:Bit. Ik was erg onder de indruk van zijn nauwkeurige en serieuze manier van werken. Dit is coderen van een hoger level! Ik doe het hem in ieder geval niet na. Ik zag draadjes, wielen, LED-lampjes, een ventilatortje en materiaal waarvan ik de naam (nog) niet eens weet. Indrukwekkend!

Verderop stuitte ik op een 3D Print Pen. Grappig dat je met zo’n pen op een relatief simpele manier bijvoorbeeld een zonnebril kunt maken! En wat dacht je van het materiaal van Osmo om een Tangram puzzel te maken? Benodigdheden zijn een app, een speciaal spiegeltje voor op de iPad en de Tangrampuzzelstukken. Hier zou ik zelf nog wel uren mee verder kunnen! Osmo heeft ook een geinige starterkit ontwikkeld voor kinderen om spelenderwijs te leren programmeren. Een soort blokjes, waarmee je letterlijk de stappen weg kunt leggen. Geniaal bedacht! Volgens de enthousiaste leraar (sorry, naam even vergeten) die me uitleg gaf is dit materiaal populair bij vrijwel alle leerlingen en niet alleen bij de technisch onderlegde leerlingen. Ik zou het bijna aan willen schaffen als educatief speelgoed voor mijn eigen kinderen!

De leerlingen die ik gesproken heb gaven allen aan dat ze ook regelmatig een middag op school blijven om in de Leertuin te gaan werken met al het leuks en leerzaams wat deze Leertuin te bieden heeft. Het was hartverwarmend om het enthousiasme van de leerlingen te ervaren.

Als antwoord op de vraag ‘Een Leertuin… wat is dat nou eigenlijk?’ kan ik nu zeggen dat het een ‘inspirerend multifunctioneel mediawijsheid lokaal’ is. Rhea, jouw LOF-project is zeker geslaagd! Ik reed met een hoofd vol inspiratie en enthousiasme naar huis en zag een regenboog… Magic is happening. Onderwijs is mooi.

Judith van Sprundel
Docent op Effent
Apple Distinguished Educator, Class of 2017

De gebruikershandleiding van een kind

Een kind wordt geboren zonder gebruikershandleiding of methodiek. Gaandeweg leren de ouders, vaak door trial and error, om hun kind te “leren lezen”. Wat werkt, wat gaat goed, wat zijn de talenten, waar heeft het kind moeite mee en wat zit hem/haar in de weg?
Langzaamaan wordt er, als het ware, een individuele gebruikershandleiding geschreven afhankelijk van de persoonlijkheid, ervaringen en ontwikkeling van het kind. Soms is het al vanaf dag één duidelijk dat er bepaalde aspecten aan de ontwikkeling van een kind niet helemaal gaan zoals verwacht. Vaker is het een zoektocht om erachter te komen wat er aan de hand is en wat het kind kan helpen.

Niet alleen door mijn werk, maar ook als moeder, ben ik dagelijks met deze zoektocht bezig. Frustrerend is het feit dat deze zoektocht niet snel verloopt en vaak een kwestie van het elimineren van mogelijkheden is. Maar zeer belangrijk zodat de juiste gegevens in de gebruikershandleiding van het kind komen. Het zou immers jammer zijn als de verkeerde informatie ervoor zorgt dat een kind de verkeerde begeleiding krijgt…

Door de jaren heen wordt de gebruikershandleiding van een kind gevuld en steeds gedetailleerder. In eerste instantie door de informatie van ouders, leerkrachten en bijv. verslagen van onderzoeken maar steeds meer door het kind zelf. Ook jonge kinderen zijn goed in staat om te kunnen uiten wat ze nodig hebben. Als volwassenen zijn wij niet altijd in staat om dit goed te kunnen verstaan. Naarmate kinderen ouder worden, wordt het steeds makkelijker en hebben ze ook het reflectievermogen om ze mede-eigenaar te maken van het schrijven van hun eigen handleiding. Kinderen weten namelijk héél erg goed waar hun goede punten en verbeterpunten zitten en wat ze hierbij nodig hebben. Waarom gebruiken wij de informatie van de belangrijkste informatiebron nog zo weinig bij het schrijven van de gebruikershandleiding?

Als ik een nieuwe tv heb gekocht, twijfel ik geen seconde dat de handleiding klopt. Ik lees hem echter niet. Ik voel mij vol zelfvertrouwen in mijn eigen kennis om de tv te laten werken zonder de handleiding op mijn gemak te gaan lezen. Dus ga ik gelijk aan de slag! Door vallen en opstaan kom ik een eind. Vaak kom ik er na een tijdje achter dat ik toch een aantal waardevolle functies heb gemist. Dit had ik kunnen weten door de handleiding vooraf te lezen…jammer!

Dit geldt nog veel meer bij de handleiding van kinderen. Als wij in het onderwijs, de gebruikershandleiding (lees bijv. groepsoverzicht of verslagen) van een kind vooraf lezen, doen we recht aan het kind. Wij weten de belangrijkste informatie en kunnen hierop inspelen. Een kind hoeft niet te wachten totdat deze leerkracht de gebruikershandleiding van het kind (opnieuw) heeft geschreven maar krijgt gelijk de juiste aandacht en begeleiding.

Mijn pleidooi is dan ook om als leerkracht vooraf aan een schooljaar, de gebruikershandleiding van een kind goed te lezen en te gebruiken. Deze is geschreven met de opgedane kennis van ervaringsdeskundige zoals ouders, voorgaande leerkrachten en het kind zelf. Maak deze handleiding in de loop van het jaar gedetailleerder, actueel en vul het verder aan. Het is een gezamenlijk levenswerk dat start met de ouders van een pasgeboren baby en eindigt met het kind als een reflecterende volwassene.

Hoe mooi is het dat ik als intern begeleider een klein stukje mag bijdragen aan het schrijven van dit levenswerk. Nog mooier is het om als moeder de gebruikershandleiding van mijn kinderen te mogen schrijven en geschreven zien worden. De zoektocht naar de juiste gegevens voor deze handleiding is vaak mooi en positief maar soms ook frustrerend en moeizaam. Ik ben ervan overtuigd dat dit uiteindelijk zal leiden tot twee geweldige individuen!

Geschreven door een intern begeleider en moeder van twee kinderen.

Eerlijk zullen we alles delen

Dit schooljaar zijn wij op Effent (VMBO-TL) een pilot gestart: Één brugklas werkt met iPads. Ik heb het geluk om aan de basis te mogen staan van dit mooie, vernieuwende onderwijs. Op basis van deze pilot nemen wij deel aan het Leerlab Digitale Didactiek van Leerling2020. Één van de ideeën achter deze pilot is dat wij het onderwijs willen vernieuwen. Uitdagender willen maken door middel van o.a. digitale didactiek. Vandaag was het aan het pilotteam om een aantal van onze ervaringen te delen met onze collega’s in de hoop hen ook te kunnen enthousiasmeren. En dat is gelukt. Wat een topdag, wat een topteam. We kozen ervoor om een aantal workshops te organiseren. Niet te lastig, gebruiksvriendelijk en vooral ook met de hands on approach!

In totaal gaf ik vandaag vier workshops:

1) Vakgroepronde: ik deelde met mijn vakgroep Frans mijn ervaringen, successen en ondervindingen met de pilotklas. Tags: iTunesU, Kahoot Jumble, Quizlet (Live), mijn Yurlspagina, Instagram voor leerlingen, Nearpod, Quizizz.
2) Workshop ‘Het zweet op hun rug!’ – Deze workshop ging over Quizlet Live. Eerst speelden we het spel om te ondervinden wat deze tool precies doet. Leuke, activerende didactiek waarmee ook nog eens formatief getoetst wordt. Geweldig! Daarna konden collega’s hands on aan de slag met het maken van hun eigen Quizlet account en study set. De Handleiding Quizlet Live die ik daarvoor maakte voeg ik toe aan deze blog.

3) Idem workshop 2. Nog steeds voldoende animo!
4) Workshop ‘Hebben ze ze op een rijtje?’ – Deze workshop ging over mijn andere favoriet: de nieuwe
feature ‘Jumble’ van Kahoot. Uitermate geschikt voor het formatief toetsen en oefenen van structuren,
zoals bijvoorbeeld zinnen. Sinds ik deze tool gebruik, zie ik aanwijsbaar betere resultaten op toetsen bij
het onderdeel zinnen leren. Bij Jumble verdeel ik de Franse zin in vier stukken en moeten de leerlingen de zinsdelen naar de juiste plaats swipen. Altijd een succes! Ook tijdens deze workshop konden collega’s aan de slag met hun eigen Jumble aan de hand van mijn Handleiding Kahoot Jumble. Ook deze zit als bijlage bij deze blog gevoegd.

Bij de workshops over Quizlet Live en Jumble heb ik Demo’s gebruikt. Omdat ik vermoed dat deze wellicht nog eens handig kunnen zijn voor een ieder die workshops verzorgt over deze tools, hierbij de links:

Quizlet Live: Demo Quizlet Live Werkconferentie Effent Flashcards | Quizlet
Jumble van Kahoot: https://create.kahoot.it/#jumble/88f78a82-64c7-4c81-8bf6-6edbf3526abd

Judith van Sprundel, Leraar Engels en Frans bij Effent, mentor 4TL, Apple teacher, Apple distinguished educator, april 2017

Wij hebben ook een kleine Bram

Vorige week vertelden de ouders van Bram hun verhaal. Bram is vijf jaar en zit inmiddels halve dagen thuis. Hij wil niet naar school. Als Bram op school is merk je niets aan hem. We zagen leuke foto’s voorbij komen van een vrolijke jongen. Vervolgens liet de moeder van Bram een filmpje zien van hem vroeg in de ochtend. Een huilende jongen, volledig overstuur, die weigert om mee te gaan naar school. Mijn man en ik keken elkaar aan. Wij hebben ook een kleine Bram…

In mijn telefoon zit een vergelijkbaar filmpje. Een filmpje dat ik zelf eigenlijk niet wil zien. Een filmpje van een dochter die overstuur is, boos en verdrietig is en zich machteloos voelt. Een dochter die alles van de wereld wil begrijpen en zich vaak heel alleen voelt. Niet veel mensen zien haar zo, want ons kind is ook heel vaak blij en gezellig. Daarnaast laat onze dochter (gelukkig) redelijk gewenst gedrag zien op school. Inmiddels weten we waarom ze zich zo vaak alleen en niet begrepen voelt. De diagnose is gesteld. Zie mijn blog: En dan is daar het etiket en eigenlijk ben ik er best blij mee. Bijzonder begaafd noemen ze het. Één op de duizend kinderen valt onder deze categorie en je moet maar net geluk hebben om in een middelgroot dorp een vergelijkbaar leeftijdsgenootje te vinden. Vooralsnog is dat dan ook nog niet helemaal gelukt.We boffen, want onze dochter heeft een juf die bevlogen is, ook op het gebied van hoogbegaafdheid. Een juf die er alles aan doet om ons kind te helpen. Hierdoor gaat ze elke dag naar school en geniet ze er ook regelmatig van. Ze wordt uitgedaagd om moeilijke opdrachten aan te gaan en ze wordt gezien. Probleem opgelost zou je denken.

We maken ons ondanks de positieve rol van de school toch vaak zorgen. We zien ons kind worstelen. We zien haar eenzaamheid en verdriet. Ze kan haar gevoelens moeilijk delen. Probeert dat met ons wel te doen, maar wil dat niet altijd. Ze reageert vaak prikkelbaar en is heel gevoelig. Via deze link over positieve desintegratie kun je hier meer over lezen. Ze heeft echt wel een paar lieve vriendinnetjes op school, maar ze kan ze niet altijd volgen. Haar vriendinnetjes volgen haar ook niet altijd. Nieuwe vriendschappen vindt ze moeilijk. Ondanks dat haar vriendinnetjes vaak heel lief en betrokken zijn voelt het voor haar niet zo. Én dat is precies datgene wat we heel serieus moeten nemen.

Het samenwerkingsverband in onze regio is aan het nadenken over een voorziening voor jonge hoogbegaafde kinderen die vastlopen op hun school. Voor kinderen onder de 8 jaar. We mochten hier als ouders over meedenken. Op deze plek vertelden ook de ouders van Bram hun verhaal. Het zou zo fijn zijn als onze kinderen elkaar ergens kunnen ontmoeten en samen hun ingewikkelde weg kunnen bewandelen. Ik vind vanuit mijn eigen onderwijsovertuiging eigenlijk dat we moeten proberen elk kind te helpen op de school waar het zit. Ik word als onderwijsmens heel warm van het concept van een inclusieve school, maar ik weet ook dat er soms kinderen zijn met een speciale onderwijsbehoefte. Kinderen die gelijkgestemden nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen en zich fijn en gewenst te voelen. Kinderen die een aangepaste onderwijsomgeving met expertise nodig hebben om hun eigen bijzondere pad te mogen bewandelen. Laten we dat alsjeblieft blijven zien in de wereld van passend onderwijs en laten we ervoor zorgen dat we goede kwalitatieve voorzieningen hebben daar waar ze hard nodig zijn. Het is behoorlijk slopend om je kind te zien ploeteren en worstelen op een hele jonge leeftijd…

Wij wachten de nieuwe ontwikkelingen van het samenwerkingsverband samen met andere ouders uit de regio met heel veel belangstelling af.

Lizette Knuvers Mijland april 2017

 

Het indruppelingseffect bij ouders

Regelmatig gebeurt het dat ik op school, in gedachten, vraagtekens plaats bij de opvoedingsstijl van ouders en de keuzes die ze voor hun kinderen maken. Begrijpelijk aangezien deze manier vaak totaal niet overeenkomt met mijn manier van opvoeden of mijn pedagogische stijl.

In twintig jaar onderwijservaring ben ik echter geen ouder tegen gekomen die niet het allerbeste voor zijn of haar kind wil en hier, binnen de mogelijkheden, zoveel mogelijk voor wil doen. Ik heb mijzelf aangeleerd om van deze basisgedachte uit te gaan. Wat verstaan wij echter onder “het allerbeste” en wat zijn “de mogelijkheden”? Daarbij verschillen vaak de meningen tussen ouders en bijvoorbeeld de school.

Deze mening wordt bepaald door een heleboel factoren zoals cultuur, ervaringen, kennis, intelligentie, mogelijkheden, netwerk of andere zaken die er toe doen. Als onderwijsprofessional is het mijn taak om uit te zoeken waarop een bepaalde mening van ouders is gebaseerd. Waarom maakt een ouder deze keuze? Wat ligt hieraan ten grondslag? De enige manier om hierachter te komen is door in gesprek te gaan met ouders. Vaak niet eenmaal maar meerdere keren.

Wat meespeelt in dit proces is de droom die elke ouder voor zijn/haar kind heeft. Bij de geboorte hebben wij allemaal wensen en dromen voor onze kinderen. Soms blijkt dat deze droom niet haalbaar is of moet deze weg op een andere manier worden afgelegd dan wij vooraf hadden bedacht.

Het kan voor ouders heel moeilijk zijn om dit te accepteren en het vergt soms een langdurig proces. De wijze woorden van een oud-collega hebben indruk op mij gemaakt. Zij noemde dit het indruppelingseffect bij ouders. Langzaamaan krijgen ouders het besef dat het anders moet gaan en dat hun droom/wens bijgesteld moet worden ten behoeve van het geluk van hun kind. Ook dat doen ouders want elke ouder wil het allerbeste voor zijn of haar kind.

Dit is uiteraard mijn visie. Samenvattend zou het omschreven kunnen worden als empathie en begrip voor ouders met als doel om gezamenlijk het allerbeste voor hun kind te bereiken.

Een intern begeleider van een basisschool

Dan moet ik altijd hard werken en daar heb ik geen zin in

Ik probeer veel complimenten te geven. Goede kwalitatieve complimenten. Complimenten die gaan over het proces en niet over het eindresultaat. Hiermee probeer ik de mindset van onze dochter te veranderen. Dat moet. De mindset die ze nu heeft en waarschijnlijk al heel lang heeft is niet goed voor haar. Het is een fixed mindset. Ze scoort op alle facetten de maximale score. Een fixed mindset in het kwadraat dus…

Wat is dat een fixed mindset? Je hebt geen zin in nieuwe dingen, alleen als je zeker weet dat je geen fouten maakt. Je intelligentie staat vast. Als je fouten maakt projecteer je die op jezelf. Je hebt snel last van faalangst. Je hebt geen zin in nieuwe uitdagingen die moeilijk zijn. Je gaat voor makkelijk en veilig. Je herhaalt vaak de dingen die je al kan en geniet over het algemeen niet van complimenten.

Tegenover een fixed mindset staat de growth mindset. Deze mindset is het beste. Dat lees je overal op dit moment. Als je een growth mindset hebt durf je fouten te maken en leer je het meeste. Je gaat met plezier door de leerkuil, spant je graag in voor een beter resultaat. Durft dat resultaat weer ter discussie te stellen en leert op die manier weer verder.

Mijn uitleg is natuurlijk wat kort door de bocht, maar geeft het verschil aardig weer. Deze theorie zet me al enige tijd aan het denken. Hoe zit het nu en vooral hoe zit het bij onze dochter en hoe zit het bij mezelf? Onze dochter is voorlopig niet van plan om naar een growth mindset te gaan, ze weet heel goed dat iedereen om haar heen dat van haar vraagt en zegt dat dat het beste is. Vooralsnog ziet ze het zelf anders. Ze kan het piekfijn uitleggen. “Dat ga ik niet doen mama, dan moet ik altijd hard werken en daar heb ik geen zin in.”

Als ik naar mezelf kijk zie ik op verschillende vlakken een andere mindset. Op zoek gaan naar nieuwe dingen als het gaat om mijn professionele ontwikkeling vind ik heerlijk, maar zodra het gaat over de connectie met mijn fysiek zit ook ik in een behoorlijke fixed mindset. Als het gaat over het doorbreken van dagelijkse gewoontes ben ik hartstikke fixed. Het liefst gaan praktische zaken elke dag hetzelfde. De veranderingen mogen vooral plaatsvinden op het inhoudelijke vlak. Ik geloof dus dat je beide mindsets in je hebt en dat je vooral bij datgene wat je onzeker maakt en dat wat je moeilijk vindt je vaak in een fixed mindset schiet of zit.

Als ik dan met mijn gedachten terug ga naar onze dochter zit zij op sommige vlakken juist in een gigantische growth mindset. Eigen smeersels maken van shampoo en water en bloemetjes vindt ze geweldig. Allerlei zakjes, bakjes verzamelen met de leukste spulletjes vindt ze ook heel leuk. Daar weer dingen van maken ook. Zelf een spellencircuit verzinnen, een speurtocht maken, ideetjes in elkaar frutselen…noem maar op. Als je dan feedback geeft schiet ze vrij makkelijk door naar het volgende idee. Ik zie haar op die momenten genieten en plezier hebben. Moeite ergens voor doen lijkt dan geen probleem.

Eigenlijk weet ik gewoon niet goed wat ik met deze actuele populaire theorie moet die je op dit moment overal ziet en leest in verschillende contexten. Ik heb geen idee hoe ik die fixed mindset te lijf kan gaan. De tips die gegeven worden snap ik, maar zijn nog niet zo effectief. Niet bij mijn dochter en al helemaal niet bij mezelf. We doorzien daarvoor te goed dat het een theorie is. We manipuleren daarvoor te graag. Wat ik wel kan verzinnen is dat we moeten starten bij dat wat wel goed gaat, daar waar het plezier zit. Uitgaan van intrinsieke motivatie en ontdekkingsdrift.

Die bewuste leerkuil is mooi getekend en ik begrijp de bedoeling ervan. Ik vraag me af of veel mensen daar echt komen en of dat dan de oplossing is? Wil je er weer naar toe als je er eenmaal geweest bent? Hoe werkt het in onze breinen? Ik vraag me af of ik er zelf überhaupt al ooit geweest ben…of ik zelf al ooit ergens heel veel moeite voor gedaan heb en daadwerkelijk buiten mijn comfortzones heb gezocht naar echte magie…

Lizette Knuvers Mijland maart 2017

Juf, ik moet echt veel en veel meer fouten gaan maken!

Eindelijk is het dan echt voorbij, toch? Die donkere dagen. Voor de kerstvakantie was het nog gezellig in het donker. Overal op straat zag je verlichting. Dat maakte het gezellig en niet erg dat het donker was. Maar na de kerstvakantie was dat toch anders. Ik verwachtte dat ik weer een frisse nieuwe start zou maken, volop energie. Maar hoe ik ook tegen mezelf bleef zeggen dat ik die frisse nieuwe start nu echt weer kon maken, ik leek elke dag weer nog een extra dagje nodig te hebben. Het bleef een beetje donker in mijn hoofd. En dan die ‘bleu Monday’ ook nog! ‘Onzin!’, denk ik altijd op deze dag. Maar hoe ik hem ook probeerde te negeren, hij hing gewoon om me heen. Erger nog, deze dag leek zich uit te smeren tot aan de voorjaarsvakantie. Eén troost, iedereen leek er last van te hebben. Ik was ‘gelukkig’ niet de enige.

Maar gelukkig kwam daar de voorjaarsvakantie. Geen wekker die afliep. Buiten werd het al licht voordat ik op stond. Ik hoorde de vogeltjes al fluiten nog voordat de jongens van me eisten dat ik op zou staan. En ook ’s avonds zaten we gezellig samen aan tafel, met de gordijnen nog open omdat het nog licht was buiten. Ondanks dat we ook deze vakantie een aantal dingen ondernomen hadden, voelde ik me toch beter uitgerust. Ja, nu kon ik echt een frisse nieuwe start maken.

Die nieuwe start begon overigens al in de vakantie. Als voorzitter van de werkgroep ‘Essentieel leren’ had ik een mail ontvangen. Hierin werden me een aantal boeken aangeraden om te lezen. Ik besloot ze te bekijken. Ach, ik besloot eigenlijk meteen dat ik ze maar aan moest schaffen voor onze werkgroep. Wel even overlegd met onze directeur natuurlijk. Vol spanning wachtte ik de volgende dag de gele bus van DHL af. Het werd uiteindelijk een autootje met een plaatje van DHL, maar dat maakte de spanning niet minder. Ik opende de doos en daar zaten 4 mooie boeken in. 2 boeken trokken meteen mijn aandacht. Een prentenboek ‘ Je fantastische elastische brein’ van JoAnn Deak en een ‘Pocketboek growth mindset’ van Barry Hymer en Mike Gershon. De andere boeken leken wat taaier, maar (blijkt later) trokken mijn aandacht na het lezen van en werken met de eerste 2 boeken. Ik raakte geïnspireerd om aan de slag gegaan met de growth mindset en de fixed mindset.

Het boek ‘je fantastische elastische brein’ legde heel duidelijk uit hoe de hersenen werken en hoe kinderen hun hersenen kunnen rekken. Ik vroeg me nog wel heel erg af of ik dit boek al wel in groep 3 voor kon lezen. Echter, mijn man had het boek gevonden en besloot het aan onze zoontjes voor te lezen. De oudste is 4,5 jaar oud en de jongste wordt volgende maand 3. Ze vonden het best interessant. Sterker nog, mijn jongste zoontje wilde het graag vaker lezen en was heel erg geïnteresseerd in wat er in het boek stond. Dat was dus duidelijk. Dit boek moest ik voorlezen aan mijn leerlingen. Ik heb het maandagmorgen in de klas gezet en alvast laten zien aan de kinderen. Maar, ik vertelde ze ook dat ik het woensdag pas voor zou lezen. Op verschillende momenten pakte ik het boek erbij. Zo liet ik ze bijvoorbeeld zien dat het boek gaat over je brein, dat ze hun brein zelf kunnen rekken en dus meer kunnen leren, dat het hiervoor ook ontzettend belangrijk is om fouten te maken. Maar steeds zette ik het boek weer terug. Ik had ze immers verteld dat ik het boek woensdag pas zou voorlezen.

Er zit echter een jongen in de klas die al een stuk verder is dan de andere kinderen. Hij zoekt meer uitdaging. De andere kinderen vonden het boek wel spannend, maar voor hem was dit boek echt reuze interessant. Hij kwam naar me toe en vroeg of hij stiekem al een beetje in het boek mocht kijken. De eerste keer zei ik: ‘nee’. Toen we vervolgens een toetst hadden gemaakt en hij al ruim op tijd klaar was, vroeg ik hem of hij misschien al stiekem in dat boek wilde kijken. Hij vond het reuze interessant en probeerde zoveel mogelijk te lezen. Hij zat te glunderen. Woensdag aan het einde van de ochtend was het eindelijk zover. Ik vroeg de kinderen om op de grond bij mij te komen zitten. Ze zaten bijna boven op me. Ik moest een kruk pakken om tussen ze uit te komen en ervoor te zorgen dat de achterste kinderen mij ook konden zien. Ik heb ze het boek voorgelezen. Een paar kinderen vonden het niet zo interessant, ofwel te ingewikkeld. Maar de meeste kinderen zaten op hun knieën mee te kijken in het boek. Een enkele keer vroeg de jongen die het boek had gelezen: ‘Juf, mag ik dat stukje vertellen?’ En natuurlijk mocht hij dat. Een andere jongen was net zo geboeid en probeerde ook te vertellen wat hij zag.

Het boek kwam erop neer dat de kinderen hun brein zelf kunnen rekken. Ze kunnen zelfs moeilijke dingen leren als ze maar blijven oefenen. En om te kunnen leren, moeten ze ook fouten maken. Want, zoals ik regelmatig tegen ze zeg: ‘Van fouten kun je leren’. Gelukkig namen ze het van het boek wel aan. Een meisje uit de klas riep aan het eind van het boek zelfs: ‘Ik moet echt veel en veel meer fouten maken, want ik wil heel veel gaan leren!’. Wat fijn om te horen. Maar dat is maar een beginnetje van de growth mindset. Ik had de tijd niet meer in de gaten gehouden. Toen ik op de klok keek, moesten we ineens opschieten. De bel ging al bijna! We hadden ons zo verdiept in het boek.

Ik had nog een tweede boek(je) gelezen over de growth mindset en de fixed mindset. Wat fijn om die theorie te lezen. Ik ben vooral van het doen, leren van ervaringen. Maar die kennis die erachter zit, het verhaal dat erachter zit, inspireert me eigenlijk meer dan ik had gedacht. En het maakt me nog meer bewust van hoe leerlingen denken en wat ze nodig hebben. Er zitten een paar kinderen in de klas met een fixed mindset. ‘Ik kan dit toch niet!’. Nee, zo niet nee. Maar met de ideeën die ik aangereikt heb gekregen, wilde ik daar graag mee aan de slag gaan.

Zo was er een jongen die met zijn hoofd in zijn handen zat tijdens het werken aan een werkblad. Hij kwam er maar niet uit. Hij probeerde het nog steeds, maar raakte steeds weer ontmoedigd. Ik ben naast hem gaan zitten en zei hem; ‘Wauw, ik zie dat je het heel moeilijk vindt, maar je blijft het toch proberen. Je bent echt aan het doorzetten. Toch lukt het je niet. Hoe probeer je deze opdracht te maken?’ Hij legde me uit hoe hij aan het werk ging. Vervolgens gaf ik hem een tip. ‘En als je nou eens naar het plaatje kijkt, wordt het dan iets makkelijker?’ Hij nam de tip van me aan en heeft zijn werk afgemaakt. Ik gaf hem een dikke knipoog en een duim. ‘Zie je wel dat je het kunt!’ Hij was terecht trots.

Ontzettend vaak heb ik stickers uitgedeeld voor het schrijven. Nu besloot ik het anders aan te pakken. Ik vertelde de kinderen dat ik ze geen sticker geen geven voor hun werk. Nee, in plaats daarvan zouden we samen naar hun schrijven kijken. Ik zou ze vertellen wat ze goed doen en daarnaast zou ik ze een tip geven die ervoor zou kunnen zorgen dat ze nog beter gaan schrijven. Toen ik ze vroeg wie het erg vond om geen sticker te krijgen, stak een leerling haar hand op. O, dat was een foutje, ze had het niet goed begrepen. Toen het stil was, zei een meisje zelfs: ‘Weet je, juf, ik vind eigenlijk dat wij al een beetje te groot zijn voor stickers’. Ik heb elke leerling verteld wat ze goed deden en daarna heb ik ze een tip gegeven waarmee ze nog beter zouden kunnen gaan schrijven. De dag daarop hadden we weer een schrijfles. Ik wees ze er van tevoren op om aan de tips te denken die ik had gegeven. Weer ben ik bij elke leerling gaan kijken. Het kostte wel wat meer tijd, maar ik was erg benieuwd naar het effect. En dat was goed! Elke leerling had aan de tip gedacht. Ze hadden er allemaal iets aan gedaan. Sommige leerlingen niet geheel bewust, maar de meesten wel. Ze waren er trots op dat ze er weer een stukje beter in waren geworden. En voor mij is het een mooie uitdaging geworden om hier verder mee aan de slag te gaan!

Betty Boztay Meeuwesen maart 2017

Laten we vuurtjes aanwakkeren

In groep 7 zat ik bij juf Marja in de groep. Een juf met een passie, niet zozeer voor het onderwijs, maar vooral voor tekenen en schilderen. Je zag het aan haar handen. Werkhanden, geen lange nagels, nooit helemaal schoon. Als gevoelig kind merkte ik aan juf Marja dat ze pas echt gelukkig was als we gingen tekenen. De juf was meestal streng en recht toe recht aan, maar als we gingen tekenen veranderde dat. Heerlijk vond ik het, want ook ik bloeide op in de klas als er getekend of geschilderd mocht worden.

Juf Marja mocht in mijn poëziealbum schrijven en toen ik hem terug kreeg werd ik betoverd. Een tekening van het hoofd van een meisje met een gedicht met calilligrafie-letters geschreven. Hoe het gedicht ging weet ik niet meer, maar die tekening kan ik me nog precies voor de geest halen. De weken erna tekende ik hem namelijk wel honderd keer na. Ik wilde dat ook kunnen. Met potlood en pen door elkaar het mooiste meisje van de hele wereld tekenen.

Van de week vond ik mijn poëziealbum terug.

Vele jaren later kwam ik juf Marja weer tegen. Met mijn ouders gingen we een atelierroute door de stad fietsen. Ik wilde graag naar de kunstacademie. Mijn ouders hielden dat niet tegen, maar vonden het wel goed dat ik een breder beeld kreeg van het beroep. Toen stonden we daar in het huis van mijn juf van vroeger. Vol met olieverfschilderijen en op de zolder een groot atelier. Haar man bleek beeldhouwer te zijn en heel hun huis ademde kunst. Weer werd ik gegrepen.

We raakten in gesprek en de juf vertelde over haar passie. Van haar ouders moest ze echter een “echt” vak leren en ipv naar de kunstacademie gaan deed ze de Pabo. Ze had er geen spijt van, zo was de tijd, ze wenste mij veel succes met mijn keuzes.

Ik ging naar de kunstacademie en genoot vier jaar lang met elke vezel in mijn lijf van deze opleiding. Ik leerde er werken. Letterlijk. Sjouwen, minder denken, veel doen. Heerlijk was het. Ik was een leerling die alles kwam aanwaaien en nu moest ik aan de bak, werken, produceren. Wat heb ik veel geleerd. Het werd gewaardeerd, ik studeerde af met prachtige cijfers.

Helaas koop je daar niets voor, na een jaar ploeteren en zwoegen in het echte leven waarin niets kwam aanwaaien nam ik opnieuw een besluit. Wat juf Marja deed kon ik ook. Er moest geld in het laatje komen en waarom niet met werk dat me leuk leek. Ik startte in het derde jaar van de Pabo, rondde mijn opleiding snel af en werkte daarna 16 jaar lang in het basisonderwijs. In juni 2016 besloot ik dat het tijd was om het roer om te gooien.

Afgelopen vrijdag vertelde ik een schoolteam over mijn juf Marja en wat zij bij mij had losgemaakt. In mijn huidige baan begeleid ik cultuurtrajecten op scholen en probeer ik het belang van goede cultuureducatie in de vezels van onderwijsmensen te krijgen. Mijn twee werelden zijn eindelijk verbonden en daar geniet ik volop van.

Mij heeft dat ene moment in groep 7 veel gebracht. Onze vakdocenten die werken op de scholen voor Cultuur met Kwaliteit noemen dit zo mooi “vuurtjes aanwakkeren”. Van mij mogen er heel veel vuurtjes aangewakkerd worden en wat zou het mooi zijn als het huidige onderwijs ook nog voor wat brandjes kan zorgen.

Lizette Knuvers Mijland februari 2017

ADHD is een hersenziekte

‘In de klas heeft ze een plekje gekregen vooraan. Dat heeft ze niet zelf uitgezocht, maar dat werd haar toebedeeld, omdat ze er om vroeg, door haar gedrag. En dan een stelletje jongens om haar heen als erehaag. En dat alles om haar geklets maar af te remmen. Ze kon goed werken als ze zin had. Maar dat laatste moet ik er wel bij zeggen. Plotseling lag ze met haar hoofd op haar armen. Of ze keek boos. Ze is wat wispelturig. Als je wilt, kun je best werk leveren. Ga je dat ook doen?’

Bovenstaande zinnen zijn stukjes die werden voorgelezen op de afscheidsavond toen ik van de lagere school ging. Werkelijk, ik kon wel door de grond gaan. Nu hoorde iedereen dat ik een leerling was die nooit haar best deed. Maar de werkelijkheid was zo anders. Keer op keer probeerde ik de dingen juist goed te doen. Maar het mislukte steeds en daar kon ik niks aan doen.

Het is ontzettend pijnlijk om steeds te moeten ervaren dat bepaalde dingen je gewoon niet lukken. Ook bij mijn kinderen zie ik dat terug. Zoon heeft bijvoorbeeld tien jaar gedaan over zijn zwemdiploma. Ook bij dochter gaan sommige zaken moeizamer. Ze vindt het lastig om zelfstandig te worden en heeft hier nog veel hulp bij nodig.

Soms gebeuren er ook gekke dingen. Zoon kwam thuis en schopte keihard met zijn kisten tegen de deur. Resultaat: een deur met zwarte vegen die er alleen met een schuursponsje vanaf wilden. Dochter had ook de kolder in haar kop. De hele badkamer zat onder de wax, omdat ze het nodig vond om het niet in haar haar te smeren, maar zich er mee te wassen. Je kunt je afvragen wat ze op zulke momenten denken. Is er dan sprake van een soort kortsluiting in hun hoofd?

In een nieuw onderzoek van Martine Hoogman zijn 3200 hersenscans van kinderen en volwassenen geanalyseerd. Deze scans laten zien dat mensen met ADHD in bepaalde gebieden kleinere hersenen hebben dan mensen zonder ADHD. Dit zou het probleemgedrag van mensen met ADHD kunnen verklaren.

De uitkomsten van het onderzoek zijn belangrijk. ADHD is namelijk gewoon een hersenziekte, net als bijvoorbeeld een depressie. We moeten er dus ook op zo’n manier mee omgaan. Nu wordt er te vaak gezegd dat ADHD een modeverschijnsel is. Er is ontzettend veel onbegrip naar kinderen en hun ouders. Ouders zouden hun kinderen beter moeten opvoeden door ze meer structuur te bieden. Dan zitten deze kinderen vanzelf wel stil.

Van dit idee moeten we af. Kinderen met ADHD en hun ouders worden daar vreselijk ongelukkig van. En voor volwassenen met ADHD is het niet anders. Dochter vroeg aan mij: “ben ik met kleinere hersenen dan minder slim?” Het antwoord is: nee! Hopelijk helpen de uitkomsten van het onderzoek om anders met ADHD om te gaan, zodat kinderen met ADHD zich niet zo verdrietig hoeven te voelen als ik toen. Alleen dit al zou een prachtige stap voorwaarts zijn.

Suzan Otten Pablos

Deze colomn verscheen eerder via het adhd- netwerk